Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-11
ECLI:NL:RBMNE:2026:770
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,033 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/xml public 2026-03-06T16:13:53 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-11 UTR 24/2783, UTR 24/2947 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026030603 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/html public 2026-03-06T08:35:38 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:770 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / UTR 24/2783, UTR 24/2947 Eiser heeft op zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De naheffingsaanslagen parkeerbelasting in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd. Geen sprake van een overmachtssituatie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 24/2783 en UTR 24/2947 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht , verweerder (gemachtigde: W. Vos) Procesverloop 1.1 De heffingsambtenaar heeft op 6 maart 2024, 13 maart 2024 en 20 maart 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt. 1.2 De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 20 maart 2024 de bezwaren van eiser in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 ongegrond verklaard. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de zitting van 2 februari 2026. Eiser en zijn partner en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting. Overwegingen 3. Het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] stond op verschillende dagen geparkeerd in het parkeergebied [straat] in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd: - aanslagnummer [nummer 1] , op 19 februari 2024 om 09:28 (UTR 24/2783) - aanslagnummer [nummer 2] , op 20 februari 2024 om 22:29 (UTR 24/2949) - aanslagnummer [nummer 3] , op 24 februari 2024 om 22:23 - aanslagnummer [nummer 4] , op 26 februari 2024 om 13:12 - aanslagnummer [nummer 5] , op 2 maart 2024 om 10:07 (UTR 24/2947) - aanslagnummer [nummer 6] , op 9 maart 2024 om 20:47 (UTR 24/3442) - aanslagnummer [nummer 7] , op 15 maart 2024 om 22:39 - aanslagnummer [nummer 8] , op 18 maart 2024 om 22:45 4. Eiser heeft tegen alle naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. 5. De rechtbank stelt vast dat op de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen van 24 februari 2024, 26 februari 2024, 15 maart 2024 en 18 maart 2024 ten tijde van het instellen van het beroep door eiser op 4 mei 2024 nog geen uitspraak was gedaan. Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 7:1 tweede lid, van de Awb. Voor deze aanslagen was eiser dus te vroeg met zijn beroep. De rechtbank heeft met eiser op de zitting besproken dat zij deze aanslagen bij de beoordeling van de beroepen buiten beschouwing laat. 6. Eiser heeft op de zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De rechtbank zal deze zaken daarom niet meer bespreken in haar uitspraak. Beoordeling van het geschil 7. In geschil zijn de naheffingsaanslagen van 19 februari 2024 en 2 maart 2024. 8. Eiser stelt dat hij een parkeervergunning heeft. Voorafgaand aan de naheffingsaanslagen had hij een nieuw voertuig gekocht. Het is bij de gemeente Utrecht niet mogelijk om op de dag van ingebruikname van de nieuwe auto de tenaamstelling van het nieuwe kenteken te registeren. Wat wel mogelijk is, is betalen voor het parkeren of een tijdelijke kentekenwijziging registeren. Eiser heeft een tijdelijke kentekenwijziging geregistreerd en is vervolgens vergeten de tijdelijke wijziging om te zetten in een definitieve wijziging. De tijdelijke kentekenwijziging is op 14 februari 2024 gedaan en liep tot 17 februari 2024 20.00 uur. Vervolgens zijn op 19 februari 2024 en 2 maart 2024 naheffingsaanslagen opgelegd. 9. Eiser voert verder aan dat hij geen financieel voordeel heeft gehad van het niet juist registreren van het kenteken. Hij beschikt over gps-ritregistratie waaruit blijkt dat zijn voertuig niet onbetaald geparkeerd heeft gestaan. Eiser is ervan op de hoogte dat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Deze gps-ritregistratie is echter volgens hem een objectief argument. 10. De heffingsambtenaar voert aan dat de aanslagen van 19 februari en 2 maart 2024 terecht zijn opgelegd. Het is de verantwoordelijkheid van de betreffende vergunninghouder een kentekenwijziging tijdig en correct door te geven. De omstandigheid dat eiser vergeten is een definitieve kentekenwijziging door te geven komt voor rekening en risico van eiser. Eiser heeft op 5 maart 2024 geprobeerd de definitieve kentekenwijziging door te geven. Dit is toen niet gelukt. Uit coulance zijn de aanslagen die zijn opgelegd na 5 maart 2024 wel vernietigd. Tijdens de zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat in dit geval de eerste aanslag van elke maand voor rekening van eiser komt en de rest uit coulance is vernietigd. Met betrekking tot de gps-rittenregistratie stelt de heffingsambtenaar dat het feit blijft dat het kenteken niet was gekoppeld aan de vergunning. 11. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslagen parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat het kenteken op de juiste manier is geregistreerd. De parkeerbelasting is een objectieve belasting waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een overmachtssituatie zoals hiervoor bedoeld. De gps-ritregistratie doet verder niet af aan het objectieve gegeven, dat het kenteken van het voertuig op 19 februari en 2 maart 2024 niet was geregistreerd. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 12. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 juli 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:2392).
