Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-11-01
ECLI:NL:RBROT:2024:10880
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,514 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11139807 CV EXPL 24-14268
datum uitspraak: 1 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
KAV Autoverhuur B.V.,
vestigingsplaats: Amstelveen,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder S. Baldinger,
tegen
[gedaagde] ,
die handelt onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘KAV’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 31 mei 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de aantekeningen van de griffier van de zitting;
de aanvullende bijlagen die door KAV tijdens de zitting zijn overgelegd;
de akte na mondelinge behandeling van KAV, met bijlagen;
een tweetal aktes (7 augustus en 4 september 2024) van [gedaagde] , met bijlagen.
1.2.
Op 23 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. De zaak is vervolgens naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door KAV. [gedaagde] heeft hierop gereageerd.
1.3.
KAV heeft bezwaar gemaakt tegen de akte van [gedaagde] van 7 augustus 2024. Voor zover [gedaagde] nieuwe verweren aanvoert en bijlagen heeft ingediend die geen betrekking hebben op het schaderapport of aanvullende getuigenverklaringen, worden die door de kantonrechter buiten beschouwing gelaten. [gedaagde] heeft na de zitting immers (uitsluitend) de gelegenheid gekregen om te reageren op het schaderapport dat KAV alsnog in het geding heeft gebracht en om eventuele aanvullende getuigenverklaringen te overleggen. Ook de tweede akte van [gedaagde] van 4 september 2024, voor zover hij daarin andere zaken aan de orde stelt dan een reactie op de door KAV overgelegde producties, wordt buiten beschouwing gelaten
Beoordeling
waar gaat de zaak over
2.1.
[gedaagde] heeft een onderneming die pakketten bezorgt. [gedaagde] huurde voor de bezorging van de pakketten geregeld bestelbusjes bij KAV. Tijdens een rit van een bezorger van [gedaagde] op 4 mei 2023 is een bestelbus (een Volkswagen Caddy) te water geraakt. Hierdoor is forse schade ontstaan aan de bestelbus. Volgens KAV is dit te wijten aan het handelen van de bezorger. Tijdens het afleveren van een pakketje is de bestelbus niet (of niet goed) op de handrem gezet, waardoor de bus is gaan rollen en in het water terecht is gekomen. KAV meent dat de geleden schade van € 10.997,21 op grond van de algemene huurvoorwaarden (voluit: Algemene huurvoorwaarden van KAV Autoverhuur B.V.) volledig voor rekening van [gedaagde] komt. Daarnaast is [gedaagde] ook rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
2.2.
[gedaagde] betwist de vordering van KAV. Er kan hem, of de bezorger die de bestelbus bestuurde, geen verwijt worden gemaakt. De bestelbus is door een technische fout gaan rollen en te water geraakt. De bezorger heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat de auto in het water terecht zou komen. [gedaagde] wijst erop dat hij het eigen risico heeft afgekocht.
algemene huurvoorwaarden
2.3.
KAV beroept zich op artikel 7 lid 1 en artikel 8 lid 3 van de algemene huurvoorwaarden.
Artikel 7 lid 1 bepaalt:
“Huurder dient op zorgvuldige wijze met het voertuig om te gaan en er voor te zorgen dat het voertuig overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt.”
Artikel 8 lid 3 bepaalt:
“Indien er een eigen risico in de huurovereenkomst is overeengekomen, is de aansprakelijkheid van huurder voor schade per schadegeval beperkt tot het bedrag van het eigen risico, tenzij:
- de schade is ontstaan tijdens of ten gevolge van handelen of nalaten in strijd met artikel 7; (…)
- de schade is ontstaan met goedvinden van, of door opzet of grove schuld van huurder;
(…)”
onzorgvuldig handelen
2.4.
KAV wijst in de dagvaarding op artikel 7 van de algemene huurvoorwaarden, zonder dit verder te onderbouwen. Voor zover KAV bedoelt zich op het standpunt te stellen dat [gedaagde] gehouden is tot vergoeding van de volledige schade in verband met handelen of nalaten in strijd met artikel 7 van de algemene huurvoorwaarden omdat sprake is geweest van onzorgvuldig handelen, gaat dit beroep niet op. De ruime uitleg die KAV op deze manier geeft aan dit artikel van de algemene huurvoorwaarden zou tot de conclusie moeten leiden dat ook een huurder die zijn eigen risico heeft afgekocht, zoals [gedaagde] heeft gedaan, bij iedere vorm van onzorgvuldig handelen van een bezorger toch de (volledige) schade zou moeten dragen. De kantonrechter is van oordeel dat, voor zover de door KAV gehanteerde ruime uitleg van deze bepaling al juist zou zijn, dat dit beding jegens [gedaagde] onredelijk bezwarend is. De kantonrechter vat de verweren van [gedaagde] – die in deze procedure zonder gemachtigde procedeert – op als een verzoek tot vernietiging van deze bepaling in de algemene huurvoorwaarden. Dit beding zal dan ook buiten toepassing worden gelaten.
grove schuld
2.5.
