Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:8284
Civiel recht; Arbeidsrecht
Rekestprocedure
12,644 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer / rekestnummer: 11527269 \ AO VERZ 25-9
Beschikking van 30 april 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. A.F.M. Visscher,
tegen
de besloten vennootschap WIZZCONCEPT B.V.,
te 's-Gravenhage,
verwerende partij,
hierna te noemen: Wizzconcept,
gemachtigde: J. Roose.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of de werknemer terecht op staande voet is ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat de verwijten die aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, niet zijn komen vast te staan. De werknemer heeft op de zitting ‘de switch’ gemaakt en krijgt een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding toegekend.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de brief van 28 maart 2025 van [verzoekster] met een aanvullend verzoekschrift en nadere producties;
- de mondelinge behandeling van 2 april 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. De gemachtigde van [verzoekster] heeft pleitaantekeningen overgelegd. [verzoekster] heeft de zitting via Teams bijgewoond.
Feiten
2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1996, is sinds 1 september 2024 in dienst bij Wizzconcept op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden. De functie van [verzoekster] is planner, telefonist en klantenservice met een loon van € 2.400,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.
2.2.
Op 24 oktober 2024 heeft [verzoekster] zich ziekgemeld in verband met stress gerelateerde klachten vanwege het auto-ongeluk van haar vader.
2.3.
In een e-mail van 14 november 2024 heeft Wizzconcept [verzoekster] uitgenodigd om de week daaropvolgend op kantoor te komen. In e-mails van 15 en 19 november 204 heeft [verzoekster] geschreven dat zij niet in staat is om naar kantoor te komen.
2.4.
In een e-mail van 21 november 2024 heeft Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat zij de bedrijfsarts heeft ingeschakeld.
2.5.
In een e-mail van 2 december 2024 heeft [verzoekster] aan Wizzconcept verzocht om betaling van haar salaris van de maand november 2024.
2.6.
In een brief van 4 december 2024 heeft de gemachtigde van Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat Wizzconcept – onder meer – niet tevreden is over het functioneren van [verzoekster] . Verder zijn er vragen gesteld over haar psychische klachten.
2.7.
In een brief van 9 december 2024 heeft [verzoekster] nogmaals aan Wizzconcept verzocht om betaling van haar salaris van de maand november 2024.
2.8.
In een brief van 9 december 2024 heeft de gemachtigde van Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat zij op staande voet is ontslagen.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoekster] verzoekt, na berusting in het gegeven ontslag tijdens de mondelinge behandeling van de zaak, aan haar een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding vanwege de onregelmatige opzegging en een transitievergoeding toe te kennen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Verder verzoekt [verzoekster] om afgifte van de jaaropgave over 2024 en de salarisstroken over de maanden oktober 2024 tot en met maart 2025 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Wizzconcept hiermee in gebreke blijft. Daarnaast verzoekt [verzoekster] dat de kantonrechter Wizzconcept veroordeelt tot betaling van achterstallig salaris over de periode van 1 november tot en met 8 december 2024, een en ander te vermeerderen met de vakantietoeslag en overige emolumenten en te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Ten slotte verzoekt [verzoekster] tot veroordeling van Wizzconcept in de proceskosten.
3.2.
Volgens [verzoekster] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig omdat de door Wizzconcept aangevoerde gronden niet dringend genoeg zijn om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Los daarvan zijn de beschuldigen niet juist. [verzoekster] voert – kort weergegeven – aan dat zij nooit geheimzinnig heeft gedaan over haar beperking en dat Wizzconcept op de hoogte is van haar pleinvrees. Reden waarom zij heeft gesolliciteerd op een thuiswerkfunctie. Dat zij de functie thuis zou gaan uitvoeren is ook opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Verder voert [verzoekster] aan dat zij tot haar ziekmelding volledig naar behoren heeft gefunctioneerd en nooit klachten over haar functioneren heeft ontvangen. Zij is nooit uitgenodigd voor een functioneringsgesprek. Ook betwist [verzoekster] dat zij zich op en af ziek en beter heeft gemeld. Het ontslag heeft grote financiële gevolgen voor haar en is zeer ingrijpend. [verzoekster] heeft een jonge zoon voor wie zij moet zorgen en is op haar inkomen aangewezen.
3.3.
