Rechtspraak
Raad van State
2026-04-21
ECLI:NL:RVS:2026:2351
Bestuursrecht
Hoger beroep
1,891 tokens
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2351 text/xml public 2026-04-29T10:32:08 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-21 202504816/1/A2 Uitspraak Hoger beroep Mondelinge uitspraak NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2351 text/html public 2026-04-24T07:40:04 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2351 Raad van State , 21-04-2026 / 202504816/1/A2 Bij besluit van 27 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de auto van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het hiertegen door [appellante] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard. 202504816/1/A2. Datum uitspraak: 21 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 juli 2025 in zaak nr. 23/4254 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Openbare zitting gehouden op 21 april 2026 om 12:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer; mr. M.M. Engele, griffier. Verschenen: [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door C. Ligthart en D. Becirovic.
=
= Bij besluit van 27 april 2023 heeft het college zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de auto van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het hiertegen door [appellante] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellante] tegen het besluit van 13 juli 2023 ongegrond is verklaard. Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden 1. [appellante] heeft op 27 april 2023 haar auto geparkeerd in een parkeervak aan de Biltstraat in Utrecht. Deze locatie was volgens het college aangewezen als tijdelijke taxistandplaats van 26 april 2023 om 15:00 uur tot 27 april 2023 om 23:00 uur. Er gold een tijdelijk parkeerverbod met wegsleepregeling. Op 27 april 2023, omstreeks 17:18 uur, is de auto van [appellante] weggesleept. Zij heeft haar auto op 28 april 2023 opgehaald na betaling van € 399,36. 2. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de feitelijke situatie ter plekke bepalend is voor het antwoord op de vraag of een parkeerverbod geldt en of handhavend kan worden opgetreden. Dat een verkeersbesluit ontbreekt, staat, gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1510, niet in de weg aan de bevoegdheid van het college om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de auto van [appellante] weg te slepen. Uit de plaatsing van het bord en het onderbord met de pijl naar links volgt duidelijk dat het verbod om te parkeren in ieder geval gold voor de twee aangrenzende parkeerplaatsen, waar [appellante] ook heeft geparkeerd. De Afdeling kan zich daarom vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 7 tot en met 7.7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. 3. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer w.g. Engele griffier 1033
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2351 text/xml public 2026-04-29T10:32:08 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-21 202504816/1/A2 Uitspraak Hoger beroep Mondelinge uitspraak NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2351 text/html public 2026-04-24T07:40:04 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2351 Raad van State , 21-04-2026 / 202504816/1/A2 Bij besluit van 27 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de auto van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het hiertegen door [appellante] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard. 202504816/1/A2. Datum uitspraak: 21 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 juli 2025 in zaak nr. 23/4254 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Openbare zitting gehouden op 21 april 2026 om 12:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer; mr. M.M. Engele, griffier. Verschenen: [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door C. Ligthart en D. Becirovic.
=
= Bij besluit van 27 april 2023 heeft het college zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de auto van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het hiertegen door [appellante] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellante] tegen het besluit van 13 juli 2023 ongegrond is verklaard. Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden 1. [appellante] heeft op 27 april 2023 haar auto geparkeerd in een parkeervak aan de Biltstraat in Utrecht. Deze locatie was volgens het college aangewezen als tijdelijke taxistandplaats van 26 april 2023 om 15:00 uur tot 27 april 2023 om 23:00 uur. Er gold een tijdelijk parkeerverbod met wegsleepregeling. Op 27 april 2023, omstreeks 17:18 uur, is de auto van [appellante] weggesleept. Zij heeft haar auto op 28 april 2023 opgehaald na betaling van € 399,36. 2. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de feitelijke situatie ter plekke bepalend is voor het antwoord op de vraag of een parkeerverbod geldt en of handhavend kan worden opgetreden. Dat een verkeersbesluit ontbreekt, staat, gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1510, niet in de weg aan de bevoegdheid van het college om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de auto van [appellante] weg te slepen. Uit de plaatsing van het bord en het onderbord met de pijl naar links volgt duidelijk dat het verbod om te parkeren in ieder geval gold voor de twee aangrenzende parkeerplaatsen, waar [appellante] ook heeft geparkeerd. De Afdeling kan zich daarom vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 7 tot en met 7.7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. 3. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer w.g. Engele griffier 1033