Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2026-04-21
ECLI:NL:RBGEL:2026:3431
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
48,708 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 text/xml public 2026-05-15T14:04:59 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-21 C/05/460305 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 text/html public 2026-05-15T13:46:14 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 Rechtbank Gelderland , 21-04-2026 / C/05/460305 Ontslag statutair bestuurder. Verzoeker is statutair bestuurder van verweerder. Verzoeker kan daarom geen vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag vragen. Het ontslag houdt geen verband met de ziekte van verzoeker, het is onverwijld gegeven en er is sprake van een dringende reden. Het handelen kan verzoeker, ondanks de medische stoornis (gokverslaving), wel degelijk ernstig worden verweten. Het gegeven ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Het verzoek wordt afgewezen. Het zelfstandig tegenverzoek tot betaling van de door werkgever geleden schade door onrechtmatige overboekingen op grond van artikel 6:162 BW wordt toegewezen. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: C/05/460305 / HA RK 25-167 Beschikking van 21 april 2026 in de zaak van [naam verzoeker / verweerder in tegenverzoek] , te [woonplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [de verzoeker] , advocaat: mr. N. van Mook, tegen DELCO EUROPE B.V. , te Oss, verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Delco, advocaten: mrs. B.M.C. Stenden en D.J. de Koning. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van de kantonrechter te ‘s-Hertogenbosch in het incidentele verzoek van 30 oktober 2025 met de daarin genoemde stukken; - het verweerschrift ten aanzien van de tegenverzoeken van 23 februari 2026 met productie 27 tot en met 33; - de brief van 25 februari 2026 van de zijde van Delco met productie 41; - de mondelinge behandeling van 6 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - het proces-verbaal van vermindering van verzoek van 6 maart 2026. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [de verzoeker] is op 13 juli 2015 bij Delco in dienst getreden. Hij was laatstelijk voor onbepaalde tijd in dienst in de functie van Managing Director voor 40 uur per week. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 7.700,00 bruto per maand exclusief emolumenten. 2.2. Delco is een onderneming die zich bezighoudt met schrootrecycling. Zij maakt onderdeel uit van Chiho-Tiande Ltd., gevestigd te China. Vanuit het servicekantoor in Oss houdt Delco zich bezig met het sourcen van schroot binnen Europa, het regelen van op- en overslag op de werf in Oss en het verzorgen van de documentatie en het transport naar de fabriek in Azië. 2.3. Bij e-mailbericht van 30 september 2024 bericht [de verzoeker] [medewerker 1] als volgt: “First, I apologize for handling this in writing, but like the rental contract we discussed today, I also need to address this by the end of the month. I am hereby submitting my resignation. At the company level, I don't believe I am the right person to lead in the time ahead. I don’t foresee any new business opportunities for Delco, and as a result, I am unable to effectively motivate the team or drive a new strategy. Additionally, some of the colleagues have not supported my decisions, which have been challenging over the past years and are likely to become even more so in the future. On a personal level, I have not enjoyed the recent "conflicts" in the office. I am fairly certain that the European Union will implement the upcoming regulations, possibly with some delays, but this will end the business and will be ugly in multiple ways. The past 1,5 years I put a lot of energy into Delco. But at this stage in my life, I don’t feel it is wise to invest significant time and energy into something that has a unlikely future. I completely understand the company decision to keep the rental for the yard, since the regulations are yet to be approved, and there might be some other options. It's almost 12:00 so have to send now, lets have a talk tomorrow.” [de verzoeker] heeft zijn ontslag niet doorgezet. 2.4. Op 11 april 2025 is [de bestuurder] door de aandeelhouder benoemd als statutair bestuurder / managing director van Delco. 2.5. Bij brief van 11 april 2025 heeft de aandeelhouder van Delco [de verzoeker] opgeroepen voor een algemene vergadering, met als agendapunt onder meer het ontslag van [de verzoeker] als bestuurder van Delco. 2.6. Op 18 april 2025 ontving [de verzoeker] een brief van Delco met als onderwerp 'toelichting op het voorgenomen ontslagbesluit'. In deze brief staat onder meer het volgende: “Op 11 april 2025 hebben wij u (…) een oproeping gestuurd voor een vergadering van aandeelhouders, met als (enig) agendapunt een voorgenomen ontslagbesluit van u als statutair bestuurder (…). Hieronder treft u de onderbouwing aan van dat voornemen, zodat u zich deugdelijk kan voorbereiden op de vergadering. Achtergrond voorgenomen besluit Op 1 december 2023 bent u benoemd als statutair bestuurder van Delco. Werkweigering / afwezigheid / (gebrek aan) communicatie Er zijn bij ons recentelijk ernstige signalen ter ore gekomen, die tot ingrijpen nopen. Het blijkt dat u al vanaf september 2024 bij herhaling niet of slecht bereikbaar te zijn voor uw personeel. Eén van uw ondergeschikten voorzag ons op 10 april 2025 van de volgende voorbeelden: In september 2024 was u plotseling meerdere dagen afwezig. Uw collega's, waaronder [de bestuurder] , wisten niet waar u was. U was onbereikbaar. Het bleek dat u zonder afstemming met uw collega's en/of een goede overdracht had besloten om vakantie te gaan en Delco stuurloos achter te laten. Dat Is onacceptabel als statutair bestuurder. Op 15 december 2024 stond een kerstlunch gepland voor het personeel van Delco. U kwam vervolgens niet opdagen, zonder dat u uw collega's daarover informeerde. Vanaf circa januari 2025 laat u zich onder werktijd (haast) niet meer zien bij uw personeel. U bent al lange tijd slecht bereikbaar voor uw personeel. Ook [medewerker 1] probeert al enige tijd met u in contact te komen. U geeft echter niet thuis. Ook niet op de mails die [medewerker 1] op 11 maart 2025 en op 13 maart 2025 heeft gestuurd (…) Onveilige werksfeer Vanaf terugkomst van uw vakantie in september 2024 maakt u volgens een of meer van uw ondergeschikten een ongemotiveerde indruk. U bent uiterst negatief en belast uw ondergeschikten met uw negatieve gedachten. Dit werkt een onveilige werksfeer in de hand. Wij vernamen op 10 april 2025 dat collega's 'bang zijn om dingen aan u te vragen'. Het voorgaande klemt des te meer nu Delco in een cruciale fase zit gelet op het per 1 januari 2025 in werking getreden exportverbod van motorgoederen naar niet-OESO-landen. Het openlijk twijfelen aan het bestaansrecht van Delco en de collega’s hiermee belasten draagt niet bij aan een veilige werksfeer en getuigt niet van leiderschap. Banktransacties naar u in privé Op 10 april 2025 wees een ondergeschikte van u ons op het feit dat vanaf juni 2024 u de boekhouding niet meer bijhoudt in een online omgeving, waardoor collega's geen toegang meer hebben tot de boekhouding. Ook informeerde de ondergeschikte ons dat u vanaf 2023 een fors aantal (bank)transacties heeft verricht waarbij u gelden vanaf de bankrekening van Delco ( [nummer] ) heeft overgemaakt naar uw privérekening ( [bankrekeningnummer] ). Op 11 april 2025 om 8:52 uur hebben wij een overzicht ontvangen van de transacties vanaf 11 oktober 2023 tot 10 april 2025 (bijlage 1). Uit bijlage 1 volgt onder andere dat u op 9 en 10 april 2025 vijfmaal een bedrag van € 7.240 heeft overgemaakt naar uw privérekening. Voorts zijn wij er op 11 april 2025 om 8:52 uur over geïnformeerd dat het in totaal om een bedrag gaat van € 686.365,88, waarvan slechts een € 101.622,04 is geïdentificeerd als normaal en terug te voeren is naar afspraken over uw loon. Voor wat betreft de overige € 584.703,84 bestaat onduidelijkheid over de aard en de grondslag van deze overschrijvingen naar u in privé.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 text/xml public 2026-05-15T14:04:59 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-04-21 C/05/460305 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 text/html public 2026-05-15T13:46:14 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:3431 Rechtbank Gelderland , 21-04-2026 / C/05/460305 Ontslag statutair bestuurder. Verzoeker is statutair bestuurder van verweerder. Verzoeker kan daarom geen vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag vragen. Het ontslag houdt geen verband met de ziekte van verzoeker, het is onverwijld gegeven en er is sprake van een dringende reden. Het handelen kan verzoeker, ondanks de medische stoornis (gokverslaving), wel degelijk ernstig worden verweten. Het gegeven ontslag op staande voet is rechtsgeldig. Het verzoek wordt afgewezen. Het zelfstandig tegenverzoek tot betaling van de door werkgever geleden schade door onrechtmatige overboekingen op grond van artikel 6:162 BW wordt toegewezen. RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer / rekestnummer: C/05/460305 / HA RK 25-167 Beschikking van 21 april 2026 in de zaak van [naam verzoeker / verweerder in tegenverzoek] , te [woonplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [de verzoeker] , advocaat: mr. N. van Mook, tegen DELCO EUROPE B.V. , te Oss, verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Delco, advocaten: mrs. B.M.C. Stenden en D.J. de Koning. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van de kantonrechter te ‘s-Hertogenbosch in het incidentele verzoek van 30 oktober 2025 met de daarin genoemde stukken; - het verweerschrift ten aanzien van de tegenverzoeken van 23 februari 2026 met productie 27 tot en met 33; - de brief van 25 februari 2026 van de zijde van Delco met productie 41; - de mondelinge behandeling van 6 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - het proces-verbaal van vermindering van verzoek van 6 maart 2026. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [de verzoeker] is op 13 juli 2015 bij Delco in dienst getreden. Hij was laatstelijk voor onbepaalde tijd in dienst in de functie van Managing Director voor 40 uur per week. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 7.700,00 bruto per maand exclusief emolumenten. 2.2. Delco is een onderneming die zich bezighoudt met schrootrecycling. Zij maakt onderdeel uit van Chiho-Tiande Ltd., gevestigd te China. Vanuit het servicekantoor in Oss houdt Delco zich bezig met het sourcen van schroot binnen Europa, het regelen van op- en overslag op de werf in Oss en het verzorgen van de documentatie en het transport naar de fabriek in Azië. 2.3. Bij e-mailbericht van 30 september 2024 bericht [de verzoeker] [medewerker 1] als volgt: “First, I apologize for handling this in writing, but like the rental contract we discussed today, I also need to address this by the end of the month. I am hereby submitting my resignation. At the company level, I don't believe I am the right person to lead in the time ahead. I don’t foresee any new business opportunities for Delco, and as a result, I am unable to effectively motivate the team or drive a new strategy. Additionally, some of the colleagues have not supported my decisions, which have been challenging over the past years and are likely to become even more so in the future. On a personal level, I have not enjoyed the recent "conflicts" in the office. I am fairly certain that the European Union will implement the upcoming regulations, possibly with some delays, but this will end the business and will be ugly in multiple ways. The past 1,5 years I put a lot of energy into Delco. But at this stage in my life, I don’t feel it is wise to invest significant time and energy into something that has a unlikely future. I completely understand the company decision to keep the rental for the yard, since the regulations are yet to be approved, and there might be some other options. It's almost 12:00 so have to send now, lets have a talk tomorrow.” [de verzoeker] heeft zijn ontslag niet doorgezet. 2.4. Op 11 april 2025 is [de bestuurder] door de aandeelhouder benoemd als statutair bestuurder / managing director van Delco. 2.5. Bij brief van 11 april 2025 heeft de aandeelhouder van Delco [de verzoeker] opgeroepen voor een algemene vergadering, met als agendapunt onder meer het ontslag van [de verzoeker] als bestuurder van Delco. 2.6. Op 18 april 2025 ontving [de verzoeker] een brief van Delco met als onderwerp 'toelichting op het voorgenomen ontslagbesluit'. In deze brief staat onder meer het volgende: “Op 11 april 2025 hebben wij u (…) een oproeping gestuurd voor een vergadering van aandeelhouders, met als (enig) agendapunt een voorgenomen ontslagbesluit van u als statutair bestuurder (…). Hieronder treft u de onderbouwing aan van dat voornemen, zodat u zich deugdelijk kan voorbereiden op de vergadering. Achtergrond voorgenomen besluit Op 1 december 2023 bent u benoemd als statutair bestuurder van Delco. Werkweigering / afwezigheid / (gebrek aan) communicatie Er zijn bij ons recentelijk ernstige signalen ter ore gekomen, die tot ingrijpen nopen. Het blijkt dat u al vanaf september 2024 bij herhaling niet of slecht bereikbaar te zijn voor uw personeel. Eén van uw ondergeschikten voorzag ons op 10 april 2025 van de volgende voorbeelden: In september 2024 was u plotseling meerdere dagen afwezig. Uw collega's, waaronder [de bestuurder] , wisten niet waar u was. U was onbereikbaar. Het bleek dat u zonder afstemming met uw collega's en/of een goede overdracht had besloten om vakantie te gaan en Delco stuurloos achter te laten. Dat Is onacceptabel als statutair bestuurder. Op 15 december 2024 stond een kerstlunch gepland voor het personeel van Delco. U kwam vervolgens niet opdagen, zonder dat u uw collega's daarover informeerde. Vanaf circa januari 2025 laat u zich onder werktijd (haast) niet meer zien bij uw personeel. U bent al lange tijd slecht bereikbaar voor uw personeel. Ook [medewerker 1] probeert al enige tijd met u in contact te komen. U geeft echter niet thuis. Ook niet op de mails die [medewerker 1] op 11 maart 2025 en op 13 maart 2025 heeft gestuurd (…) Onveilige werksfeer Vanaf terugkomst van uw vakantie in september 2024 maakt u volgens een of meer van uw ondergeschikten een ongemotiveerde indruk. U bent uiterst negatief en belast uw ondergeschikten met uw negatieve gedachten. Dit werkt een onveilige werksfeer in de hand. Wij vernamen op 10 april 2025 dat collega's 'bang zijn om dingen aan u te vragen'. Het voorgaande klemt des te meer nu Delco in een cruciale fase zit gelet op het per 1 januari 2025 in werking getreden exportverbod van motorgoederen naar niet-OESO-landen. Het openlijk twijfelen aan het bestaansrecht van Delco en de collega’s hiermee belasten draagt niet bij aan een veilige werksfeer en getuigt niet van leiderschap. Banktransacties naar u in privé Op 10 april 2025 wees een ondergeschikte van u ons op het feit dat vanaf juni 2024 u de boekhouding niet meer bijhoudt in een online omgeving, waardoor collega's geen toegang meer hebben tot de boekhouding. Ook informeerde de ondergeschikte ons dat u vanaf 2023 een fors aantal (bank)transacties heeft verricht waarbij u gelden vanaf de bankrekening van Delco ( [nummer] ) heeft overgemaakt naar uw privérekening ( [bankrekeningnummer] ). Op 11 april 2025 om 8:52 uur hebben wij een overzicht ontvangen van de transacties vanaf 11 oktober 2023 tot 10 april 2025 (bijlage 1). Uit bijlage 1 volgt onder andere dat u op 9 en 10 april 2025 vijfmaal een bedrag van € 7.240 heeft overgemaakt naar uw privérekening. Voorts zijn wij er op 11 april 2025 om 8:52 uur over geïnformeerd dat het in totaal om een bedrag gaat van € 686.365,88, waarvan slechts een € 101.622,04 is geïdentificeerd als normaal en terug te voeren is naar afspraken over uw loon. Voor wat betreft de overige € 584.703,84 bestaat onduidelijkheid over de aard en de grondslag van deze overschrijvingen naar u in privé.