Wizzconcept voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Wizzconcept voert – samengevat – aan dat [verzoekster] zich vlak voor en daags na het einde van haar proeftijd in totaal drie keer heeft ziek gemeld. Verder voert Wizzconcept aan dat uit de berichten van [verzoekster] blijkt dat deze ziekmeldingen verband houden met ernstige psychische klachten en dat deze klachten al aanwezig waren voordat zij bij Wizzconcept in dienst trad. Volgens Wizzconcept wordt dit bevestigd door het feit dat [verzoekster] op korte termijn een behandelaar kon raadplegen die al bekend was met haar specifieke klachten. Gezien de gebruikelijke wachttijden in de zorg is het opvallend dat zij zo snel een afspraak kon maken. Dit is een aanwijzing dat [verzoekster] al geruime tijd onder behandeling stond. Wizzconcept is van mening dat [verzoekster] haar bewust niet heeft geïnformeerd over haar psychische klachten, terwijl die direct invloed hadden op haar geschiktheid voor de functie. Daarnaast voldeed zij niet aan de functionele verwachtingen en dat maakt haar ook in dat opzicht ongeschikt voor de functie. Wizzconcept voert aan dat met [verzoekster] herhaaldelijk is gecommuniceerd dat zij niet goed functioneerde.
Beoordeling
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] verklaard dat zij berust in het ontslag op staande voet en de switch maakt naar haar subsidiaire verzoeken om toekenning van (onder andere) een billijke vergoeding. Daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 9 december 2024. Dat heeft tot gevolg dat de primaire verzoeken van [verzoekster] (tot vernietiging van het ontslag op staande voet en loondoorbetaling) niet behandeld hoeven te worden. De kantonrechter zal daarom beoordelen of [verzoekster] recht heeft op de in het verzoekschrift subsidiair verzochte vergoedingen. Daarvoor moet eerst worden beoordeeld of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
Het ontslag op staande voet
4.2.
Geschil
4.3.
Vooropgesteld wordt dat een ontslag op staande voet een uiterste middel is en dat het slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. De stelplicht en de bewijslast van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever.
4.4.
In de ontslagbrief van 9 december 2024 heeft Wizzconcept aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd (1) dat [verzoekster] informatie heeft verzwegen over haar geschiktheid tot werken bij aanvang van het dienstverband. Volgens Wizzconcept was [verzoekster] ten tijde van haar indiensttreding al ongeschikt voor de werkzaamheden waarvoor zij was aangenomen. Dit blijkt uit het feit dat [verzoekster] al behandelingen onderging wegens (ernstige) klachten, dat zij zich binnen vier weken heeft ziekgemeld wegens psychische klachten en dat zij zich in de periode steeds opnieuw beter en ziek heeft gemeld. Verder wordt [verzoekster] (2) verweten dat zij niet naar verwachting functioneerde, dat dit haar met grote regelmaat duidelijk is gemaakt en dat zij functioneringsgesprekken afhield. Wizzconcept is van mening dat deze handelwijze een dringende reden vormt die een ontslag op staande voet rechtvaardigt.
4.5.
Wizzconcept vermeldt in de brief van 9 december 2024 echter niet dat bovengenoemde omstandigheden in haar optiek niet alleen in onderlinge samenhang, maar ook ieder afzonderlijk een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Uit de verklaringen van Wizzconcept op de zitting kan worden afgeleid dat alle in de ontslagbrief genoemde punten aan het ontslag ten grondslag liggen. Dit brengt mee dat als uitgangspunt geldt dat al die redenen moeten komen vast te staan. Als na betwisting door de werknemer slechts een gedeelte daarvan komt vast te staan, kan het ontslag toch geldig zijn. In dat geval is vereist dat (1) het gedeelte dat komt vast te staan op zichzelf beschouwd kan gelden als een dringende reden voor ontslag op staande voet, (2) de werkgever heeft gesteld en aannemelijk is dat hij de werknemer, anders dan uit de ontslagaanzegging blijkt, ook op staande voet zou hebben ontslagen voor het gedeelte dat is komen vast te staan en (3) dit laatste voor de werknemer ook duidelijk moet zijn geweest.
4.6.
Wizzconcept verwijt [verzoekster] dat zij niet functioneerde. [verzoekster] heeft dit gemotiveerd weersproken. Volgens [verzoekster] heeft zij tot haar ziekmelding naar behoren gefunctioneerd, heeft nooit klachten ontvangen over haar functioneren en is zij nooit uitgenodigd voor een functioneringsgesprek. De kantonrechter is met [verzoekster] van oordeel dat Wizzconcept niet heeft aangetoond dat er sprake is van niet goed functioneren door [verzoekster] . Het door Wizzconcept overgelegde screenshot van een Whatsapp-gesprek maakt dit niet anders. Uit dit gesprek blijkt namelijk niet dat dit gesprek ziet op het functioneren van [verzoekster] . Daarbij heeft [verzoekster] op de zitting verklaard dat het screenshot uit een groepsapp is en dat de verwijten betrekking hebben op een collega. Deze verklaring heeft Wizzconcept niet weersproken en evenmin heeft Wizzconcept verduidelijkt waarom deze screenshot desondanks van belang is. Dit maakt dat de kantonrechter aan dit screenshot niet die waarde kan toekennen die Wizzconcept daaraan toegekend wenst te zien. Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat [verzoekster] niet functioneerde. Dit verwijt kan daarom niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd. Afgezien daarvan is niet gebleken dat Wizzconcept aan [verzoekster] een traject heeft aangeboden om haar functioneren te verbeteren.
