Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-05-13
ECLI:NL:RBGEL:2026:3810
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,061 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 text/xml public 2026-05-20T17:00:22 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-13 AWB 24/9307 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 text/html public 2026-05-15T14:28:41 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 Rechtbank Gelderland , 13-05-2026 / AWB 24/9307 MRB; gebruik gemaakt van de openbare weg met een motorrijtuig met buitenlands kenteken. De bewijslast dat de auto niet feitelijk ter beschikking heeft gestaan ligt bij belanghebbende. Ongegrond. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/9307 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, en de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Apeldoorn, de inspecteur. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 10 december 2024. Met dagtekening 21 oktober 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende over het tijdvak 13 mei 2023 tot en met 12 mei 2024 een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd, ten bedrage van € 2.736, alsmede bij beschikking van gelijke datum een boete van € 1.368. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag en boetebeschikking gehandhaafd. De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur [persoon A] en [persoon B]. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. De rechtbank heeft aangegeven dat zal worden gewacht met het doen van uitspraak tot 1 maart 2026 om belanghebbende in de gelegenheid te stellen om ter onderbouwing van zijn standpunt nadere stukken te overleggen aan de inspecteur. De rechtbank heeft geen reactie van partijen ontvangen en gaat thans over tot het doen van uitspraak. Feiten Belanghebbende stond volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van 17 augustus 1988 tot 31 december 2024 ingeschreven op een Nederlands adres. Belanghebbende drijft een autohandel. Op 13 mei 2024 om 10.06 uur is door de controleur van de Politie geconstateerd dat door belanghebbende met het motorrijtuig, een Mercedes-Bens S 400 D, voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer], gebruik is gemaakt van de weg. Blijkens het controleformulier heeft belanghebbende tijdens de controle verklaard dat de auto van een familielid is. Belanghebbende heeft op 13 mei 2024 om 10.16 uur digitaal een verzoek vrijstelling kortstondig gebruik MRB en BPM, als bedoeld in artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit belasting voor personenauto’s en motorrijwielen 1992 (BPM) ingediend. 3. Met dagtekening 2 september 2024 heeft de inspecteur een brief vooraankondiging naheffingsaanslag en boetebeschikking aan belanghebbende gestuurd. De inspecteur geeft aan dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van de weg met een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig en dat hij als houder wordt aangemerkt, omdat het motorrijtuig feitelijk aan hem ter beschikking stond. De inspecteur kondigt aan een naheffingsaanslag MRB en verzuimboete aan belanghebbende op te leggen. 4. Bij brief van 17 september 2024 heeft belanghebbende daarop gereageerd. Belanghebbende geeft aan dat een klant bij zijn bedrijf is geweest om zijn auto ten verkoop aan te bieden en dat belanghebbende een proefrit heeft gemaakt. Daarop heeft de inspecteur weer gereageerd bij brief van 7 oktober 2024 met als onderwerp “Vooraankondiging- reactie”. De inspecteur geeft aan dat de naheffingsaanslag/boetebeschikking op voornomen wijze opgelegd gaat worden. 5. Met dagtekening 21 oktober 2024 heeft de inspecteur overeenkomstig zijn aankondiging een naheffingsaanslag met boete aan belanghebbende opgelegd. Beoordeling door de rechtbank 6. In geschil is of de naheffingsaanslag en de boete terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Naheffingsaanslag 7. Belanghebbende voert aan dat hij het niet reëel vindt dat aan hem een naheffingsaanslag MRB en een boete is opgelegd, omdat hij ten tijde van de controle eenmalig een proefrit maakte met het motorrijtuig dat bij hem ten verkoop aan zijn autobedrijf werd aangeboden. Belanghebbende geeft aan dat hij op 800 meter van het bedrijf staande is gehouden. 8. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de houder van een kenteken MRB verschuldigd is. De houder is degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, aldus de inspecteur. De inspecteur geeft aan dat Nederlandse en buitenlandse kentekens op dezelfde wijze in de heffing worden betrokken. Indien geen aangifte is gedaan en tevens geen sprake is van een vrijstelling, maar geconstateerd wordt dat gebruik is gemaakt van de weg, dan is volgens de inspecteur aan het wettelijk criterium “feitelijk ter beschikking hebben” voldaan en kan de MRB worden nageheven. 9. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wet MRB, wordt MRB geheven ter zake van het houden van een personenauto. Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet MRB, wordt een motorrijtuig gehouden door degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft. Degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, wordt behoudens tegenbewijs, geacht zijn hoofdverblijf in Nederland te hebben indien hij in Nederland als ingezetene is ingeschreven in de BRP. 10. In artikel 34, eerste lid, van de Wet MRB, is bepaald dat bij constatering van gebruik van de weg met een motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven en de belasting geheel of gedeeltelijk niet is betaald, de belasting kan worden nageheven. Hierbij wordt een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig aangemerkt als een motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven. 11. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende vanaf 17 augustus 1988 tot 31 december 2024 als ingezetene stond ingeschreven in de BRP. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende de feitelijke beschikking over het motorrijtuig met buitenlands kenteken gehad en gebruik gemaakt van de weg in Nederland, zonder dat daarvoor in Nederland MRB is betaald. De inspecteur was dus bevoegd om over het tijdvak 13 mei 2023 tot en met 12 mei 2024 MRB na te heffen. 12. De bewijslast dat de auto niet feitelijk aan belanghebbende ter beschikking heeft gestaan ligt bij belanghebbende. Belanghebbende heeft op het moment dat hij staande werd gehouden verklaard dat de auto van een familielid is. In een latere fase heeft hij die verklaring gewijzigd. De verklaring van belanghebbende dat de auto ten verkoop werd aangeboden aan zijn bedrijf, acht de rechtbank dan ook gelet op de eerdere verklaring niet geloofwaardig. Een kopie van een identiteitsbewijs met daarop een verklaring van iemand die stelt eigenaar te zijn van de auto is onvoldoende om anders te beslissen. Belanghebbende had zijn stelling nader moeten onderbouwen met gegevens die verifieerbaar zijn, zoals een kentekenbewijs en verzekeringspolis op naam van de eigenaar of het bewijs dat voor de auto in Duitsland motorrijtuigenbelasting is betaald, maar hij heeft dit nagelaten. Belanghebbende is er ook niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat hij de auto voor een kortere periode ter beschikking had. Dat belanghebbende in de betreffende naheffingsperiode een ander motorrijtuig op naam had, betekent niet dat hij gedurende die periode geen feitelijke beschikking over een andere auto heeft kunnen hebben. De boete 13. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Op basis van paragraaf 34 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bedraagt de verzuimboete 50% van het bedrag aan belasting dat niet of gedeeltelijk niet is betaald, met een minimum van € 50 en maximaal het wettelijke maximum van € 5.514.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 text/xml public 2026-05-20T17:00:22 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-05-13 AWB 24/9307 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 text/html public 2026-05-15T14:28:41 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3810 Rechtbank Gelderland , 13-05-2026 / AWB 24/9307 MRB; gebruik gemaakt van de openbare weg met een motorrijtuig met buitenlands kenteken. De bewijslast dat de auto niet feitelijk ter beschikking heeft gestaan ligt bij belanghebbende. Ongegrond. RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/9307 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, en de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Apeldoorn, de inspecteur. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 10 december 2024. Met dagtekening 21 oktober 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende over het tijdvak 13 mei 2023 tot en met 12 mei 2024 een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd, ten bedrage van € 2.736, alsmede bij beschikking van gelijke datum een boete van € 1.368. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslag en boetebeschikking gehandhaafd. De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur [persoon A] en [persoon B]. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. De rechtbank heeft aangegeven dat zal worden gewacht met het doen van uitspraak tot 1 maart 2026 om belanghebbende in de gelegenheid te stellen om ter onderbouwing van zijn standpunt nadere stukken te overleggen aan de inspecteur. De rechtbank heeft geen reactie van partijen ontvangen en gaat thans over tot het doen van uitspraak. Feiten Belanghebbende stond volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van 17 augustus 1988 tot 31 december 2024 ingeschreven op een Nederlands adres. Belanghebbende drijft een autohandel. Op 13 mei 2024 om 10.06 uur is door de controleur van de Politie geconstateerd dat door belanghebbende met het motorrijtuig, een Mercedes-Bens S 400 D, voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer], gebruik is gemaakt van de weg. Blijkens het controleformulier heeft belanghebbende tijdens de controle verklaard dat de auto van een familielid is. Belanghebbende heeft op 13 mei 2024 om 10.16 uur digitaal een verzoek vrijstelling kortstondig gebruik MRB en BPM, als bedoeld in artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit belasting voor personenauto’s en motorrijwielen 1992 (BPM) ingediend. 