Volledig
Deze week hebben wij nader onderzoek verricht naar deze en andere (mogelijke) onregelmatigheden. Uit dat onderzoek bleek ons op 15 april 2025 dat u al veel langer geldbedragen overschrijft naar uw privérekening (al vanaf december 2020), die niet (direct) terug te voeren zijn op uw loonaanspraken. Wij hebben deze week onderzocht of u over deze overschrijvingen communicatie heeft gevoerd met ons of [bedrijf] . Echter hebben wij tot op heden geen informatie aangetroffen waaruit volgt dat deze betalingen gerechtvaardigd waren/zijn. Administratieve onregelmatigheden Wel bleek uit nader onderzoek dat u ook op andere punten (mogelijk) ernstig nalatig bent geweest. Zo lijkt het erop dat de bedrijfsauto’s onverzekerd rondrijden en Delco in dat kader ook een of meer boetes heeft ontvangen van het CJIB. Voorlopige conclusie Deze signalen zijn voor ons alarmerend en nopen tot actie. Op basis van bovengenoemde informatie bestaat bij ons de indruk dat onder andere sprake is van (i) werkweigering, (ii) het op oneigenlijke gronden onttrekken van gelden aan de vennootschap en (iii) het grovelijk veronachtzamen van uw verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast is de onveilige werksfeer die creëert onacceptabel. Om die reden hebben wij het voornemen om u als statutair bestuurder van Delco te ontslaan. Vennootschapsrechtelijke verplichtingen en hoor- en wederhoor als onderdeel van het onderzoek Wij hebben u dan ook opgeroepen voor een vergadering van aandeelhouders op 28 april 2025 om u te horen en u in de gelegenheid te stellen om een raadgevende stem uit te brengen. Op basis van dat hoor- en wederhoor zullen wij al dan niet besluiten om een ontslagbesluit te nemen. Ik geef u in overweging om deskundig advies in te winnen. Vooruitlopend op deze vergadering ontvang ik graag uiterlijk 24 uur vóór de vergadering per e-mail een reactie op bovenstaande constateringen, zodat wij daar voorafgaand aan de vergadering zorgvuldig naar kunnen kijken en op 28 april 2025 (eventuele) aanvullende vragen kunnen stellen ter afronding van het onderzoek én om te komen tot een inhoudelijke gedachtewisseling tussen de stem- en adviesgerechtigden, alvorens een besluit wordt genomen. Instructies Aangezien het vermoeden bestaat dat u op oneigenlijke gronden gelden heeft onttrokken aan de vennootschap geldt tot aan de vergadering van aandeelhouders het volgende: U wordt vrijgesteld van arbeid, zodat vrijelijk nader onderzoek kan worden gedaan naar bovenstaande signalen; U bent bereikbaar om (vooruitlopend op de vergadering) vragen te beantwoorden en [medewerker 2] , [medewerker 1] of [medewerker 3] van informatie te voorzien; - U verricht vanaf heden géén banktransacties meer, behoudens op uitdrukkelijk en schriftelijke verzoek van [medewerker 2] , [medewerker 1] of [medewerker 3] ; - U verleent uw medewerking om collega's toegang te geven tot de administratie van Declo; Indien u zich niet strikt houdt aan bovenstaande instructies dan kan dat ansich (al) leiden tot een ontslag op staande voet. Voors behoud mij het recht voor om aangifte te doen, indien blijkt dat sprake is van verduistering van gelden.” 2.7. Op 22 april 2025 heeft Delco beslag laten leggen op zaken van [de verzoeker] en een conservatoir derdenbeslag ten laste van de partner van [de verzoeker] . 2.8. Op 25 april 2025 is door Delco nog een aanvullende e-mail gezonden aan [de verzoeker] , met een aanvulling op de agenda van 28 april 2025, over belastingenschulden. 2.9. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft op 26 april 2025 contact opgenomen met (de gemachtigde van) Delco en de situatie uitgelegd. Bij brief van 26 april 2025 heeft de gemachtigde van [de verzoeker] Delco onder meer als volgt bericht: “ Statutair bestuurder Allereerst reageer ik op de door cliënt recentelijk ontvangen uitnodiging voor een vergadering van aandeelhouders waarin zijn voorgenomen ontslag als statutair bestuurder aan de orde zou zijn. Mijn cliënt is werkzaam binnen uw organisatie, maar is nimmer rechtsgeldig benoemd tot statutair bestuurder. Voor een geldige benoeming als statutair bestuurder is een formeel besluit van de Algemene Vergadering vereist, welk besluit in het onderhavige geval ontbreekt. De enkele inschrijving van zijn naam in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft - zoals u weet - slechts een administratief karakter en is niet constitutief van rechtswege. Deze inschrijving is destijds uitsluitend verricht om praktische redenen in het kader van het verrichten van bancaire handelingen, en kan geenszins worden aangemerkt als bewijs van een geldige benoeming conform artikel 2:244 lid 1 BW, dan wel de statuten van uw vennootschap. Van een rechtsgeldige aanstelling als statutair bestuurder is dus geen sprake geweest. De enkele inschrijving bij de Kamer van Koophandel schept op zichzelf geen bestuursrechtelijke rechtspositie, noch levert deze een rechtsgeldig benoemingsbesluit op. Nu een dergelijk besluit ontbreekt, ontbreekt ook de bevoegdheid van de AVA om cliënt te ontslaan in zijn hoedanigheid als bestuurder — deze hoedanigheid bestaat immers formeel-juridisch niet. Cliënt heeft zijn werkzaamheden steeds verricht op basis van een arbeidsovereenkomst, en kan derhalve slechts worden ontslagen met inachtneming van het arbeidsrechtelijke regime, waaronder de ontslagbescherming van toepassing is. Derhalve verzoek ik u om de oproep in te trekken en af te zien van verdere stappen die gestoeld zijn op de onjuiste veronderstelling dat cliënt statutair bestuurder is. Indien u desalniettemin overgaat tot verdere actie via de AVA, dan behoudt cliënt zich alle rechten en weren voor. Ziekte Daar komt bij dat bij cliënt al geruime tijd sprake is van ziekte. Dat is ook bekend binnen de onderneming en reden waarom dient ook niet in staat is geweest de afgelopen maanden zijn bedongen werkzaamheden in gebruikelijke omvang te verrichten en verklaart zijn beperkte bereikbaarheid. Cliënt wenst openheid van zaken te geven. De reden hiervan is een ernstige medische aandoening die inmiddels is gediagnosticeerd als een gokverslaving. Deze verslaving heeft grote impact op zijn volledige functioneren, waardoor hij op dit moment dus niet in staat is zijn werkzaamheden te verrichten. Er is dus geen sprake van werkweigering. Wellicht ten overvloede merk ik op dat cliënt tot andersluidende instructies, geen enkele werkzaamheden zal verrichten. Er is inmiddels sprake van een interventie en hulp is direct ingezet. Cliënt wordt onder behandeling gesteld van professionals gespecialiseerd in verslavingszorg. Ondanks dat zijn arbeidsongeschiktheid al enige tijd voortduurt is er vanuit Delco geen arbodienst ingeschakeld. Wellicht ten overvloede, vermeld ik namens dient dat hij aan een eerste oproep van de berdrijfsarts gehoor zal geven. Voor cliënt is er dus ook aanleiding om in gesprek te gaan. In dat gesprek zal ik hem bijstaan en zal nader worden ingegaan op de persoonlijke (gezondheids-)situatie van cliënt alsmede de onderwerpen die door u zijn genoemd in uw brief van 18 april 2025. Op maandag 28 april a.s. is cliënt op locatie van zijn behandelcentrum in Eindhoven. Hij verwacht die dag zijn behandelplan voor de komende 12 weken ontvangen, die onder meer zal bestaan uit 2 tot 3 dagbehandelingen per week. Uiterlijk woensdag 30 april a.s. zal ik u dan ook nader informeren over de beschikbaarheid van cliënt en ondergetekende om in gesprek te gaan. De heer [de verzoeker] is zich ervan bewust dat dat gesprek zal moeten plaatsvinden, en begrijpt de urgentie ervan. Hij wil uiteraard ook tot een oplossing van de gerezen situatie komen, maar dat gesprek zal dus niet plaatsvinden in de hoedanigheid van statutair bestuurder, omdat cliënt dat niet is en zal ook niet maandag a.s. kunnen plaatsvinden in verband met zijn urgente afspraak bij het behandelcentrum verslavingszorg.” 2.10. Bij e-mailbericht van 27 april 2025 heeft de gemachtigde van Delco de gemachtigde van [de verzoeker] onder meer als volgt bericht: “(…) Het standpunt van uw cliënt dat hij geen statutair bestuurder is. neem ik ter kennisgeving aan. Hel is weinig zinvol om deze discussie dit weekend via de mail met elkaar te voeren.
Volledig
Deze week hebben wij nader onderzoek verricht naar deze en andere (mogelijke) onregelmatigheden. Uit dat onderzoek bleek ons op 15 april 2025 dat u al veel langer geldbedragen overschrijft naar uw privérekening (al vanaf december 2020), die niet (direct) terug te voeren zijn op uw loonaanspraken. Wij hebben deze week onderzocht of u over deze overschrijvingen communicatie heeft gevoerd met ons of [bedrijf] . Echter hebben wij tot op heden geen informatie aangetroffen waaruit volgt dat deze betalingen gerechtvaardigd waren/zijn. Administratieve onregelmatigheden Wel bleek uit nader onderzoek dat u ook op andere punten (mogelijk) ernstig nalatig bent geweest. Zo lijkt het erop dat de bedrijfsauto’s onverzekerd rondrijden en Delco in dat kader ook een of meer boetes heeft ontvangen van het CJIB. Voorlopige conclusie Deze signalen zijn voor ons alarmerend en nopen tot actie. Op basis van bovengenoemde informatie bestaat bij ons de indruk dat onder andere sprake is van (i) werkweigering, (ii) het op oneigenlijke gronden onttrekken van gelden aan de vennootschap en (iii) het grovelijk veronachtzamen van uw verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast is de onveilige werksfeer die creëert onacceptabel. Om die reden hebben wij het voornemen om u als statutair bestuurder van Delco te ontslaan. Vennootschapsrechtelijke verplichtingen en hoor- en wederhoor als onderdeel van het onderzoek Wij hebben u dan ook opgeroepen voor een vergadering van aandeelhouders op 28 april 2025 om u te horen en u in de gelegenheid te stellen om een raadgevende stem uit te brengen. Op basis van dat hoor- en wederhoor zullen wij al dan niet besluiten om een ontslagbesluit te nemen. Ik geef u in overweging om deskundig advies in te winnen. Vooruitlopend op deze vergadering ontvang ik graag uiterlijk 24 uur vóór de vergadering per e-mail een reactie op bovenstaande constateringen, zodat wij daar voorafgaand aan de vergadering zorgvuldig naar kunnen kijken en op 28 april 2025 (eventuele) aanvullende vragen kunnen stellen ter afronding van het onderzoek én om te komen tot een inhoudelijke gedachtewisseling tussen de stem- en adviesgerechtigden, alvorens een besluit wordt genomen. Instructies Aangezien het vermoeden bestaat dat u op oneigenlijke gronden gelden heeft onttrokken aan de vennootschap geldt tot aan de vergadering van aandeelhouders het volgende: U wordt vrijgesteld van arbeid, zodat vrijelijk nader onderzoek kan worden gedaan naar bovenstaande signalen; U bent bereikbaar om (vooruitlopend op de vergadering) vragen te beantwoorden en [medewerker 2] , [medewerker 1] of [medewerker 3] van informatie te voorzien; - U verricht vanaf heden géén banktransacties meer, behoudens op uitdrukkelijk en schriftelijke verzoek van [medewerker 2] , [medewerker 1] of [medewerker 3] ; - U verleent uw medewerking om collega's toegang te geven tot de administratie van Declo; Indien u zich niet strikt houdt aan bovenstaande instructies dan kan dat ansich (al) leiden tot een ontslag op staande voet. Voors behoud mij het recht voor om aangifte te doen, indien blijkt dat sprake is van verduistering van gelden.” 2.7. Op 22 april 2025 heeft Delco beslag laten leggen op zaken van [de verzoeker] en een conservatoir derdenbeslag ten laste van de partner van [de verzoeker] . 2.8. Op 25 april 2025 is door Delco nog een aanvullende e-mail gezonden aan [de verzoeker] , met een aanvulling op de agenda van 28 april 2025, over belastingenschulden. 2.9. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft op 26 april 2025 contact opgenomen met (de gemachtigde van) Delco en de situatie uitgelegd. Bij brief van 26 april 2025 heeft de gemachtigde van [de verzoeker] Delco onder meer als volgt bericht: “ Statutair bestuurder Allereerst reageer ik op de door cliënt recentelijk ontvangen uitnodiging voor een vergadering van aandeelhouders waarin zijn voorgenomen ontslag als statutair bestuurder aan de orde zou zijn. Mijn cliënt is werkzaam binnen uw organisatie, maar is nimmer rechtsgeldig benoemd tot statutair bestuurder. Voor een geldige benoeming als statutair bestuurder is een formeel besluit van de Algemene Vergadering vereist, welk besluit in het onderhavige geval ontbreekt. De enkele inschrijving van zijn naam in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft - zoals u weet - slechts een administratief karakter en is niet constitutief van rechtswege. Deze inschrijving is destijds uitsluitend verricht om praktische redenen in het kader van het verrichten van bancaire handelingen, en kan geenszins worden aangemerkt als bewijs van een geldige benoeming conform artikel 2:244 lid 1 BW, dan wel de statuten van uw vennootschap. Van een rechtsgeldige aanstelling als statutair bestuurder is dus geen sprake geweest. De enkele inschrijving bij de Kamer van Koophandel schept op zichzelf geen bestuursrechtelijke rechtspositie, noch levert deze een rechtsgeldig benoemingsbesluit op. Nu een dergelijk besluit ontbreekt, ontbreekt ook de bevoegdheid van de AVA om cliënt te ontslaan in zijn hoedanigheid als bestuurder — deze hoedanigheid bestaat immers formeel-juridisch niet. Cliënt heeft zijn werkzaamheden steeds verricht op basis van een arbeidsovereenkomst, en kan derhalve slechts worden ontslagen met inachtneming van het arbeidsrechtelijke regime, waaronder de ontslagbescherming van toepassing is. Derhalve verzoek ik u om de oproep in te trekken en af te zien van verdere stappen die gestoeld zijn op de onjuiste veronderstelling dat cliënt statutair bestuurder is. Indien u desalniettemin overgaat tot verdere actie via de AVA, dan behoudt cliënt zich alle rechten en weren voor. Ziekte Daar komt bij dat bij cliënt al geruime tijd sprake is van ziekte. Dat is ook bekend binnen de onderneming en reden waarom dient ook niet in staat is geweest de afgelopen maanden zijn bedongen werkzaamheden in gebruikelijke omvang te verrichten en verklaart zijn beperkte bereikbaarheid. Cliënt wenst openheid van zaken te geven. De reden hiervan is een ernstige medische aandoening die inmiddels is gediagnosticeerd als een gokverslaving. Deze verslaving heeft grote impact op zijn volledige functioneren, waardoor hij op dit moment dus niet in staat is zijn werkzaamheden te verrichten. Er is dus geen sprake van werkweigering. Wellicht ten overvloede merk ik op dat cliënt tot andersluidende instructies, geen enkele werkzaamheden zal verrichten. Er is inmiddels sprake van een interventie en hulp is direct ingezet. Cliënt wordt onder behandeling gesteld van professionals gespecialiseerd in verslavingszorg. Ondanks dat zijn arbeidsongeschiktheid al enige tijd voortduurt is er vanuit Delco geen arbodienst ingeschakeld. Wellicht ten overvloede, vermeld ik namens dient dat hij aan een eerste oproep van de berdrijfsarts gehoor zal geven. Voor cliënt is er dus ook aanleiding om in gesprek te gaan. In dat gesprek zal ik hem bijstaan en zal nader worden ingegaan op de persoonlijke (gezondheids-)situatie van cliënt alsmede de onderwerpen die door u zijn genoemd in uw brief van 18 april 2025. Op maandag 28 april a.s. is cliënt op locatie van zijn behandelcentrum in Eindhoven. Hij verwacht die dag zijn behandelplan voor de komende 12 weken ontvangen, die onder meer zal bestaan uit 2 tot 3 dagbehandelingen per week. Uiterlijk woensdag 30 april a.s. zal ik u dan ook nader informeren over de beschikbaarheid van cliënt en ondergetekende om in gesprek te gaan. De heer [de verzoeker] is zich ervan bewust dat dat gesprek zal moeten plaatsvinden, en begrijpt de urgentie ervan. Hij wil uiteraard ook tot een oplossing van de gerezen situatie komen, maar dat gesprek zal dus niet plaatsvinden in de hoedanigheid van statutair bestuurder, omdat cliënt dat niet is en zal ook niet maandag a.s. kunnen plaatsvinden in verband met zijn urgente afspraak bij het behandelcentrum verslavingszorg.” 2.10. Bij e-mailbericht van 27 april 2025 heeft de gemachtigde van Delco de gemachtigde van [de verzoeker] onder meer als volgt bericht: “(…) Het standpunt van uw cliënt dat hij geen statutair bestuurder is. neem ik ter kennisgeving aan. Hel is weinig zinvol om deze discussie dit weekend via de mail met elkaar te voeren.