4.7.
Gelet op het hiervoor onder 4.5 genoemde toetsingskader houdt het ontslag op staande voet reeds hierom geen stand. Voor de volledigheid gaat de kantonrechter nog wel in op de andere ontslaggrond.
4.8.
De kantonrechter stelt daarbij voorop dat een meldingsplicht ten aanzien van ongeschiktheid bij een sollicitatie alleen bestaat voor zover de ziekte de sollicitant ongeschikt maakt voor de functie, en de sollicitant dit ook weet, althans had moeten begrijpen. Het feit dat iemand een ziekte heeft of in het verleden heeft gehad, maakt namelijk nog niet dat sprake is van ongeschiktheid voor de functie. Het is aan de werkgever om te stellen – en zo nodig te bewijzen – dat de werknemer tijdens de sollicitatie een meldingsplicht had, waarbij een verband tussen de aard van de functie en de beperkingen van de werknemer aannemelijk gemaakt moeten worden.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat van een dergelijk verband als hier bedoeld geen sprake is. Hierbij weegt mee dat [verzoekster] onweersproken vier weken goed heeft gefunctioneerd. Verder is van belang dat [verzoekster] niet is uitgevallen vanwege haar pleinvrees maar vanwege het auto-ongeluk van haar vader, met wie zij in huis woont, in combinatie met de zorg die zij in dat kader moest verlenen en de stress die dat veroorzaakte. Daarbij is niet gebleken van ernstige psychische klachten. Het feit dat [verzoekster] vanwege haar pleinvrees onder behandeling is bij een therapeut, maakt dit niet anders. Ook blijkt niet uit de stukken dat [verzoekster] zich in een korte periode drie keer op en af ziek en beter heeft gemeld. Aan dit standpunt van Wizzconcept gaat de kantonrechter dan ook voorbij. Bovendien blijkt uit de e-mail van 21 november 2024 van [directeur/eigenaar] , directeur/eigenaar van Wizzconcept, aan [verzoekster] , dat [verzoekster] bij het sollicitatiegesprek heeft gemeld dat zij een angststoornis heeft. In deze e-mail staat namelijk: ‘uitgaande van het gesprek/sollicitatiebrief waarin je aangeeft dat je nek gebroken is en dat je angststoornissen ontwikkeld hebt door een incident(en) uit het verleden.’ Uit deze bewoordingen blijkt juist dat [verzoekster] bij het gesprek/sollicitatiebief heeft gemeld dat zij een angststoornis heeft, zodat van het verzwijgen van informatie geen sprake is. De verklaring van Wizzconcept op de zitting dat [verzoekster] de angststoornis voor het eerst bij de bedrijfsarts heeft besproken en dat de passage in de e-mail over de angststoornis daarop ziet, acht de kantonrechter niet aannemelijk. [verzoekster] heeft namelijk onweersproken gesteld dat zij pas op 28 november 2024 voor het eerst met de bedrijfsarts heeft gesproken. Deze stelling wordt ondersteund door de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 28 november 2024. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [verzoekster] informatie heeft verzwegen. Dit verwijt kan dan ook niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd.
4.10.
Op grond van het voorgaande concludeert de kantonrechter dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven.
Billijke vergoeding
4.11.
Het verzoek van [verzoekster] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt.
4.12.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] een billijke vergoeding te betalen van € 10.368,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 7.776,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.3.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 237,30 bruto;
5.4.
veroordeelt Wizzconcept tot betaling aan [verzoekster] van het achterstallig loon over de periode 1 november 2024 tot en met 8 december 2024, zijnde 70% van het tussen partijen overeengekomen bruto loon inclusief vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% en te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de derde dag na de dag dat het loon betaalbaar is gesteld tot aan de dag van de gehele betaling;
5.5.
bepaalt dat Wizzconcept uiterlijk 1 juni 2025 loonstroken over de maanden oktober 2024 tot en met december 2024 en de jaaropgave 2024 aan [verzoekster] verstrekt, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 10.000,00;
5.6.
veroordeelt Wizzconcept in de proceskosten van € 1.039,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met de kosten van betekening als Wizzconcept niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.7.
veroordeelt Wizzconcept tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.
