Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-10-10
ECLI:NL:RBOBR:2024:6795
Civiel recht
Bodemzaak
4,288 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 10592862 \ CV EXPL 23-2961
Vonnis van 10 oktober 2024
in de zaak van
MS DEURNE V.O.F.,
te Deurne,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: MS Deurne,
gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders,
tegen
AUTORIJSCHOOL A-DRIVE B.V.,
te Heesch,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: A-Drive,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, - de aantekeningen van het mondeling gegeven antwoord op de rolzitting van 13 juli 2023,- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte bestemd voor de mondelinge behandeling van MS Deurne,
- de mondelinge behandeling van 29 juli 2024 (waar A-Drive niet is verschenen).
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
MS Deurne verkoopt sportkleding. [naam vereniging ] (hierna: [naam vereniging ] ) is een voetbalvereniging. Namens [naam vereniging ] treedt onder andere [A] op als contactpersoon voor de sponsoring.
2.2.
MS Deurne heeft op 7 september 2022 per e-mail een offerte voor sportkleding verzonden naar [naam vereniging ] . Ten tijde van het verzenden van de offerte was nog niet bekend wie uiteindelijk als sponsor zou optreden.
2.3.
Op enig moment is A-Drive door [naam vereniging ] benaderd voor sponsoring. Op 6 november 2022 heeft A-Drive haar logo’s per e-mail verzonden naar [e-mailadres] . In de
e-mail is het volgende opgenomen:
‘Hierbij de logo’s in EPS formaat. Mocht de drukker nog iets nodig hebben, dan kan hij contact met me opnemen. Ter controle heb ik de afbeeldingen in PNG formaat ook toegevoegd.’
2.4.
De hiervoor geciteerde e-mail van 6 november 2022 is op 10 november 2022 vanuit het e-mailadres [e-mailadres] doorgestuurd naar MS Deurne met daarbij de volgende tekst:
‘Tbv offerte [1] .’
2.5.
Eveneens op 10 november 2022 is vanuit het e-mailadres [e-mailadres] als volgt gereageerd op de offerte van MS Deurne van 7 september 2022:
Akkoord,
Aub bestellen
14 x desna S zwart incl nr. 1 t/m 14
14 x fujin azurro incl [naam vereniging ] logo nr en sponsorlogo
Sponsor rijschool a drive’
2.6.
Op 17 november 2022 heeft MS Deurne een e-mail verzonden naar [e-mailadres] om akkoord te vragen voor een proefdruk van de kleding. De e-mail heeft de volgende inhoud:
‘Graag accoord (sic) vragen zie bijlage voor de JO13. Als het accoord (sic) is graag ook het juiste logo zonder zwarte schaduw aanleveren.’
2.7.
Deze e-mail is diezelfde dag vanuit het e-mailadres [e-mailadres] doorgestuurd naar A-Drive met de volgende inhoud:
‘Zie onderstaand bericht aub zsm.’
2.8.
Op 10 december 2022 heeft A-Drive een e-mail verzonden naar [e-mailadres] alsmede naar [A] met de volgende inhoud:
‘Hallo,
Hierbij de gevraagde gegevens:
Autorijschool A-Drive b.v.
Antenburgt 4
5384 db heesch
Mocht u nog meer gegevens nodig hebben, dan hoor ik het graag.
Met vriendelijke groeten,
Autorijschool A-drive’
2.9.
De hiervoor geciteerde e-mail is vervolgens vanuit het mailadres [e-mailadres] doorgestuurd naar MS Deurne waarna MS Deurne een factuur ter hoogte van € 1.057,57 aan A-Drive heeft verzonden.
2.10.
Op de mededeling van A-Drive aan MS Deurne dat de factuur niet voor haar bestemd zou zijn, reageerde MS Deurne op 23 december 2022 als volgt:
‘Volgens [naam vereniging ] zou dit zo toch echt zijn afgesproken. Zou je dit willen checken aub?’
2.11.
Op 27 december 2022 reageerde A-Drive als volgt op de hiervoor geciteerde e-mail:
‘Kan ik het factuur vooralsnog betalen?’
2.12.
Op 1 januari 2023 informeerde A-Drive bij MS Deurne naar de mogelijkheid om de factuur in twee keer te betalen. MS Deurne liet weten dat dit akkoord was. Betaling bleef vervolgens uit.
2.13.
Op 6 maart 2023 heeft A-Drive telefonisch contact gehad met de gemachtigde van MS Deurne in verband met de openstaande factuur. Diezelfde dag is door A-Drive een bedrag van € 300,- betaald. Op 9 maart 2023 heeft de gemachtigde van MS Deurne een brief met een betalingsregeling aan A-Drive verzonden. In de brief is onder meer het volgende opgenomen:
‘Hierbij bevestigen wij met u een regeling te hebben getroffen voor de openstaande vordering(en) met dossiernummer(s) [2] . […]
Tot op heden bent u verschuldigd € 934,20. Dit bedrag is exclusief de door u verschuldigde rente.