Volledig
De vergadering die maandag staat gepland, en waarvoor uw cliënt nota bene 14 dagen geleden is opgeroepen, gaat door. De vergadering voldoet aan alle eisen waaraan een dergelijke vergadering op grond van boek 2 BW en de statuten moet voldoen, maar zal daarnaast ook (kunnen) dienen als hoorgesprek in arbeidsrechtelijke zin. De overige bestuurders van Delco zijn aanwezig. Met inachtneming van alle wettelijke en statutaire bepalingen zal door de aandeelhouder gestemd worden over het voorgenomen ontslagbesluit. Op basis van de thans bekende feiten kan ik mij voorstellen dat de aandeelhouder maandag stemt vóór het ontslag van uw cliënt. Op basis van de thans bekende feiten kan ik mij voorstellen dat uw cliënt aanstaande maandag (tevens) op staande voet wordt ontslagen. Zo ja. dan zal ik volledigheidshalve ervoor zorgen dat het ontslag zowel door de aandeelhouder (voor het geval dat uw cliënt statutair bestuurder is) als een (andere) statutair bestuurder van Delco Europe B.V. (voor het geval dat uw cliënt geen statutair bestuurder is) wordt uitgesproken. U noemt dat bij uw cliënt ‘geruime tijd sprake is van ziekte' en dat uw cliënt daardoor niet in staat is geweest om de afgelopen maanden zijn bedongen werkzaamheden in gebruikelijke omvang te verrichten. Deze informatie is cliënte onbekend. Het had op de weg van uw cliënt gelegen om zich arbeidsongeschikt te melden bij de aandeelhouder (Chiho- Tiande International Limited), de (medebestuurder ( [medebestuurder] ) of HR van [bedrijf] , die ook verantwoordelijk is voor Delco. De ziekmelding komt dan ook te laat (na het versturen van de oproepingsbrief), nog daargelaten dat het niet in staat zijn van het verrichten van de bedongen arbeid in de gebruikelijke vorm géén rechtvaardiging betreft voor de gewraakte handelingen en het nalaten zoals uiteengezet m de brief van 18 april jl. en de mail van 25 april jl. Het had op de weg van uw cliënt om dat laatste inzichtelijk te maken, zodat dit maandag kan worden meegewogen in de besluitvorming. Voorts veronderstel ik dat u ermee bekend bent dat bij een ontslag op staande voet het opzegverbod niet van toepassing is. De (beweerdelijke) gokverslaving en de (beweerdelijke) ziekte zal in het kader van een belangenafweging worden meegenomen, maar hoeft een ontslag op staande voet niet in de weg te gaan. Tot slot merk ik op dat uw bericht op zaterdagavond rijkelijk laat komt, evenals de mededeling dat uw cliënt maandag in Eindhoven moet zijn om zijn behandelplan in ontvangst te nemen. U laat na om een afspraakbevestiging mee te sturen, te benoemen hoe laat uw cliënt deze afspraak in Eindhoven heeft, hoelang deze afspraak al bekend is en wanneer deze afspraak is ingepland. Hoe dan ook: de vergadering is al twee weken geleden gepland en gaat maandag door. Indien uw cliënt maandag niet in staat is om in Nijmegen zijn raadgevende slem uit te brengen en te reageren en te reflecteren op de gewraakte handelingen, dan staat het hem vrij om (i) dit vóóraf schriftelijk te doen en (ii) via Teams vanuit Eindhoven in te bellen. Ik verwijs naar de brief van 18 april 2025 (van 4 pagina's) en de mail van 25 april 2025 waarin gedetailleerd de gewraakte handelingen en het nalaten is weergegeven. Ik zal bij cliënte vragen om u en uw cliënt ook via Teams uit te nodigen voor de vergadering. Indien uw cliënt die mogelijkheid onbenut laat, dan komt dat voor zijn rekening en risico.” 2.11. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft hier als volgt op gereageerd: “(…) gelet op het feit dat cliënt, gesteund door zijn naasten, de noodzaak van de situatie beseft, zoals in het kader van zijn gezondheid als werk gerelateerd, is er hulp gezocht. Zowel op juridisch vlak als op medisch vlak. Die hulp kon niet eerder ingeschakeld worden omdat simpelweg niemand wist van de situatie van de heer [de verzoeker] , zelfs zijn partner niet. Uw cliënte zal begrijpen dat de wereld onder de voeten van de partner van de heer [de verzoeker] verdween toen zij werd verrast door een bezoek van de deurwaarder. Ik heb cliënt nog kunnen spreken voor het vertrek naar mijn vakantieadres en ik heb diverse stukken ontvangen. Op basis daarvan heb ik uw cliënt, juist nog in dit weekend, van een bericht voorzien. De schrijnende situatie van de heer [de verzoeker] vergt directe aandacht, begrip en medewerking van de zijde van uw cliënt en tegelijkertijd beseft cliënt zich dat dit niet eenvoudig zou zijn gelezen op de gerezen situatie. Maar de gezondheidssituatie van de heer [de verzoeker] staat voorop. Cliënte kampt al gedurende een langere periode met een ernstige verslaving, waarvan hij, zoals gezegd tot voor kort niemand in zijn privé omgeving of binnen de organisatie in kennis heeft gesteld. Deze verslaving heeft zich in stilte ontwikkeld en verdiept, waarbij cliënt zelfs nog een periode getracht heeft zijn werkzaamheden naar vermogen te blijven verrichten. Cliënt heeft wel degelijk aangegeven, ook aan directe collega's dat er sprake was van struggles en zijn gezondheid hem in de steek liet. Inmiddels is de situatie dermate geëscaleerd dat er sprake is van een acute medische en psychische crisis. De verslaving is recent aan het licht gekomen, zowel binnen zijn privéomgeving en nu ook in de werkrelatie. Deze onthulling heeft geleid tot een moment van noodzakelijke confrontatie met de realiteit, waarbij onmiddellijke Interventie onvermijdelijk was. Cliënt is momenteel volledig arbeidsongeschikt. Hij is niet in staat enige werkzaamheden uit te voeren, en zelfs niet in staat zijn dagelijks leven adequaat vorm te geven zonder intensieve, specialistische hulp. Het gaat hier niet slechts om een tijdelijke onbalans, maar om een diepgewortelde problematiek die enkel door een zorgvuldig behandeltraject en passende ondersteuning duurzaam kan worden aangepakt. Een herstelproces dat vraagt om tijd, rust en bovenal: erkenning van de ernst van de situatie. Vanuit de rol van uw cliënte als werkgever rust op haar een zorgplicht, ook en juist in situaties waarin een werknemer geconfronteerd wordt met psychische en verslavingsproblematiek. Na onthulling van de situatie is er direct contact opgenomen met de huisarts. Omdat cliënt openheid van zaken wenst te geven, benoem ik hier de tijdslijn van de afgelopen dagen, waaruit duidelijk valt op te maken dat uiterst voortvarend is gehandeld. Simpelweg omdat de nood hoog is. Op vrijdag 25 april jl. was er in de ochtend een afspraak. Gelet op de ernst van de verslaving, het onvermogen van de heer [de verzoeker] om te functioneren, met suïcidale gedachten als gevolg is de interventie met de grootste spoed ingezet. Diezelfde dag, vrijdag 25 april, vond om 11.30 uur een telefonische screening plaats met het behandelcentrum van de verslavingskliniek. Morgen, maandag 28 april 2025 moet cliënt zich daar melden voor de intake om 8.30 uur. De intake duurt 3,5 uur en daarna zal cliënt vermoedelijk direct een multidisciplinair behandelplan ontvangen. Daarover is tijdens het telefonische screeningsgesprek aan toegevoegd dat er hoogstwaarschijnlijk meer tijd nodig is i.v.m onderliggende problematiek. Ter onderbouwing van bovenstaande stuur ik u bijgaand de stukken waar de afspraak met de huisarts uit blijkt, de telefonische screening, de doorverwijzing en de afspraak voor de intake morgen. Nogmaals, de situatie van cliënt is urgent. Daarmee wordt niet gezegd dat de urgentie van uw cliënte niet begrepen wordt maar in dit verband wil ik benadrukken dat het leven, de gezondheid en de waardigheid van cliënt niet kunnen en mogen worden afgewogen tegen zakelijke belangen. Juist omdat de urgentie en de noodzakelijkheid van het gesprek wel degelijk gerespecteerd worden, heb ik namens cliënt kenbaar gemaakt dat ik uiterlijk woensdag as. uw cliënte nader zou berichten over de beschikbaarheid van cliënt de komende periode. Nogmaals verzoek ik uw cliënte dit te respecteren. Er is geen onwil van cliënt om het gesprek (niet nu) aan te gaan maar er is sprake van een meest zuivere overmachtssituatie.” 2.12.
Volledig
De vergadering die maandag staat gepland, en waarvoor uw cliënt nota bene 14 dagen geleden is opgeroepen, gaat door. De vergadering voldoet aan alle eisen waaraan een dergelijke vergadering op grond van boek 2 BW en de statuten moet voldoen, maar zal daarnaast ook (kunnen) dienen als hoorgesprek in arbeidsrechtelijke zin. De overige bestuurders van Delco zijn aanwezig. Met inachtneming van alle wettelijke en statutaire bepalingen zal door de aandeelhouder gestemd worden over het voorgenomen ontslagbesluit. Op basis van de thans bekende feiten kan ik mij voorstellen dat de aandeelhouder maandag stemt vóór het ontslag van uw cliënt. Op basis van de thans bekende feiten kan ik mij voorstellen dat uw cliënt aanstaande maandag (tevens) op staande voet wordt ontslagen. Zo ja. dan zal ik volledigheidshalve ervoor zorgen dat het ontslag zowel door de aandeelhouder (voor het geval dat uw cliënt statutair bestuurder is) als een (andere) statutair bestuurder van Delco Europe B.V. (voor het geval dat uw cliënt geen statutair bestuurder is) wordt uitgesproken. U noemt dat bij uw cliënt ‘geruime tijd sprake is van ziekte' en dat uw cliënt daardoor niet in staat is geweest om de afgelopen maanden zijn bedongen werkzaamheden in gebruikelijke omvang te verrichten. Deze informatie is cliënte onbekend. Het had op de weg van uw cliënt gelegen om zich arbeidsongeschikt te melden bij de aandeelhouder (Chiho- Tiande International Limited), de (medebestuurder ( [medebestuurder] ) of HR van [bedrijf] , die ook verantwoordelijk is voor Delco. De ziekmelding komt dan ook te laat (na het versturen van de oproepingsbrief), nog daargelaten dat het niet in staat zijn van het verrichten van de bedongen arbeid in de gebruikelijke vorm géén rechtvaardiging betreft voor de gewraakte handelingen en het nalaten zoals uiteengezet m de brief van 18 april jl. en de mail van 25 april jl. Het had op de weg van uw cliënt om dat laatste inzichtelijk te maken, zodat dit maandag kan worden meegewogen in de besluitvorming. Voorts veronderstel ik dat u ermee bekend bent dat bij een ontslag op staande voet het opzegverbod niet van toepassing is. De (beweerdelijke) gokverslaving en de (beweerdelijke) ziekte zal in het kader van een belangenafweging worden meegenomen, maar hoeft een ontslag op staande voet niet in de weg te gaan. Tot slot merk ik op dat uw bericht op zaterdagavond rijkelijk laat komt, evenals de mededeling dat uw cliënt maandag in Eindhoven moet zijn om zijn behandelplan in ontvangst te nemen. U laat na om een afspraakbevestiging mee te sturen, te benoemen hoe laat uw cliënt deze afspraak in Eindhoven heeft, hoelang deze afspraak al bekend is en wanneer deze afspraak is ingepland. Hoe dan ook: de vergadering is al twee weken geleden gepland en gaat maandag door. Indien uw cliënt maandag niet in staat is om in Nijmegen zijn raadgevende slem uit te brengen en te reageren en te reflecteren op de gewraakte handelingen, dan staat het hem vrij om (i) dit vóóraf schriftelijk te doen en (ii) via Teams vanuit Eindhoven in te bellen. Ik verwijs naar de brief van 18 april 2025 (van 4 pagina's) en de mail van 25 april 2025 waarin gedetailleerd de gewraakte handelingen en het nalaten is weergegeven. Ik zal bij cliënte vragen om u en uw cliënt ook via Teams uit te nodigen voor de vergadering. Indien uw cliënt die mogelijkheid onbenut laat, dan komt dat voor zijn rekening en risico.” 2.11. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft hier als volgt op gereageerd: “(…) gelet op het feit dat cliënt, gesteund door zijn naasten, de noodzaak van de situatie beseft, zoals in het kader van zijn gezondheid als werk gerelateerd, is er hulp gezocht. Zowel op juridisch vlak als op medisch vlak. Die hulp kon niet eerder ingeschakeld worden omdat simpelweg niemand wist van de situatie van de heer [de verzoeker] , zelfs zijn partner niet. Uw cliënte zal begrijpen dat de wereld onder de voeten van de partner van de heer [de verzoeker] verdween toen zij werd verrast door een bezoek van de deurwaarder. Ik heb cliënt nog kunnen spreken voor het vertrek naar mijn vakantieadres en ik heb diverse stukken ontvangen. Op basis daarvan heb ik uw cliënt, juist nog in dit weekend, van een bericht voorzien. De schrijnende situatie van de heer [de verzoeker] vergt directe aandacht, begrip en medewerking van de zijde van uw cliënt en tegelijkertijd beseft cliënt zich dat dit niet eenvoudig zou zijn gelezen op de gerezen situatie. Maar de gezondheidssituatie van de heer [de verzoeker] staat voorop. Cliënte kampt al gedurende een langere periode met een ernstige verslaving, waarvan hij, zoals gezegd tot voor kort niemand in zijn privé omgeving of binnen de organisatie in kennis heeft gesteld. Deze verslaving heeft zich in stilte ontwikkeld en verdiept, waarbij cliënt zelfs nog een periode getracht heeft zijn werkzaamheden naar vermogen te blijven verrichten. Cliënt heeft wel degelijk aangegeven, ook aan directe collega's dat er sprake was van struggles en zijn gezondheid hem in de steek liet. Inmiddels is de situatie dermate geëscaleerd dat er sprake is van een acute medische en psychische crisis. De verslaving is recent aan het licht gekomen, zowel binnen zijn privéomgeving en nu ook in de werkrelatie. Deze onthulling heeft geleid tot een moment van noodzakelijke confrontatie met de realiteit, waarbij onmiddellijke Interventie onvermijdelijk was. Cliënt is momenteel volledig arbeidsongeschikt. Hij is niet in staat enige werkzaamheden uit te voeren, en zelfs niet in staat zijn dagelijks leven adequaat vorm te geven zonder intensieve, specialistische hulp. Het gaat hier niet slechts om een tijdelijke onbalans, maar om een diepgewortelde problematiek die enkel door een zorgvuldig behandeltraject en passende ondersteuning duurzaam kan worden aangepakt. Een herstelproces dat vraagt om tijd, rust en bovenal: erkenning van de ernst van de situatie. Vanuit de rol van uw cliënte als werkgever rust op haar een zorgplicht, ook en juist in situaties waarin een werknemer geconfronteerd wordt met psychische en verslavingsproblematiek. Na onthulling van de situatie is er direct contact opgenomen met de huisarts. Omdat cliënt openheid van zaken wenst te geven, benoem ik hier de tijdslijn van de afgelopen dagen, waaruit duidelijk valt op te maken dat uiterst voortvarend is gehandeld. Simpelweg omdat de nood hoog is. Op vrijdag 25 april jl. was er in de ochtend een afspraak. Gelet op de ernst van de verslaving, het onvermogen van de heer [de verzoeker] om te functioneren, met suïcidale gedachten als gevolg is de interventie met de grootste spoed ingezet. Diezelfde dag, vrijdag 25 april, vond om 11.30 uur een telefonische screening plaats met het behandelcentrum van de verslavingskliniek. Morgen, maandag 28 april 2025 moet cliënt zich daar melden voor de intake om 8.30 uur. De intake duurt 3,5 uur en daarna zal cliënt vermoedelijk direct een multidisciplinair behandelplan ontvangen. Daarover is tijdens het telefonische screeningsgesprek aan toegevoegd dat er hoogstwaarschijnlijk meer tijd nodig is i.v.m onderliggende problematiek. Ter onderbouwing van bovenstaande stuur ik u bijgaand de stukken waar de afspraak met de huisarts uit blijkt, de telefonische screening, de doorverwijzing en de afspraak voor de intake morgen. Nogmaals, de situatie van cliënt is urgent. Daarmee wordt niet gezegd dat de urgentie van uw cliënte niet begrepen wordt maar in dit verband wil ik benadrukken dat het leven, de gezondheid en de waardigheid van cliënt niet kunnen en mogen worden afgewogen tegen zakelijke belangen. Juist omdat de urgentie en de noodzakelijkheid van het gesprek wel degelijk gerespecteerd worden, heb ik namens cliënt kenbaar gemaakt dat ik uiterlijk woensdag as. uw cliënte nader zou berichten over de beschikbaarheid van cliënt de komende periode. Nogmaals verzoek ik uw cliënte dit te respecteren. Er is geen onwil van cliënt om het gesprek (niet nu) aan te gaan maar er is sprake van een meest zuivere overmachtssituatie.” 2.12.