SJ
Productie 10 van Wizzconcept.
Artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW.
Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113.
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle).
Artikel 7:672 lid 11 BW.
Artikel 7:673 lid 1 BW.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer / rekestnummer: 11527269 \ AO VERZ 25-9
Beschikking van 30 april 2025
in de zaak van
[verzoekster]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. A.F.M. Visscher,
tegen
de besloten vennootschap WIZZCONCEPT B.V.,
te 's-Gravenhage,
verwerende partij,
hierna te noemen: Wizzconcept,
gemachtigde: J. Roose.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of de werknemer terecht op staande voet is ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat de verwijten die aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, niet zijn komen vast te staan. De werknemer heeft op de zitting ‘de switch’ gemaakt en krijgt een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding toegekend.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de brief van 28 maart 2025 van [verzoekster] met een aanvullend verzoekschrift en nadere producties;
- de mondelinge behandeling van 2 april 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. De gemachtigde van [verzoekster] heeft pleitaantekeningen overgelegd. [verzoekster] heeft de zitting via Teams bijgewoond.
Feiten
2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1996, is sinds 1 september 2024 in dienst bij Wizzconcept op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden. De functie van [verzoekster] is planner, telefonist en klantenservice met een loon van € 2.400,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.
2.2.
Op 24 oktober 2024 heeft [verzoekster] zich ziekgemeld in verband met stress gerelateerde klachten vanwege het auto-ongeluk van haar vader.
2.3.
In een e-mail van 14 november 2024 heeft Wizzconcept [verzoekster] uitgenodigd om de week daaropvolgend op kantoor te komen. In e-mails van 15 en 19 november 204 heeft [verzoekster] geschreven dat zij niet in staat is om naar kantoor te komen.
2.4.
In een e-mail van 21 november 2024 heeft Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat zij de bedrijfsarts heeft ingeschakeld.
2.5.
In een e-mail van 2 december 2024 heeft [verzoekster] aan Wizzconcept verzocht om betaling van haar salaris van de maand november 2024.
2.6.
In een brief van 4 december 2024 heeft de gemachtigde van Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat Wizzconcept – onder meer – niet tevreden is over het functioneren van [verzoekster] . Verder zijn er vragen gesteld over haar psychische klachten.
2.7.
In een brief van 9 december 2024 heeft [verzoekster] nogmaals aan Wizzconcept verzocht om betaling van haar salaris van de maand november 2024.
2.8.
In een brief van 9 december 2024 heeft de gemachtigde van Wizzconcept aan [verzoekster] geschreven dat zij op staande voet is ontslagen.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoekster] verzoekt, na berusting in het gegeven ontslag tijdens de mondelinge behandeling van de zaak, aan haar een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding vanwege de onregelmatige opzegging en een transitievergoeding toe te kennen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Verder verzoekt [verzoekster] om afgifte van de jaaropgave over 2024 en de salarisstroken over de maanden oktober 2024 tot en met maart 2025 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Wizzconcept hiermee in gebreke blijft. Daarnaast verzoekt [verzoekster] dat de kantonrechter Wizzconcept veroordeelt tot betaling van achterstallig salaris over de periode van 1 november tot en met 8 december 2024, een en ander te vermeerderen met de vakantietoeslag en overige emolumenten en te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Ten slotte verzoekt [verzoekster] tot veroordeling van Wizzconcept in de proceskosten.
3.2.
Volgens [verzoekster] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig omdat de door Wizzconcept aangevoerde gronden niet dringend genoeg zijn om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Los daarvan zijn de beschuldigen niet juist. [verzoekster] voert – kort weergegeven – aan dat zij nooit geheimzinnig heeft gedaan over haar beperking en dat Wizzconcept op de hoogte is van haar pleinvrees. Reden waarom zij heeft gesolliciteerd op een thuiswerkfunctie. Dat zij de functie thuis zou gaan uitvoeren is ook opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Verder voert [verzoekster] aan dat zij tot haar ziekmelding volledig naar behoren heeft gefunctioneerd en nooit klachten over haar functioneren heeft ontvangen. Zij is nooit uitgenodigd voor een functioneringsgesprek. Ook betwist [verzoekster] dat zij zich op en af ziek en beter heeft gemeld. Het ontslag heeft grote financiële gevolgen voor haar en is zeer ingrijpend. [verzoekster] heeft een jonge zoon voor wie zij moet zorgen en is op haar inkomen aangewezen.
3.3.