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/xml public 2026-05-06T10:05:08 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-11 UTR 24/2783, UTR 24/2947 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026030603 FutD 2026-0415 V-N Vandaag 2026/433 V-N 2026/20.17.18 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/html public 2026-03-06T08:35:38 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:770 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / UTR 24/2783, UTR 24/2947 Eiser heeft op zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De naheffingsaanslagen parkeerbelasting in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd. Geen sprake van een overmachtssituatie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 24/2783 en UTR 24/2947 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht , verweerder (gemachtigde: W. Vos) Procesverloop 1.1 De heffingsambtenaar heeft op 6 maart 2024, 13 maart 2024 en 20 maart 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt. 1.2 De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 20 maart 2024 de bezwaren van eiser in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 ongegrond verklaard. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de zitting van 2 februari 2026. Eiser en zijn partner en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting. Overwegingen 3. Het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] stond op verschillende dagen geparkeerd in het parkeergebied [straat] in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd: - aanslagnummer [nummer 1] , op 19 februari 2024 om 09:28 (UTR 24/2783) - aanslagnummer [nummer 2] , op 20 februari 2024 om 22:29 (UTR 24/2949) - aanslagnummer [nummer 3] , op 24 februari 2024 om 22:23 - aanslagnummer [nummer 4] , op 26 februari 2024 om 13:12 - aanslagnummer [nummer 5] , op 2 maart 2024 om 10:07 (UTR 24/2947) - aanslagnummer [nummer 6] , op 9 maart 2024 om 20:47 (UTR 24/3442) - aanslagnummer [nummer 7] , op 15 maart 2024 om 22:39 - aanslagnummer [nummer 8] , op 18 maart 2024 om 22:45 4. Eiser heeft tegen alle naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. 5. De rechtbank stelt vast dat op de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen van 24 februari 2024, 26 februari 2024, 15 maart 2024 en 18 maart 2024 ten tijde van het instellen van het beroep door eiser op 4 mei 2024 nog geen uitspraak was gedaan. Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 7:1 tweede lid, van de Awb. Voor deze aanslagen was eiser dus te vroeg met zijn beroep. De rechtbank heeft met eiser op de zitting besproken dat zij deze aanslagen bij de beoordeling van de beroepen buiten beschouwing laat. 6. Eiser heeft op de zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De rechtbank zal deze zaken daarom niet meer bespreken in haar uitspraak. Beoordeling van het geschil 7. In geschil zijn de naheffingsaanslagen van 19 februari 2024 en 2 maart 2024. 8. Eiser stelt dat hij een parkeervergunning heeft. Voorafgaand aan de naheffingsaanslagen had hij een nieuw voertuig gekocht. Het is bij de gemeente Utrecht niet mogelijk om op de dag van ingebruikname van de nieuwe auto de tenaamstelling van het nieuwe kenteken te registeren. Wat wel mogelijk is, is betalen voor het parkeren of een tijdelijke kentekenwijziging registeren. Eiser heeft een tijdelijke kentekenwijziging geregistreerd en is vervolgens vergeten de tijdelijke wijziging om te zetten in een definitieve wijziging. De tijdelijke kentekenwijziging is op 14 februari 2024 gedaan en liep tot 17 februari 2024 20.00 uur. Vervolgens zijn op 19 februari 2024 en 2 maart 2024 naheffingsaanslagen opgelegd. 9. Eiser voert verder aan dat hij geen financieel voordeel heeft gehad van het niet juist registreren van het kenteken. Hij beschikt over gps-ritregistratie waaruit blijkt dat zijn voertuig niet onbetaald geparkeerd heeft gestaan. Eiser is ervan op de hoogte dat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Deze gps-ritregistratie is echter volgens hem een objectief argument. 10. De heffingsambtenaar voert aan dat de aanslagen van 19 februari en 2 maart 2024 terecht zijn opgelegd. Het is de verantwoordelijkheid van de betreffende vergunninghouder een kentekenwijziging tijdig en correct door te geven. De omstandigheid dat eiser vergeten is een definitieve kentekenwijziging door te geven komt voor rekening en risico van eiser. Eiser heeft op 5 maart 2024 geprobeerd de definitieve kentekenwijziging door te geven. Dit is toen niet gelukt. Uit coulance zijn de aanslagen die zijn opgelegd na 5 maart 2024 wel vernietigd. Tijdens de zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat in dit geval de eerste aanslag van elke maand voor rekening van eiser komt en de rest uit coulance is vernietigd. Met betrekking tot de gps-rittenregistratie stelt de heffingsambtenaar dat het feit blijft dat het kenteken niet was gekoppeld aan de vergunning. 11. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslagen parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat het kenteken op de juiste manier is geregistreerd. De parkeerbelasting is een objectieve belasting waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een overmachtssituatie zoals hiervoor bedoeld. De gps-ritregistratie doet verder niet af aan het objectieve gegeven, dat het kenteken van het voertuig op 19 februari en 2 maart 2024 niet was geregistreerd. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 12. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 juli 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:2392).
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/xml public 2026-05-06T10:05:08 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-11 UTR 24/2783, UTR 24/2947 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026030603 FutD 2026-0415 V-N Vandaag 2026/433 V-N 2026/20.17.18 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:770 text/html public 2026-03-06T08:35:38 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:770 Rechtbank Midden-Nederland , 11-02-2026 / UTR 24/2783, UTR 24/2947 Eiser heeft op zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De naheffingsaanslagen parkeerbelasting in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd. Geen sprake van een overmachtssituatie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 24/2783 en UTR 24/2947 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht , verweerder (gemachtigde: W. Vos) Procesverloop 1.1 De heffingsambtenaar heeft op 6 maart 2024, 13 maart 2024 en 20 maart 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt. 1.2 De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 20 maart 2024 de bezwaren van eiser in de zaken UTR 24/2783 en UTR 24/2947 ongegrond verklaard. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de zitting van 2 februari 2026. Eiser en zijn partner en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting. Overwegingen 3. Het voertuig van eiser met het kenteken [kenteken] stond op verschillende dagen geparkeerd in het parkeergebied [straat] in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd: - aanslagnummer [nummer 1] , op 19 februari 2024 om 09:28 (UTR 24/2783) - aanslagnummer [nummer 2] , op 20 februari 2024 om 22:29 (UTR 24/2949) - aanslagnummer [nummer 3] , op 24 februari 2024 om 22:23 - aanslagnummer [nummer 4] , op 26 februari 2024 om 13:12 - aanslagnummer [nummer 5] , op 2 maart 2024 om 10:07 (UTR 24/2947) - aanslagnummer [nummer 6] , op 9 maart 2024 om 20:47 (UTR 24/3442) - aanslagnummer [nummer 7] , op 15 maart 2024 om 22:39 - aanslagnummer [nummer 8] , op 18 maart 2024 om 22:45 4. Eiser heeft tegen alle naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. 5. De rechtbank stelt vast dat op de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen van 24 februari 2024, 26 februari 2024, 15 maart 2024 en 18 maart 2024 ten tijde van het instellen van het beroep door eiser op 4 mei 2024 nog geen uitspraak was gedaan. Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 7:1 tweede lid, van de Awb. Voor deze aanslagen was eiser dus te vroeg met zijn beroep. De rechtbank heeft met eiser op de zitting besproken dat zij deze aanslagen bij de beoordeling van de beroepen buiten beschouwing laat. 6. Eiser heeft op de zitting de beroepen in de zaken UTR 24/2949 en UTR 24/3442 ingetrokken. De rechtbank zal deze zaken daarom niet meer bespreken in haar uitspraak. Beoordeling van het geschil 7. In geschil zijn de naheffingsaanslagen van 19 februari 2024 en 2 maart 2024. 8. Eiser stelt dat hij een parkeervergunning heeft. Voorafgaand aan de naheffingsaanslagen had hij een nieuw voertuig gekocht. Het is bij de gemeente Utrecht niet mogelijk om op de dag van ingebruikname van de nieuwe auto de tenaamstelling van het nieuwe kenteken te registeren. Wat wel mogelijk is, is betalen voor het parkeren of een tijdelijke kentekenwijziging registeren. Eiser heeft een tijdelijke kentekenwijziging geregistreerd en is vervolgens vergeten de tijdelijke wijziging om te zetten in een definitieve wijziging. De tijdelijke kentekenwijziging is op 14 februari 2024 gedaan en liep tot 17 februari 2024 20.00 uur. Vervolgens zijn op 19 februari 2024 en 2 maart 2024 naheffingsaanslagen opgelegd. 9. Eiser voert verder aan dat hij geen financieel voordeel heeft gehad van het niet juist registreren van het kenteken. Hij beschikt over gps-ritregistratie waaruit blijkt dat zijn voertuig niet onbetaald geparkeerd heeft gestaan. Eiser is ervan op de hoogte dat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Deze gps-ritregistratie is echter volgens hem een objectief argument. 10. De heffingsambtenaar voert aan dat de aanslagen van 19 februari en 2 maart 2024 terecht zijn opgelegd. Het is de verantwoordelijkheid van de betreffende vergunninghouder een kentekenwijziging tijdig en correct door te geven. De omstandigheid dat eiser vergeten is een definitieve kentekenwijziging door te geven komt voor rekening en risico van eiser. Eiser heeft op 5 maart 2024 geprobeerd de definitieve kentekenwijziging door te geven. Dit is toen niet gelukt. Uit coulance zijn de aanslagen die zijn opgelegd na 5 maart 2024 wel vernietigd. Tijdens de zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat in dit geval de eerste aanslag van elke maand voor rekening van eiser komt en de rest uit coulance is vernietigd. Met betrekking tot de gps-rittenregistratie stelt de heffingsambtenaar dat het feit blijft dat het kenteken niet was gekoppeld aan de vergunning. 11. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslagen parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat het kenteken op de juiste manier is geregistreerd. De parkeerbelasting is een objectieve belasting waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Dit ligt anders indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om de volgens de wet verschuldigde belasting te betalen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een overmachtssituatie zoals hiervoor bedoeld. De gps-ritregistratie doet verder niet af aan het objectieve gegeven, dat het kenteken van het voertuig op 19 februari en 2 maart 2024 niet was geregistreerd. De beroepsgronden slagen niet. Conclusie en gevolgen 12. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 juli 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:2392).