Uw regeling in het kort:
Een betaling van € 311,40 per maand, waarbij de eerste betaling op 30/04/2023 betaald dient te zijn, volgende termijnen dienen periodiek te worden overgemaakt totdat het volledige saldo incl. vervallen rente aan ons kantoor is voldaan […].’
2.14.
Op 16 juni 2023 heeft A-Drive nog een betaling van € 200,- aan MS Deurne verricht. Het restant van de factuur van MS Deurne is onbetaald gebleven.
Geschil
In conventie
3.1.
MS Deurne vordert - samengevat - dat A-Drive zal worden veroordeeld tot betaling van € 952,07 (inclusief de tot aan de datum van de dagvaarding – zijnde 23 juni 2023 - verschenen rente en buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der gehele betaling over een bedrag van € 757,57, met veroordeling van A-Drive in de kosten van de procedure. MS Deurne heeft aan haar vordering, zakelijk weergegeven, in de inleidende dagvaarding ten grondslag gelegd dat A-Drive uit hoofde van de verkoop en levering van goederen gehouden is tot betaling van de factuur van MS Deurne. Later heeft MS Deurne zich op het standpunt gesteld dat sprake is van sponsoring.
3.2.
A-Drive voert verweer. A-Drive concludeert tot niet-ontvankelijkheid van MS Deurne, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van MS Deurne. A-Drive stelt zich op het standpunt dat zij geen financiële verplichting heeft jegens MS Deurne omdat zij geen opdracht heeft gegeven aan MS Deurne en omdat zij nooit sportkleding heeft ontvangen.
A-Drive heeft voorts aangevoerd dat zij op 16 juni 2023 nog een bedrag van € 200,- heeft betaald aan MS Deurne en dat met die betaling geen rekening is gehouden in de dagvaarding.
In reconventie
3.3.
A-Drive vordert – samengevat – veroordeling van MS Deurne tot terugbetaling van de door haar betaalde € 500,-, vermeerderd met rente en kosten. A-Drive legt aan haar vordering, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. A-Drive stelt door MS Deurne onder druk te zijn gezet om over te gaan tot betaling. Om een juridische procedure te voorkomen heeft A-Drive € 500,- betaald. Nu MS Deurne toch een procedure heeft aangespannen, vordert A-Drive het door haar betaalde bedrag terug op grond van onverschuldigde betaling.
3.4.
MS Deurne voert verweer. MS Deurne concludeert tot niet-ontvankelijkheid van
A-Drive, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van A-Drive, met veroordeling van
A-Drive in de kosten van deze procedure.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
In conventie
4.1.
MS Deurne heeft in de inleidende dagvaarding het standpunt ingenomen dat tussen haar en A-Drive een koopovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan zij sportkleding verkocht aan A-Drive waarvoor A-Drive moet betalen. In de akte bestemd voor de mondelinge behandeling duidt MS Deurne meermaals op een sponsorovereenkomst. Op de vraag van de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling of de overeenkomst volgens MS Deurne daadwerkelijk moet kwalificeren als koopovereenkomst, is door de gemachtigde van MS Deurne het standpunt ingenomen dat sprake is van sponsoring. De kantonrechter vat de bewoordingen in de akte en de verklaring tijdens de mondelinge behandeling aldus op dat volgens MS Deurne bij nader inzien geen sprake is van een koopovereenkomst, maar van een sponsorovereenkomst.
4.2.
Zoals uit overweging 3.4 van dit vonnis volgt, heeft A-Drive zich op het standpunt gesteld dat zij geen financiële verplichting heeft jegens MS Deurne omdat zij nimmer een opdracht heeft gegeven aan MS Deurne en nooit sportkleding heeft ontvangen. Gelet op het standpunt van MS Deurne en het door A-Drive gevoerde verweer zal de kantonrechter allereerst de vraag beantwoorden of een sponsorovereenkomst tot stand is gekomen en zo ja tussen wie.
4.3.
Het antwoord op de vraag of een overeenkomst is tot stand gekomen, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (zie art. 3:35 in verband met art. 3:33 en 3:37 lid 1 BW (HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5352).
4.4.
Tussen partijen staat vast dat A-Drive door [naam vereniging ] is benaderd met het verzoek om [naam vereniging ] te sponsoren. In de akte bestemd voor de mondelinge behandeling heeft MS Deurne onweersproken gesteld dat A-Drive daarmee (mondeling) heeft ingestemd. Verder geldt dat A-Drive op enig moment haar logo en later haar factuurgegevens deelde met [naam vereniging ] . Naar het oordeel van de kantonrechter hebben aanbod en aanvaarding daarmee niet alleen uitdrukkelijk plaatsgevonden, maar ligt de aanvaarding door A-Drive ook besloten in haar gedragingen, namelijk in het delen van haar logo en haar factuurgegevens met [naam vereniging ] . Aldus is de kantonrechter van oordeel dat een sponsorovereenkomst tot stand gekomen tussen A-Drive en [naam vereniging ] . Hierna zal de kantonrechter bepalen wat de inhoud van deze sponsorovereenkomst is. Meer specifiek zal de kantonrechter beoordelen of uit de sponsorovereenkomst enige betalingsverplichting voor A-Drive voortvloeit en ten aanzien van wie die betalingsverplichting geldt.
