BWBR0001972
Geldig vanaf 1936-10-16
Artikel 8
Wet overbrenging consignatiekas naar de Nederlandsche Bank
1. Een voorkeursrecht, voortspruitende uit het bezit van een der krachtens deze wet in bewaring gegeven stukken, maakt de Nederlandsche Bank te gelde.
2. De wettelijke vertegenwoordiger zal echter bevoegd zijn de bewijzen tot uitoefening van het voorkeursrecht uit de bewaarneming terug te nemen, indien hij, uiterlijk op den derden dag vóór dien waarop het voorkeursrecht vervalt of met goedvinden van de Nederlandsche Bank op een later tijdstip, eene beschikking van den in artikel 5, lid 2, bedoelden kantonrechter overlegt, houdende toestemming tot afgifte van het stuk, waarmede het voorkeursrecht wordt uitgeoefend. De kantonrechter beslist zonder hoogere voorziening.
2. De wettelijke vertegenwoordiger zal echter bevoegd zijn de bewijzen tot uitoefening van het voorkeursrecht uit de bewaarneming terug te nemen, indien hij, uiterlijk op den derden dag vóór dien waarop het voorkeursrecht vervalt of met goedvinden van de Nederlandsche Bank op een later tijdstip, eene beschikking van den in artikel 5, lid 2, bedoelden kantonrechter overlegt, houdende toestemming tot afgifte van het stuk, waarmede het voorkeursrecht wordt uitgeoefend. De kantonrechter beslist zonder hoogere voorziening.