Volledig
De gemachtigde van Delco heeft hier vervolgens als volgt op gereageerd: “(…) Als uw cliënte mijn cliënte eerder op de hoogte had gesteld van de gestelde ziekte en gokverslaving, dan had cliënte een consult bij de bedrijfsarts kunnen inplannen en - zolang het dienstverband zou voortduren - uw cliënt kunnen helpen bij het vinden van passende begeleiding. Helaas komt deze mededeling nu te laat. Gezien de afspraak van uw cliënt in Eindhoven maandagochtend, heeft het weinig zin om op maandagochtend een afspraak met de bedrijfsarts in te plannen. Als er tijdens de vergadering geen ontslagbesluit wordt genomen, zal uw cliënt uiteraard worden opgeroepen voor een consult bij de bedrijfsarts. Gezien de ernst van de gedragingen is mijn persoonlijke inschatting dat de kans niet heel groot is dat de aandeelhouder - op basis van de nu bekende feiten - negatief zal stemmen over het voorgenomen ontslagbesluit. Uiteraard hangt dat af van wat er vanavond en/of morgen wordt ingebracht in het kader van de hoorplicht en de raadgevende stem. In reactie op de stukken die u mij stuurde, kan ik u als volgt informeren. Het lijkt erop dat u, nadat uw cliënt bij u op gesprek kwam, uw cliënt heeft geadviseerd om naar de huisarts te gaan en te vragen om een verwijzing naar CACN Verslavingszorg. Het valt mij op dat de datum van de verwijzing door de huisarts ‘onleesbaar’ is gemaakt. Cliënt wees mij er echter op dat deze verwijzing (pas) vrijdagmiddag om 14:28 uur heeft plaatsgevonden. Het telefoongesprek met de verslavingskliniek heeft kort daarvóór (om 11:29 uur) plaatsgevonden. Dat pas vrijdagochtend contact wordt opgenomen met de kliniek om vervolgens maandagochtend een intake in te plannen, zodat dit de 14 dagen geleden ingeplande AvA doorkruist, komt voor rekening van uw cliënt. Niet valt in te zien waarom uw cliënt niet eerder contact heeft kunnen opnemen met de verslavingskliniek. De brieven en de beslaglegging waarin uw cliënt is geconfronteerd met de realiteit dateren van een eerdere datum. Ook valt niet in te zien dat de intake niet maandagmiddag of dinsdagochtend kon worden ingepland. Desalniettemin is cliënte - waar mogelijk en waar dat geen afbreuk doet aan haar eigen rechtspositie, waaronder de onverwijldheidseis voor het geval dat morgen een ontslag op staande voet zou worden verleend - met uw cliënt mee te denken. Ik dat kader zal ik cliënte adviseren om de vergadering morgen om 11.30 uur te openen (zoals in de oproepingsbrief staat vermeld), maar met de stemming over het voorgenomen ontslagbesluit te wachten tot 12.00 uur. zodat uw cliënt na de 3.5 uur durende intake in Eindhoven nog via Teams de zitting kan bijwonen en zijn reactie op de gewraakte handelingen kan geven. Indien een kans bestaat dat het interview met de verslavingskliniek langer duurt dan 3,5 uur nodig ik uw cliënt hierbij (nogmaals) uit om zijn reactie op de gewraakte handelingen per e-mail te geven, zodat cliënte daar in het kader van hoor- en wederhoor en de raadgevende stem rekening mee kan houden. Kiest uw cliënt daar niet voor en is hij morgen uiterlijk om 12:05 uur niet via Teams aanwezig, dan zal het voorgenomen ontslagbesluit in stemming worden gebracht op basis van de thans bekende feiten.” 2.13. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft hier als volgt op gereageerd: “Uw aanname is onjuist en ook onbegrijpelijk. Door adequaat ingrijpen van de partner van cliënt, na een bezoek van de deurwaarder, is hulp ingeschakeld. Uit de bijlage blijkt dat de afspraak niet is gemaakt n.a.v. mijn advies. Ik kom nog nader terug op uw punten en zoals gezegd, wil cliënt het gesprek aangaan. Hij wil tot een oplossing komen. Maar los van het feit dat hij dat morgen praktisch niet kan, is hij daar mentaal niet toe in staat. Ik heb in mijn vorige mail nog expliciet benoemd dat er sprake is van Interventie in verband met suïcidale gedachten. Ik ga cliënt nu, aan de vooravond van zijn afspraak bij de kliniek, niet nader belasten met het voorgenomen ontslagbesluit, waarvan ik al heb opgemerkt dat cliënt niet een statutair bestuurder is. Persoonlijke omstandigheden zoals geschetst, in combinatie met het feit dat cliënt geheel brodeloos zal worden gemaakt (geen terugval op ww), zullen leiden tot een persoonlijke malaise. Ik val in herhaling maar cliënt is bereid het gesprek aan te gaan en als u het apprecieert dat ik op voorhand per mail daarop reageer, dan zal ik dat doen. Maar dan moet ik cliënt eerst nader kunnen spreken. Dat zal morgen niet zijn, na afloop van een gesprek over een dergelijk traject waarbij ik niet uitsluit dat cliënt de gehele dag in Eindhoven zal zijn. In ieder geval zal cliënt (emotioneel) niet belastbaar meer zijn. Het is een zeer menselijk verzoek.” 2.14. Op 28 april 2025 heeft Delco [de verzoeker] op staande voet ontslagen. Aan dit ontslag zijn (afzonderlijk en gezamenlijk) 4 redenen ten grondslag gelegd: 1. beperkt, slecht of niet beschikbaar zijn; 2. het creëren van een onveilige werkomgeving; 3. banktransacties van de heer [de verzoeker] naar zijn privérekening en 4. verschillende administratieve onregelmatigheden. 2.15. Het ontslag op staande voet is per brief van 28 april 2025 aan [de verzoeker] bevestigd: “Today, on 28 April 2025 an extraordinary general meeting (hereinafter referred to as: 'EGM') of Delco Europe B.V. (hereinafter referred to as: 'Delco') took place. On the agenda was the intention of your dismissal as a board member of Delco. For the purpose of that meeting, we sent you a convocation notice on 11 April 2025, a letter explaining our intended decision on 18 April 2025 and an email on 25 April 2025 with additional reproaches we wanted to hear you about. On Saturday evening at 8:32 p.m. (April 26, 2025), we received a letter from your attorney stating that (i) you are not a statutory director, (ii) you are sick and were (partially) unavailable for work for certain periods of time due to your illness, (iii) you are a gambling addict, and (iv) you would not be able to come to the meeting today because you had an interview at the addiction clinic at 8:30 a.m. On Sunday, your lawyer was informed that (i) you did not report incapacity for work, (ii) the ban on notice during sickness does not apply when granting summary dismissal and (iii) if you cannot physically attend the meeting, you can attend the meeting digitally from Eindhoven and otherwise respond to the contested acts in writing. In the mail of Sunday evening at 7:19 p.m., our lawyer informed your lawyer that there is a willingness to open the meeting at 11:30 a.m., but then to wait until 12:05 to make a decision, so that after your appointment in Eindhoven, you can still respond via Teams to the contested acts. Our lawyer has also pointed out to you that if you consider there is a chance that your appointment in Eindhoven will last longer than 3.5 hours, it would be wise to respond in writing before the meeting. You have not done so. However, the contents of the emails from your lawyer dated last Saturday at 8:32 p.m. and last Sunday at 4:35 p.m. and 7:45 p.m. will be taken into account. Corporate-law dismissal decision During the EGM, the sole shareholder of Delco decided to dismiss you as a statutory director of Delco. In this letter I will explain the consequences of this decision. In the attachment (*) you will find the minutes of this meeting. Employment law The decision for your dismissal automatically results in a determination of your employment agreement. If you are not a statutory director, your employment contract is hereby also terminated by the statutory director of Delco. This letter of dismissal will therefore be signed by Mr. [medebestuurder] as statutory director as on behalf of the shareholder. A notice period will not be taken into account. Your employment agreement ends today, effective immediately. This is because there is an urgent reason (dutch: dringende reden). The urgent reason is detailed in this letter. Absence, poorly or not available at all and refusal to work As a board member / Managing Director you are in charge of the commercial, operational and financial management of Delco (as stated in article 2.2 of your employment agreement).
Volledig
De gemachtigde van Delco heeft hier vervolgens als volgt op gereageerd: “(…) Als uw cliënte mijn cliënte eerder op de hoogte had gesteld van de gestelde ziekte en gokverslaving, dan had cliënte een consult bij de bedrijfsarts kunnen inplannen en - zolang het dienstverband zou voortduren - uw cliënt kunnen helpen bij het vinden van passende begeleiding. Helaas komt deze mededeling nu te laat. Gezien de afspraak van uw cliënt in Eindhoven maandagochtend, heeft het weinig zin om op maandagochtend een afspraak met de bedrijfsarts in te plannen. Als er tijdens de vergadering geen ontslagbesluit wordt genomen, zal uw cliënt uiteraard worden opgeroepen voor een consult bij de bedrijfsarts. Gezien de ernst van de gedragingen is mijn persoonlijke inschatting dat de kans niet heel groot is dat de aandeelhouder - op basis van de nu bekende feiten - negatief zal stemmen over het voorgenomen ontslagbesluit. Uiteraard hangt dat af van wat er vanavond en/of morgen wordt ingebracht in het kader van de hoorplicht en de raadgevende stem. In reactie op de stukken die u mij stuurde, kan ik u als volgt informeren. Het lijkt erop dat u, nadat uw cliënt bij u op gesprek kwam, uw cliënt heeft geadviseerd om naar de huisarts te gaan en te vragen om een verwijzing naar CACN Verslavingszorg. Het valt mij op dat de datum van de verwijzing door de huisarts ‘onleesbaar’ is gemaakt. Cliënt wees mij er echter op dat deze verwijzing (pas) vrijdagmiddag om 14:28 uur heeft plaatsgevonden. Het telefoongesprek met de verslavingskliniek heeft kort daarvóór (om 11:29 uur) plaatsgevonden. Dat pas vrijdagochtend contact wordt opgenomen met de kliniek om vervolgens maandagochtend een intake in te plannen, zodat dit de 14 dagen geleden ingeplande AvA doorkruist, komt voor rekening van uw cliënt. Niet valt in te zien waarom uw cliënt niet eerder contact heeft kunnen opnemen met de verslavingskliniek. De brieven en de beslaglegging waarin uw cliënt is geconfronteerd met de realiteit dateren van een eerdere datum. Ook valt niet in te zien dat de intake niet maandagmiddag of dinsdagochtend kon worden ingepland. Desalniettemin is cliënte - waar mogelijk en waar dat geen afbreuk doet aan haar eigen rechtspositie, waaronder de onverwijldheidseis voor het geval dat morgen een ontslag op staande voet zou worden verleend - met uw cliënt mee te denken. Ik dat kader zal ik cliënte adviseren om de vergadering morgen om 11.30 uur te openen (zoals in de oproepingsbrief staat vermeld), maar met de stemming over het voorgenomen ontslagbesluit te wachten tot 12.00 uur. zodat uw cliënt na de 3.5 uur durende intake in Eindhoven nog via Teams de zitting kan bijwonen en zijn reactie op de gewraakte handelingen kan geven. Indien een kans bestaat dat het interview met de verslavingskliniek langer duurt dan 3,5 uur nodig ik uw cliënt hierbij (nogmaals) uit om zijn reactie op de gewraakte handelingen per e-mail te geven, zodat cliënte daar in het kader van hoor- en wederhoor en de raadgevende stem rekening mee kan houden. Kiest uw cliënt daar niet voor en is hij morgen uiterlijk om 12:05 uur niet via Teams aanwezig, dan zal het voorgenomen ontslagbesluit in stemming worden gebracht op basis van de thans bekende feiten.” 2.13. De gemachtigde van [de verzoeker] heeft hier als volgt op gereageerd: “Uw aanname is onjuist en ook onbegrijpelijk. Door adequaat ingrijpen van de partner van cliënt, na een bezoek van de deurwaarder, is hulp ingeschakeld. Uit de bijlage blijkt dat de afspraak niet is gemaakt n.a.v. mijn advies. Ik kom nog nader terug op uw punten en zoals gezegd, wil cliënt het gesprek aangaan. Hij wil tot een oplossing komen. Maar los van het feit dat hij dat morgen praktisch niet kan, is hij daar mentaal niet toe in staat. Ik heb in mijn vorige mail nog expliciet benoemd dat er sprake is van Interventie in verband met suïcidale gedachten. Ik ga cliënt nu, aan de vooravond van zijn afspraak bij de kliniek, niet nader belasten met het voorgenomen ontslagbesluit, waarvan ik al heb opgemerkt dat cliënt niet een statutair bestuurder is. Persoonlijke omstandigheden zoals geschetst, in combinatie met het feit dat cliënt geheel brodeloos zal worden gemaakt (geen terugval op ww), zullen leiden tot een persoonlijke malaise. Ik val in herhaling maar cliënt is bereid het gesprek aan te gaan en als u het apprecieert dat ik op voorhand per mail daarop reageer, dan zal ik dat doen. Maar dan moet ik cliënt eerst nader kunnen spreken. Dat zal morgen niet zijn, na afloop van een gesprek over een dergelijk traject waarbij ik niet uitsluit dat cliënt de gehele dag in Eindhoven zal zijn. In ieder geval zal cliënt (emotioneel) niet belastbaar meer zijn. Het is een zeer menselijk verzoek.” 2.14. Op 28 april 2025 heeft Delco [de verzoeker] op staande voet ontslagen. Aan dit ontslag zijn (afzonderlijk en gezamenlijk) 4 redenen ten grondslag gelegd: 1. beperkt, slecht of niet beschikbaar zijn; 2. het creëren van een onveilige werkomgeving; 3. banktransacties van de heer [de verzoeker] naar zijn privérekening en 4. verschillende administratieve onregelmatigheden. 2.15. Het ontslag op staande voet is per brief van 28 april 2025 aan [de verzoeker] bevestigd: “Today, on 28 April 2025 an extraordinary general meeting (hereinafter referred to as: 'EGM') of Delco Europe B.V. (hereinafter referred to as: 'Delco') took place. On the agenda was the intention of your dismissal as a board member of Delco. For the purpose of that meeting, we sent you a convocation notice on 11 April 2025, a letter explaining our intended decision on 18 April 2025 and an email on 25 April 2025 with additional reproaches we wanted to hear you about. On Saturday evening at 8:32 p.m. (April 26, 2025), we received a letter from your attorney stating that (i) you are not a statutory director, (ii) you are sick and were (partially) unavailable for work for certain periods of time due to your illness, (iii) you are a gambling addict, and (iv) you would not be able to come to the meeting today because you had an interview at the addiction clinic at 8:30 a.m. On Sunday, your lawyer was informed that (i) you did not report incapacity for work, (ii) the ban on notice during sickness does not apply when granting summary dismissal and (iii) if you cannot physically attend the meeting, you can attend the meeting digitally from Eindhoven and otherwise respond to the contested acts in writing. In the mail of Sunday evening at 7:19 p.m., our lawyer informed your lawyer that there is a willingness to open the meeting at 11:30 a.m., but then to wait until 12:05 to make a decision, so that after your appointment in Eindhoven, you can still respond via Teams to the contested acts. Our lawyer has also pointed out to you that if you consider there is a chance that your appointment in Eindhoven will last longer than 3.5 hours, it would be wise to respond in writing before the meeting. You have not done so. However, the contents of the emails from your lawyer dated last Saturday at 8:32 p.m. and last Sunday at 4:35 p.m. and 7:45 p.m. will be taken into account. Corporate-law dismissal decision During the EGM, the sole shareholder of Delco decided to dismiss you as a statutory director of Delco. In this letter I will explain the consequences of this decision. In the attachment (*) you will find the minutes of this meeting. Employment law The decision for your dismissal automatically results in a determination of your employment agreement. If you are not a statutory director, your employment contract is hereby also terminated by the statutory director of Delco. This letter of dismissal will therefore be signed by Mr. [medebestuurder] as statutory director as on behalf of the shareholder. A notice period will not be taken into account. Your employment agreement ends today, effective immediately. This is because there is an urgent reason (dutch: dringende reden). The urgent reason is detailed in this letter. Absence, poorly or not available at all and refusal to work As a board member / Managing Director you are in charge of the commercial, operational and financial management of Delco (as stated in article 2.2 of your employment agreement).
