BWBR0001824
Artikel 5
Uitvoeringsbesluit Wet nopens het beheer der mijnen
Onze gemelde Minister zal Ons van alle zoodanige hier boven omschrevene verzuimde
oppositien verslag doen, ten einde door Ons beslist worde omtrent derzelver afwijzing,
of, daartoe termen zijnde, omtrent hun renvooi aan zoodanig kollegie van Gedeputeerde
Staten als welk de zaak aangaat; en zulks om daarmede te handelen zoo als bij art.
26, 2de lid, en art. 27 der wet is voorgeschreven; ten einde vervolgens daaromtrent
worde gestatueerd overeenkomstig art. 28 § 1.
oppositien verslag doen, ten einde door Ons beslist worde omtrent derzelver afwijzing,
of, daartoe termen zijnde, omtrent hun renvooi aan zoodanig kollegie van Gedeputeerde
Staten als welk de zaak aangaat; en zulks om daarmede te handelen zoo als bij art.
26, 2de lid, en art. 27 der wet is voorgeschreven; ten einde vervolgens daaromtrent
worde gestatueerd overeenkomstig art. 28 § 1.