Wizzconcept voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Wizzconcept voert – samengevat – aan dat [verzoekster] zich vlak voor en daags na het einde van haar proeftijd in totaal drie keer heeft ziek gemeld. Verder voert Wizzconcept aan dat uit de berichten van [verzoekster] blijkt dat deze ziekmeldingen verband houden met ernstige psychische klachten en dat deze klachten al aanwezig waren voordat zij bij Wizzconcept in dienst trad. Volgens Wizzconcept wordt dit bevestigd door het feit dat [verzoekster] op korte termijn een behandelaar kon raadplegen die al bekend was met haar specifieke klachten. Gezien de gebruikelijke wachttijden in de zorg is het opvallend dat zij zo snel een afspraak kon maken. Dit is een aanwijzing dat [verzoekster] al geruime tijd onder behandeling stond. Wizzconcept is van mening dat [verzoekster] haar bewust niet heeft geïnformeerd over haar psychische klachten, terwijl die direct invloed hadden op haar geschiktheid voor de functie. Daarnaast voldeed zij niet aan de functionele verwachtingen en dat maakt haar ook in dat opzicht ongeschikt voor de functie. Wizzconcept voert aan dat met [verzoekster] herhaaldelijk is gecommuniceerd dat zij niet goed functioneerde.
Beoordeling
4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] verklaard dat zij berust in het ontslag op staande voet en de switch maakt naar haar subsidiaire verzoeken om toekenning van (onder andere) een billijke vergoeding. Daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 9 december 2024. Dat heeft tot gevolg dat de primaire verzoeken van [verzoekster] (tot vernietiging van het ontslag op staande voet en loondoorbetaling) niet behandeld hoeven te worden. De kantonrechter zal daarom beoordelen of [verzoekster] recht heeft op de in het verzoekschrift subsidiair verzochte vergoedingen. Daarvoor moet eerst worden beoordeeld of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
Het ontslag op staande voet
4.2.
Geschil
4.3.
Vooropgesteld wordt dat een ontslag op staande voet een uiterste middel is en dat het slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. De stelplicht en de bewijslast van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever.
4.4.
In de ontslagbrief van 9 december 2024 heeft Wizzconcept aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd (1) dat [verzoekster] informatie heeft verzwegen over haar geschiktheid tot werken bij aanvang van het dienstverband. Volgens Wizzconcept was [verzoekster] ten tijde van haar indiensttreding al ongeschikt voor de werkzaamheden waarvoor zij was aangenomen. Dit blijkt uit het feit dat [verzoekster] al behandelingen onderging wegens (ernstige) klachten, dat zij zich binnen vier weken heeft ziekgemeld wegens psychische klachten en dat zij zich in de periode steeds opnieuw beter en ziek heeft gemeld. Verder wordt [verzoekster] (2) verweten dat zij niet naar verwachting functioneerde, dat dit haar met grote regelmaat duidelijk is gemaakt en dat zij functioneringsgesprekken afhield. Wizzconcept is van mening dat deze handelwijze een dringende reden vormt die een ontslag op staande voet rechtvaardigt.
4.5.
Wizzconcept vermeldt in de brief van 9 december 2024 echter niet dat bovengenoemde omstandigheden in haar optiek niet alleen in onderlinge samenhang, maar ook ieder afzonderlijk een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Uit de verklaringen van Wizzconcept op de zitting kan worden afgeleid dat alle in de ontslagbrief genoemde punten aan het ontslag ten grondslag liggen. Dit brengt mee dat als uitgangspunt geldt dat al die redenen moeten komen vast te staan. Als na betwisting door de werknemer slechts een gedeelte daarvan komt vast te staan, kan het ontslag toch geldig zijn. In dat geval is vereist dat (1) het gedeelte dat komt vast te staan op zichzelf beschouwd kan gelden als een dringende reden voor ontslag op staande voet, (2) de werkgever heeft gesteld en aannemelijk is dat hij de werknemer, anders dan uit de ontslagaanzegging blijkt, ook op staande voet zou hebben ontslagen voor het gedeelte dat is komen vast te staan en (3) dit laatste voor de werknemer ook duidelijk moet zijn geweest.
4.6.