Volledig
Therefore you are required to be in close contact with your employers, as well as the [bedrijf] Group Gmbh and if necessary with Chiho-Tiande International Ltd. as sole shareholder of Delco. Since December 2024 you have not at all or poorly responded to contact requests of the [bedrijf] . For example, you did not respond to e-mails of [medewerker 1] dated 11 and 13 March 2025. In these e-mails you were requested in vain to respond immediately: ‘We need to know immediately whether we can count on you or not. This is especially important now as we must support the shareholder with financial reporting and year-end closing. At the very least, you should hand over key tasks and train a representative to manage them. Please respond today so we can take the necessary steps.' On 10 April 2025 it appeared that you are not only hard to reach for the [bedrijf] , but also for your employers. Your former subordinate, [de bestuurder] , informed us that you are (unannounced) poorly or not available at all for periods of time since September 2024, or that you do not show up for a couple of days without any notice. For example, your absence in September 2024 and your absence at the Christmas lunch on 18 December 2024. [de bestuurder] informed us that since mid-December 2024 you hardly ever show up for your employers. Not only have you been rarely or not present physically at all, but you have also been poorly or not at all accessible to your employees by phone and e-mail. On 17 April 2025 we were informed that the employees of Delco communicate through WhatsApp on a daily basis, but these messages have not reached you since several weeks. We suspect that you changed your telephone number or that you blocked your colleagues. You were given the opportunity, by letter dated 18 April 2025, to reflect to and respond to this neglect. Your lawyer has made it known in her e-mails that you were ill and therefore there is no refusal of work. If you were unable to work due to illness, you should have called in sick. As a statutory director, you should have reported sick to the shareholder. If you were not a statutory director, you should have reported sick to HR and to Mr [medewerker 1] of [bedrijf] , who is also responsible for Delco, or to your co-director (Mr [medebestuurder] ). No such sick report ever took place. In addition, it is hard to see how you would also be unable to respond to an e-mail from [bedrijf] due to illness in which they (i) explicitly ask you to contact them and (ii) inform you that it is unacceptable for you not to respond when you have not called in sick. It is incomprehensible that - to an illness - you did not communicate that in a response to that email. You as managing director should have - even if you had been incapacitated - informed the relevant parties about it (the shareholder, [bedrijf] and me as a co-director) so that action could have been taken by us. You deprived us of that opportunity by not informing us about anything and, in the meantime, not responding to requests to contact us. Unsafe working environment Since you returned from your holiday in September 2024 you leave an unmotivated impression on your subordinates. You are highly negative and you burden your subordinates with negative thoughts. This encourages an unsafe working environment. We have been informed on 10 April 2025 that your colleagues are 'scared to ask you things'. The foregoing is all the more urgent since Delco is in a crucial phase, considering the export ban on motor goods to non-OECD-countries, in place since 1 January 2025. Openly doubting Delco's existence and burdening colleagues with these doubts does not contribute to a safe working environment and does not show leadership. In March 2025 [medewerker 1] asked you if they could still count on you. You did not even respond to this e-mail. You were given the opportunity, by letter dated 18 April 2025 and today, to reflect on and respond to this neglect, but you have not given a (proper) statement. Even if you were on disability due to an illness, that is no justification for creating an unsafe working atmosphere. Bank transactions to your private bank account On 10 April 2024 it was pointed out to us that you no longer keep the accounts (in an online environment).This causes a loss of access to the accounts for your colleagues. On this day we were also informed that you made a significant amount of (bank) transactions where you transferred funds from Delco's bank account ( [nummer] ) to your personal bank account ( [bankrekeningnummer] ) since 2023. On 11 April 2025 at 08:52 am we received an overview of the transactions from 11 October 2023 until 10 April 2025. To illustrate, this overview shows that you have transferred five times an amount of €7.240,-- to your personal bank account on 9 and 10 April 2025. The past two weeks we have been conducting research to your private withdrawals. We found out that since 2023 there has been an amount of € 686.365,88 transferred to your personal bank account, only € 101.622,04 can be traced back to agreements on your salary. The base and foundation of the remaining withdrawals worth €584.703,84 remain unclear. On 15 April 2025 it turned out that you have been transferring sums of money to your personal bank account for much longer (since 2019), these sums are not (directly) connected to agreements regarding your salary. In the past week we searched for communication about these transactions between you and the shareholder or the [bedrijf] . To this day we have not found any information as a legal basis for these payments. On 18 April 2025 in anticipation of the EGM we requested you to respond to these observations. This would give us the opportunity to assess your response prior to the EGM, in order that we could ask you possible remaining questions during the EGM. Our suspicion that this is a case of unlawful diversion of funds from the company was strengthened by the email of your lawyer in which she stated that you have a gambling addiction. Administrative irregularities In further investigations it appeared that you also disregarded other duties according to your employment agreement, including but not limited: a. You let two company cars drive around without insurance causing Delco to receive multiple fines from the Central Judicial Collection Agency. b. The annual accounts of 2021, 2022, 2023 and 2024 were not drafted, because you did not respond to the messages of the accountant. c. There were approximately twenty unopened envelopes found in your room. d. You did not pay several creditors, including the tax authority (approximately: €523.519,--), insurers and the landlord, and you did not inform us about it. e. You did not inform the payroll administrator (Newtone) about the departure of two colleagues in 2023 and 2024, causing the wrongful withhold of payroll taxes. About the neglection under sub a. we informed you on 18 April 2025. You were confronted with the other items on 25 April 2025, because we only found out about this recently. You were given the opportunity to reflect on and respond to subparagraphs a. to e., but you have not given a (proper) statement. You did not make it clear what the alleged illness or gambling addiction has to do with these allegations. Urgent cause The contested actions stated above constitute an urgent cause for dismissal, both individually and coherently. In this context, we also take into account that we already sent you a summons letter on 11 April 2025, sent you a detailed explanation of the proposed decision we wanted you to hear about on 28 April 2025, presented you with additional reproaches on 25 April 2025, and gave you another written and digital opportunity to respond to these contested acts in detail on 27 April 2025. You have not taken use of these opportunities. We considered the content of your lawyer's emails, which included the stance that you are ill, you have a gambling addiction and that a summary dismissal will lead to a personal malaise, in our decision-making. It is good to read that you have now sought help for your alleged gambling addiction and are being assisted by an attorney.
Volledig
Therefore you are required to be in close contact with your employers, as well as the [bedrijf] Group Gmbh and if necessary with Chiho-Tiande International Ltd. as sole shareholder of Delco. Since December 2024 you have not at all or poorly responded to contact requests of the [bedrijf] . For example, you did not respond to e-mails of [medewerker 1] dated 11 and 13 March 2025. In these e-mails you were requested in vain to respond immediately: ‘We need to know immediately whether we can count on you or not. This is especially important now as we must support the shareholder with financial reporting and year-end closing. At the very least, you should hand over key tasks and train a representative to manage them. Please respond today so we can take the necessary steps.' On 10 April 2025 it appeared that you are not only hard to reach for the [bedrijf] , but also for your employers. Your former subordinate, [de bestuurder] , informed us that you are (unannounced) poorly or not available at all for periods of time since September 2024, or that you do not show up for a couple of days without any notice. For example, your absence in September 2024 and your absence at the Christmas lunch on 18 December 2024. [de bestuurder] informed us that since mid-December 2024 you hardly ever show up for your employers. Not only have you been rarely or not present physically at all, but you have also been poorly or not at all accessible to your employees by phone and e-mail. On 17 April 2025 we were informed that the employees of Delco communicate through WhatsApp on a daily basis, but these messages have not reached you since several weeks. We suspect that you changed your telephone number or that you blocked your colleagues. You were given the opportunity, by letter dated 18 April 2025, to reflect to and respond to this neglect. Your lawyer has made it known in her e-mails that you were ill and therefore there is no refusal of work. If you were unable to work due to illness, you should have called in sick. As a statutory director, you should have reported sick to the shareholder. If you were not a statutory director, you should have reported sick to HR and to Mr [medewerker 1] of [bedrijf] , who is also responsible for Delco, or to your co-director (Mr [medebestuurder] ). No such sick report ever took place. In addition, it is hard to see how you would also be unable to respond to an e-mail from [bedrijf] due to illness in which they (i) explicitly ask you to contact them and (ii) inform you that it is unacceptable for you not to respond when you have not called in sick. It is incomprehensible that - to an illness - you did not communicate that in a response to that email. You as managing director should have - even if you had been incapacitated - informed the relevant parties about it (the shareholder, [bedrijf] and me as a co-director) so that action could have been taken by us. You deprived us of that opportunity by not informing us about anything and, in the meantime, not responding to requests to contact us. Unsafe working environment Since you returned from your holiday in September 2024 you leave an unmotivated impression on your subordinates. You are highly negative and you burden your subordinates with negative thoughts. This encourages an unsafe working environment. We have been informed on 10 April 2025 that your colleagues are 'scared to ask you things'. The foregoing is all the more urgent since Delco is in a crucial phase, considering the export ban on motor goods to non-OECD-countries, in place since 1 January 2025. Openly doubting Delco's existence and burdening colleagues with these doubts does not contribute to a safe working environment and does not show leadership. In March 2025 [medewerker 1] asked you if they could still count on you. You did not even respond to this e-mail. You were given the opportunity, by letter dated 18 April 2025 and today, to reflect on and respond to this neglect, but you have not given a (proper) statement. Even if you were on disability due to an illness, that is no justification for creating an unsafe working atmosphere. Bank transactions to your private bank account On 10 April 2024 it was pointed out to us that you no longer keep the accounts (in an online environment).This causes a loss of access to the accounts for your colleagues. On this day we were also informed that you made a significant amount of (bank) transactions where you transferred funds from Delco's bank account ( [nummer] ) to your personal bank account ( [bankrekeningnummer] ) since 2023. On 11 April 2025 at 08:52 am we received an overview of the transactions from 11 October 2023 until 10 April 2025. To illustrate, this overview shows that you have transferred five times an amount of €7.240,-- to your personal bank account on 9 and 10 April 2025. The past two weeks we have been conducting research to your private withdrawals. We found out that since 2023 there has been an amount of € 686.365,88 transferred to your personal bank account, only € 101.622,04 can be traced back to agreements on your salary. The base and foundation of the remaining withdrawals worth €584.703,84 remain unclear. On 15 April 2025 it turned out that you have been transferring sums of money to your personal bank account for much longer (since 2019), these sums are not (directly) connected to agreements regarding your salary. In the past week we searched for communication about these transactions between you and the shareholder or the [bedrijf] . To this day we have not found any information as a legal basis for these payments. On 18 April 2025 in anticipation of the EGM we requested you to respond to these observations. This would give us the opportunity to assess your response prior to the EGM, in order that we could ask you possible remaining questions during the EGM. Our suspicion that this is a case of unlawful diversion of funds from the company was strengthened by the email of your lawyer in which she stated that you have a gambling addiction. Administrative irregularities In further investigations it appeared that you also disregarded other duties according to your employment agreement, including but not limited: a. You let two company cars drive around without insurance causing Delco to receive multiple fines from the Central Judicial Collection Agency. b. The annual accounts of 2021, 2022, 2023 and 2024 were not drafted, because you did not respond to the messages of the accountant. c. There were approximately twenty unopened envelopes found in your room. d. You did not pay several creditors, including the tax authority (approximately: €523.519,--), insurers and the landlord, and you did not inform us about it. e. You did not inform the payroll administrator (Newtone) about the departure of two colleagues in 2023 and 2024, causing the wrongful withhold of payroll taxes. About the neglection under sub a. we informed you on 18 April 2025. You were confronted with the other items on 25 April 2025, because we only found out about this recently. You were given the opportunity to reflect on and respond to subparagraphs a. to e., but you have not given a (proper) statement. You did not make it clear what the alleged illness or gambling addiction has to do with these allegations. Urgent cause The contested actions stated above constitute an urgent cause for dismissal, both individually and coherently. In this context, we also take into account that we already sent you a summons letter on 11 April 2025, sent you a detailed explanation of the proposed decision we wanted you to hear about on 28 April 2025, presented you with additional reproaches on 25 April 2025, and gave you another written and digital opportunity to respond to these contested acts in detail on 27 April 2025. You have not taken use of these opportunities. We considered the content of your lawyer's emails, which included the stance that you are ill, you have a gambling addiction and that a summary dismissal will lead to a personal malaise, in our decision-making. It is good to read that you have now sought help for your alleged gambling addiction and are being assisted by an attorney.
