Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-12-20
ECLI:NL:RBROT:2024:13025
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Voorlopige voorziening
5,772 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/10960
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Rotterdam, verzoekers
(gemachtigde: mr. M.B. Visser),
en
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester
(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam (Woonstad).
Inleiding
1.1
Met het bestreden besluit van 29 november 2024 heeft de burgemeester de woning aan de [adres] te Rotterdam (de woning) gesloten voor de duur van drie maanden op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, bijgestaan door [persoon A] (namens het Centrum voor Dienstverlening), de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van de burgemeester, [persoon B] en mr. J.P. Langenbach (namens de burgemeester).
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoekers zijn huurders van de woning. Woonstad is de eigenaar van de woning. Woonstad verhuurt de woning aan de gemeente. Op 21 december 2015 heeft de gemeente de woning, onder de naam (z)Onder Dak, onder voorwaarden in gebruik gegeven aan verzoekers. Verzoekers wonen samen met hun kinderen in de woning.
3.1.
De burgemeester heeft de woning gesloten omdat uit de bestuurlijke rapportage van 7 oktober 2024 (de rapportage) volgt dat sprake is van een langdurige en stelselmatige overlast die wordt veroorzaakt door de bewoners en bezoekers van de woning. Deze overlast is volgens de burgemeester van zodanige aard dat sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. De veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning wordt in ernstige mate bedreigd. Volgens de burgemeester rechtvaardigt dit een sluiting van de woning met drie maanden.
3.2.
In de rapportage staan meldingen over (leden van) het gezin over de periode 2022 tot en met 2024. De rapportage vermeldt dat alle daarin genoemde meldingen zich in de directe omgeving van de woning afspelen. De meldingen over 2023 en 2024 hebben betrekking op:
- bedreigingen door gezinsleden van verzoekers van een flatbewoner (5/9/24), een buurtbewoner (24/9/24), een medewerkster van een eetgelegenheid op 50 meter afstand van de woning (13/9/24) en van een bewoner (31/7/24);
- dubbel parkeren voor de flat door een gezinslid van verzoekers waarbij deze een agent beledigde (28/8/24);
- hangen op de galerij voor de woning door gezinsleden van verzoekers (12/3/24 en 21/1/23), hangen op de galerij voor de woning waarbij een joint wordt gerookt, er een schreeuwpartij plaatsvond en een agent met de dood werd bedreigd (27/8/24) en hangen op de galerij voor de woning waarbij afval naar beneden wordt gegooid (22/6/2024);
- het zich hinderlijk ophouden voor de portiek van de woning door een gezinslid van verzoekers waarbij een joint werd gerookt en werd gezegd met de politie te willen vechten (26/8/24);
- diefstal van stroom in/uit de kelderbox (22/8/24);
- mishandeling van voorbijgangers door gezinsleden van verzoekers voor de deur van het flatgebouw na oogcontact met leden van het gezin die op de galerij stonden (13/8/24);
- het veroorzaken van overlast door het hangen in de kelderboxen door gezinsleden van verzoekers en de belemmering van de doorgang naar de kelderboxen (5/7/24) en het veroorzaken van overlast in de kelderboxen door een hennepgeur en muziek waarbij ook een agent werd beledigd (24/4/24);
- vechtpartij aan de Diergaardesingel waarbij een gezinslid van verzoekers een agent beledigt (26/3/24) en een vechtpartij waaraan een gezinslid deelnam op 100 meter afstand van de woning;
- het afsteken van een lawinepijl vanuit woning (25/1/24);
- het blowen in speeltuin door iemand die op een gezinslid van verzoekers wachtte (30/10/23) en het blowen van verzoeker voor zijn woning (26/8/24);
- overlast/het zich hinderlijk ophouden door een gezinslid van verzoekers voor een winkel op de West-Kruiskade (9/1/23) en voor een snackbar op het Kruisplein op 50 meter van de woning (26/6/23).
4. Verzoekers zijn niet eens met het bestreden besluit. Zij willen met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de woning open blijft, totdat er is beslist op hun bezwaarschrift. Zij voeren onder meer aan dat de incidenten, op een enkel geval na, niet zodanig ernstig zijn dat deze tezamen de sluiting van de woning kunnen dragen. Ook is de rapportage onvoldoende concreet, objectief en verifieerbaar onderbouwd, onder meer ten aanzien van de gestelde angstcultuur en dat een bewoner lid is van een drillrapgroep. Ook is geen sprake van een regelmatigheid van incidenten: in 2023 was het relatief rustig.
5. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter. In het kader van deze procedure heeft de burgemeester een aanvullende bestuurlijke rapportage van 3 december 2024 overgelegd. In deze rapportage staan recente meldingen met betrekking tot het gezin van verzoekers: blowen/vervelend doen bij een eetgelegenheid op 50 meter afstand woning (6/11/24), overlast op de galerij voor de woning (6/11/24), illegaal stroom aftappen in de kelderbox (6/11/24), bezit softdrugs op de Diergaardesingel (7/11/24), controle van een groep waarin zich twee gezinsleden bevonden (11/11/24), overlast door een gezinslid in een eetgelegenheid op 50 meter afstand van de woning (13/11/24) en agressief en beledigend gedrag richting agenten in de woning (18/11/24).
Wat vindt de voorzieningenrechter van deze zaak?
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
7. Dat er een spoedeisend belang is, is niet in geschil. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en zal daarom deze zaak inhoudelijk beoordelen.
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
8.1.
Op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning of een bij die woning behorend erf te sluiten indien door gedragingen in de woning of op het erf de openbare orde rond de woning of het erf ernstig wordt verstoord.
8.2.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft uitgelegd wanneer de burgemeester dit artikel kan inzetten. Dat kan als aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens moet worden vastgesteld dat de gedragingen zich in de woning of op het daarbij behorende erf voordoen, er langdurige overlast is die zich met grote regelmaat voordoet en die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Verder vergt verstoring van de openbare orde overlast waardoor de veiligheid en de gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd en geeft de overlast risico's voor de omgeving die te vergelijken zijn met drugsoverlast. Zodanige overlast kan slechts plaatsvinden bij gedragingen die op zichzelf ernstig zijn. Deze uitleg van de Afdeling sluit aan bij wat de wetgever wilde toen artikel 174a in de Gemeentewet is opgenomen.
9.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling dient in beginsel te worden uitgegaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal. Dit geldt eveneens voor op ambtseed of op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportages. Als de in een proces-verbaal vermelde bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van de betwisting, grond bestaat voor zodanig twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
9.2.
Gelet op deze vaste rechtspraak en wat verzoekers hebben aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de burgmeester de
bestuurlijke rapportage zoals genoemd in 3.1 en 3.2 niet aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen.
10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval niet bevoegd was om de woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet te sluiten. Zoals onder 8.2. overwogen, wordt in dit geval met een ernstige verstoring van de openbare orde bedoeld: een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning. De onder 3.2 beschreven overlast is ernstig.
Conclusie
11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 29 november 2024 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
12. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht vergoeden en krijgen verzoekers ook een vergoeding van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,-.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024.
De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4697, onder 2.4.1 en 2.4.2.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO5718.
Zie Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nrs. 5 en 7.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1123, en 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2826.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/10960
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Rotterdam, verzoekers
(gemachtigde: mr. M.B. Visser),
en
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester
(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam (Woonstad).
Inleiding
1.1
Met het bestreden besluit van 29 november 2024 heeft de burgemeester de woning aan de [adres] te Rotterdam (de woning) gesloten voor de duur van drie maanden op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, bijgestaan door [persoon A] (namens het Centrum voor Dienstverlening), de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van de burgemeester, [persoon B] en mr. J.P. Langenbach (namens de burgemeester).
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoekers zijn huurders van de woning. Woonstad is de eigenaar van de woning. Woonstad verhuurt de woning aan de gemeente. Op 21 december 2015 heeft de gemeente de woning, onder de naam (z)Onder Dak, onder voorwaarden in gebruik gegeven aan verzoekers. Verzoekers wonen samen met hun kinderen in de woning.
3.1.
De burgemeester heeft de woning gesloten omdat uit de bestuurlijke rapportage van 7 oktober 2024 (de rapportage) volgt dat sprake is van een langdurige en stelselmatige overlast die wordt veroorzaakt door de bewoners en bezoekers van de woning. Deze overlast is volgens de burgemeester van zodanige aard dat sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. De veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning wordt in ernstige mate bedreigd. Volgens de burgemeester rechtvaardigt dit een sluiting van de woning met drie maanden.
3.2.
