BWBR0001824
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit Wet nopens het beheer der mijnen
De latere oppositien tegen gevraagde vergunningen, bedoeld in art 28 § 2 der voorschreven
wet, zullen bij eenvoudig rekest in den gewonen vorm worden ingediend bij Onzen voornoemden
Minister, welke zal gehouden zijn om, wanneer het verzoek om vergunning, waartoe die
oppositie betrekkelijk is, reeds door Ons aan den Raad van State ten adviese mogt
zijn gerenvoijeerd, daarvan dadelijk aan gemelden Raad kennis te geven, ten einde
met het uitbrengen van een finaal advies, omtrent de vergunning worde gesupersedeerd
tot den afloop der gedane oppositie.
wet, zullen bij eenvoudig rekest in den gewonen vorm worden ingediend bij Onzen voornoemden
Minister, welke zal gehouden zijn om, wanneer het verzoek om vergunning, waartoe die
oppositie betrekkelijk is, reeds door Ons aan den Raad van State ten adviese mogt
zijn gerenvoijeerd, daarvan dadelijk aan gemelden Raad kennis te geven, ten einde
met het uitbrengen van een finaal advies, omtrent de vergunning worde gesupersedeerd
tot den afloop der gedane oppositie.