BWBR0001951
Geldig vanaf 1934-04-01
Artikel 16
Wet op de strandvonderij
1. Zoodra iemand zijn recht ten aanzien van de geborgen zaken bewijst, zal de strandvonder deze - of, indien artikel 14heeft toepassing gevonden, de opbrengst er van - na bekomen machtiging van Gedeputeerde Staten tegen betaling van de verschuldigde hulploonen, beheerloonen en kosten, aan den rechthebbende afgeven. Na deze afgifte vervalt de verplichting tot het doen van de in het vorige artikel bedoelde oproeping.
2. In geval van twijfel over het recht van den reclamant, van tegenspraak van derden, of indien over het bedrag der beheerloonen en kosten of wel - tusschen de redders en de rechthebbenden - over het bedrag der verschuldigde hulploonen verschil bestaat, wordt de afgifte geweigerd en het geschil beslecht door den in de tweede afdeling van de derde titel van het eerste boekof <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/637" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 637 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aangewezen rechter; deze is bevoegd, op eenvoudig verzoek afgifte tegen zekerheidstelling te gelasten.
3. De strandvonder keert de door hem ontvangen hulploonen aan de redders uit.
2. In geval van twijfel over het recht van den reclamant, van tegenspraak van derden, of indien over het bedrag der beheerloonen en kosten of wel - tusschen de redders en de rechthebbenden - over het bedrag der verschuldigde hulploonen verschil bestaat, wordt de afgifte geweigerd en het geschil beslecht door den in de tweede afdeling van de derde titel van het eerste boekof <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/637" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 637 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aangewezen rechter; deze is bevoegd, op eenvoudig verzoek afgifte tegen zekerheidstelling te gelasten.
3. De strandvonder keert de door hem ontvangen hulploonen aan de redders uit.