Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-10-24
ECLI:NL:RBROT:2024:10509
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,075 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/4439
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2024 in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. N. Roos),
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. S. Ercan).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor vervanging van huisraad (koelkast) op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen.
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 25 september 2023 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 15 maart 2024 (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en namens het college de gemachtigde en mr. W. Breure.
Beoordeling
2. Eiseres woont samen met haar meerderjarige zoon. Zij ontvangt een bijstandsuitkering. Op 16 augustus 2023 heeft zij bij het college een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor een koelkast, omdat haar oude koelkast stuk is en zij zelf geen nieuwe koelkast kan betalen. Met het primaire besluit is de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit heeft het college het primaire besluit gehandhaafd. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat de door eiseres gevraagde kosten algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zijn. Deze kosten zijn voorzienbaar en vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Pw. Eiseres had daarom zelf voor deze kosten moeten sparen. Het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en eventueel daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichtingen, kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw.
3. Eiseres stelt in beroep dat de kosten waarvoor zij bijzondere bijstand heeft gevraagd voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, nu zij de gevraagde kosten niet uit algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kan voldoen. Eiseres verwijst ter ondersteuning naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 29 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1094. Eiseres stelt verder dat zij is gediagnostiseerd met “schizofrenie paranoïde”. Eiseres betoogt dat schizofrenie zich uit in een verandering in denken, gevoel en gedrag. Op basis van haar ziektebeeld kan eiseres niet worden verweten dat zij niet heeft gespaard voor de kosten voor vervanging van een koelkast.
4. Volgens vaste rechtspraak van de Raad, bijvoorbeeld de uitspraak van 14 mei 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1069), moet degene die een aanvraag doet om bijzondere bijstand aannemelijk maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van die bijstand.
4.1.
Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandsverlenende instantie een zekere beoordelingsruimte.
4.2.
De kosten voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen worden, volgens vaste rechtspraak van de Raad, (bijvoorbeeld de uitspraak van 15 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:129), gerekend tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, ook als dat een inkomen is op bijstandsniveau, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Bijzondere bijstand wordt alleen verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen op bijstandsniveau en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. De omstandigheid dat de alleenstaande of het gezin al dan niet de mogelijkheid heeft gehad om te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden (zie de uitspraak van de Raad van 5 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:411).
Geschil
6. Vervanging van duurzame gebruiksgoederen door slijtage is voorzienbaar en van eiseres mocht daarom worden verlangd dat zij voor de daarmee verband houdende kosten zou reserveren. Eiseres ontvangt sinds maart 2012 een bijstandsuitkering. Zij was een tijd onder bewind gesteld, maar na de opheffing daarvan per 15 januari 2021 mag worden aangenomen dat eiseres financieel weer voor zichzelf kon zorgen.
In de jaren 2021 en 2022 heeft eiseres in totaal € 240,- Individuele Inkomenstoeslag ontvangen. Over de jaren 2021, 2022 en 2023 heeft eiseres ook € 1.857,83 aan vakantiegeld ontvangen. Eiseres ontvangt voor de zorg- en huurtoeslag ongeveer € 350,- per maand.
Naar het oordeel van de rechtbank had eiseres voldoende reserveringsruimte en was er geen sprake van onvoorziene kosten. Dat de financiële situatie van eiseres haar heeft belemmerd in het sparen voor vervanging van de koelkast is niet gebleken. Eiseres had de vervanging van de koelkast dan ook uit eigen middelen kunnen voldoen. De verwijzing van eiseres naar de uitspraak van de Raad van 29 maart 2016 slaagt niet omdat geen sprake is van gelijke gevallen. Eiseres had voldoende financiële middel om te kunnen sparen.
Eiseres heeft overigens ook niet aannemelijk gemaakt dat de koelkast niet aangeschaft zou kunnen worden door middel van gespreide betaling achteraf.
7. Dat het eiseres niet is gelukt om voldoende te sparen in verband met haar medische situatie is naar het oordeel van de rechtbank niet met bewijsstukken onderbouwd. Zij heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat haar de reserveringseis redelijkerwijs niet tegengeworpen kon worden. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35 van de Pw. In een bijstandsuitkering wordt ruimte aanwezig geacht om te kunnen reserveren. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.