Volledig
However the seriousness of the conduct outweighs your personal circumstances in this case. For these reasons, you are hereby summarily dismissed. Termination of employment agreement The foregoing leads to the following termination of your employment agreement: Your employment agreement ends effective immediately. The period of notice will not be taken into account. You will not be granted a transition payment, given that (i) your actions qualify as seriously culpable and (ii) the denial of such payment cannot be considered unacceptable according to the principle of reasonableness and fairness. A final financial settlement will be drafted. However, Delco has a (substantial) claim against you regarding the unjustified withdrawals. Delco's claim and your claim against Delco (for example vacation pay and unused vacation days) will be set against each other. After the setoff, a (significant) amount remains due by you to Delco. We will initiate legal proceedings to recover this amount from you. You are hereby requested to return all company properties to Delco. If you fail to comply to this request, a report of embezzlement will be filed in this regard as well. In addition, we have reported the (illegal) withdrawals to the police. We will ask the prosecution (dutch: Openbaar Ministerie) to make it a criminal case.” 2.16. Bij brief van 16 mei 2026 heeft [de verzoeker] zich via zijn gemachtigde op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en derhalve geen stand kan houden: “(…) De ontslagbrief die de heer [de verzoeker] heeft mogen ontvangen, alsmede ontwikkelingen op persoonlijk gebied, zijn reden om opnieuw met u in contact te treden. De brief van 28 april jl„ waarin uw cliënt kenbaar maakt dat het besluit is genomen om het statutair bestuurderschap van de heer [de verzoeker] met onmiddellijke ingang te beëindigen, met als gevolg dat zijn arbeidsovereenkomst per diezelfde datum komt te eindigen, is zowel door cliënt als mijzelf in goede orde ontvangen. Namens cliënt merk ik op dat hij zich niet kan vinden in de inhoud van de brief en dus de beëindiging van het dienstverband en wel om de volgende redenen. Verwijten en weergave procedure Allereerst verwijs ik naar ik hetgeen ik u reeds per e-mail kenbaar heb gemaakt. Van belang daarbij is de situatie waar de heer [de verzoeker] in verkeerde, waardoor hij niet in staat was eerder op de uitnodiging voor de vergadering van aandeelhouders te reageren. Op het moment dat u aangaf dat het moment van de vergadering, mocht hij geen statutair bestuurder zijn, moest worden gezien als het moment van hoor- en wederhoor. Ik heb direct aangegeven dat cliënt daar niet bij kon zijn. Om praktische redenen niet, hij was immers voor een afspraak in de verslavingskliniek. Daardoor was het ook niet mogelijk om schriftelijk te reageren, aangezien hij niet bereikbaar was. Zoals gezegd is het eigenlijk geen realistische keuze om van cliënt te verwachten dat hij die op dat moment maakte; het belang van zijn gezondheid en leven of een zakelijk belang. Er is duidelijk en herhaaldelijk aangegeven aan de zijde van cliënt dat hij het gesprek wil aangaan. Maar ook dat hij ernstig ziek is. Hoewel hij in eerste instantie geen hulp gevraagd heeft, is met de grootst mogelijke spoed ingeschakeld. Op het moment dat zijn ziekte door zijn naaste omgeving ontdekt werd, was de situatie zo nijpend en urgent dat er direct actie ondernomen moest worden. Dat was letterlijk van levensbelang. Het is immers niet voor niks dat ik u namens de heer [de verzoeker] op zaterdag, vanaf mijn vakantieadres een uitgebreide e-mail heb gestuurd. Cliënt wil niet weglopen, maar het gesprek aangaan. Maar daarbij moet hij wel rekening houden met de medische situatie. Het laatste bericht dat ik heb gestuurd op 27 april 2025 om 19.45 uur is onbeantwoord gebleven en de inhoud ervan wordt ook niet weergegeven in de ontslagbrief. Ik heb in dat bericht aangegeven dat cliënt na een 3,5 uur durend gesprek bij de verslavingskliniek die maandagochtend, waar ook nog bij is opgemerkt dat deze afspraak mogelijk langer zou duren door onderliggende problematiek, hetgeen uiteindelijk ook het geval is gebleken die dag, hij mentaal niet in staat zou zijn om de vergadering fysiek of digitaal bij te wonen, of om een schriftelijke reactie voor te (laten) bereiden. Ik heb in mijn eerdere e-mails nog expliciet benoemd dat er sprake is van spoedeisende interventie in verband met suïcidale gedachten. Om die reden kon ik hem die avond ook niet verder belasten in het kader van dat voorgenomen ontslagbesluit. Ik heb u de noodkreet van cliënt, hetgeen leidde tot een zeer menselijk verzoek namelijk het opnieuw plannen van een gesprek, overgebracht. Daar had Delco, maar ook haar bestuurders en aandeelhouder, geen oren naar. Er heeft desondanks een meeting plaatsgevonden op 28 april jl. Daar heeft cliënt de notes van ontvangen, alsmede een ontslagbrief. Namens cliënt neem ik het standpunt in dat het ontslag op staande voet niet aan de wettelijke vereisten voldoet en derhalve niet rechtsgeldig is. Cliënt onderbouwt dat standpunt als volgt. Dringende reden In de ontslagbrief worden 4 afzonderlijke situaties benoemd. Het eerste verwijt dat cliënt wordt gemaakt is dat hij afwezig was, slecht of helemaal niet bereikbaar en werkweigering. Er wordt benoemd met wie de heer [de verzoeker] in nauw contact moet staan. Dat is nieuw voor cliënt. Hij diende verantwoording af te leggen aan de heer [medewerker 1] . En dat heeft dient gedaan en later aan de heer [naam 2] . De onderbouwing op dit punt aan de zijde van Delco is onjuist. Afwezig / niet bereikbaar Dat cliënt niet bereikbaar zou zijn en dat hij zonder enige kennisgeving niet op kwam dagen is niet juist. Cliënt was al ziek. Dat wisten collega's. Verderop in deze brief zal ik daar namens de heer [de verzoeker] een nadere uiteenzetting overgeven. Er was geen sprake van werkweigering. Simpelweg was de heer [de verzoeker] door ziekte niet in staat volledig zijn werkzaamheden te verrichten. Dat had Delco, dan wel een persoon namens Delco, kunnen en moeten weten. Er had op kantoor in Nederland navraag gedaan kunnen worden, de arbodienst had ingeschakeld kunnen worden, Delco had contact kunnen zoeken met de partner van de heer [de verzoeker] (dat is namelijk wel vaker gebeurd), er had een (aangetekende) brief gestuurd kunnen worden, er had een huisbezoek afgelegd kunnen worden. Maar dat alles heeft Delco nagelaten, waarmee Delco dus zelf tekort is geschoten. Dit terwijl in de ontslagbrief staat dat sinds december 2024 bekend was dat dient 'bijna nooit’ zou komen opdagen. Voor het eerst op 11 april 2025, dus maanden later, wordt er vanuit Delco contact opgenomen. Een zieke werknemer kan niet verweten worden dat hij niet of aanwezig of bereikbaar was. Het lag op de weg van Delco de bedrijfsarts in te schakelen. Cliënt had zich ook niet ziek hoeven te melden bij de aandeelhouder. Dat blijkt nergens uit. Bovendien is hij geen statutair bestuurder. Overigens was de heer [medewerker 1] bekend met de gezondheidsproblemen en afwezigheid van de heer [de verzoeker] . Onveilige werkomgeving Verwijzen naar tekst hieronder. Dergelijke omstandigheden zijn niet aan de orde maar een ongemotiveerde indruk kan niet leiden tot de kwalificatie van een onveilige werkomgeving. Cliënt wordt verweten niet aanwezig te zijn. Niet aanwezigheid kan niet leiden tot een onveilige werkomgeving. Banktransacties naar privérekening In de ontslagbrief worden verschillende bedragen genoemd. Deze bedragen zijn niet onderbouwd en er is ook geen overzicht van de transacties waar u naar wijst, bijgevoegd. De onderbouwing op dit punt is dus onvoldoende. Wellicht ten overvloede merk ik op dat cliënt niet ontkent dat er transacties zijn geweest naar zijn privé bankrekening maar in het kader van het geven van een dringende reden ligt het wel op de weg van Delco hier duidelijk over te zijn. Cliënt is geen inzicht gegeven. Administratieve onregelmatigheden Met betrekking tot de auto's merkt de heer [de verzoeker] op dat hij heeft getracht deze te herverzekeren maar er was sprake van een schadeverleden van de betreffende bestuurder.
Volledig
However the seriousness of the conduct outweighs your personal circumstances in this case. For these reasons, you are hereby summarily dismissed. Termination of employment agreement The foregoing leads to the following termination of your employment agreement: Your employment agreement ends effective immediately. The period of notice will not be taken into account. You will not be granted a transition payment, given that (i) your actions qualify as seriously culpable and (ii) the denial of such payment cannot be considered unacceptable according to the principle of reasonableness and fairness. A final financial settlement will be drafted. However, Delco has a (substantial) claim against you regarding the unjustified withdrawals. Delco's claim and your claim against Delco (for example vacation pay and unused vacation days) will be set against each other. After the setoff, a (significant) amount remains due by you to Delco. We will initiate legal proceedings to recover this amount from you. You are hereby requested to return all company properties to Delco. If you fail to comply to this request, a report of embezzlement will be filed in this regard as well. In addition, we have reported the (illegal) withdrawals to the police. We will ask the prosecution (dutch: Openbaar Ministerie) to make it a criminal case.” 2.16. Bij brief van 16 mei 2026 heeft [de verzoeker] zich via zijn gemachtigde op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en derhalve geen stand kan houden: “(…) De ontslagbrief die de heer [de verzoeker] heeft mogen ontvangen, alsmede ontwikkelingen op persoonlijk gebied, zijn reden om opnieuw met u in contact te treden. De brief van 28 april jl„ waarin uw cliënt kenbaar maakt dat het besluit is genomen om het statutair bestuurderschap van de heer [de verzoeker] met onmiddellijke ingang te beëindigen, met als gevolg dat zijn arbeidsovereenkomst per diezelfde datum komt te eindigen, is zowel door cliënt als mijzelf in goede orde ontvangen. Namens cliënt merk ik op dat hij zich niet kan vinden in de inhoud van de brief en dus de beëindiging van het dienstverband en wel om de volgende redenen. Verwijten en weergave procedure Allereerst verwijs ik naar ik hetgeen ik u reeds per e-mail kenbaar heb gemaakt. Van belang daarbij is de situatie waar de heer [de verzoeker] in verkeerde, waardoor hij niet in staat was eerder op de uitnodiging voor de vergadering van aandeelhouders te reageren. Op het moment dat u aangaf dat het moment van de vergadering, mocht hij geen statutair bestuurder zijn, moest worden gezien als het moment van hoor- en wederhoor. Ik heb direct aangegeven dat cliënt daar niet bij kon zijn. Om praktische redenen niet, hij was immers voor een afspraak in de verslavingskliniek. Daardoor was het ook niet mogelijk om schriftelijk te reageren, aangezien hij niet bereikbaar was. Zoals gezegd is het eigenlijk geen realistische keuze om van cliënt te verwachten dat hij die op dat moment maakte; het belang van zijn gezondheid en leven of een zakelijk belang. Er is duidelijk en herhaaldelijk aangegeven aan de zijde van cliënt dat hij het gesprek wil aangaan. Maar ook dat hij ernstig ziek is. Hoewel hij in eerste instantie geen hulp gevraagd heeft, is met de grootst mogelijke spoed ingeschakeld. Op het moment dat zijn ziekte door zijn naaste omgeving ontdekt werd, was de situatie zo nijpend en urgent dat er direct actie ondernomen moest worden. Dat was letterlijk van levensbelang. Het is immers niet voor niks dat ik u namens de heer [de verzoeker] op zaterdag, vanaf mijn vakantieadres een uitgebreide e-mail heb gestuurd. Cliënt wil niet weglopen, maar het gesprek aangaan. Maar daarbij moet hij wel rekening houden met de medische situatie. Het laatste bericht dat ik heb gestuurd op 27 april 2025 om 19.45 uur is onbeantwoord gebleven en de inhoud ervan wordt ook niet weergegeven in de ontslagbrief. Ik heb in dat bericht aangegeven dat cliënt na een 3,5 uur durend gesprek bij de verslavingskliniek die maandagochtend, waar ook nog bij is opgemerkt dat deze afspraak mogelijk langer zou duren door onderliggende problematiek, hetgeen uiteindelijk ook het geval is gebleken die dag, hij mentaal niet in staat zou zijn om de vergadering fysiek of digitaal bij te wonen, of om een schriftelijke reactie voor te (laten) bereiden. Ik heb in mijn eerdere e-mails nog expliciet benoemd dat er sprake is van spoedeisende interventie in verband met suïcidale gedachten. Om die reden kon ik hem die avond ook niet verder belasten in het kader van dat voorgenomen ontslagbesluit. Ik heb u de noodkreet van cliënt, hetgeen leidde tot een zeer menselijk verzoek namelijk het opnieuw plannen van een gesprek, overgebracht. Daar had Delco, maar ook haar bestuurders en aandeelhouder, geen oren naar. Er heeft desondanks een meeting plaatsgevonden op 28 april jl. Daar heeft cliënt de notes van ontvangen, alsmede een ontslagbrief. Namens cliënt neem ik het standpunt in dat het ontslag op staande voet niet aan de wettelijke vereisten voldoet en derhalve niet rechtsgeldig is. Cliënt onderbouwt dat standpunt als volgt. Dringende reden In de ontslagbrief worden 4 afzonderlijke situaties benoemd. Het eerste verwijt dat cliënt wordt gemaakt is dat hij afwezig was, slecht of helemaal niet bereikbaar en werkweigering. Er wordt benoemd met wie de heer [de verzoeker] in nauw contact moet staan. Dat is nieuw voor cliënt. Hij diende verantwoording af te leggen aan de heer [medewerker 1] . En dat heeft dient gedaan en later aan de heer [naam 2] . De onderbouwing op dit punt aan de zijde van Delco is onjuist. Afwezig / niet bereikbaar Dat cliënt niet bereikbaar zou zijn en dat hij zonder enige kennisgeving niet op kwam dagen is niet juist. Cliënt was al ziek. Dat wisten collega's. Verderop in deze brief zal ik daar namens de heer [de verzoeker] een nadere uiteenzetting overgeven. Er was geen sprake van werkweigering. Simpelweg was de heer [de verzoeker] door ziekte niet in staat volledig zijn werkzaamheden te verrichten. Dat had Delco, dan wel een persoon namens Delco, kunnen en moeten weten. Er had op kantoor in Nederland navraag gedaan kunnen worden, de arbodienst had ingeschakeld kunnen worden, Delco had contact kunnen zoeken met de partner van de heer [de verzoeker] (dat is namelijk wel vaker gebeurd), er had een (aangetekende) brief gestuurd kunnen worden, er had een huisbezoek afgelegd kunnen worden. Maar dat alles heeft Delco nagelaten, waarmee Delco dus zelf tekort is geschoten. Dit terwijl in de ontslagbrief staat dat sinds december 2024 bekend was dat dient 'bijna nooit’ zou komen opdagen. Voor het eerst op 11 april 2025, dus maanden later, wordt er vanuit Delco contact opgenomen. Een zieke werknemer kan niet verweten worden dat hij niet of aanwezig of bereikbaar was. Het lag op de weg van Delco de bedrijfsarts in te schakelen. Cliënt had zich ook niet ziek hoeven te melden bij de aandeelhouder. Dat blijkt nergens uit. Bovendien is hij geen statutair bestuurder. Overigens was de heer [medewerker 1] bekend met de gezondheidsproblemen en afwezigheid van de heer [de verzoeker] . Onveilige werkomgeving Verwijzen naar tekst hieronder. Dergelijke omstandigheden zijn niet aan de orde maar een ongemotiveerde indruk kan niet leiden tot de kwalificatie van een onveilige werkomgeving. Cliënt wordt verweten niet aanwezig te zijn. Niet aanwezigheid kan niet leiden tot een onveilige werkomgeving. Banktransacties naar privérekening In de ontslagbrief worden verschillende bedragen genoemd. Deze bedragen zijn niet onderbouwd en er is ook geen overzicht van de transacties waar u naar wijst, bijgevoegd. De onderbouwing op dit punt is dus onvoldoende. Wellicht ten overvloede merk ik op dat cliënt niet ontkent dat er transacties zijn geweest naar zijn privé bankrekening maar in het kader van het geven van een dringende reden ligt het wel op de weg van Delco hier duidelijk over te zijn. Cliënt is geen inzicht gegeven. Administratieve onregelmatigheden Met betrekking tot de auto's merkt de heer [de verzoeker] op dat hij heeft getracht deze te herverzekeren maar er was sprake van een schadeverleden van de betreffende bestuurder.
