BWBR0001875
Geldig vanaf 1909-07-14
Artikel 14
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905
Oordeelt de rechter, door wien de uitvoering der rogatoire commissie zou behooren te geschieden, dat artikel 11, derde lid, sub 3°, van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan Onzen Minister van Justitie, die, zoo noodig na overleg met zijn ambtgenoot van Buitenlandsche Zaken, beslist.