Wizzconcept verwijt [verzoekster] dat zij niet functioneerde. [verzoekster] heeft dit gemotiveerd weersproken. Volgens [verzoekster] heeft zij tot haar ziekmelding naar behoren gefunctioneerd, heeft nooit klachten ontvangen over haar functioneren en is zij nooit uitgenodigd voor een functioneringsgesprek. De kantonrechter is met [verzoekster] van oordeel dat Wizzconcept niet heeft aangetoond dat er sprake is van niet goed functioneren door [verzoekster] . Het door Wizzconcept overgelegde screenshot van een Whatsapp-gesprek maakt dit niet anders. Uit dit gesprek blijkt namelijk niet dat dit gesprek ziet op het functioneren van [verzoekster] . Daarbij heeft [verzoekster] op de zitting verklaard dat het screenshot uit een groepsapp is en dat de verwijten betrekking hebben op een collega. Deze verklaring heeft Wizzconcept niet weersproken en evenmin heeft Wizzconcept verduidelijkt waarom deze screenshot desondanks van belang is. Dit maakt dat de kantonrechter aan dit screenshot niet die waarde kan toekennen die Wizzconcept daaraan toegekend wenst te zien. Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat [verzoekster] niet functioneerde. Dit verwijt kan daarom niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd. Afgezien daarvan is niet gebleken dat Wizzconcept aan [verzoekster] een traject heeft aangeboden om haar functioneren te verbeteren.
4.7.
Gelet op het hiervoor onder 4.5 genoemde toetsingskader houdt het ontslag op staande voet reeds hierom geen stand. Voor de volledigheid gaat de kantonrechter nog wel in op de andere ontslaggrond.
4.8.
De kantonrechter stelt daarbij voorop dat een meldingsplicht ten aanzien van ongeschiktheid bij een sollicitatie alleen bestaat voor zover de ziekte de sollicitant ongeschikt maakt voor de functie, en de sollicitant dit ook weet, althans had moeten begrijpen. Het feit dat iemand een ziekte heeft of in het verleden heeft gehad, maakt namelijk nog niet dat sprake is van ongeschiktheid voor de functie. Het is aan de werkgever om te stellen – en zo nodig te bewijzen – dat de werknemer tijdens de sollicitatie een meldingsplicht had, waarbij een verband tussen de aard van de functie en de beperkingen van de werknemer aannemelijk gemaakt moeten worden.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat van een dergelijk verband als hier bedoeld geen sprake is. Hierbij weegt mee dat [verzoekster] onweersproken vier weken goed heeft gefunctioneerd. Verder is van belang dat [verzoekster] niet is uitgevallen vanwege haar pleinvrees maar vanwege het auto-ongeluk van haar vader, met wie zij in huis woont, in combinatie met de zorg die zij in dat kader moest verlenen en de stress die dat veroorzaakte. Daarbij is niet gebleken van ernstige psychische klachten. Het feit dat [verzoekster] vanwege haar pleinvrees onder behandeling is bij een therapeut, maakt dit niet anders. Ook blijkt niet uit de stukken dat [verzoekster] zich in een korte periode drie keer op en af ziek en beter heeft gemeld. Aan dit standpunt van Wizzconcept gaat de kantonrechter dan ook voorbij. Bovendien blijkt uit de e-mail van 21 november 2024 van [directeur/eigenaar] , directeur/eigenaar van Wizzconcept, aan [verzoekster] , dat [verzoekster] bij het sollicitatiegesprek heeft gemeld dat zij een angststoornis heeft. In deze e-mail staat namelijk: ‘uitgaande van het gesprek/sollicitatiebrief waarin je aangeeft dat je nek gebroken is en dat je angststoornissen ontwikkeld hebt door een incident(en) uit het verleden.’ Uit deze bewoordingen blijkt juist dat [verzoekster] bij het gesprek/sollicitatiebief heeft gemeld dat zij een angststoornis heeft, zodat van het verzwijgen van informatie geen sprake is. De verklaring van Wizzconcept op de zitting dat [verzoekster] de angststoornis voor het eerst bij de bedrijfsarts heeft besproken en dat de passage in de e-mail over de angststoornis daarop ziet, acht de kantonrechter niet aannemelijk. [verzoekster] heeft namelijk onweersproken gesteld dat zij pas op 28 november 2024 voor het eerst met de bedrijfsarts heeft gesproken. Deze stelling wordt ondersteund door de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 28 november 2024. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [verzoekster] informatie heeft verzwegen. Dit verwijt kan dan ook niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd.
4.10.
Op grond van het voorgaande concludeert de kantonrechter dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven.
Billijke vergoeding
4.11.
Het verzoek van [verzoekster] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt.
