BWBR0001869
Geldig vanaf 1923-01-01
Artikel 161
Wetboek van Militair Strafrecht
De militair, die in tijd van oorlog opzettelijk en wederrechtelijk enige oorlogsbehoefte vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, of die zich opzettelijk en eigendunkelijk ontdoet van enig hem van rijkswege verstrekt wapen, munitie, krijgstoerusting of voedingsmiddel, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.