3. Met dagtekening 2 september 2024 heeft de inspecteur een brief vooraankondiging naheffingsaanslag en boetebeschikking aan belanghebbende gestuurd. De inspecteur geeft aan dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van de weg met een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig en dat hij als houder wordt aangemerkt, omdat het motorrijtuig feitelijk aan hem ter beschikking stond. De inspecteur kondigt aan een naheffingsaanslag MRB en verzuimboete aan belanghebbende op te leggen. 4. Bij brief van 17 september 2024 heeft belanghebbende daarop gereageerd. Belanghebbende geeft aan dat een klant bij zijn bedrijf is geweest om zijn auto ten verkoop aan te bieden en dat belanghebbende een proefrit heeft gemaakt. Daarop heeft de inspecteur weer gereageerd bij brief van 7 oktober 2024 met als onderwerp “Vooraankondiging- reactie”. De inspecteur geeft aan dat de naheffingsaanslag/boetebeschikking op voornomen wijze opgelegd gaat worden. 5. Met dagtekening 21 oktober 2024 heeft de inspecteur overeenkomstig zijn aankondiging een naheffingsaanslag met boete aan belanghebbende opgelegd. Beoordeling door de rechtbank 6. In geschil is of de naheffingsaanslag en de boete terecht en tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Naheffingsaanslag 7. Belanghebbende voert aan dat hij het niet reëel vindt dat aan hem een naheffingsaanslag MRB en een boete is opgelegd, omdat hij ten tijde van de controle eenmalig een proefrit maakte met het motorrijtuig dat bij hem ten verkoop aan zijn autobedrijf werd aangeboden. Belanghebbende geeft aan dat hij op 800 meter van het bedrijf staande is gehouden. 8. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de houder van een kenteken MRB verschuldigd is. De houder is degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, aldus de inspecteur. De inspecteur geeft aan dat Nederlandse en buitenlandse kentekens op dezelfde wijze in de heffing worden betrokken. Indien geen aangifte is gedaan en tevens geen sprake is van een vrijstelling, maar geconstateerd wordt dat gebruik is gemaakt van de weg, dan is volgens de inspecteur aan het wettelijk criterium “feitelijk ter beschikking hebben” voldaan en kan de MRB worden nageheven. 9. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wet MRB, wordt MRB geheven ter zake van het houden van een personenauto. Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet MRB, wordt een motorrijtuig gehouden door degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft. Degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, wordt behoudens tegenbewijs, geacht zijn hoofdverblijf in Nederland te hebben indien hij in Nederland als ingezetene is ingeschreven in de BRP. 10. In artikel 34, eerste lid, van de Wet MRB, is bepaald dat bij constatering van gebruik van de weg met een motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven en de belasting geheel of gedeeltelijk niet is betaald, de belasting kan worden nageheven. Hierbij wordt een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig aangemerkt als een motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven. 11. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende vanaf 17 augustus 1988 tot 31 december 2024 als ingezetene stond ingeschreven in de BRP. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende de feitelijke beschikking over het motorrijtuig met buitenlands kenteken gehad en gebruik gemaakt van de weg in Nederland, zonder dat daarvoor in Nederland MRB is betaald. De inspecteur was dus bevoegd om over het tijdvak 13 mei 2023 tot en met 12 mei 2024 MRB na te heffen. 12. De bewijslast dat de auto niet feitelijk aan belanghebbende ter beschikking heeft gestaan ligt bij belanghebbende. Belanghebbende heeft op het moment dat hij staande werd gehouden verklaard dat de auto van een familielid is. In een latere fase heeft hij die verklaring gewijzigd. De verklaring van belanghebbende dat de auto ten verkoop werd aangeboden aan zijn bedrijf, acht de rechtbank dan ook gelet op de eerdere verklaring niet geloofwaardig. Een kopie van een identiteitsbewijs met daarop een verklaring van iemand die stelt eigenaar te zijn van de auto is onvoldoende om anders te beslissen. Belanghebbende had zijn stelling nader moeten onderbouwen met gegevens die verifieerbaar zijn, zoals een kentekenbewijs en verzekeringspolis op naam van de eigenaar of het bewijs dat voor de auto in Duitsland motorrijtuigenbelasting is betaald, maar hij heeft dit nagelaten. Belanghebbende is er ook niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat hij de auto voor een kortere periode ter beschikking had. Dat belanghebbende in de betreffende naheffingsperiode een ander motorrijtuig op naam had, betekent niet dat hij gedurende die periode geen feitelijke beschikking over een andere auto heeft kunnen hebben. De boete 13. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Op basis van paragraaf 34 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bedraagt de verzuimboete 50% van het bedrag aan belasting dat niet of gedeeltelijk niet is betaald, met een minimum van € 50 en maximaal het wettelijke maximum van € 5.514.