Volledig
Cliënt had dit thans intern moeten overdragen maar heeft dat verzaakt. Dat levert echter geen dringende reden op. Dat er van 2021 t/m 2024 geen jaarrekeningen zijn gemaakt is niet enkel aan cliënt te wijten. Die verantwoordelijkheid lag sowieso niet bij cliënt over de jaren 2021 en 2022, hij was toen immers geen manager en/of bestuurder (wat hij overigens nooit formeel is geweest). 2024 is nog niet aan de orde geweest, dan wel was cliënt daar niet toe in staat omdat hij ziek was. Dan rest enkel het jaar 2023. Een jaarrekening is niet enkel de verantwoordelijkheid van de manager maar het bestuur is eindverantwoordelijk. Daar is echter geen initiatief door genomen. Cliënt heeft zich wel beziggehouden met de financiële administratie en daarover heeft hij veelvuldig opgemerkt dat de APA was verlopen. Doordat de feiten en omstandigheden zoals beschreven in de APA volledig gewijzigd waren, wat veelvuldig door cliënt gecommuniceerd is kon de jaarrekening niet eens meer opgemaakt worden volgens de Transactional Net Margin Method met een NCPM van 10%. De ongeopende enveloppen op het bureau zijn simpelweg te verklaren door het feit dat cliënt niet aanwezig was door ziekte. Het is dan de taak van de werkgever om taken door andere werknemers over te laten nemen. Die enveloppen zijn ook op het bureau van de heer [de verzoeker] gelegd dus er was bekendheid met het feit dat die enveloppen er lagen. Dat die niet zijn geopend ligt niet in de risicosfeer van cliënt. Volledigheidshalve merkt cliënt nog op dat de groep reeds niet meer voldeed aan zijn betalingsverplichtingen waardoor de management fee naar Delco niet betaald kon worden. Cliënt kan niet worden verweten dat er schuldeiser onbetaald zijn gebleven. Deze konden niet betaald worden door de cashflow problemen in de groep, waarover de heer [de verzoeker] diverse mails naar de groep heeft gestuurd. Cliënt heeft de salarisadministrateur in 2023 wel geïnformeerd over het vertrek van de medewerker in 2023. Dat is per e-mail gebeurd. Over 2024 is dient er niet mee bekend. Los van het feit dat de dringende reden onjuist dan wel onvoldoende is omschreven zijn bepaalde door Delco weergegeven gedragingen van de heer [de verzoeker] ingegeven door zijn ziekte en kunnen hem dus in die zin slechts indirect worden verweten. Onverwijldheid In de ontslagbrief wordt genoemd dat ieder verwijt afzonderlijk, alsmede de verwijten tezamen een dringende reden tot ontslag op staande voet opleveren. Ten aanzien van enkele verwijten merk ik op dat niet is voldaan aan de onverwijldheidseis. Een afwezigheid maanden later kan bijvoorbeeld niet nu leiden tot een ontslag op staande voet. In een te entameren procedure zal dit punt worden aangevoerd en onderbouwd. Hoor- en wederhoor Er is niet voldaan aan het vereiste van hoor- en wederhoor. Er is door ondergetekende uiteengezet dat sprake is van een gegronde reden om niet aanwezig te zijn bij het gesprek op 28 april jl„ waarbij meerdere verzoeken zijn gedaan om het gesprek te verplaatsen. Cliënt heeft daarmee laten blijken dat hij het gesprek wil aangaan. Doordat Delco niet bereid was het gesprek te verplaatsen en dus daadwerkelijk het gesprek te voeren, stelt dient zich op het standpunt dat er geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden. Persoonlijke omstandigheden In de ontslagbrief is opgenomen dat rekening is gehouden met de inhoud van de e-mailberichten van ondergetekende bij de besluitvorming maar dat de ernst van de gedragingen van cliënt zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van cliënt en dat daarom het dienstverband met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. In de brief ontbreekt echter een motivering hoe er rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van cliënt. Er wordt enkel benoemd dat er rekening is gehouden met die omstandigheden. Er is aan de zijde van cliënt uitgebreid gewezen op zijn mentale toestand, zijn gokverslaving (er is in dat kader zelfs medische informatie verstrekt omdat er zaken werden betwist(l)) en de gevolgen van het volledig verstookt raken van inkomen. Er is door Delco ook geen rekening gehouden met de duur van het dienstverband van de heer [de verzoeker] . Opzegverbod Zoals reeds herhaald kenbaar gemaakt is dient ziek en was hij dat ook op het moment van het ontslag op staande voet. Ziekte en gevolgen Zoals reeds per e-mail op 26 en 27 april jl. kenbaar gemaakt is cliënt ernstig ziek. Er is sprake van een diepgewortelde gokverslaving, en depressiviteit. Dit heeft als gevolg dat cliënt sinds circa 2 jaar niet meer vrij is geweest zijn eigen wil te bepalen. Met andere woorden: zijn handelen is voortgekomen uit zijn ziekte. Onder invloed daarvan heeft hij gehandeld. Dat cliënt al langere tijd niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten, was uw cliënt wel degelijk bekend. Er speelde al langere tijd wat issues op de werkvloer ten aanzien wet- en regelgeving die zou wijzigen, hetgeen een fikse impact zou hebben over de export van Delco. Cliënt heeft zich daar volledig in verdiept en zijn conclusie is geweest dat er naar een alternatief gezocht moest worden omdat er vermoedelijk een beperkt toekomst perspectief zou zijn voor Delco. Dit heeft cliënt hardop uitgesproken, in de hoop dat er tezamen tot een oplossing gezocht kon komen. Overigens maak ik thans op uit de correspondentie dat er inderdaad vanuit Delco weinig toekomstperspectief wordt gezien op basis van de gewijzigde wet- en regelgeving. Dat cliënt die conclusie al eerder had getrokken en hem juist dat verweten werd, is dus zeer onterecht. Cliënt heeft over dit onderwerp vele discussies gevoerd met mevrouw [de bestuurder] , hetgeen niet tot een oplossing leidde. Uiteraard heeft de heer [de verzoeker] ook alles gedeeld met [medewerker 1] . Dit was echter niet het enige dat speelde. De heer [de verzoeker] is in 2015 in dienst getreden bij uw cliënte. De onderneming had een APA met de belastingdienst, met een einddatum in 2019. Cliënt heeft vaak gemeld (aantoonbaar) dat er geen geldige APA meer was en dat deze dus herzien moest worden omdat er ook sprake was van een ander bedrijfsmodel dan waar de, reeds verlopen APA, op was gebaseerd. Tegelijkertijd is Delco een periode een stuurloos schip geweest. De manager was langdurig ziek, er werd, nadat dient in 2022 een noodkreet heeft geuit richting het hoofkantoor, een interim manager aangesteld. De onderneming verkeerde in rode cijfers en liep regen allerlei conflicten en handelsissues aan. Uiteindelijk is cliënt gevraagd, nadat hij eerder had bedankt, om de functie van manager uit te gaan oefen. Daar heeft hij in mei 2023 mee ingestemd. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de onderneming uit de rode cijfers is gekomen en zelfs winst heeft gemaakt. De gewijzigde wet- en regelgeving, die in 2024 bekend werd gemaakt, heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de heer [de verzoeker] heeft aangegeven, zoals hierboven al uiteengezet, hij weinig toekomstperspectief zag voor Delco op basis van het huidige bedrijfsmodel. Cliënt heeft talloze overuren gemaakt om alles inzichtelijk te maken en is op zoek geweest naar andere mogelijkheden. Door het maken van talloze overuren is cliënt (te veel) methylfenidaat gaan gebruiken. Hij werd bovendien niet gehoord. Dat de kritische noten en terecht geuite zorgen worden gekwalificeerd als negatief gedrag is ongepast. Bovendien staat inmiddels vast dat de conclusies van de heer [de verzoeker] ten aanzien van de gewijzigde wet- en regelgeving en de gevolgen voor Delco, juist zijn. Delco heeft zelf verzuimd daar eerder naar te handelen en dat kan niet cliënt worden verweten. Vanaf maart 2024 kampte de groep met aanzienlijke cashflowproblemen. Het materiaal dat aan de joint venture in Thailand werd verkocht, liep via het hoofdkantoor in Hongkong, waar circa $15 per ton marge werd toegevoegd. In theorie zou Hongkong vervolgens de facturen betalen aan de rekeningen van Chiho in Nederland. Vanaf mei namen de betalingsproblemen toe en in september konden veel facturen niet meer voldaan worden. Cliënt werd dagelijks gebeld door boze inkopers en leveranciers. Bovendien kwam er in september al bijna geen materiaal meer binnen: van een gemiddelde van 1.600 MTon naar slechts 327 MTon in september.
Volledig
Cliënt had dit thans intern moeten overdragen maar heeft dat verzaakt. Dat levert echter geen dringende reden op. Dat er van 2021 t/m 2024 geen jaarrekeningen zijn gemaakt is niet enkel aan cliënt te wijten. Die verantwoordelijkheid lag sowieso niet bij cliënt over de jaren 2021 en 2022, hij was toen immers geen manager en/of bestuurder (wat hij overigens nooit formeel is geweest). 2024 is nog niet aan de orde geweest, dan wel was cliënt daar niet toe in staat omdat hij ziek was. Dan rest enkel het jaar 2023. Een jaarrekening is niet enkel de verantwoordelijkheid van de manager maar het bestuur is eindverantwoordelijk. Daar is echter geen initiatief door genomen. Cliënt heeft zich wel beziggehouden met de financiële administratie en daarover heeft hij veelvuldig opgemerkt dat de APA was verlopen. Doordat de feiten en omstandigheden zoals beschreven in de APA volledig gewijzigd waren, wat veelvuldig door cliënt gecommuniceerd is kon de jaarrekening niet eens meer opgemaakt worden volgens de Transactional Net Margin Method met een NCPM van 10%. De ongeopende enveloppen op het bureau zijn simpelweg te verklaren door het feit dat cliënt niet aanwezig was door ziekte. Het is dan de taak van de werkgever om taken door andere werknemers over te laten nemen. Die enveloppen zijn ook op het bureau van de heer [de verzoeker] gelegd dus er was bekendheid met het feit dat die enveloppen er lagen. Dat die niet zijn geopend ligt niet in de risicosfeer van cliënt. Volledigheidshalve merkt cliënt nog op dat de groep reeds niet meer voldeed aan zijn betalingsverplichtingen waardoor de management fee naar Delco niet betaald kon worden. Cliënt kan niet worden verweten dat er schuldeiser onbetaald zijn gebleven. Deze konden niet betaald worden door de cashflow problemen in de groep, waarover de heer [de verzoeker] diverse mails naar de groep heeft gestuurd. Cliënt heeft de salarisadministrateur in 2023 wel geïnformeerd over het vertrek van de medewerker in 2023. Dat is per e-mail gebeurd. Over 2024 is dient er niet mee bekend. Los van het feit dat de dringende reden onjuist dan wel onvoldoende is omschreven zijn bepaalde door Delco weergegeven gedragingen van de heer [de verzoeker] ingegeven door zijn ziekte en kunnen hem dus in die zin slechts indirect worden verweten. Onverwijldheid In de ontslagbrief wordt genoemd dat ieder verwijt afzonderlijk, alsmede de verwijten tezamen een dringende reden tot ontslag op staande voet opleveren. Ten aanzien van enkele verwijten merk ik op dat niet is voldaan aan de onverwijldheidseis. Een afwezigheid maanden later kan bijvoorbeeld niet nu leiden tot een ontslag op staande voet. In een te entameren procedure zal dit punt worden aangevoerd en onderbouwd. Hoor- en wederhoor Er is niet voldaan aan het vereiste van hoor- en wederhoor. Er is door ondergetekende uiteengezet dat sprake is van een gegronde reden om niet aanwezig te zijn bij het gesprek op 28 april jl„ waarbij meerdere verzoeken zijn gedaan om het gesprek te verplaatsen. Cliënt heeft daarmee laten blijken dat hij het gesprek wil aangaan. Doordat Delco niet bereid was het gesprek te verplaatsen en dus daadwerkelijk het gesprek te voeren, stelt dient zich op het standpunt dat er geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden. Persoonlijke omstandigheden In de ontslagbrief is opgenomen dat rekening is gehouden met de inhoud van de e-mailberichten van ondergetekende bij de besluitvorming maar dat de ernst van de gedragingen van cliënt zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van cliënt en dat daarom het dienstverband met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. In de brief ontbreekt echter een motivering hoe er rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van cliënt. Er wordt enkel benoemd dat er rekening is gehouden met die omstandigheden. Er is aan de zijde van cliënt uitgebreid gewezen op zijn mentale toestand, zijn gokverslaving (er is in dat kader zelfs medische informatie verstrekt omdat er zaken werden betwist(l)) en de gevolgen van het volledig verstookt raken van inkomen. Er is door Delco ook geen rekening gehouden met de duur van het dienstverband van de heer [de verzoeker] . Opzegverbod Zoals reeds herhaald kenbaar gemaakt is dient ziek en was hij dat ook op het moment van het ontslag op staande voet. Ziekte en gevolgen Zoals reeds per e-mail op 26 en 27 april jl. kenbaar gemaakt is cliënt ernstig ziek. Er is sprake van een diepgewortelde gokverslaving, en depressiviteit. Dit heeft als gevolg dat cliënt sinds circa 2 jaar niet meer vrij is geweest zijn eigen wil te bepalen. Met andere woorden: zijn handelen is voortgekomen uit zijn ziekte. Onder invloed daarvan heeft hij gehandeld. Dat cliënt al langere tijd niet in staat was zijn werkzaamheden te verrichten, was uw cliënt wel degelijk bekend. Er speelde al langere tijd wat issues op de werkvloer ten aanzien wet- en regelgeving die zou wijzigen, hetgeen een fikse impact zou hebben over de export van Delco. Cliënt heeft zich daar volledig in verdiept en zijn conclusie is geweest dat er naar een alternatief gezocht moest worden omdat er vermoedelijk een beperkt toekomst perspectief zou zijn voor Delco. Dit heeft cliënt hardop uitgesproken, in de hoop dat er tezamen tot een oplossing gezocht kon komen. Overigens maak ik thans op uit de correspondentie dat er inderdaad vanuit Delco weinig toekomstperspectief wordt gezien op basis van de gewijzigde wet- en regelgeving. Dat cliënt die conclusie al eerder had getrokken en hem juist dat verweten werd, is dus zeer onterecht. Cliënt heeft over dit onderwerp vele discussies gevoerd met mevrouw [de bestuurder] , hetgeen niet tot een oplossing leidde. Uiteraard heeft de heer [de verzoeker] ook alles gedeeld met [medewerker 1] . Dit was echter niet het enige dat speelde. De heer [de verzoeker] is in 2015 in dienst getreden bij uw cliënte. De onderneming had een APA met de belastingdienst, met een einddatum in 2019. Cliënt heeft vaak gemeld (aantoonbaar) dat er geen geldige APA meer was en dat deze dus herzien moest worden omdat er ook sprake was van een ander bedrijfsmodel dan waar de, reeds verlopen APA, op was gebaseerd. Tegelijkertijd is Delco een periode een stuurloos schip geweest. De manager was langdurig ziek, er werd, nadat dient in 2022 een noodkreet heeft geuit richting het hoofkantoor, een interim manager aangesteld. De onderneming verkeerde in rode cijfers en liep regen allerlei conflicten en handelsissues aan. Uiteindelijk is cliënt gevraagd, nadat hij eerder had bedankt, om de functie van manager uit te gaan oefen. Daar heeft hij in mei 2023 mee ingestemd. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de onderneming uit de rode cijfers is gekomen en zelfs winst heeft gemaakt. De gewijzigde wet- en regelgeving, die in 2024 bekend werd gemaakt, heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de heer [de verzoeker] heeft aangegeven, zoals hierboven al uiteengezet, hij weinig toekomstperspectief zag voor Delco op basis van het huidige bedrijfsmodel. Cliënt heeft talloze overuren gemaakt om alles inzichtelijk te maken en is op zoek geweest naar andere mogelijkheden. Door het maken van talloze overuren is cliënt (te veel) methylfenidaat gaan gebruiken. Hij werd bovendien niet gehoord. Dat de kritische noten en terecht geuite zorgen worden gekwalificeerd als negatief gedrag is ongepast. Bovendien staat inmiddels vast dat de conclusies van de heer [de verzoeker] ten aanzien van de gewijzigde wet- en regelgeving en de gevolgen voor Delco, juist zijn. Delco heeft zelf verzuimd daar eerder naar te handelen en dat kan niet cliënt worden verweten. Vanaf maart 2024 kampte de groep met aanzienlijke cashflowproblemen. Het materiaal dat aan de joint venture in Thailand werd verkocht, liep via het hoofdkantoor in Hongkong, waar circa $15 per ton marge werd toegevoegd. In theorie zou Hongkong vervolgens de facturen betalen aan de rekeningen van Chiho in Nederland. Vanaf mei namen de betalingsproblemen toe en in september konden veel facturen niet meer voldaan worden. Cliënt werd dagelijks gebeld door boze inkopers en leveranciers. Bovendien kwam er in september al bijna geen materiaal meer binnen: van een gemiddelde van 1.600 MTon naar slechts 327 MTon in september.