Dan komt de kantonrechter toe aan de stelling van KAV dat sprake is geweest van grove schuld (art. 8 lid 3 van de algemene voorwaarden, op opzet is geen beroep gedaan). Partijen verschillen van mening over wat er precies is voorgevallen op 4 mei 2023. De kantonrechter laat dit in het midden. Als de lezing van KAV wordt gevolgd en het inderdaad zo is dat de bezorger van [gedaagde] de bestelbus met een draaiende motor niet op de handrem heeft gezet, waardoor de bus heeft kunnen wegrollen, is hier naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van grove schuld. Hiervoor is het volgende redengevend.
2.6.
Wat moet worden verstaan onder grove schuld is in de algemene voorwaarden niet toegelicht. Er zal worden aangesloten bij de rechtspraak van de Hoge Raad over dit begrip. Uit die rechtspraak volgt dat van grove schuld sprake is bij een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld (HR 12 maart 1954, NJ 1955, 386). Dit wordt ook wel aangeduid als bewuste roekeloosheid. Daarvan is onder meer sprake bij het bewust nemen van te grote risico’s (HR 12 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2524). Of sprake is van grove schuld moet worden beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval.
2.7.
Het is op zichzelf genomen geen onbekend verschijnsel dat een pakketbezorger even snel een pakketje afgeeft en daarbij de motor van de bestelbus laat draaien. Het is in principe onzorgvuldig als in zo’n situatie de bus niet op de handrem wordt gezet. Maar in de snelheid en hectiek van het werken als pakketbezorger, die vele malen per dag in en uit de bus moet springen om een pakketje te bezorgen, is zo’n fout echter snel gemaakt. Over het algemeen hoeft een bezorger er niet op bedacht te zijn dat de bus zomaar begint te rollen, meters verder doorrolt en vervolgens in het water beland. Ook niet als de bus, zoals hier blijkbaar het geval is geweest, half op een stoeprand is geparkeerd, die volgens KAV als een soort helling moet hebben gefungeerd. De bus stond niet langs de waterkant waar het gras afloopt naar het water toe maar stond aan de andere kant van de straat. Er is niet gesteld of gebleken dat de weg daar al zichtbaar schuin afloopt richting het water en dit blijkt ook niet uit de foto’s. De bezorger had onder deze omstandigheden niet het risico hoeven in te calculeren dat de bus van de stoeprand zou kunnen schieten of glijden en meters verder het water in zou rijden, als hij het voertuig niet op de handrem zou zetten. Gelet op dit alles is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat sprake is geweest van grove schuld.
niet tijdig het schadeformulier ingediend
2.8.
Ter zitting heeft KAV zich nog op het standpunt gesteld dat [gedaagde] de schade volledig moet betalen omdat zij te laat (niet binnen 48 uur) het volledige schadeformulier heeft ingediend bij KAV. De schade is op 4 mei 2023 ontstaan en het volledig ingevulde schadeformulier is gedateerd 9 mei 2023. [gedaagde] heeft ter zitting uitgelegd dat hij op 5 mei direct een melding heeft gedaan van de schade bij de vestiging van KAV en met meerdere (met naam genoemde) personen hierover heeft gesproken. De kantonrechter is van oordeel dat niet valt in te zien op welke wijze KAV is benadeeld doordat het schadeformulier niet binnen 48 uur maar enkele dagen is ingediend door [gedaagde] . Dit kan dan ook niet leiden tot toewijzing van de vordering van KAV.
2.9.
De kantonrechter komt gelet op alles wat hiervoor is overwogen tot de slotsom dat de vordering van KAV moet worden afgewezen.
proceskosten
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van KAV, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten aan de kant van [gedaagde] op nihil, aangezien hij in persoon heeft geprocedeerd.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering van KAV af;
3.2.
veroordeelt KAV in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
540