Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-01
ECLI:NL:RBAMS:2025:7212
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,662 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/871
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen
Edsons & Partners Vastgoed Adviseur B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: [gemachtigde eiseres] )
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van verweerder om de auto van eiseres weg te slepen. Volgens verweerder stond de auto geparkeerd in strijd met een parkeerverbod. Eiseres is het niet eens met dat besluit. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of verweerder de auto mocht wegslepen.
1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder de auto van eiseres mocht wegslepen. Eiseres krijgt geen gelijk en krijgt de kosten die zij heeft moeten betalen voor het wegslepen van haar auto daarom niet terug.
Procesverloop
2. Op 20 juli 2024 heeft verweerder bestuursdwang toegepast door de auto van eiseres weg te slepen en de kosten daarvan in rekening te brengen bij eiseres.
2.1.
Met het bestreden besluit van 14 januari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de toepassing van de bestuursdwang ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Inleiding
3. Op 19 juli 2024 om 08:31 uur hebben gemeentelijke toezichthouders situatiefoto’s gemaakt van de parkeerstrook in de [adres] in [vestigingsplaats] . Op die foto’s zijn op de stoep evenwijdig aan de geparkeerde auto’s drie verkeersborden (hierna; de verkeersborden) te zien. Met de verkeersborden werd aangegeven dat een deel van de parkeerstrook op 20 juli 2024 van 07:00 uur tot 17:00 uur als laad- en losplek moest worden aangemerkt en daar niet geparkeerd mocht worden. De auto van eiseres is op 20 juli 2024 om 08:12 uur weggesleept uit de [adres] . Dat is volgens eiseres onrechtmatig gebeurd, omdat volgens haar niet kenbaar en duidelijk was dat er een parkeerverbod gold. Ook vindt eiseres dat verweerder niet zorgvuldig heeft gehandeld en haar had moeten waarschuwen voordat de auto werd weggesleept. Daarnaast was het volgens eiseres niet noodzakelijk om de auto weg te slepen, omdat de auto geen hinder veroorzaakte. Eiseres verzoekt de rechtbank het bestreden besluit te vernietigen en verweerder te veroordelen in de proceskosten. Daarnaast vraagt eiseres vergoeding van de schade, bestaande uit de gemaakte taxikosten op de dag van het wegslepen van de auto. Hierna zal de rechtbank de beroepsgronden van eiseres bespreken.
3.1.
Bij deze uitspraak is een bijlage met de relevante wet- en regelgeving gevoegd.
Is het bestreden besluit aan bezwaarmaker gericht?
4. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit niet tijdig aan haar bekend is gemaakt en zich ten onrechte richt tot haar directeur in plaats van tot haar als rechtspersoon.
4.1.
Omdat de beslistermijn van verweerder geen fatale termijn is en eiseres geen ingebrekestelling aan verweerder heeft verzonden, heeft eiseres haar beroepsgrond over de beslistermijn op zitting laten vallen. De beroepsgrond over de adressering van het bestreden besluit slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit is gericht aan eiseres. Dat de bezwaarschriftencommissie in haar advies de directeur van eiseres aanmerkt als bezwaarmaker, betekent niet dat verweerder niet in het bestreden besluit naar dat advies heeft kunnen verwijzen.
Was het parkeerverbod kenbaar en duidelijk voor weggebruikers?
5. Volgens eiseres was het niet kenbaar dat er op 20 juli 2024 een parkeerverbod gold op de plek waar haar auto geparkeerd stond. De verkeersborden waren daarvoor volgens haar niet afdoende. Zij checkt namelijk op de website van de gemeente of er verkeersbesluiten zijn genomen en krijgt daar ook meldingen van, maar in dit geval was er geen verkeersbesluit gepubliceerd. Daarnaast waren de verkeersborden volgens eiseres niet twee dagen voorafgaand aan het parkeerverbod geplaatst en waren ze niet duidelijk zichtbaar. Er stonden volgens eiseres hoge auto’s, schaftwagens en cabines voor de verkeersborden. Ook was niet duidelijk op welk gedeelte van de parkeerstrook het parkeerverbod gold, omdat het gedeelte dat in de praktijk met de verkeersborden als laad- en losplek was aangemerkt langer was dan in het aanwijzingsbesluit en het rapport van bevindingen is vastgelegd. Eiseres stelt dat de verkeersborden dus ver uit elkaar stonden en ook daarom niet goed zichtbaar waren. Ter vergelijking verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2896. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de aldaar relevante verkeersborden niet waren geplaatst in overeenstemming met de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeersvoorschriften, waardoor het college van burgermeester en wethouders niet tot kostenverhaal voor het wegslepen had mogen overgaan.
5.1.
Verweerder bevestigt dat geen verkeersbesluit is gepubliceerd en dat de parkeerstrook waar het parkeerverbod gold in de praktijk langer was dan in het aanwijzingsbesluit en het rapport van bevindingen is vastgelegd. Volgens verweerder is het echter zo dat weggebruikers de onderzoeksplicht hebben om bij het parkeren de feitelijke situatie na te gaan. Zij moeten op verkeersborden kijken of er een parkeerverbod geldt. Verweerder betoogt dat eiseres de verkeersborden heeft kunnen en moeten zien en had moeten opvolgen. Verweerder stelt dat de verkeersborden niet pas zijn geplaatst op 19 juli 2024 om 08:31 uur. Wel hebben toezichthouders op dat moment foto’s gemaakt van de verkeersborden en de auto’s die toen al geparkeerd stonden, zodat die auto’s de volgende dag kosteloos werden verwijderd. Auto’s zoals die van eiseres, die na dat moment zijn geparkeerd en op 20 juli 2024 geparkeerd stonden in strijd met het parkeerverbod, zijn weggesleept op kosten van de eigenaar.
5.2.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt verweerder in zijn betoog dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de situatie ter plaatse bepalend is voor de vraag of een parkeerverbod van kracht is. Zelfs als verkeersborden niet zijn geplaatst met inachtneming van geldende voorschriften of het aanwijzingsbesluit, moeten die borden worden opgevolgd. Verkeersdeelnemers moeten zich er dus van vergewissen wat op ter plaatse bevindende verkeersborden is aangegeven. Beoordeeld moet worden of de verkeersborden in dit geval als zodanig herkenbaar en zichtbaar waren. Daarbij gaat de rechtbank uit van de foto’s die op 19 en 20 juli 2024 zijn gemaakt van de situatie ter plaatse.
5.3.
Uit de foto’s van 19 en 20 juli 2024 blijkt dat verweerder de laad- en losplek in overeenstemming met de verkeersvoorschriften heeft aangegeven. Op de stoep, evenwijdig aan de parkeerstrook, stonden drie borden. Er stond en middenbord met pijlen naar weerskanten en een begin- en een eindbord die met een pijl verwezen naar het middenbord. Hoewel de afstand waarvoor het parkeerverbod gold groter was dan was aangegeven in het rapport van bevindingen en het aanwijzingsbesluit, waren de verkeersborden duidelijk zichtbaar. Uit de foto’s blijkt ook dat de auto van eiseres stond geparkeerd tussen twee van de borden en niet dat die borden aan het zicht waren onttrokken. Hoewel de rechtbank niet precies kan vaststellen wanneer de verkeersborden zijn geplaatst, is niet in geschil dat de auto van eiseres pas na het plaatsten van de borden is geparkeerd. Degene die de auto van eiseres heeft geparkeerd had zich van het parkeerverbod kunnen en moeten vergewissen. De uitspraak van de Afdeling waarnaar eiseres verwijst, gaat over een geval waarin sprake was van één bord dat niet op juiste wijze langs de rijbaan, maar tegen de rijrichting in en achter een container was geplaatst. Daarvan is in dit geval geen sprake.
Heeft verweerder gehandeld in overeenstemming met het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel?
6. Eiseres voert aan verweerder haar had moeten waarschuwen voordat hij overging tot het wegslepen van haar auto. Volgens eiseres heeft een toezichthouder dat namelijk bij in ieder geval één buurvrouw ook gedaan. Om dat te onderbouwen heeft eiseres op de zitting een schermafbeelding van een whatsappbericht uit een whatsapp met de buurvrouw overgelegd. Ook wijst eiseres op dossierstuk 3, ‘Melding [nummer] ’, zoals aangeleverd door verweerder. In dat stuk is opgenomen dat op 20 juli 2024 melding is gedaan van overtreding van het parkeerverbod. Verder is opgenomen hoe de melding is afgehandeld. Er staat: “1 x verplaatst 1 keer weggehaald eigenaar en 1 x weggesleept".
6.1.
Verweerder betoogt dat het zo kan zijn dat personen die net komen aanlopen worden gewaarschuwd door de toezichthouders, maar dat niet wordt gewaarschuwd door bij mensen aan te bellen. Verder worden de auto’s die al op de foto’s van 19 juli 2024 stonden, kosteloos verplaatst, maar de auto van eiseres stond toen daar nog niet.
6.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitkomst betekent dat eiseres de kosten die zij heeft betaald voor het wegslepen van haar auto niet terugkrijgt. Zij krijgt ook het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Klinkhamer, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Op grond van artikel 5:25 van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
Op grond van artikel 170, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) behoort tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig, indien met het voertuig bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
Op grond van artikel 173, eerste lid, onder a, van de Wvw 1994 worden bij algemene maatregel van bestuur de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen.
Op grond van artikel 173, tweede lid, onder c, van de Wvw 1994 worden bij gemeentelijke verordening nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval de aanwijzing van de weggedeelten en wegen voor welke de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c geldt.
Op grond van artikel 2 van de Wegsleepverordening [vestigingsplaats] 2017, voor zover thans van belang, worden als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wvw 1994 aangewezen alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente [vestigingsplaats] voor zover die behoren tot een van de in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.
In artikel 2, aanhef en onder f, van het Besluit wegslepen van voertuigen is bepaald dat de soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onder a, van de Wvw 1994 zijn gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
In artikel 24, eerste lid en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is bepaald dat een bestuurder zijn voertuig niet mag parkeren op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.
Verweerder heeft vastgesteld dat met de borden een parkeerverbod voor 44,79 meter (ongeveer 9 parkeerplaatsen) is aangegeven. Volgens het aanwijzingsbesluit zou het om 5 parkeerplaatsen gaan.
Verweerder wijst op de uitspraken van de Afdeling van 13 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4218, en 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3617.
Vgl. de uitspraken van de Afdeling van 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3625, en 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1510.
Verweerder verwijst naar de wettekst in artikel 170, eerste lid, onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.