Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2022-03-22
ECLI:NL:RBZWB:2022:6513
Strafrecht
Raadkamer
3,670 tokens
Dictum
[klager]
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],woonplaats kiezende ten kantore van mr. K.C.A.M. Oomen, Julianalaan 1, 4819 AB Breda
hierna te noemen: klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 7 oktober 2021 onder klager in beslag zijn genomen: een boot met toebehoren en bijbehorende trailer, een vishengel.
het klaagschrift, ingediend op 28 oktober 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
het verweerschrift van de officier van justitie; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 8 maart 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en mr. B. van der Werf als, waarnemend, gemachtigd raadsvrouw van klager.
Tevens aanwezig is mevrouw [tolk], beëdigd tolk in de Roemeense taal.
Namens klager is aangevoerd dat er op 7 oktober 2021 te Moerdijk onder klager meerdere goederen in beslag zijn genomen waaronder een boot, boottrailer, vishengel en sonar. Klager is rechthebbende over voornoemde goederen. Een eerder verzoek tot teruggave van voornoemde goederen bij het Openbaar Ministerie heeft geen doel getroffen. het belang van strafvordering verzet zich niet langer tegen de gevraagde teruggave. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt tot gegrondverklaring van zijn klaagschrift onder teruggave van de goederen aan klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld niet te zullen overgaan tot teruggave van de in beslag genomen goederen. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de goederen zal bevelen.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de rechtbank, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:379 (https://www.navigator.nl/document/id12ee88abfa644cd3861417ec5b4d9cda?anchor=id-3b75fcf8-2685-4550-92bf-b6a83e564b80)).
In de raadkamer heeft de officier van justitie erop gewezen dat klager op 7 oktober 2021 al een gewaarschuwd man was. Klager zou al eerder gezien zijn en aangesproken zijn op het stropen van vissen. Klager heeft verklaard niet eerder gewaarschuwd dan wel aangesproken te zijn door politie en justitie. Daarnaast ontkent klager vissen te hebben gestroopt en verklaart hij in het bezit te zijn van een vispas. Mocht een strafrechter, later oordelend, enige vorm van stroperij wettig en overtuigend bewezen verklaren dan zou het volgens klager gaan om het stropen van drie snoekbaarzen. De waarde van de in beslag genomen goederen is volgens klager ruim € 5.000,00.
Uit de voor de rechtbank beschikbare stukken, waaronder het eindproces-verbaal en het strafblad van verzoeker, blijkt niet dat klager eerder is aangesproken op het stropen van vissen of daarvoor staande dan wel aan is gehouden. Gelet op de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de boot met toebehoren en de vishengel zal bevelen. Dat betekent dat er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag. Niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de boot met toebehoren en de vishengel is aan te merken. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van de boot met toebehoren en de vishengel aan klager gelasten.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave aan klager van:
- werphengel met molen, Westin scandinavia, powerstrike-T en Ninja type molen: LT2500;
- open merkloze boot met 8PK Honda staartmotor, fishfinder en zelfbouw boot trailer.
Deze beslissing is op 22 maart 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Luijten en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
Dictum
[klager]
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],woonplaats kiezende ten kantore van mr. K.C.A.M. Oomen, Julianalaan 1, 4819 AB Breda
hierna te noemen: klager.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 7 oktober 2021 onder klager in beslag zijn genomen: een boot met toebehoren en bijbehorende trailer, een vishengel.
het klaagschrift, ingediend op 28 oktober 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
het verweerschrift van de officier van justitie; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 8 maart 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en mr. B. van der Werf als, waarnemend, gemachtigd raadsvrouw van klager.
Tevens aanwezig is mevrouw [tolk], beëdigd tolk in de Roemeense taal.
Namens klager is aangevoerd dat er op 7 oktober 2021 te Moerdijk onder klager meerdere goederen in beslag zijn genomen waaronder een boot, boottrailer, vishengel en sonar. Klager is rechthebbende over voornoemde goederen. Een eerder verzoek tot teruggave van voornoemde goederen bij het Openbaar Ministerie heeft geen doel getroffen. het belang van strafvordering verzet zich niet langer tegen de gevraagde teruggave. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt tot gegrondverklaring van zijn klaagschrift onder teruggave van de goederen aan klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld niet te zullen overgaan tot teruggave van de in beslag genomen goederen. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de goederen zal bevelen.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de rechtbank, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:379 (https://www.navigator.nl/document/id12ee88abfa644cd3861417ec5b4d9cda?anchor=id-3b75fcf8-2685-4550-92bf-b6a83e564b80)).
In de raadkamer heeft de officier van justitie erop gewezen dat klager op 7 oktober 2021 al een gewaarschuwd man was. Klager zou al eerder gezien zijn en aangesproken zijn op het stropen van vissen. Klager heeft verklaard niet eerder gewaarschuwd dan wel aangesproken te zijn door politie en justitie. Daarnaast ontkent klager vissen te hebben gestroopt en verklaart hij in het bezit te zijn van een vispas. Mocht een strafrechter, later oordelend, enige vorm van stroperij wettig en overtuigend bewezen verklaren dan zou het volgens klager gaan om het stropen van drie snoekbaarzen. De waarde van de in beslag genomen goederen is volgens klager ruim € 5.000,00.
Uit de voor de rechtbank beschikbare stukken, waaronder het eindproces-verbaal en het strafblad van verzoeker, blijkt niet dat klager eerder is aangesproken op het stropen van vissen of daarvoor staande dan wel aan is gehouden. Gelet op de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de boot met toebehoren en de vishengel zal bevelen. Dat betekent dat er geen strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag. Niet is gebleken dat een ander dan klager redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de boot met toebehoren en de vishengel is aan te merken. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag gegrond verklaren en de teruggave van de boot met toebehoren en de vishengel aan klager gelasten.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave aan klager van:
- werphengel met molen, Westin scandinavia, powerstrike-T en Ninja type molen: LT2500;
- open merkloze boot met 8PK Honda staartmotor, fishfinder en zelfbouw boot trailer.
Deze beslissing is op 22 maart 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Luijten en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).