In de rapportage staan meldingen over (leden van) het gezin over de periode 2022 tot en met 2024. De rapportage vermeldt dat alle daarin genoemde meldingen zich in de directe omgeving van de woning afspelen. De meldingen over 2023 en 2024 hebben betrekking op:
- bedreigingen door gezinsleden van verzoekers van een flatbewoner (5/9/24), een buurtbewoner (24/9/24), een medewerkster van een eetgelegenheid op 50 meter afstand van de woning (13/9/24) en van een bewoner (31/7/24);
- dubbel parkeren voor de flat door een gezinslid van verzoekers waarbij deze een agent beledigde (28/8/24);
- hangen op de galerij voor de woning door gezinsleden van verzoekers (12/3/24 en 21/1/23), hangen op de galerij voor de woning waarbij een joint wordt gerookt, er een schreeuwpartij plaatsvond en een agent met de dood werd bedreigd (27/8/24) en hangen op de galerij voor de woning waarbij afval naar beneden wordt gegooid (22/6/2024);
- het zich hinderlijk ophouden voor de portiek van de woning door een gezinslid van verzoekers waarbij een joint werd gerookt en werd gezegd met de politie te willen vechten (26/8/24);
- diefstal van stroom in/uit de kelderbox (22/8/24);
- mishandeling van voorbijgangers door gezinsleden van verzoekers voor de deur van het flatgebouw na oogcontact met leden van het gezin die op de galerij stonden (13/8/24);
- het veroorzaken van overlast door het hangen in de kelderboxen door gezinsleden van verzoekers en de belemmering van de doorgang naar de kelderboxen (5/7/24) en het veroorzaken van overlast in de kelderboxen door een hennepgeur en muziek waarbij ook een agent werd beledigd (24/4/24);
- vechtpartij aan de Diergaardesingel waarbij een gezinslid van verzoekers een agent beledigt (26/3/24) en een vechtpartij waaraan een gezinslid deelnam op 100 meter afstand van de woning;
- het afsteken van een lawinepijl vanuit woning (25/1/24);
- het blowen in speeltuin door iemand die op een gezinslid van verzoekers wachtte (30/10/23) en het blowen van verzoeker voor zijn woning (26/8/24);
- overlast/het zich hinderlijk ophouden door een gezinslid van verzoekers voor een winkel op de West-Kruiskade (9/1/23) en voor een snackbar op het Kruisplein op 50 meter van de woning (26/6/23).
4. Verzoekers zijn niet eens met het bestreden besluit. Zij willen met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de woning open blijft, totdat er is beslist op hun bezwaarschrift. Zij voeren onder meer aan dat de incidenten, op een enkel geval na, niet zodanig ernstig zijn dat deze tezamen de sluiting van de woning kunnen dragen. Ook is de rapportage onvoldoende concreet, objectief en verifieerbaar onderbouwd, onder meer ten aanzien van de gestelde angstcultuur en dat een bewoner lid is van een drillrapgroep. Ook is geen sprake van een regelmatigheid van incidenten: in 2023 was het relatief rustig.
5. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter. In het kader van deze procedure heeft de burgemeester een aanvullende bestuurlijke rapportage van 3 december 2024 overgelegd. In deze rapportage staan recente meldingen met betrekking tot het gezin van verzoekers: blowen/vervelend doen bij een eetgelegenheid op 50 meter afstand woning (6/11/24), overlast op de galerij voor de woning (6/11/24), illegaal stroom aftappen in de kelderbox (6/11/24), bezit softdrugs op de Diergaardesingel (7/11/24), controle van een groep waarin zich twee gezinsleden bevonden (11/11/24), overlast door een gezinslid in een eetgelegenheid op 50 meter afstand van de woning (13/11/24) en agressief en beledigend gedrag richting agenten in de woning (18/11/24).
Wat vindt de voorzieningenrechter van deze zaak?
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
7. Dat er een spoedeisend belang is, is niet in geschil. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en zal daarom deze zaak inhoudelijk beoordelen.
Was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
8.1.
Op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning of een bij die woning behorend erf te sluiten indien door gedragingen in de woning of op het erf de openbare orde rond de woning of het erf ernstig wordt verstoord.
8.2.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft uitgelegd wanneer de burgemeester dit artikel kan inzetten. Dat kan als aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens moet worden vastgesteld dat de gedragingen zich in de woning of op het daarbij behorende erf voordoen, er langdurige overlast is die zich met grote regelmaat voordoet en die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Verder vergt verstoring van de openbare orde overlast waardoor de veiligheid en de gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd en geeft de overlast risico's voor de omgeving die te vergelijken zijn met drugsoverlast. Zodanige overlast kan slechts plaatsvinden bij gedragingen die op zichzelf ernstig zijn. Deze uitleg van de Afdeling sluit aan bij wat de wetgever wilde toen artikel 174a in de Gemeentewet is opgenomen.
9.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling dient in beginsel te worden uitgegaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal. Dit geldt eveneens voor op ambtseed of op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportages. Als de in een proces-verbaal vermelde bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van de betwisting, grond bestaat voor zodanig twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
9.2.
Gelet op deze vaste rechtspraak en wat verzoekers hebben aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de burgmeester de
bestuurlijke rapportage zoals genoemd in 3.1 en 3.2 niet aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen.
10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval niet bevoegd was om de woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet te sluiten. Zoals onder 8.2. overwogen, wordt in dit geval met een ernstige verstoring van de openbare orde bedoeld: een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning. De onder 3.2 beschreven overlast is ernstig.
Conclusie
11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 29 november 2024 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
12. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de burgemeester het griffierecht vergoeden en krijgen verzoekers ook een vergoeding van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,-.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024.
De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4697, onder 2.4.1 en 2.4.2.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO5718.
Zie Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nrs. 5 en 7.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1123, en 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2826.