BWBR0001874
Geldig vanaf 01-03-1965
Artikel 12
Regeling rechtsmacht Hoge Raad in Suriname en Curaçao
1. Wanneer de woonplaats of het verblijf van den gedaagde in hooger beroep onbekend is, gelijk mede in geval in rechten worden opgeroepen houders van aandeelen in geldleeningen of maatschappijen, die niet op naam staan en waarvan de eigenaars uit dien hoofde onbekend zijn, geschiedt de dagvaarding aan den Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, die het oorspronkelijk voor "gezien" zal teekenen.
2. Afschrift van de dagvaarding zal worden aangeplakt aan de hoofddeur van het gebouw van het Hof van Justitie en het exploit zal worden bekend gemaakt in een ter hoofdplaats van Suriname verschijnend nieuwsblad. Gelijk afschrift zal ten minste twee maanden vóór den dienenden dag door den deurwaarder bij den Hoogen Raad aan de hoofddeur van het gebouw van dat college worden aangeplakt en het relaas van die aanplakking zal door den Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad voor "gezien" worden geteekend.
2. Afschrift van de dagvaarding zal worden aangeplakt aan de hoofddeur van het gebouw van het Hof van Justitie en het exploit zal worden bekend gemaakt in een ter hoofdplaats van Suriname verschijnend nieuwsblad. Gelijk afschrift zal ten minste twee maanden vóór den dienenden dag door den deurwaarder bij den Hoogen Raad aan de hoofddeur van het gebouw van dat college worden aangeplakt en het relaas van die aanplakking zal door den Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad voor "gezien" worden geteekend.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001874
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl