Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-19
ECLI:NL:RBLIM:2025:8667
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
21,289 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/325131 / HA ZA 23-530
Vonnis van 19 maart 2025
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
advocaat: mr. B.C. van Hees,
tegen
1 [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , tevens h.o.d.n. [handelsnaam] ,
te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ,2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2], vennoot van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ,
te [woonplaats 2] ,
3
3. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] , vennoot
van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ,
advocaat: mr. A.L. Stegeman.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 tot en met 18
de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met
producties 1 tot en met 12
de conclusie van antwoord in reconventie met producties 19 en 20
de akte overlegging producties 13 en 14 van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1]
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 september 2024
de conclusie na mondelinge behandeling inhoudende wijziging c.q. vermeerdering van eis van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met producties 21 en 22
de antwoordakte na mondelinge behandeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] met productie 15
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
In 2007 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] opdracht verstrekt tot (onder meer) het leveren en leggen van een vloer van natuursteen van het type “Quartzite Silver” (hierna ook: QS) in de ruimte van het inpandige zwembad in de kelder van een nieuw te bouwen woning (productie 21 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). De totale oppervlakte van de gelegde vloer in de kelder bedraagt circa 175 m2, waarvan een deel in beslag wordt genomen door de zwembadruimte.
2.2.
Eind 2014 / begin 2015 constateerde [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat de tegels van de zwembadvloer vlekken vertoonden en poedervorm afscheidden. Hij heeft daarover contact gezocht met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . Partijen hebben vervolgens twee onderzoeken laten verrichten, één door TTSS (ingeschakeld door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , rapport als productie 1 door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] overgelegd) en één door Testing Laboratories van het Centro Sevizi Marma Scarl (ingeschakeld door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , rapport als productie 2 door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] overgelegd). Geen van beide rapporten bood duidelijkheid over de aard en omvang van de gebreken, wel was duidelijk dat het vochtgehalte van de vloer hoog was.
2.3.
Bij brief van 2 december 2015 heeft (de advocaat van) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] -kort gezegd- in gebreke gesteld en gesommeerd om te bevestigen dat zij binnen drie maanden voor kosteloos, deugdelijk en duurzaam herstel dan wel vervanging zal zorgdragen (productie 3 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ).
2.4.
In 2016 hebben partijen het aldus ontstane geschil in der minne opgelost, in welk kader is afgesproken dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] een nieuwe vloer zou leggen. Bij brief van 12 mei 2016 heeft (de advocaat van) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gemaakte werkafspraken aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] bevestigd (productie 4 dagvaarding). In deze brief staat dat -voor zover thans van belang- is afgesproken dat (1) de werkzaamheden voor 1 juli 2016 worden uitgevoerd en afgerond, (5) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vooraf nog een technische omschrijving wenst te ontvangen van de materialen welke zullen worden gebruikt (de lijm en het product waarmee de vloer zal worden geïmpregneerd), (6) na uitvoering van de werkzaamheden wederom 10 jaar garantie zal worden verleend op de materialen en uitgevoerde werkzaamheden, (7) de vloer door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] en op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] zal worden geïmpregneerd en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hiervan ieder volgend jaar de kosten voor zijn rekening zal nemen en (14) bouwcoördinator Mortelmans namens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voor en tijdens de werkzaamheden het hele bouwproces opvolgt. Hij zal op het einde zijn goedkeuring dienen te geven, aldus de brief.
2.5.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft in juni/juli 2016 de natuurstenen vloer kosteloos vervangen door dezelfde natuursteen als eerder was gelegd en de vloer geïmpregneerd.
2.6.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft de vloer in juni 2018 wederom geïmpregneerd. De daarvoor door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gezonden factuur van € 595,02 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betaald (productie 15 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ).
2.7.
Op een niet nader geduid moment in 2019 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] weer gebreken aan de vloer geconstateerd, te weten lichte vlekken op het tegelwerk in de zwembadruimte en in het voorste douchegedeelte. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] hierover ingelicht (productie 6 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ): bij WhatsApp-bericht van 3 oktober 2019 schrijft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] “(...) Kijk dan ook even of de vloer nog in goede staat is. Ik heb mijn twijfels.(...)”.
2.8.
In oktober 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de vloer nogmaals geïmpregneerd.
2.9.
In november 2020 is een nieuwe afspraak ingepland om de vloer te
impregneren. Deze afspraak vond plaats op 14 januari 2021. Die dag heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de vloer gereinigd en vervolgens geïmpregneerd.
2.10.
Bij brief van 14 april 2021 (productie 7 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ) heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een factuur gestuurd voor het reinigen en impregneren van de zwembadvoer.
2.11.
Bij brief van 17 mei 2021 (productie 8 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] -kort gezegd- [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] verzocht en, voor zover nodig, gesommeerd aansprakelijkheid te erkennen voor de gestelde gebreken aan de vloer en deze te (doen) herstellen.
2.12.
Bij verzoekschrift van 12 augustus 2021 (productie 9 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht verzocht.
2.13.
Bij beschikking van 19 mei 2022 heeft de rechtbank een onderzoek bevolen en
ing. J. van Luijk als deskundige benoemd (productie 14 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ).
2.14.0.
Op 17 februari 2023 heeft de deskundige een definitief rapport uitgebracht (productie 15 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). Partijen zijn voorafgaand in de gelegenheid gesteld om op het conceptrapport te reageren. De deskundige komt -voor zover thans van belang- tot de volgende bevindingen en conclusies.
2.14.1.
Bij de beantwoording van vraag 1 stelt de deskundige vast dat er sprake is van witte vlekvorming in en op de vloer van de zwembadruimte.
2.14.2.
Bij de beantwoording van vraag 2 concludeert de deskundige dat dit geen oppervlakkige vervuiling of aanslag betreft, maar dat het uitbloei van onderaf (efflorescentie) ten gevolge van onder de tegels (capillair) gelekt zwembad- en of schoonmaakwater. Door verdamping onder het steenoppervlak van dat water kristalliseren de in dat water opgeloste stoffen uit de onderconstructie (lijmlaag en cementvloer). Hierdoor ontstaan vlekken en uitbloei in de natuursteen. Dit is een ernstige vorm van vlekken want er is een chemische en fysische verbinding ontstaan tussen de natuursteen en externe stoffen die zich nauwelijks chemisch laat verwijderen/oplossen. De efflorescentie heeft zich net onder het oppervlak / de impregneerlaag gevormd en is niet (meer) te verwijderen met een vloeistof wegens de aangebrachte (beschermende) impregneerlagen. De witte efflorescentie is duidelijk waarneembaar in de tegels direct aansluitend met de zwembadrand, op willekeurige plekken op de overige tegels rond de zwemspa, langs diverse voegen, en vooral in en rond de goot en de daarop aansluitende, verdiept liggende tegels. Totaal zal dit circa 80% van de 53 m2 vloertegels betreffen rond de zwemspa.
Geschil
in conventie
3.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert -na wijziging van eis- bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gesloten overeenkomst partieel te ontbinden, voor het deel van de zwembadruimte van 53 m²;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot terugbetaling van de aankoopsom ter zake de geleverde vloer in de zwembadruimte ex art. 6:271 BW ten bedrage van € 7.597,93, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van het intreden van het verzuim, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting ex art. 6:277 BW tot betaling van de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geleden schade als gevolg van de ontbinding ten bedrag van € 37.428,60 althans een in goede justitie te bepalen bedrag, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van het intreden van het verzuim, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van € 595,02 (impregneerkosten), zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van het intreden van het verzuim, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.354,05, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van het intreden van het verzuim, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
gedaagden hoofdelijk te veroordelen, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van de (deskundigen)kosten ex artikel 6:96 lid 2 onder b BW ten bedrage van € 3.548,93, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de datum van het intreden van het verzuim, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
gedaagden hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het te wijzen vonnis, te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten, het een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen die gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening,
althans een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
3.2.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] van het bedrag van € 2.073,89, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 1.657,70 vanaf 1 februari 2024 en over € 248,66 vanaf 1 februari 2024, telkens tot aan de datum van volledige voldoening,
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] te veroordelen in de nakosten en de proceskosten, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 2e dag na betekening van het vonnis.
3.5.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht
4.1.
Gelet op het feit dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in België woont, dient allereerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen en zo ja, welk recht van toepassing is.
4.2.
Partijen hebben dienaangaande aangevoerd te hebben afgesproken dat de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, bevoegd is om over het geschil te oordelen en dat Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank neemt daarom aan dat er – voor zover nodig - sprake is van een forum- en rechtskeuze die maken dat deze rechtbank bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat daarbij het Nederlandse recht toegepast moet worden.
in conventie
Partiële ontbinding
4.3.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft aan zijn standpunt dat de overeenkomst met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] partieel moet worden ontbonden en de betaalde aanneemsom terugbetaald moet worden (vorderingen 1. en 2.) het volgende ten grondslag gelegd.
De door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gelegde vloer is gebrekkig, hetgeen (ook) blijkt uit het deskundigenrapport. De eerste gelegde vloer is in 2016 vervangen nadat is gebleken dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de vloer op een foutieve ondergrond had geplaatst. De vloerconstructie en/of montage laat nog steeds te wensen over. De natuursteen blijkt helemaal niet geschikt voor een zwembadomgeving /natte omgeving, hetgeen blijkens de oorspronkelijke offerte van 29 juni 2007 wel de bedoeling was en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft gegarandeerd. De natuursteen en de wijze waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] deze heeft gelegd, zijn dus ondeugdelijk. De herstelpoging van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft hierin geen verandering gebracht. Er is dus sprake van een tekortkoming in de nakoming door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] van de tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gesloten overeenkomst.
4.4.
Het verweer van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dat de overeenkomst enkel het leggen van de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] uitgekozen tegels inhield, hetgeen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft gedaan, faalt. Er is immers tussen partijen specifiek overeengekomen dat er een tegelvloer ten behoeve van een zwembadruimte moest worden gelegd. In zoverre is de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] voorgestane uitleg van de overeenkomst te beperkt. Dat, zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] verder heeft aangevoerd, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wist dat de natuursteen poreus was en hij om die reden niet kan klagen, doet niet af aan het feit dat tussen partijen is overeengekomen dat de tegelvloer geschikt moest zijn voor een zwembadruimte, zulks te meer nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ook nu nog stelt dat de gelegde tegels daarvoor geschikt zijn.
4.5.
Ook het feit dat er een directievoerder was, die de vloer heeft goedgekeurd, ontslaat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet van zijn eigen verantwoordelijkheid als professioneel aanbieder van vloeren om voor een geschikte vloer in een zwembadruimte zorg te dragen. Zolang door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kenbaar is gemaakt dat de vloer mogelijk niet geschikt is voor het bekende voorgenomen gebruik, kan uit de goedkeuring van de directievoerder niet worden afgeleid dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] akkoord is met een niet geschikte vloer.
4.6.
Het verweer van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat het risico van het werk na oplevering overgaat op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , geldt alleen voor kenbare gebreken. Ook onder verwijzing naar 4.4. en 4.5. oordeelt de rechtbank dat daarvan niet is gebleken.
4.7.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben zich erop beroepen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet tijdig geprotesteerd tegen over het gestelde gebrek in het werk. Daarom zijn volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de eventuele aanspraken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervallen op grond van het bepaalde in artikel 6:89 BW. Anders dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] echter heeft aangevoerd, dient bij de beoordeling van dat beroep niet te worden gekeken naar (het ontdekken van) het gebrek nadat in 2007 de eerste vloer was gelegd, nu er in 2016 een nieuwe vloer door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is gelegd. Ontdekking van eventuele gebreken aan die vloer kunnen niet eerder dan na ingebruikname in 2016 zijn gedaan. Toen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in 2019 (zie onder 3.8. dagvaarding) vlekken op het tegelwerk ontdekte, heeft hij dit (in 2019) kenbaar gemaakt aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , hetgeen tijdig is. Het beroep van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op het verstrijken van de klachtplicht faalt derhalve.
4.8.
Het beroep op verjaring ex art. 7:761 BW van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] volgt hetzelfde lot, nu dat niet -zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft aangevoerd- moet worden beoordeeld over de periode gelegen vóór 2016, maar vanaf 2016 toen er een nieuwe tegelvloer door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is geplaatst. Zoals hiervoor al is overwogen, is er in 2019 geprotesteerd door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met de mededeling dat de tegelvloer (weer) vlekken vertoonde en gesteld noch gebleken is dat een eventuele vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daarna is verjaard.
4.9.
De rechtbank komt derhalve toe aan de inhoudelijke beoordeling van de stelling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, welke stelling dient als onderbouwing van de vordering die strekt tot partiële ontbinding van die overeenkomst en gedeeltelijke restitutie van de aanneemsom.
4.10.
Dat er in de vloer sprake is van efflorescentie, zijnde het kristalliseren van uit de lijmlaag en cementvloer oploste stoffen door het indringen van water, en dat zich dit uit in witte vlekvorming op/in een deel van de tegels van de vloer, staat tussen partijen vast.
Dictum
TOTAAL € 8.305,09
4.39.
De gevorderde hoofdelijke veroordeling is niet door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] weersproken, zodat deze zal worden toegewezen. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
in reconventie
4.40.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft gesteld in opdracht van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in 2020 werkzaamheden te hebben
verricht. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft hiervoor op 9 november 2020 een factuur van € 1.657,70 (productie 8 van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ) aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gestuurd. Ondanks aanmaningen daartoe heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet betaald. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft voorts buitengerechtelijke incassokosten van € 248,66 gemaakt. De vertragingsrente tot 1 februari 2024 bedraagt € 167,89, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] .
4.41.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft aangevoerd niet gehouden te zijn tot (volledige) betaling van de factuur. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is tekortgeschoten in de nakoming van de oorspronkelijke overeenkomst en in een herstelpoging heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de vloer en wand gereinigd en geïmpregneerd, aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Partijen zijn volgens hem overeengekomen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dit kosteloos zou doen. Op 14 april 2021 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toch een factuur hiervoor ontvangen. waarop hij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft verzocht een creditfactuur te sturen zodat alleen de levering van het onderhoudsproduct van € 117,00 excl. btw in rekening zou worden gebracht, maar dat heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] nooit gedaan. Omdat de factuur volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op goede gronden onbetaald is gebleven, hoeft geen rente daarover te worden betaald. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn, omdat er naar zijn mening geen werkzaamheden dienaangaande zijn uitgevoerd.
4.42.
De rechtbank stelt vast dat uit de stellingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] volgt dat hij de vordering die ziet op levering van een onderhoudsproduct niet betwist. De omstandigheid dat er door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet desgevraagd een creditfactuur is verzonden voor het meerdere, doet niet af aan de verplichting het erkende deel te betalen. Het daarmee corresponderende deel van het gevorderde - groot € 117,00 excl. btw / € 141,57 incl. btw in hoofdsom - zal dus worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen als gevorderd nu daartegen geen ander verweer is gevoerd dan reeds verworpen.
4.43.
Nu het impregneren op advies van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geuite klachten, kan niet worden vastgesteld of aangenomen dat ( [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat) deze werkzaamheden zijn verricht in het kader van een door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] verleende opdracht, in die zin dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich heeft verplicht daarvoor te betalen. Daarom zal de rechtbank het overige deel van het gevorderde afwijzen.
4.44.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu gesteld noch gebleken is dat een aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden.
4.45.
In het feit dat beide partijen in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren, aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in conventie
5.1.
ontbindt de tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gesloten overeenkomst partieel, voor het deel van de zwembadruimte van 53 m2,
5.2.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis, uit hoofde van de wederzijdse ongedaanmakingsverbintenissen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] € 1.467,65 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf twee weken te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van het wijzen van dit vonnis,
5.3.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis, uit hoofde van schadevergoeding bestaande uit kosten van herstel aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] € 15.931,80 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf twee weken te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van het wijzen van dit vonnis,
5.4.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis, uit hoofde van schadevergoeding bestaande uit gemaakte impregneerkosten aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] € 595,02 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf twee weken te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van het wijzen van dit vonnis,
5.5.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis uit hoofde van buitengerechtelijke kosten aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] € 934,32 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf twee weken te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van het wijzen van dit vonnis,
5.6.
veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hoofdelijk, inhoudende als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] begroot op € € 8.305,09, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf twee weken te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van het wijzen van dit vonnis,
5.7.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.9.
veroordeelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] van € 141,57 incl. btw, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening,
5.10.
verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt,
5.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
19 maart 2025.
JC
Feiten
De mate van efflorescentie heeft een duidelijke relatie met de mate van vochtigheid van de vloer.
2.14.3.
Bij de beantwoording van vraag 3 concludeert de deskundige dat de meest waarschijnlijke oorzaak van de witte efflorescentie in de vloertegels is het kristalliseren vanuit de lijmlaag en cementvloer opgeloste stoffen door het indringen van water van bovenaf via de natuursteen, de voegen en de aansluitdetails. De oorzaak van het indringen van vocht en kristallisatie in de steen is:
de keuze van een poreuze natuursteen,
de montagewijze van de vloer zoals de lijmkeuze, geen waterkeringen onder de lijmlaag, geen waterdichte details, geen afschot.
het veelvuldig impregneren, deels zonder adequate reiniging.
2.14.4.
Bij de beantwoording van vraag 4 gaat de deskundige in op de vraag of de gelegde natuursteen geschikt is voor een zwembadomgeving. Hij geeft aan dat de toegepaste natuursteen Quarzite Silver, gezien de opbouw uit kwarts (zand) niet aangetast wordt door het zwembadwater of door de toegepaste reinigingsmiddelen. De steen en het voegmiddel moeten echter bestand zijn tegen alle optredende belastingen (zoals daar opgesomd). Een natuursteen inclusief voegen is echter niet waterdicht en alle natuurstenen zijn zelf in meer of mindere mate ook poreus. Een impregneerlaag kan sommige eigenschappen van de steen enigszins verbeteren, zoals de bestandheid tegen chemicaliën en vlekkende stoffen, maar levert geen volledige waterdichtheid op. Veel soorten steen zijn wel toepasbaar in een “natte ruimte” zoals een douche of badkamer, maar dezelfde steen toepassen in een chemisch zwaar belaste zwembadomgeving geeft dan toch klachten. Vanwege de hoge poreusheid is de steen niet geschikt voor een zwembadtoepassing. Ook niet met impregneerlagen of aangepast onderhoud. De problematiek is in dit geval verergerd doordat de montagewijze van de vloer gebreken kent, en hierdoor het insijpelen van water is verergerd ondanks impregneren. Door het zo goed als dampdicht afsluiten van de vloer (door meerdere malen te impregneren) ontstaat bovendien ten gevolge van opgesloten vocht een enorme dampdruk onder de tegels. Het te verdampen water wordt hierdoor van onderaf in de kleinste steen poriën geduwd. Er kunnen donkere verkleuringen ontstaan door dit opgesloten vocht onder de impregneer. Na trage verdamping van dit water kan kristallisatie van de in dat water opgeloste stoffen ontstaan. Dit is zichtbaar als witte verkleuring, efflorescentie.
2.14.5.
Bij de beantwoording van vraag 5 concludeert de deskundige dat de vlekken niet zijn ontstaan door nagelaten of onjuist uitgevoerd onderhoud. Het droogtrekken van de vloer na het zwemmen heeft ook nauwelijks invloed gehad op de mate van vochtintrekking. De efflorescentie/verkleuringen liggen onder de impregneerlaag waardoor dit niet is ontstaan door stilstaand water op de vloertegels. Water uit de zwemspa zal tijdens het gebruik over de rand heen spoelen ten gevolge van het jetstream-gebruik tijdens zwem- of spasessies. Omdat de vloeren rond de zwemspa horizontaal liggen, zal water hierdoor niet spontaan wegstromen, de goot in. Hierdoor wordt de vloer belast met water, ongeacht de mate van onderhoud. Water dat op de tegels blijft liggen kan via alle mogelijke open plekjes en haarscheuren in de voegen capillair onder de tegels sijpelen richting lijm- en cementlaag. Door belopen van de vloer tijdens de zwem- of spasessie zal water ook in de steen “gedrukt” kunnen worden, ondanks impregneren. Het onder de tegels verzamelde water is de veroorzaker van efflorescentie. Deze efflorescentie is inmiddels afgedekt met impregneerlagen.
2.14.6.
Bij de beantwoording van vraag 6 concludeert de deskundige dat er in redelijkheid geen hersteloplossing voor deze steen en de huidige vloerconstructie is. Beter of anders impregneren is ook geen oplossing voor dit probleem. Vervanging van de natuursteen vloertegels in de zwemspa-ruimte door bij voorkeur volkeramische tegels is de enige oplossing voor duurzaam herstel. Dit dan in combinatie met een juist afschot, een lijngoot en een waterdicht gemaakte ondervloer.
2.14.7.
Bij de beantwoording van vraag 8 heeft de deskundige de herstelkosten begroot op
€ 44.360,00. Daarbij is onder meer uitgegaan van herstel middels het leggen van een keramische tegel.
2.14.8.
Met vraag 9 is de deskundige gevraagd of hij nog andere punten naar voren wil brengen die hij relevant acht. Hij heeft daarop onder meer het navolgende aangegeven.
onder 9B:
poreus materiaal zoals de in dit geval gebruikte natuursteen wordt sterk afgeraden voor gebruik in natte ruimten.
de onderzochte vloer was veel te vochtig om geïmpregneerd te kunnen worden.
er is door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet aangegeven dat de vloer voor het aanbrengen ook is gecontroleerd op het vochtgehalte, hetgeen nu juist bij deze poreuze steen in een zwembad van groot belang is.
onder “Nadelen van impregneren”:
mogelijke problemen door opstijgend vocht kunnen niet door middel van een impregnering worden voorkomen.
bij vocht onder de tegels (lekkage van water) is de impregneerlaag zelfs een nadeel.
de onderhavige vloer is diverse malen geïmpregneerd door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] (te weten in
2016, 2018, 2019 en 2020).
- door het impregneren te herhalen bouwen zich lagen op, die de steen volledig dampdicht kunnen afsluiten, ongeacht de “dampopen” werking van één laag impregneer.
Onder 9C:
het aantal keer over elkaar heen impregneren is een mogelijke oorzaak van de efflorescentie.
door de impregneerlagen is de efflorescentie niet meer bereikbaar van bovenaf, onafhankelijk van het type reinigingsproduct.
het wel/niet droogtrekken van de vloer na het zwemmen heeft weinig invloed op de mate van vochtintrekking.
de vloeren rondom de zwemspa liggen vlak, en water zal hierdoor niet spontaan wegstromen, de goot in. De vloer wordt hierdoor gedurende langere tijd belast met water, ongeacht het naderhand uitgevoerde droogtrekken, omdat de vloertegels niet
onder afschot zijn aangebracht.
water dat op de vloer blijft liggen, kan via alle mogelijke open plekjes, haarscheuren in de voegen en via de zwemspa-rand onder de tegels sijpelen.
zwembadwater kan zo in de lijmlaag intrekken, en horizontaal verplaatsen. Ook kan vocht in onderliggende cementlaag lopen door de afwezige waterkering onder de lijmlaag.
na de zwem- of spasessie kan het overgelopen water worden weggewist richting goot, maar vervolgens wordt de horizontaal liggende goot ook weer langdurig belast met water. Dat water sijpelt vervolgens tussen de voegen en kitnaad, ook rond de gootafvoer onder de tegels.
Onder 9D:
- volgens de Italiaanse leverancier zou het materiaal geschikt zijn voor natte ruimten, zijnde de badkamer inclusief douche. Er is geen bevestiging verstrekt dat de steen geschikt zou zijn rond een zwembad. De steen voldoet inderdaad aan een aantal eisen ten aanzien van natte ruimten. Een groot nadeel van deze Quartzite Silver / zandsteen is echter de hoge poreusheid. De natuursteen is in staat veel water op te nemen.
Beoordeling
Aan de hand van het deskundigenbericht – waarop [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich beroept - kan het verder het volgende worden vastgesteld ten aanzien van gebreken aan de vloer en de oorzaken daarvan (zie 2.14):
de gebruikte poreuze natuursteen en de, verdiept uitgevoerde, voegen zijn niet waterdicht,
de gebruikte natuursteen is in beginsel geschikt voor een natte ruimte, maar vanwege de hoge poreusheid ongeschikt voor een zwembadruimte,
opspattend water uit het zwembad blijft bovendien op de vloer liggen en stroomt niet spontaan weg omdat de vloer horizontaal en niet op afschot is gelegd,
het impregneren van de vloer voorkomt de indringing van water niet, (onder meer) vanwege het belopen van de vloer en het indringen van water via (de scheurtjes ter hoogte van) de voegen,
er sijpelt aldus water in en onder de vloer,
door het impregneren kan het onder de tegels doorgesijpelde water niet (goed) meer verdampen,
om het proces dat leidt tot efflorescentie te voorkomen is (bovendien) noodzakelijk dat onder de lijmlaag een waterdichte laag onder de vloertegels wordt aangebracht, zodat water van onderop niet (snel) in de vloer kan dringen,
er is geen informatie bekend over het door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] aangebracht zijn van een dergelijke waterdichte laag,
de aansluiting tussen de randen van het zwembad en de vloer is niet waterdicht uitgevoerd.
4.11.
Aan de hand van het deskundigenrapport concludeert de rechtbank dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van de met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gesloten overeenkomst. De door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] geleverde vloer voldoet immers niet aan de vereisten die nodig zijn voor het kenbaar voorziene gebruik als vloer in een zwembadruimte, in die zin dat deze niet bestand is tegen de voorziene belasting met zwembadwater, met efflorescentie als gevolg.
4.12.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben aangevoerd dat het deskundigenbericht niet gevolgd moet worden. Daartoe voeren zij een aantal argumenten aan die hierna worden besproken. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet hebben gereageerd op het concept rapport van de deskundige en deze dus niet de kans hebben gegeven om op eventuele aan- of opmerkingen zijdens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in te gaan. Weliswaar is de deskundige – na ruggespraak met de rechtbank – niet ingegaan op het verzoek van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om een langere termijn te geven voor reactie op het concept rapport, maar dat heeft niet aantoonbaar verhinderd dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in staat zijn geweest om te reageren op het rapport. De reden voor het verzoek van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] was immers de wens om het concept rapport te vertalen naar het Italiaans om dit met de Italiaanse leverancier van de vloertegels te kunnen bespreken, waarna de reactie mogelijk ook weer zou moeten worden vertaald. Voor het overgrote deel van de standpunten die [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] thans inneemt, valt echter niet in te zien dat daarvoor de input van de Italiaanse leverancier nodig was geweest, dus verklaart dat niet dat deze niet aan de deskundige zijn voorgelegd. Dat dit niet is gebeurd, komt voor risico van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Voor zover [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zich toch wensten te beroepen op de standpunten van de Italiaanse leverancier, was daarvoor in deze hoofdprocedure bovendien voldoende tijd en ruimte. Dat is niet gebeurd, zodat in het midden kan blijven of de deskundige ten behoeve van de input uit Italië een langere reactietermijn had moeten gunnen. Dat had immers geen verschil gemaakt.
4.12.1.
Volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] vergist de deskundige zich waar hij aangeeft dat de gebruikte steen vanwege de poreusheid niet geschikt is voor een zwembadruimte. De deskundige heeft zijn oordeel echter toegelicht – en in dat kader bijvoorbeeld het verschil geduid tussen een zwembadruimte en een andere natte ruimte – zodat de rechtbank aan het standpunt van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voorbij gaat. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben in dit kader nog verwezen naar een door hen als productie 15 overgelegde ‘product sheet’. Dit betreft echter een niet nader toegelicht, deels zwartgemaakt, stuk met kennelijk producteigenschappen, maar zonder toelichting. Het betreft daarmee op zijn best algemene, niet op deze concrete zaak toegespitste informatie, waarvan de relevantie ook overigens niet is te duiden. Het kan daarom niet afdoen aan het oordeel van de deskundige.
4.12.2.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren verder aan dat het zwembadontwerp van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] afkomstig was. Alle constructieve en bouwkundige elementen (waaronder de ondervloer, afvoeren en kelderruimte) zijn aangebracht door andere aannemers in opdracht van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Het afschot van de ondervloer, de plaatsing van het zwembad, de afdichting daarvan, de afwatering, de (toegang tot de) kelderruimte etc. zijn daarmee door anderen bepaald en gemaakt en deze elementen behoorden niet tot het door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] aangenomen werk noch tot diens deskundigheid. Op [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] rustte niet de verplichting het ontwerp en het werk van derden te onderzoeken en te controleren en deze elementen vielen dan ook niet onder het bereik van de waarschuwingsplicht van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , aldus [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
De rechtbank gaat aan het standpunt van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voorbij omdat dit (wederom) uitgaat van een te beperkte prestatieplicht van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . Waar een professioneel aannemer op het gebied van stenen vloeren een opdracht aanneemt om een vloer in een zwembadruimte te leggen, rust op haar de verplichting om deze vloer ofwel zo te leggen dat het voorziene gebruik niet leidt tot schade ofwel te waarschuwen voor schade bij het voorziene gebruik. Onder de vermelde waarschuwingsplicht valt ook dat de aannemer er melding van maakt als de aangetroffen situatie maakt dat – zonder aanpassingen door of namens de opdrachtgever – het voorziene gebruik niet schadevrij kan geschieden. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft het een noch het ander gedaan, ook niet nadat een tweede vloer is gelegd volgend op de vochtproblemen die waren ontstaan in de eerste vloer.
4.12.3.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben nog aangevoerd dat de deskundige ten onrechte twijfels heeft geuit over de gebruikte lijm en het gebruikte voegmiddel. Dit hadden zij echter aan de deskundige moeten voorleggen, wat zij niet hebben gedaan, zodat hun opmerkingen ter zake tardief zijn. Daarbij komt dat in ieder geval vaststaat dat de gebruikte materialen de efflorescentie niet hebben voorkomen.
4.12.4.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen dat de deskundige ten onrechte aanneemt dat er pas is geïmpregneerd nadat de vloer vervuild is geraakt.
Feiten
Onder 9E.1:
de deskundige concludeert dat er vlekken waren ontstaan door het overmatig aanwezige vocht in de mortel onder de tegels. Hoewel volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de oorzaak van het overmatige vocht niet bekend was, heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] wel bevestigd dat vanwege dit “vocht”-feit, de vloer beter gelijmd had kunnen worden. Deze uitspraak duidt dan volgens de deskundige kennelijk op andere / beter waterkerende eigenschappen van lijm versus mortel, aangezien de vloerconstructie en de tegels verder identiek waren in beide situaties.
volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is lijmtype X32 van ARDEX toegepast. Deze lijm is echter niet expliciet geschikt voor waterbelaste ruimten, ook wordt niet aangegeven dat deze lijm waterbestendig is. Verwacht mag worden dat minimaal de opbouw van een badkamervloer wordt toegepast bij het aanbrengen van tegels rond een zwembad. In beide gevallen adviseert ARDEX een ander dan toegepast lijmtype (X78 in plaats van X32) in combinatie met een waterdichte afdichting onder de lijmlaag en een epoxy voorstrijk onder de lijmlaag bij het zwembad. Voor de natuursteentegels is volgens opgave het voegmiddel G8S flex 1-6 van ARDEX toegepast.
omdat de voegen iets verdiept waren afgewerkt, kan water langer in de voegen achterblijven, ook na het wissen met een trekker.
op basis van het specifieke zwembadvloer- en badkamervloeradvies van ARDEX adviseert ARDEX het gebruik van andere voegmiddelen dan type G8S flex. Het is onduidelijk waarom er voor een ander voegmiddel is gekozen dan hetgeen specifiek voor zwembaden is voorgeschreven door de leverancier.
Onder 9E.2:
in elke vochtbelaste situatie moet ervan worden uitgegaan dat de voegen en/of de natuursteen het water niet kunnen tegenhouden. Om te voorkomen dat water dat in de vloer is gekomen diep in de constructie kan doordringen moet er een waterdichte laag zo hoog mogelijk in de constructie worden aangebracht, in principe direct onder de hecht (lijm) laag.
er is op geen enkele wijze aangegeven dat er voorzorgsmaatregelen zijn genomen om mogelijk vocht -dat in de vloerconstructie zou kunnen dringen- preventief te weren door een waterdichte laag onder de lijmlaag aan te brengen. Omdat naar alle waarschijnlijkheid deze waterdichte laag niet is aangebracht kan er meer water (want dieper) in de constructie dringen dan noodzakelijk. Des te meer vocht er onder de tegels kan komen, des te meer gebreken zullen er in de tegels en voegen kunnen ontstaan door in water opgeloste stoffen.
Onder 9E.3:
de deskundige merkt op dat er een waterkerende rand bij de vloer aanwezig had moeten zijn die voorkomt dat water op de vloer liggend naar de kelder kan stromen.
er is geen gebruik gemaakt van volledig waterdichte kunststof of roestvast stalen goot die al dan niet bekleed is met natuursteen.
door de hoeveelheid water en het langdurig achterblijven van water is deze goot door de horizontale ligging is lekkage door de langs- en stootvoegen en voegen rond de afvoer van deze goot onvermijdbaar. De enorme vochtpercentages rond de plekken met efflorescentie in de vloer en rond deze goot duiden hier ook op. Ook het ingetrokken vocht in de wand wordt mede door deze gootconstructie veroorzaakt omdat de lijmlaag verzadigd is met vocht.
door de grotendeels dampdichte impregneerlagen gaat verdamping moeizaam.
Onder 9E.4:
in afwijking van de dringende voorschriften om vloertegels rond een zwembad afwaterend te plaatsen zijn de vloertegels rondom de zwemspa horizontaal gelegd. Hierdoor zal het water niet spontaan wegstromen, de goot in.
Ook de goot is horizontaal aangebracht waardoor het water in de goot ook niet spontaan wegloopt en de voegen hierdoor lang belast.
2.15.
Bij brief van 4 mei 2023 (productie 14 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ) heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] -kort gezegd- aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] laten weten dat uit de bevindingen van de deskundige blijkt dat de natuursteen gebrekkig is gelegd en niet geschikt is voor een zwembadomgeving. De vlekken zijn niet veroorzaakt dan wel ontstaan door weinig of onjuist uitgevoerd onderhoud door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . In redelijkheid is er geen hersteloplossing voor de huidige natuursteen. Er dient dus een nieuwe vloer te worden gelegd, maar de huidige natuursteen dient daarbij te worden vervangen door (bij voorkeur) volkeramische tegels, een en ander in combinatie met een deugdelijke aanleg, een juiste afschot, lijngoot en waterdicht gemaakte ondervloer.
2.16.
Bij brief van 5 juli 2023 heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] -kort gezegd- laten weten
zich niet te kunnen verenigen met de inhoud van het deskundigenbericht.
Beoordeling
Ook los van het feit dat ook hier geldt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben nagelaten de deskundige hierop te bevragen, volgt uit het deskundigenrapport dat impregneren als zodanig in de gegeven omstandigheden geen soelaas heeft geboden (integendeel), zodat niet valt in te zien hoe het door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aangehaalde punt kan afdoen aan de eindconclusies van de deskundige.
4.12.5.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben er nog over geklaagd dat de deskundige geen andere mogelijke oorzaken voor de schade heeft onderzocht, zoals die volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zouden kunnen blijken uit het rapport van TTSS (zie 2.2). Ook dit is bij uitstek een punt dat door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan de deskundige had moeten worden voorgelegd. Bovendien heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] er terecht op gewezen dat wanneer de deskundige een oorzaak vaststelt, hij niet expliciet andere oorzaken behoeft uit te sluiten.
4.12.6.
Verder hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aangevoerd dat de deskundige is aangesloten bij een organisatie die in de clinch ligt met de ondernemersvereniging waarbij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is aangesloten. Daarom twijfelen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan diens onafhankelijkheid. Deze vage suggestie is echter volstrekt onvoldoende reden om te twijfelen aan het gemotiveerde rapport van de deskundige.
4.13.
Een aanvullend verweer van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is gewaarschuwd, in die zin dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een gebruiksadvies voor de tegelvloer heeft gegeven inhoudende dat hij die iedere keer na gebruik van het zwembad droog moest trekken en schoon moest houden. Niet geheel duidelijk is of dat verweer de tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] betreft of (bijvoorbeeld) ziet op de toerekening van schade. Hoe dan ook slaagt het verweer niet, nu uit het deskundigenbericht blijkt dat het al dan niet opvolgen van dit advies – wat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt wel te hebben gedaan - nauwelijks invloed heeft gehad op de mate van vochtintrekking (de rechtbank verwijst naar 2.14.5).
4.14.
De tussenconclusie is dat als vaststaand wordt aangenomen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . Dat geeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het recht de overeenkomst partieel te ontbinden. De rechtbank is het niet eens met de stelling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat de tekortkoming deze ontbinding niet zou rechtvaardigen. Daarmee zou immers geoordeeld worden dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het deel van de prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dat heeft geleid tot door efflorescentie aangetaste tegels moet accepteren. Dat acht de rechtbank niet terecht.
4.15.
De vordering die strekt tot partiële ontbinding van de overeenkomst wordt dus toegewezen. Daardoor komen op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ongedaanmakingsverbintenissen te rusten. Daarop gaat de rechtbank hierna in.
Ongedaanmakingsverbintenissen
4.16.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gesteld dat de totale oppervlakte van de gelegde vloer in de kelder 175 m2 is, terwijl de zwembadruimte met de gebrekkige vloer 53 m2 betreft. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verwijst dienaangaande naar het deskundigenbericht (p. 6). De oorspronkelijke materiaalkosten bedroegen € 98,00 per m2 en de kosten voor het plaatsen van de tegelvloer bedroegen in totaal € 7.080,00. Aldus bedraagt de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betaalde prijs van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] gelegde vloer volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (€ 98,00 x 53 + 53/175e deel van € 7.080,00 =) € 7.338,23, te vermeerderen met 5% snijafval (te weten 5% van 53 m2 x € 98,00 =) € 259,70, zodat de omvang van de ongedaanmakingsverbintenis ex art. 6:271 BW aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] € 7.597,93 bedraagt, aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
4.17.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben aangevoerd dat uit de offerte is af te leiden dat de vloeroppervlakte van het totale souterrain 175 m2 bedraagt. De zwembadruimte betreft volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een oppervlakte van 60 m2, waarvan het zwembadbekken zelf een oppervlakte van 15 m2 betreft. Dit betekent dat het netto vloeroppervlakte aan natuursteen 45 m2 betreft (zoals [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ook in het verzoekschrift voorlopig deskundigenonderzoek heeft voorgerekend), aldus [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] De materiaalprijs voor de gebruikte tegel bedroeg € 98,00 per m2 en de montagekosten € 40,46 per m2, dat wil zeggen een totaalprijs van € 138,46 per m2, inclusief montage, maar exclusief hulpmaterialen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft voor de netto-zwembadruimte (45 m2 x € 138,46 =) € 6.230,70 berekend, welk bedrag [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hiervoor volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ook heeft betaald. Mocht de partiële ontbinding slagen, dan zou [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dit bedrag aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moeten terugbetalen, met verrekening van de aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] toekomende waarde van de prestatie voor zover die niet ongedaan gemaakt kan worden. De economische waarde van de vloer is gelijk aan het bedrag dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hiervoor indertijd heeft betaald. Dit betekent dat er per saldo geen geld van de ene partij naar de andere gaat en dat de vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moeten worden afgewezen, zo besluiten [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]
4.18.
De rechtbank volgt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] niet in zijn stelling dat de vloer 45 m2 groot is, maar houdt de door de onafhankelijke deskundige vastgestelde oppervlakte van 53 m2 betreffende de tegelvloer rond het zwembad aan. De opmerking namens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het verzoekschrift strekkende tot benoeming van een deskundige dat het aangetaste deel van de vloer “circa 45 m2” betreft is daarmee niet in tegenspraak.
4.19.
Gesteld noch gebleken is dat, zoals [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft berekend, er voor 5% snijafval
ter waarde van € 259,70 is betaald, zodat de rechtbank hieraan voorbijgaat.
4.20.
Uitgaande van materiaalkosten van € 98,00 per m2 en de kosten van het leggen van (€ 7.080,00 / 175 m2 =) € 40,45 per m2 voor een oppervlakte van 53 m2 komt de rechtbank op een bedrag van ([53m2 x € 98,00 = € 5.194,00] + [53m2 x € 40,45 = € 2.144,23] =)
€ 7.338,23 als aanneemsom voor het betreffende deel van de vloer. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dienen dit bedrag vanwege de partiële ontbinding op grond van de op [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] rustende ongedaanmakingsverbintenis aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (terug) te betalen.
Beoordeling
4.21.
Nu de aard van de prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] uitsluit dat zij ongedaan wordt gemaakt, treedt ex art. 6:272 lid 1 BW daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van de ontvangst. Ingevolge lid 2 wordt, als de prestatie niet aan de verbintenis beantwoordt, deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad.
4.22.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft -kort gezegd- gesteld dat de waarde van de tegelvloer voor hem € 0,00 is, terwijl [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft aangevoerd dat de economische waarde van de vloer gelijk is aan het bedrag van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hiervoor indertijd heeft betaald omdat deze de functie als vloer onverminderd heeft vervuld, wat betekent dat er per saldo geen geld van de een partij naar de andere gaat. De rechtbank volgt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in hun stelling dat de vloer en daarmee de prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] weldegelijk deels tegemoet is gekomen aan de verwachting van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] nu de functie als vloer niet is aangetast. Dat betekent echter niet dat de waarde van de prestatie gelijk kan worden gesteld aan de daarvoor betaalde prijs. Het moet immers worden aangenomen dat esthetisch element ook een rol speelt bij de keuze voor een vloer, in die zin dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mocht verwachten dat de vloer niet zou worden aangetast door efflorescentie met de witte vlekken als gevolg. Daarmee rekening houdend zal de rechtbank de waarde van de prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] begroten op 80% van de betaalde prijs en dus op (80% van € 7.338,23 =) € 5.870,58, welk bedrag [eiser in conventie, verweerder in reconventie] uit hoofde van ongedaanmakingsverbintenis aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dient te betalen. Per saldo zullen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in verband met de ongedaanmakingsverbintenissen dus € 1.467,46 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moeten betalen. Daarover is (nog) geen wettelijke rente verschuldigd omdat de vordering pas ontstaat met dit vonnis.
Schadevergoeding
4.23.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gesteld schade te lijden omdat geen deugdelijke nakoming van de overeenkomst plaatsvindt. Ter onderbouwing van zijn vordering ter zake (vordering 3.) voert hij het volgende aan.
De deskundige heeft de schade begroot op € 44.360,00. Dit bedrag dient verminderd te worden met de door de deskundige begrootte kosten ter zake het leveren en plaatsen van een nieuwe vloer (12.500,00, zie productie 13, p. 15 [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). De schade zoals begroot door de deskundige bedraagt alsdan € 32.110,00. Deze kosten dienen nog verhoogd te worden met de bouwplaats- en transportkosten ad € 13.250,00 (zie productie 16 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft twee offertes voorhanden waaruit de daadwerkelijke schade blijkt (zie producties 22 en 23 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). Hij heeft vervolgens aansluiting gezocht bij de goedkoopste offerte waaruit de daadwerkelijke schade blijkt, te weten die van DOHM (productie 22 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ). DOHM heeft de herstelkosten begroot op € 37.428,60 incl. btw, waarbij de posten leveren nieuwe tegels van € 13.750,00 excl. btw en plaatsing van € 8.525,00 excl. btw al in mindering zijn gebracht. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert om die reden een bedrag van € 37.428,60 als schade omdat geen deugdelijke nakoming, maar ontbinding plaatsvond.
4.24.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren ten verwere het volgende aan.
De eventueel aan te nemen tekortkoming is niet aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] toerekenbaar. Het was immers (1) de keuze van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voor dit type natuursteen, terwijl (2) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] uit hoofde van het rapport van TTSS van te voren bekend was dat deze steen onder andere water absorbeerde en (3) [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij het maken van de keuze en aanleg van de vloer werd bijgestaan door een deskundige directievoerder, en (4) [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] [eiser in conventie, verweerder in reconventie] consequent heeft gewezen op de noodzaak om de vloer droog en schoon te maken na gebruik. Een eventuele tekortkoming hoort niet voor rekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] te komen.