4.12.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] een billijke vergoeding te betalen van € 10.368,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 7.776,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.3.
veroordeelt Wizzconcept om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 237,30 bruto;
5.4.
veroordeelt Wizzconcept tot betaling aan [verzoekster] van het achterstallig loon over de periode 1 november 2024 tot en met 8 december 2024, zijnde 70% van het tussen partijen overeengekomen bruto loon inclusief vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% en te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de derde dag na de dag dat het loon betaalbaar is gesteld tot aan de dag van de gehele betaling;
5.5.
bepaalt dat Wizzconcept uiterlijk 1 juni 2025 loonstroken over de maanden oktober 2024 tot en met december 2024 en de jaaropgave 2024 aan [verzoekster] verstrekt, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 10.000,00;
5.6.
veroordeelt Wizzconcept in de proceskosten van € 1.039,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met de kosten van betekening als Wizzconcept niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.7.
veroordeelt Wizzconcept tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.
SJ
Productie 10 van Wizzconcept.
Artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW.
Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113.
Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle).
Artikel 7:672 lid 11 BW.
Artikel 7:673 lid 1 BW.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Geschil
De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.13.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 10.368,00 bruto. Hieronder licht de kantonrechter toe welke omstandigheden daarbij zijn meegewogen.
4.14.
Zoals hiervoor al is overwogen, is niet gebleken dat [verzoekster] niet goed heeft gefunctioneerd. Naar verwachting zou zij dan ook tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst, 31 maart 2025, in dienst zijn gebleven. Ook is het niet ondenkbaar dat [verzoekster] zich op enig moment weer beter had gemeld en haar werkzaamheden zou hebben hervat tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De bedrijfsarts heeft immers gerapporteerd dat [verzoekster] op termijn het eigen werk weer kan verrichten. En voor zover [verzoekster] arbeidsongeschikt was gebleven, dan heeft het opzegverbod tijdens ziekte te gelden en zou zij tot eveneens tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst in dienst zijn gebleven. Verder is van belang dat [verzoekster] nog niet zo lang in dienst was bij Wizzconcept en dat zij als jonge werknemer in de huidige arbeidsmarkt, ondanks haar fysieke beperking en haar pleinvrees, redelijkerwijs in staat moet worden geacht om op korte termijn weer een nieuwe baan te vinden. Het c.v. van [verzoekster] bevestigt dit ook. Daarnaast weegt mee dat, zoals hierna wordt overwogen, aan [verzoekster] een gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding wordt toegekend. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat [verzoekster] met een billijke vergoeding van € 10.368,00 bruto in voldoende mate is gecompenseerd.
4.15.
Wizzconcept zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 10.368,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 9 december 2024.
Gefixeerde schadevergoeding
4.16.
Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten over de periode van 9 december 2024 tot en met 31 januari 2025. De kantonrechter volgt [verzoekster] niet in het (primaire) standpunt dat voor de gefixeerde schadevergoeding van een langere termijn uitgegaan moet worden. Beide partijen stellen zich op het standpunt dat de gefixeerde schadevergoeding over de periode van 9 december 2024 tot en met 31 januari 2025, € 7.776,00 bruto bedraagt. Dit bedrag zal dan ook, als onbetwist, worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 9 december 2024.
Transitievergoeding
4.17.
Het verzoek om Wizzconcept te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. Wizzconcept wordt veroordeeld tot betaling van die vergoeding, die gelet op de duur van het dienstverband en de hoogte van het salaris inclusief vakantiegeld, € 237,30 bruto bedraagt.
Het meer subsidiaire verzoek
4.18.
Omdat de subsidiaire verzoeken van [verzoekster] worden toegewezen hoeft het meer subsidiaire verzoek, te weten: nakoming van de vaststellingsovereenkomst, niet behandeld te worden.
Het achterstallig salaris
4.19.
[verzoekster] heeft gesteld dat Wizzconcept haar vanaf 1 november 2024 geen loon meer heeft uitbetaald. Dit standpunt heeft Wizzconcept niet weersproken en de kantonrechter ziet geen aanleiding om hierover anders te oordelen. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling over de periode van 1 november 2024 tot en met 8 december 2024 zal daarom eveneens worden toegewezen. Ter zitting is gebleken dat [verzoekster] in verband met haar arbeidsongeschiktheid recht heeft op 70% van haar loon, dit zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat Wizzconcept B.V. te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 20%.
De loonstroken en de jaaropgave over 2024
4.20.
[verzoekster] heeft verzocht om verstrekking van de loonstroken over de maanden oktober 2024 tot en met maart 2025 en de jaaropgave over 2024. Tegen dit verzoek heeft Wizzconcept geen verweer gevoerd, zodat dit als onweersproken wordt toegewezen. Zij het dat het gaat om de loonstroken tot en met december 2024, aangezien de arbeidsovereenkomst per 9 december 2024 is geëindigd.
4.21.