4.5.
MS Deurne heeft onweersproken gesteld dat A-Drive via [naam vereniging ] een offerte voor sportkleding van MS Deurne heeft ontvangen en dat A-Drive daar via een Whatsappbericht mee akkoord is gegaan. Het akkoord via Whatsapp is volgens MS Deurne gegeven in reactie op de e-mail van 17 november 2022 van [e-mailadres] aan A-Drive. Omdat A-Drive akkoord is gegaan met de offerte van MS Deurne is de kantonrechter van oordeel dat de sponsorovereenkomst tussen A-Drive en [naam vereniging ] in ieder geval inhield dat A-Drive zich heeft verbonden tot betaling aan MS Deurne van de kosten van de sportkleding die MS Deurne (uiteindelijk) aan [naam vereniging ] leverde. Anders dan door A-Drive aangevoerd heeft
A-Drive aldus wel degelijk een betalingsverplichting jegens MS Deurne op zich genomen. Deze verplichting kwalificeert naar het oordeel van de kantonrechter als een derdenbeding als bedoeld in artikel 6:253 BW. Krachtens een derdenbeding verbindt een van de partijen (A-Drive) zich jegens de wederpartij (HCVH) tot een prestatie (betaling) aan een derde (MS Deurne). Uit de stellingen van MS Deurne volgt dat zij het derdenbeding heeft aanvaard. Het hiervoor weergegeven oordeel wordt versterkt door het feit dat A-Drive op enig moment afspraken met MS Deurne maakte over de betaling van de factuur en vervolgens ook nagenoeg de helft van de factuur heeft betaald (betaling veronderstelt schuld). A-Drive heeft nog wel gesteld dat zij de betalingen onder druk heeft verricht maar zij heeft daartoe onvoldoende aangevoerd. Dat de sportkleding niet aan A-Drive is geleverd (maar aan [naam vereniging ] ) en dat A-Drive zelf geen opdracht heeft gegeven aan MS Deurne, leidt ook niet tot een ander oordeel.
4.6.
A-Drive heeft verder nog als verweer aangevoerd dat zij op 16 juni 2023 een betaling van € 200,- heeft verricht aan MS Deurne en dat met die betaling geen rekening is gehouden in de dagvaarding. In de akte bestemd voor de mondelinge behandeling heeft MS Deurne erkend dat met dit bedrag geen rekening is gehouden in de dagvaarding. MS Deurne heeft vervolgens bevestigd dat A-Drive in totaal een bedrag van € 500,- heeft betaald.
4.7.
Gelet op al hetgeen hiervoor overwogen is de kantonrechter van oordeel dat tussen A-Drive en [naam vereniging ] een sponsorovereenkomst tot stand is gekomen waaruit voor A-Drive een betalingsverplichting jegens MS Deurne voortvloeit. Die betalingsverplichting bedroeg aanvankelijk € 1.057,57. Van dit bedrag is inmiddels € 500,- is betaald zodat € 557,57 resteert.
Wettelijke handelsrente
4.8.
Vanwege het niet-tijdig betalen is A-Drive wettelijke handelsrente verschuldigd. De rechtbank zal de wettelijke handelsrente toewijzen over een bedrag van € 557,57 vanaf de datum van de dagvaarding (23 juni 2023) aangezien gesteld noch gebleken is dat A-Drive eerder in verzuim is geraakt.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.9.
MS Deurne vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 158,64 toegewezen.
4.10.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal wordt toegewezen een bedrag van € 557,57 alsmede de buitengerechtelijke incassokosten van € 158,64.
De proceskosten
4.11.
A-Drive is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt A-Drive om aan MS Deurne te betalen een bedrag van € 716,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 557,57 vanaf de datum van de dagvaarding (23 juni 2023) tot aan de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt A-Drive in de proceskosten van € 768,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als A-Drive niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
in reconventie
5.5.
wijst de vordering af,
5.6.
veroordeelt A-Drive in de proceskosten, aan de zijde van MS Deurne tot op heden begroot op € 82,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.G.A. Cox en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2024.
Artikel 6:253 BW bepaalt: ‘Een overeenkomst schept voor een derde het recht een prestatie van een der partijen te vorderen of op andere wijze jegens een van hen een beroep op de overeenkomst te doen, indien de overeenkomst een beding van die strekking inhoudt en de derde dit beding aanvaardt.’