Bovendien is de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde schadevergoeding van buitenproportioneel. De oorspronkelijke aanneemsom voor (enkel) de zwembadvloer bedroeg € 6.230,70, terwijl de schadevergoeding zes keer zo hoog is. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kan nooit meer schade hebben dan het bedrag van de aankoopsom en het weegt niet op tegen het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gestelde nadeel (zie HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:743). Het gaat bovendien enkel om een cosmetisch / esthetisch aspect.
Gelet op art. 6:277 lid 1 BW bestaat, ingeval van ontbinding van een overeenkomst een aanspraak op vergoeding van schade doordat de ontbinding plaatsvindt. Dit betekent dat er een causaal verband moet zijn tussen de ontbinding en de geleden schade. De grondslag waarop [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn schadevergoedingsvordering baseert is niet juist en moet worden afgewezen.
De schade dient te worden begroot op basis van een vergelijking tussen de hypothetische situatie waarin [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij behoorlijke nakoming zou zijn geraakt (situatie 1) en de feitelijke toestand waarin [eiser in conventie, verweerder in reconventie] als gevolg van de vermeende tekortkoming is komen te verkeren (situatie 2). Dat moet leiden tot afwijzing van de vordering. Situatie 1 kan niet worden bepaald, omdat onduidelijk is wat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zou hebben gedaan als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] had aangegeven dat de steen in kwestie niet voor een zwembadruimte geschikt zou zijn geweest. Er ontbreekt een causaal verband tussen de tekortkoming en schade en er is ook geen vermogensvergelijking mogelijk. Er bestaan bovendien geen tegels die gedurende hun levensduur geen aanslag gaan vertonen als zij niet worden schoongemaakt. Wat betreft situatie 2 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een vloer in de zwembadruimte die in alle constructieve opzichten zijn functie vervult, maar na verloop van tijd minder mooi is geworden. Die situatie is niet goed in een (mindere) vermogenswaarde te kwantificeren en het betoog van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] biedt hiervoor ook geen aanknopingspunten. Gelet hierop is er geen vermogensvergelijking uit te voeren, reden waarom de vordering moet worden afgewezen.
Mocht op grond van art. 6:97 BW de schade worden begroot, zou de vloer om optisch/cosmetische redenen minder waard geworden kunnen zijn, maar [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt of onderbouwt dienaangaande niets. Dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt minder plezier en stress te hebben ervaren door de vloer, betreft immateriële en geen materiële schade en komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.
De vermogensvermindering moet worden gemeten naar de peildatum van de niet-nakoming.
Beoordeling
Als de stelling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is tekortgeschoten in zijn waarschuwingsplicht, dan is het peilmoment het moment waarop de overeenkomst is gesloten. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gaat hierop niet in, zodat er ook om deze reden onvoldoende grond is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een schadevergoeding toe te kennen.
Alle schadeposten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn gebaseerd op de gedachte dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] een andere vloer had moeten adviseren, maar welke vloer dan? Tegels die gedurende hun levensduur bij intensief gebruik en zonder onderhoud in nieuwstaat blijven bestaan niet. Uit de offertes die [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft overgelegd blijkt ook helemaal niet welke tegels [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dan zou willen aanschaffen.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft (dus) helemaal geen schade geleden, en zeker geen schade wegens sloopwerkzaamheden of de aanleg van een nieuw ondervloer. De offertes en de begroting van de deskundige worden betwist. Het beschermen van 110 m2 vloer is onnodig, omdat er voor een kruiwagen een pad kan worden gemaakt. En als er beschermd is, is er geen noodzaak kosten voor herstel stucwerk, poetsen en schilderen in rekening te brengen. Er worden kosten in rekening gebracht, die nimmer tot de opdracht van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] behoorden, zoals voorstrijk en egalisatiemortel en constructieve aanpassingen. Er wordt een tegelprijs genoemd, maar er wordt niet vermeld om welk type tegel het gaat, zodat de prijs niet kan worden geverifieerd.
Een eventueel schadevergoedingsvordering dient te worden gematigd. Gegeven de hoogte van de aanneemsom, de aard van de aansprakelijkheid, de eigen wetenschap en verantwoordelijkheid van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en diens directievoerder, het feit dat het enkel om een cosmetisch gebrek gaat, het feit dat de aanslag op andere wijze kan worden aangepakt, zou de vergoeding door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] van de gestelde kosten van de sloop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tot kennelijk onaanvaardbare en buitenproportionele gevolgen leiden, wat onacceptabel is, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] .
4.25.
Voor zover de verweren van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zien op de vraag of [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, is daaraan reeds voorbijgegaan. Naast de tekortkoming is toerekening daarvan aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] een vereiste voor het kunnen vorderen van schadevergoeding (net als verzuim, maar daar is geen verweer tegen gevoerd). Uit artikel 6:75 BW volgt dat de tekortkoming aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] wordt toegerekend, tenzij er sprake is van overmacht. Hetgeen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in dit kader aanvoeren is reeds besproken en verworpen in het kader van de bespreking van de tekortkoming en/of levert geen overmacht aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] op. Dit verweer slaagt dus niet.
4.26.
Bij de verdere beoordeling stelt de rechtbank voorop dat ontbinding van een overeenkomst een vordering tot vervangende schadevergoeding uitsluit. Een ontbinding bevrijdt partijen namelijk van hun prestatieplichten terwijl bij vervangende schadevergoeding de prestatieplicht in feite blijft bestaan, maar wordt omgezet in een verplichting tot schadevergoeding. Nu [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet heeft gekozen de oorspronkelijke prestatieplicht om te zetten in een tot vervangende schadevergoeding, maar heeft gekozen voor (gedeeltelijke) ontbinding, kan -voor zover [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zulks beoogde te vorderen- geen vervangende schadevergoeding worden toegewezen.
4.27.
Bij de berekening van de schadevergoeding geldt als uitgangspunt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de positie moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als de overeenkomst van weerskanten onberispelijk zou zijn nagekomen. De hoogte van de schadevergoeding wordt vastgesteld door met elkaar te vergelijken de hypothetische situatie waarin [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zou hebben verkeerd bij correcte wederzijdse nakoming, en de feitelijke situatie waarin [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na ontbinding van de overeenkomst verkeert na afwikkeling van de wederzijdse, uit art. 6:271 BW voortvloeiende, verbintenissen tot teruggave, dan wel ongedaanmaking. Dit vindt in beginsel plaats door de kosten die nodig zijn om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te brengen in de situatie van deugdelijke nakoming vast te stellen en deze te verminderen met de waarde van de oorspronkelijke prestatie (teneinde de vervangende schadevergoeding te ecarteren). Voor zover [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in hun verweer van een ander kader zijn uitgegaan, wordt aan hun stellingen voorbij gegaan.
4.28.
Wat het kost om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in de positie ingeval van deugdelijke nakoming te brengen is door de deskundige berekend, met dien verstande dat daarbij is aangegeven dat – vanwege de onbekendheid met de locatie – bijzondere bouwplaats- en transportkosten niet zijn begroot. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] begroot de schade thans aan de hand van de offerte van DOHM (zie 4.23.) waarin de bijzondere bouwplaats- en transportkosten kennelijk zijn begrepen. Het bedrag van de offerte ziet volgens [eiser in conventie, verweerder in reconventie] derhalve op de kosten die nodig zijn om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te brengen in de situatie van deugdelijke nakoming. Uit de offerte heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de bedragen voor het leveren en plaatsen voor nieuwe tegels gehaald, klaarblijkelijk vanuit de gedachte dat het daarmee gemoeide bedrag overeenkomt met de waarde van de oorspronkelijke prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . Aldus resteert het aan schadevergoeding gevorderde bedrag van
€ 37.428,60 incl. btw.