De door [verzoekster] in dit verband verzochte vaststelling van een dwangsom wijst de kantonrechter eveneens toe. Hiertegen heeft Wizzconcept geen afzonderlijk verweer gevoerd. De kantonrechter ziet aanleiding om de dwangsom te maximeren tot € 10.000,00.
De proceskosten
4.22.
De proceskosten komen voor rekening van Wizzconcept, omdat Wizzconcept overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van Wizzconcept. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Geschil
De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.13.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 10.368,00 bruto. Hieronder licht de kantonrechter toe welke omstandigheden daarbij zijn meegewogen.
4.14.
Zoals hiervoor al is overwogen, is niet gebleken dat [verzoekster] niet goed heeft gefunctioneerd. Naar verwachting zou zij dan ook tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst, 31 maart 2025, in dienst zijn gebleven. Ook is het niet ondenkbaar dat [verzoekster] zich op enig moment weer beter had gemeld en haar werkzaamheden zou hebben hervat tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De bedrijfsarts heeft immers gerapporteerd dat [verzoekster] op termijn het eigen werk weer kan verrichten. En voor zover [verzoekster] arbeidsongeschikt was gebleven, dan heeft het opzegverbod tijdens ziekte te gelden en zou zij tot eveneens tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst in dienst zijn gebleven. Verder is van belang dat [verzoekster] nog niet zo lang in dienst was bij Wizzconcept en dat zij als jonge werknemer in de huidige arbeidsmarkt, ondanks haar fysieke beperking en haar pleinvrees, redelijkerwijs in staat moet worden geacht om op korte termijn weer een nieuwe baan te vinden. Het c.v. van [verzoekster] bevestigt dit ook. Daarnaast weegt mee dat, zoals hierna wordt overwogen, aan [verzoekster] een gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding wordt toegekend. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat [verzoekster] met een billijke vergoeding van € 10.368,00 bruto in voldoende mate is gecompenseerd.
4.15.
Wizzconcept zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 10.368,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 9 december 2024.
Gefixeerde schadevergoeding
4.16.
Ook de gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten over de periode van 9 december 2024 tot en met 31 januari 2025. De kantonrechter volgt [verzoekster] niet in het (primaire) standpunt dat voor de gefixeerde schadevergoeding van een langere termijn uitgegaan moet worden. Beide partijen stellen zich op het standpunt dat de gefixeerde schadevergoeding over de periode van 9 december 2024 tot en met 31 januari 2025, € 7.776,00 bruto bedraagt. Dit bedrag zal dan ook, als onbetwist, worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 9 december 2024.
Transitievergoeding
4.17.
Het verzoek om Wizzconcept te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. Wizzconcept wordt veroordeeld tot betaling van die vergoeding, die gelet op de duur van het dienstverband en de hoogte van het salaris inclusief vakantiegeld, € 237,30 bruto bedraagt.
Het meer subsidiaire verzoek
4.18.
Omdat de subsidiaire verzoeken van [verzoekster] worden toegewezen hoeft het meer subsidiaire verzoek, te weten: nakoming van de vaststellingsovereenkomst, niet behandeld te worden.
Het achterstallig salaris
4.19.
[verzoekster] heeft gesteld dat Wizzconcept haar vanaf 1 november 2024 geen loon meer heeft uitbetaald. Dit standpunt heeft Wizzconcept niet weersproken en de kantonrechter ziet geen aanleiding om hierover anders te oordelen. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling over de periode van 1 november 2024 tot en met 8 december 2024 zal daarom eveneens worden toegewezen. Ter zitting is gebleken dat [verzoekster] in verband met haar arbeidsongeschiktheid recht heeft op 70% van haar loon, dit zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat Wizzconcept B.V. te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 20%.
De loonstroken en de jaaropgave over 2024
4.20.
[verzoekster] heeft verzocht om verstrekking van de loonstroken over de maanden oktober 2024 tot en met maart 2025 en de jaaropgave over 2024. Tegen dit verzoek heeft Wizzconcept geen verweer gevoerd, zodat dit als onweersproken wordt toegewezen. Zij het dat het gaat om de loonstroken tot en met december 2024, aangezien de arbeidsovereenkomst per 9 december 2024 is geëindigd.
4.21.
De door [verzoekster] in dit verband verzochte vaststelling van een dwangsom wijst de kantonrechter eveneens toe. Hiertegen heeft Wizzconcept geen afzonderlijk verweer gevoerd. De kantonrechter ziet aanleiding om de dwangsom te maximeren tot € 10.000,00.
De proceskosten
4.22.
De proceskosten komen voor rekening van Wizzconcept, omdat Wizzconcept overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van Wizzconcept. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.