BWBR0001951
Geldig vanaf 1934-04-01
Artikel 2
Wet op de strandvonderij
1. De burgemeester der gemeente bekleedt van rechtswege het ambt van strandvonder. In geval van een situatie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0027466/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s</a>, bekleedt de voorzitter van de veiligheidsregio voor het uitvoeren van artikel 5, tweede lid, van rechtswege het ambt van strandvonder.
2. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt het ambt van strandvonder waargenomen door degene die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 77</a>en <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">78 van de Gemeentewet</a>( <em>Stb.</em>, ) het ambt van burgemeester waarneemt.
2. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt het ambt van strandvonder waargenomen door degene die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 77</a>en <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/78" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">78 van de Gemeentewet</a>( <em>Stb.</em>, ) het ambt van burgemeester waarneemt.