4.29.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben ten aanzien van de bijzondere bouwplaats- en transportkosten aangevoerd dat het kosten betreft voor werkzaamheden die behoren bij de partij die de vloer sloopt en legt. Dat doet er echter niet aan af dat deze werkzaamheden kennelijk nodig zijn om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te brengen in de situatie die overeenkomt met die indien deugdelijk zou zijn nakoming, zodat het bezwaar van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet relevant is. Om diezelfde reden wordt voorbij gegaan aan de stelling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat andere schadeposten niet kunnen meetellen (enkel) omdat die zien op werkzaamheden die niet behoorden tot de opdracht van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . Ook daarvoor geldt immers dat die werkzaamheden kennelijk nodig zijn om alsnog het resultaat te bereiken dat overeenkomt met het resultaat bij een correcte nakoming van de overeenkomst.
[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben bij conclusie van antwoord in conventie ook aangevoerd dat van de noodzaak van schilderwerken niet is gebleken. Daarop is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daarna niet meer ingegaan. Ook de deskundige heeft in zijn begroting geen schilderwerken opgenomen. Daarom kan niet worden aangenomen dat de door DOHM geoffreerde schilderwerken – met een kostenpost van € 2.756,00 incl.
Beoordeling
btw – betrokken moeten worden bij de schadebegroting.
Verder volgt de rechtbank [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in hun verweer dat kosten die te maken hebben met het correct voorbereiden van de onderliggende constructie niet voor rekening van hen behoren te komen. Ook indien [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] correct was nagekomen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op de noodzaak van de aanpassen van de constructie te wijzen, had [eiser in conventie, verweerder in reconventie] deze kosten immers voor zijn rekening moeten nemen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de schadebegroting (ook) op dit punt niet verder toegelicht. Derhalve is ook niet gesteld dat het hier kosten betreft die moeten worden gemaakt omdat er sprake is van herstel in plaats van de oorspronkelijke nakoming. De rechtbank zal daarom de post ‘herstelling ondergrond’ (€ 5.565,00 incl btw) en de post ‘waterkeringsprofielen’ (€ 4.134,00 incl. btw) niet in de begroting betrekken. Datzelfde geldt voor de post ‘pleisterwerken (€ 2.650,00 incl btw), ‘plaatsen en aansluiten nieuwe afvoergoten’ (€ 4.452,00 incl. btw) en ‘opruim beschermingsmaatregelen en professionele schoonmaak’ (€ 1.939,80 incl btw), nu zonder verdere toelichting - die ontbreekt - geen duidelijk verband kan worden gelegd tussen deze posten en het noodzakelijk herstel.
Andere bezwaren hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet gemaakt tegen de begroting van DOHM. De rechtbank zal daarom de kosten die nodig zijn om nu alsnog een deugdelijke vloer te leggen, verminderd met de waarde van de oorspronkelijke prestatie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , begroten op (37.428,60 - € 21.496,80 = ) € 15.931,80.
4.30.
De rechtbank realiseert zich dat de aldus vastgestelde kosten van herstel hoger zijn dat de oorspronkelijke aanneemsom voor de zwembadruimte. Daarbij zal een rol spelen dat herstel gepaard zal gaan met meer werk - en daarmee meer zal kosten - dan het oorspronkelijk realiseren van het werk. Ook zal van invloed zijn dat er inmiddels veel jaren zijn verstreken sinds de oorspronkelijke uitvoering van de opdracht in 2007 en het prijspeil inmiddels veel hoger ligt. Het verstrijken van de tijd kan echter niet aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden toegerekend, aangezien hij tijdig heeft gereclameerd bij het ontdekken van de gebreken aan de zwembadvloer en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] herstel heeft geweigerd. Toewijzing van het begrote schadebedrag is daarom niet onredelijk of disproportioneel. Ook het feit dat het probleem van efflorescentie (voornamelijk) esthetisch van aard is, leidt niet tot die conclusie. De deskundige heeft immers uitgelegd dat herstel van dat gebrek niet anders kan dan middels vervanging van de vloer.
4.31.
De slotsom is dat op grond van aanvullende schadevergoeding een bedrag van
€ 15.931,80 zal worden toegewezen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert de wettelijke rente vanaf de dag van het verzuim. In de dagvaarding noemt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] echter verschillende momenten waarop het verzuim zou zijn ingetreden, zodat zijn onderbouwing in zoverre gebrekkig is. Bovendien vordert hij veroordeling tot betaling van de schadevergoeding binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis, waarmee hij te kennen geeft dat de vordering naar zijn mening kennelijk niet eerder opeisbaar is. Gelet hierop, zal de rechtbank de wettelijke rente toewijzing vanaf twee weken na het wijzen van het vonnis.
Impregneerkosten van € 595,02
4.32.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij dagvaarding (sub 4.10-4.13) en onder verwijzing naar het deskundigenbericht gesteld dat de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] uitgevoerde impregneerwerkzaamheden alleen maar tot meer schade hebben geleid. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft voor deze werkzaamheden
€ 595,02 aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] betaald, reden waarom hij deze thans als schadevergoeding terugvordert. Het betreft een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , waarvoor hij bij brief van 17 mei 2021 in gebreke is gesteld, aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
4.33.
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft als verweer aangevoerd dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hem opdracht heeft gegeven de tegelvloer te impregneren, welke opdracht [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft uitgevoerd. Dat het impregneren van de vloer de vlekken niet heeft verwijderd, is volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] geen tekortkoming; daar is het impregneren niet voor bedoeld. Er is volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] geen grondslag voor een schadevergoeding.
4.34.
De rechtbank stelt voorop dat vaststaat dat het impregneren van de tegelvloer op advies van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft plaatsgevonden. Gelet op de bevindingen van de deskundige (zie onder 2.14) staat voorts vast dat het impregneren van de tegels de situatie heeft verslechterd. In zoverre is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] toerekenbaar tekortgeschoten in zijn nazorgplicht. Ook als ervan wordt uitgegaan dat het impregneren uit hoofde van een (impliciete) aanvullende overeenkomst tot onderhoud tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] is gebeurd, betreft het impregneren een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] , nu de algehele situatie van de tegelvloer daardoor is verslechterd. Dit deel van het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde zal dan ook worden toegewezen.
4.35.
Voor wat betreft de gevorderde wettelijke rente, verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen bij 4.31.
Buitengerechtelijke kosten
4.36.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 1.354,05
gevorderd. Volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bestaat hiervoor geen grondslag: een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is volgens hen enkel aan de orde bij de incassering van een geldvordering, hetgeen volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in deze zaak niet het geval is.
4.37.
Gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub c BW heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aanspraak op een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Weliswaar betreft het hier geen vordering waarop het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten rechtstreeks van toepassing is, maar dat doet aan de toepasselijkheid van artikel 6:96 lid 2 sub c BW niet af. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft onweersproken gesteld dat zijn advocaat buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht die geen verband hielden met het aanhangig maken van deze procedure maar gericht waren op het buitengerechtelijk verkrijgen van nakoming van de aanspraken van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (en dat blijkt ook uit de overgelegde correspondentie). Conform de aanbevelingen uit het rapport BGK-Integraal zal de omvang van de kosten worden begroot aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dit leidt tot een ter zake toe te wijzen bedrag van € 934,32.