Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-10-01
ECLI:NL:RBOVE:2024:5102
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,208 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: ZWO 23/2184, 23/2185 en 23/2186
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1], [eiser 2], [eiser 3], [eiser 4], [eiser 5], [eiser 6], [eiser 7] en [eiser 8], uit [woonplaats], eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (hierna: het college), verweerder
(gemachtigde: mr. R.S. Wertheim).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet-ontvankelijk verklaren van hun bezwaren tegen drie omgevingsvergunningen.
1.1.
In drie afzonderlijke besluiten van 11 mei 2023 heeft het college aan [bedrijf] BV (hierna: de vergunninghouder) omgevingsvergunningen verleend voor het legaliseren van een schuilstal, een hooiberg en twee rijen zonnepanelen. Met drie afzonderlijke besluiten van 13 september 2023 (de bestreden besluiten) heeft het college de bezwaren van eisers tegen de besluiten van 11 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De beroepen tegen de besluiten over de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen zijn respectievelijk geregistreerd onder de zaaknummers ZWO 23/2184, ZWO 23/2185 en ZWO 23/2186.
1.3.
Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 9 juli 2024 op zitting behandeld. Op de zitting zijn verschenen de eisers [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3], [eiser 4] en [eiser 8]. Zij hebben als deskundige meegebracht ing. [naam 1] van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (hierna: de deskundige). Namens het college zijn verschenen zijn gemachtigde, mr. [naam 2], mr. [naam 3], ing. [naam 4] en [naam 5]. De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig behandeld met de beroepen van eisers met de zaaknummers ZWO 23/924, ZWO 23/2182, ZWO 23/2183 en ZWO 23/2187. De rechtbank zal in die andere zaken afzonderlijk uitspraak doen.
Beoordeling
Samenvatting
2. De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunningen voor de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen. Daaruit volgt dat het college de bezwaren van eisers tegen de besluiten van 11 mei 2023 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat zijn de relevante feiten en omstandigheden?
3. De rechtbank gaat bij de beoordeling van deze beroepen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
3.1.
De vergunninghouder heeft op het terrein [locatie] (hierna: het Buitengoed) een schuilstal, een hooiberg en een groot aantal zonnepanelen geplaatst. Het terrein heeft een oppervlakte van 14 hectare. Eisers wonen op korte afstand van de rand van het Buitengoed.
3.2.
Op 2 maart 2020 hebben eisers het college verzocht handhavend op te treden tegen elke niet passende activiteit en elk niet passend bouwwerk op het Buitengoed. Naar aanleiding daarvan heeft het college geconstateerd dat de schuilstal, de hooiberg en twee rijen zonnepanelen zijn geplaatst in strijd met het bestemmingsplan en dat daarvoor geen omgevingsvergunningen zijn verleend. Daarop heeft de vergunninghouder op 20 januari 2023 bij het college aanvragen ingediend voor omgevingsvergunningen ter legalisering van deze bouwwerken. In de besluiten van 11 mei 2023 heeft het college de gevraagde vergunningen verleend. In de bestreden besluiten heeft het college de bezwaren van eisers tegen de besluiten van 11 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
Zijn eisers belanghebbenden bij de omgevingsvergunningen?
4. Eisers stellen zich op het standpunt dat het college hun bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voeren aan dat zij er last van hebben dat het realiseren van de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen tot gevolg heeft dat het inrichtingsplan dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd niet meer kan worden uitgevoerd en dat het college daartegen niet handhavend optreedt.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunningen voor de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen. Daarom heeft het college de bezwaren van eisers terecht niet-ontvankelijk verklaard. Zij zal dit hierna toelichten.
4.2.
Uit de artikelen 7:1, eerste lid, en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat alleen belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen een besluit. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
4.3.
Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
4.4.
De rechtbank is het met het college eens dat kan worden uitgesloten dat eisers gevolgen van enige betekenis zullen ondervinden van de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen. De afstand tussen de percelen van eisers en deze bouwwerken is minimaal 200 meter. De percelen van eisers grenzen niet aan de percelen waarop de bouwwerken staan. Verder geldt dat eisers (onder meer door tussenliggende bebouwing) geen zicht hebben op de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen en dat eisers daarvan – zoals zij zelf ook hebben aangegeven – geen overlast ondervinden in de vorm van geluid of geur. De omstandigheid dat geen uitvoering wordt gegeven aan het inrichtingsplan geeft geen aanleiding voor een ander oordeel, omdat dit er niet aan afdoet dat eisers geen gevolgen van enige betekenis van de drie vergunde bouwwerken ondervinden. Hieruit volgt dat deze beroepsgrond niet slaagt.
Conclusie
5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunningen voor de schuilstal, de hooiberg en de zonnepanelen in stand blijven. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, voorzitter, en mr. V.P.K. van Rosmalen en mr. B.A.J. Haagen, leden, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
de voorzitter is verhinderd om
deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 6.1 van de uitspraak van de Afdeling van 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:958.