Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-27
ECLI:NL:RBNHO:2026:4274
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,235 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 text/xml public 2026-05-19T07:49:10 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-27 12092230 \ VV EXPL 26-25 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 text/html public 2026-05-19T07:49:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 Rechtbank Noord-Holland , 27-03-2026 / 12092230 \ VV EXPL 26-25 Huurrecht. Vordering tot ontruiming. Verstek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 12092230 \ VV EXPL 26-25 Vonnis van 27 maart 2026 in de zaak van STICHTING WONINGBEDRIJF VELSEN , te Velsen, eisende partij, hierna te noemen: Woningbedrijf Velsen, gemachtigde: mr. M. van den Oord, tegen 1 [gedaagde], 2. HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF IN EEN GEDEELTE DAARVAN , te [plaats], gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden], (en gedaagde sub 1 apart als [gedaagde]) niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen [gedaagden] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Woningbedrijf Velsen heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Kort gezegd komt de zaak er op neer dat Ymere ontruiming van de door haar aan [gedaagde] verhuurde woning vordert omdat [gedaagde] het gehuurde niet als hoofdverblijf gebruikt en zonder toestemming aan derden in gebruik geeft terwijl hij ook nog een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan. Zij die verblijven in het gehuurde doen dat zonder recht of titel en moeten om die reden de woning ontruimen. Ambtshalve toetsing van: de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van 1 mei 2002 (hierna: de algemene voorwaarden) 2.2. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst was sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 2.3. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument . Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Een beding dat onredelijk bezwarend is, is vernietigbaar. 2.4. Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 2.5. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding getoetst en dit is niet oneerlijk De primaire vordering is toewijsbaar 2.6. De primaire vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daartoe is het onderstaande van belang. 2.7. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Woningbedrijf Velsen desgevraagd verklaard dat er tevergeefs contact is gezocht met [gedaagde]. Er is onder meer per brief en per e-mail getracht met [gedaagde] in contact te treden, maar hij heeft nooit gereageerd. In januari 2026 is de wijkbeheerder bij de woning langs geweest, maar trof daar niemand aan. Op 26 februari 2026 heeft de wijkbeheerder telefonisch contact gehad met de buren, waarna de wijkbeheerder ter plaatse is geweest en heeft gezien dat er spullen uit de woning in een busje werden geladen en geen spullen de woning in werden gebracht. Woningbedrijf Velsen heeft op maandag 16 maart 2026 de buren gevraagd of er daarna nog mensen in de woning zijn gezien; dat was niet het geval. Ook hebben de buren Woningbedrijf Velsen gezegd dat er ’s avonds geen licht brandt in de woning. De woning lijkt op dit moment onbewoond, aldus Woningbedrijf Velsen. 2.8. [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningbedrijf Velsen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 125,27 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 806,77 2.9. De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt [gedaagden] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] te ontruimen en verlaten, onder afgifte van de sleutels aan Woningbedrijf Velsen, met al hetgeen van [gedaagden] is en met alle personen die zijdens [gedaagden] in de woning verblijven, en deze woning ter vrije en algehele beschikking aan Woningbedrijf Velsen te stellen, 3.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.493,12, 3.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 351,57 per maand voor elke ingegane maand dat [gedaagde] na 1 april 2026 de woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] onder zich houdt totdat de woning geheel ter vrije beschikking aan Woningbedrijf Velsen is gesteld, 3.4. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 806,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. In de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 text/xml public 2026-05-19T07:49:10 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-27 12092230 \ VV EXPL 26-25 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 text/html public 2026-05-19T07:49:00 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4274 Rechtbank Noord-Holland , 27-03-2026 / 12092230 \ VV EXPL 26-25 Huurrecht. Vordering tot ontruiming. Verstek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 12092230 \ VV EXPL 26-25 Vonnis van 27 maart 2026 in de zaak van STICHTING WONINGBEDRIJF VELSEN , te Velsen, eisende partij, hierna te noemen: Woningbedrijf Velsen, gemachtigde: mr. M. van den Oord, tegen 1 [gedaagde], 2. HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF IN EEN GEDEELTE DAARVAN , te [plaats], gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden], (en gedaagde sub 1 apart als [gedaagde]) niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen [gedaagden] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Woningbedrijf Velsen heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Kort gezegd komt de zaak er op neer dat Ymere ontruiming van de door haar aan [gedaagde] verhuurde woning vordert omdat [gedaagde] het gehuurde niet als hoofdverblijf gebruikt en zonder toestemming aan derden in gebruik geeft terwijl hij ook nog een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan. Zij die verblijven in het gehuurde doen dat zonder recht of titel en moeten om die reden de woning ontruimen. Ambtshalve toetsing van: de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van 1 mei 2002 (hierna: de algemene voorwaarden) 2.2. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst was sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 2.3. Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument . Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Een beding dat onredelijk bezwarend is, is vernietigbaar. 2.4. Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp. 2.5. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding getoetst en dit is niet oneerlijk De primaire vordering is toewijsbaar 2.6. De primaire vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daartoe is het onderstaande van belang. 2.7. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Woningbedrijf Velsen desgevraagd verklaard dat er tevergeefs contact is gezocht met [gedaagde]. Er is onder meer per brief en per e-mail getracht met [gedaagde] in contact te treden, maar hij heeft nooit gereageerd. In januari 2026 is de wijkbeheerder bij de woning langs geweest, maar trof daar niemand aan. Op 26 februari 2026 heeft de wijkbeheerder telefonisch contact gehad met de buren, waarna de wijkbeheerder ter plaatse is geweest en heeft gezien dat er spullen uit de woning in een busje werden geladen en geen spullen de woning in werden gebracht. Woningbedrijf Velsen heeft op maandag 16 maart 2026 de buren gevraagd of er daarna nog mensen in de woning zijn gezien; dat was niet het geval. Ook hebben de buren Woningbedrijf Velsen gezegd dat er ’s avonds geen licht brandt in de woning. De woning lijkt op dit moment onbewoond, aldus Woningbedrijf Velsen. 2.8. [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningbedrijf Velsen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 125,27 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 806,77 2.9. De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt [gedaagden] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] te ontruimen en verlaten, onder afgifte van de sleutels aan Woningbedrijf Velsen, met al hetgeen van [gedaagden] is en met alle personen die zijdens [gedaagden] in de woning verblijven, en deze woning ter vrije en algehele beschikking aan Woningbedrijf Velsen te stellen, 3.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.493,12, 3.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 351,57 per maand voor elke ingegane maand dat [gedaagde] na 1 april 2026 de woning aan de [adres] ([postcode]) te [plaats] onder zich houdt totdat de woning geheel ter vrije beschikking aan Woningbedrijf Velsen is gesteld, 3.4. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 806,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. In de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.