Volledig
De hele situatie binnen de onderneming van uw cliënte heeft bij cliënt geleid tot een dusdanige druk waardoor zijn verslaving nog meer getriggerd werd en hij letterlijk 'nog dieper zonk'. De depressiviteit van cliënt nam in rap tempo toe en hij was niet meer in staat normaal te functioneren. Hij heeft dat op kantoor verteld en afgesproken was dat ze de heer [de verzoeker] voorlopig 'met rust zouden laten'. Een en ander wordt ook bevestigd in een Whatsappbericht van mevrouw [naam 1] aan mevrouw [partner] , de partner van cliënt. Daarnaast moeten de gedragingen van de heer [de verzoeker] worden bezien in samenhang met het ziektebeeld van cliënt en de uitzonderlijke druk waaronder hij binnen de organisatie moest functioneren. De combinatie van een onbehandelde gokverslaving (DSM-5-classificatie 312.31) en voortdurende financiële crises binnen Delco, waaronder dagelijkse telefoontjes van schuldeisers, openstaande facturen en het besef dat het bedrijfsmodel juridisch niet houdbaar was, heeft geleid tot een toestand van overspanning. In deze context was cliënt niet langer in staat om rationeel te handelen of zijn besluitvorming volledig te beheersen. Zijn gedrag moet dan ook worden geïnterpreteerd als het gevolg van ernstig ontregeld functioneren, voortkomend uit ziekte in combinatie met werkgerelateerde overbelasting. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de heer [de verzoeker] in september 2024 aan de heer [medewerker 1] kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is het dienstverband met Delco te beëindigen. De heer [de verzoeker] heeft duidelijk een onderbouwing gegeven en kenbaar gemaakt dat het niet goed met hem ging en dit niet vol zou houden. De heer [medewerker 1] heeft telefonisch contact gezocht met cliënt en hij heeft gevraagd aan de heer [de verzoeker] voorlopig nog te blijven. De heer [medewerker 1] wilde de kennis en ervaring van de heer [de verzoeker] betrekken bij de komende liquidatie van Delco (de gewijzigde wet- en regelgeving effectueerden per 1 oktober 2024) en hij heeft de heer [de verzoeker] gevraagd om zijn voorgenomen vertrek niet met collega's te communiceren. Cliënt heeft daar mee ingestemd. Wel heeft de heer [de verzoeker] aan de heer [medewerker 1] gevraagd of hij het personeel wat meer wilde vertellen over de hele situatie van Delco, (bijlage 15) Dit is echter niet gebeurd, en half november was de heer [medewerker 1] te druk voor cliënt en werd de heer [naam 2] zijn contactpersoon. Cliënt kon het haast niet meer opbrengen nog naar kantoor te gaan en heeft zich ingezet om dringende zaken wel uit te voeren. Zo heeft hij de heer [naam 2] nog volledig geïnformeerd over alle issues die speelden en heeft er een gesprek over plaats gevonden. Het lukte niet meer. Cliënt was ziek. Dat heeft hij ook per Whatsapp aan mevrouw [naam 1] laten weten en ook de heer [medewerker 1] was er mee bekend. Die wist eind september 2024 al dat het niet goed ging met de heer [de verzoeker] . Op 1 oktober 2024 is dat ook telefonisch besproken. Wat er nog meer is besproken is hierboven al uiteengezet. In januari 2025 is er ook nog contact per Whatsapp tussen de heer [de verzoeker] en mevrouw [naam 1] . Ook hier blijkt uit dat bekend was dat cliënt ziek was. Citaat van mevrouw [naam 1] : 'Jouw gezondheid gaat voor alles'. 'Houd je taai en ik hoop dat het allemaal goed komt met je'. In januari 2025 is er ook met de heer [medewerker 1] contact via Whatsapp waar de heer [de verzoeker] aangeeft te kampen met struggles. Dat was ook de persoon aan wie de heer [de verzoeker] verantwoording aflegde. Niet aan met de aandeelhouder zoals nu wordt gesuggereerd in de brief van 28 april 2025. Kort en goed, het was voor Delco duidelijk dat het niet goed ging met de heer [de verzoeker] . Dat hij zijn werkzaamheden niet (in volle omvang) verrichtte was Delco ook bekend. Delco heeft daar niets mee gedaan. Niet in de zin van het inschakelen van de arbodienst, maar ook niet om met hem in contact te treden. Hem wordt verweten dat hij maanden niet bereikbaar was. Dat heeft Delco zelf zo in stand gelaten. Men had iemand langs zijn woonadres kunnen sturen, er had een brief gestuurd kon worden. Er had een werkoproep kunnen worden uitgestuurd. Niets daarvan is gedaan. Nee, er werden e-mails gestuurd naar een zieke werknemer en nu wordt de heer [de verzoeker] als zieke werknemer, verweten dat hij niet bereikbaar was per e-mail. Het is Delco die niet heeft voldaan aan haar onderzoeksplicht. Delco als werkgever heeft een zorgplicht. Delco heeft deze geschonden. Zij heeft hier niet gehandeld als goed werkgever. Ondanks het feit dat cliënt ziek is, en dat ook was ten tijde van het ontslag, is hij niet ziekgemeld bij het UWV. Derhalve verzoek ik uw cliënt om de heer [de verzoeker] bij het UWV alsnog per ommegaande ziek te melden. Situatie de heer [de verzoeker] Zoals per e-mail reeds bericht is de heer [de verzoeker] , na de interventie, direct onder behandeling gesteld in een verslavingskliniek. Dringend advies was een opname in een kliniek in Zuid-Afrika maar gelet op de wachttijd en het feit dat cliënt niet in staat is zijn eigen financiële bijdrage te voldoen is er direct een multidisciplinair traject in Eindhoven ingezet. Het is een zeer intensief traject. De heer [de verzoeker] zet zich er volledig voor in. Hij wordt daarbij gesteund door zijn partner en familie en vrienden. Het is voor cliënt heel dubbel. Hij is dankbaar voor de hulp en tegelijkertijd dringt het nauwelijks tot hem door in welke situatie hij zich bevindt en is hij angstig voor wat nog komen gaat. Na jaren in eenzaamheid verslaafd geweest te zijn, is zijn gokverslaving aan het licht gekomen. In de beslagstukken alsmede in de ontslagbrief is opgenomen dat de door dient onterecht weggenomen gelden zullen worden teruggevorderd. U zult er inmiddels mee bekend zijn dat het beslag weinig doel heeft getroffen. De heer [de verzoeker] heeft namelijk zeer beperkte financiële middelen. En inmiddels, zonder salaris of uitkering, heeft hij niks. Uiteraard was en is hij bereid het gesprek met Delco aan te gaan over de gehele situatie en hoe ook gekeken kan worden naar een oplossing. (…) Graag verneem ik voor 22 mei a.s. van u. Mocht er geen ruimte zijn voor een gesprek, dan wel medewerking naar een oplossing, dan zal cliënt genoodzaakt zijn de kwestie aan de rechter voor te leggen.” 2.17. Partijen hebben vervolgens getracht tot een regeling te komen, maar dit is niet gelukt. Delco heeft daarbij onder meer verzocht om een overzicht van de bedragen die zijn aangewend ten behoeve van de gokverslaving van [de verzoeker] . De gemachtigde van [de verzoeker] heeft daar vervolgens als volgt op gereageerd: “(…) Wat betreft de door u gevraagde informatie kan ik aangeven dat ik client heb gevraagd inzichtelijk te maken welke bedragen hij op welke wijze heeft vergokt. Daar is hij mee aangevangen, maar gelet op situatie waarin hij thans verkeert, en met name de intensiviteit van de multidisciplinaire behandeling, is het nog niet gelukt dat compleet inzichtelijk te maken. Wel kan ik het nog in bewerking zijnde overzicht met u te delen, betrekking hebbend op de periode oktober '23 - april `25: 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [de verzoeker] verzoekt de rechtbank: primair: om binnen 24 uur na betekening van deze beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad; het ontslag op staande voet te vernietigen en Delco te verplichten tot nakoming van de arbeidsovereenkomst, daarbij in acht nemende dat [de verzoeker] thans arbeidsongeschikt is en Delco allereerst haar arbodienst zal moeten inschakelen; het loon, vakantiegeld en alle overige emolumenten vanaf 28 april 2025 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te betalen; de maximale wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW over het onder b. gevorderde loon vanaf 28 april 2025 tot het moment waarop het is betaald; e wettelijke rente over het onder b. en c.
Volledig
De hele situatie binnen de onderneming van uw cliënte heeft bij cliënt geleid tot een dusdanige druk waardoor zijn verslaving nog meer getriggerd werd en hij letterlijk 'nog dieper zonk'. De depressiviteit van cliënt nam in rap tempo toe en hij was niet meer in staat normaal te functioneren. Hij heeft dat op kantoor verteld en afgesproken was dat ze de heer [de verzoeker] voorlopig 'met rust zouden laten'. Een en ander wordt ook bevestigd in een Whatsappbericht van mevrouw [naam 1] aan mevrouw [partner] , de partner van cliënt. Daarnaast moeten de gedragingen van de heer [de verzoeker] worden bezien in samenhang met het ziektebeeld van cliënt en de uitzonderlijke druk waaronder hij binnen de organisatie moest functioneren. De combinatie van een onbehandelde gokverslaving (DSM-5-classificatie 312.31) en voortdurende financiële crises binnen Delco, waaronder dagelijkse telefoontjes van schuldeisers, openstaande facturen en het besef dat het bedrijfsmodel juridisch niet houdbaar was, heeft geleid tot een toestand van overspanning. In deze context was cliënt niet langer in staat om rationeel te handelen of zijn besluitvorming volledig te beheersen. Zijn gedrag moet dan ook worden geïnterpreteerd als het gevolg van ernstig ontregeld functioneren, voortkomend uit ziekte in combinatie met werkgerelateerde overbelasting. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de heer [de verzoeker] in september 2024 aan de heer [medewerker 1] kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is het dienstverband met Delco te beëindigen. De heer [de verzoeker] heeft duidelijk een onderbouwing gegeven en kenbaar gemaakt dat het niet goed met hem ging en dit niet vol zou houden. De heer [medewerker 1] heeft telefonisch contact gezocht met cliënt en hij heeft gevraagd aan de heer [de verzoeker] voorlopig nog te blijven. De heer [medewerker 1] wilde de kennis en ervaring van de heer [de verzoeker] betrekken bij de komende liquidatie van Delco (de gewijzigde wet- en regelgeving effectueerden per 1 oktober 2024) en hij heeft de heer [de verzoeker] gevraagd om zijn voorgenomen vertrek niet met collega's te communiceren. Cliënt heeft daar mee ingestemd. Wel heeft de heer [de verzoeker] aan de heer [medewerker 1] gevraagd of hij het personeel wat meer wilde vertellen over de hele situatie van Delco, (bijlage 15) Dit is echter niet gebeurd, en half november was de heer [medewerker 1] te druk voor cliënt en werd de heer [naam 2] zijn contactpersoon. Cliënt kon het haast niet meer opbrengen nog naar kantoor te gaan en heeft zich ingezet om dringende zaken wel uit te voeren. Zo heeft hij de heer [naam 2] nog volledig geïnformeerd over alle issues die speelden en heeft er een gesprek over plaats gevonden. Het lukte niet meer. Cliënt was ziek. Dat heeft hij ook per Whatsapp aan mevrouw [naam 1] laten weten en ook de heer [medewerker 1] was er mee bekend. Die wist eind september 2024 al dat het niet goed ging met de heer [de verzoeker] . Op 1 oktober 2024 is dat ook telefonisch besproken. Wat er nog meer is besproken is hierboven al uiteengezet. In januari 2025 is er ook nog contact per Whatsapp tussen de heer [de verzoeker] en mevrouw [naam 1] . Ook hier blijkt uit dat bekend was dat cliënt ziek was. Citaat van mevrouw [naam 1] : 'Jouw gezondheid gaat voor alles'. 'Houd je taai en ik hoop dat het allemaal goed komt met je'. In januari 2025 is er ook met de heer [medewerker 1] contact via Whatsapp waar de heer [de verzoeker] aangeeft te kampen met struggles. Dat was ook de persoon aan wie de heer [de verzoeker] verantwoording aflegde. Niet aan met de aandeelhouder zoals nu wordt gesuggereerd in de brief van 28 april 2025. Kort en goed, het was voor Delco duidelijk dat het niet goed ging met de heer [de verzoeker] . Dat hij zijn werkzaamheden niet (in volle omvang) verrichtte was Delco ook bekend. Delco heeft daar niets mee gedaan. Niet in de zin van het inschakelen van de arbodienst, maar ook niet om met hem in contact te treden. Hem wordt verweten dat hij maanden niet bereikbaar was. Dat heeft Delco zelf zo in stand gelaten. Men had iemand langs zijn woonadres kunnen sturen, er had een brief gestuurd kon worden. Er had een werkoproep kunnen worden uitgestuurd. Niets daarvan is gedaan. Nee, er werden e-mails gestuurd naar een zieke werknemer en nu wordt de heer [de verzoeker] als zieke werknemer, verweten dat hij niet bereikbaar was per e-mail. Het is Delco die niet heeft voldaan aan haar onderzoeksplicht. Delco als werkgever heeft een zorgplicht. Delco heeft deze geschonden. Zij heeft hier niet gehandeld als goed werkgever. Ondanks het feit dat cliënt ziek is, en dat ook was ten tijde van het ontslag, is hij niet ziekgemeld bij het UWV. Derhalve verzoek ik uw cliënt om de heer [de verzoeker] bij het UWV alsnog per ommegaande ziek te melden. Situatie de heer [de verzoeker] Zoals per e-mail reeds bericht is de heer [de verzoeker] , na de interventie, direct onder behandeling gesteld in een verslavingskliniek. Dringend advies was een opname in een kliniek in Zuid-Afrika maar gelet op de wachttijd en het feit dat cliënt niet in staat is zijn eigen financiële bijdrage te voldoen is er direct een multidisciplinair traject in Eindhoven ingezet. Het is een zeer intensief traject. De heer [de verzoeker] zet zich er volledig voor in. Hij wordt daarbij gesteund door zijn partner en familie en vrienden. Het is voor cliënt heel dubbel. Hij is dankbaar voor de hulp en tegelijkertijd dringt het nauwelijks tot hem door in welke situatie hij zich bevindt en is hij angstig voor wat nog komen gaat. Na jaren in eenzaamheid verslaafd geweest te zijn, is zijn gokverslaving aan het licht gekomen. In de beslagstukken alsmede in de ontslagbrief is opgenomen dat de door dient onterecht weggenomen gelden zullen worden teruggevorderd. U zult er inmiddels mee bekend zijn dat het beslag weinig doel heeft getroffen. De heer [de verzoeker] heeft namelijk zeer beperkte financiële middelen. En inmiddels, zonder salaris of uitkering, heeft hij niks. Uiteraard was en is hij bereid het gesprek met Delco aan te gaan over de gehele situatie en hoe ook gekeken kan worden naar een oplossing. (…) Graag verneem ik voor 22 mei a.s. van u. Mocht er geen ruimte zijn voor een gesprek, dan wel medewerking naar een oplossing, dan zal cliënt genoodzaakt zijn de kwestie aan de rechter voor te leggen.” 2.17. Partijen hebben vervolgens getracht tot een regeling te komen, maar dit is niet gelukt. Delco heeft daarbij onder meer verzocht om een overzicht van de bedragen die zijn aangewend ten behoeve van de gokverslaving van [de verzoeker] . De gemachtigde van [de verzoeker] heeft daar vervolgens als volgt op gereageerd: “(…) Wat betreft de door u gevraagde informatie kan ik aangeven dat ik client heb gevraagd inzichtelijk te maken welke bedragen hij op welke wijze heeft vergokt. Daar is hij mee aangevangen, maar gelet op situatie waarin hij thans verkeert, en met name de intensiviteit van de multidisciplinaire behandeling, is het nog niet gelukt dat compleet inzichtelijk te maken. Wel kan ik het nog in bewerking zijnde overzicht met u te delen, betrekking hebbend op de periode oktober '23 - april `25: 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [de verzoeker] verzoekt de rechtbank: primair: om binnen 24 uur na betekening van deze beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad; het ontslag op staande voet te vernietigen en Delco te verplichten tot nakoming van de arbeidsovereenkomst, daarbij in acht nemende dat [de verzoeker] thans arbeidsongeschikt is en Delco allereerst haar arbodienst zal moeten inschakelen; het loon, vakantiegeld en alle overige emolumenten vanaf 28 april 2025 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te betalen; de maximale wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW over het onder b. gevorderde loon vanaf 28 april 2025 tot het moment waarop het is betaald; e wettelijke rente over het onder b. en c.
Volledig
gevorderde vanaf 28 april 2025 tot aan de dag van algehele voldoening; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. subsidiair: voor zover de primaire vordering niet kan worden toegewezen, verzoekt [de verzoeker] de rechtbank om Delco te veroordelen tot betaling aan hem binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van: de transitievergoeding, vast te stellen op € 27.148,51, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; de vergoeding in het kader van de onregelmatige opzegging van € 33.264,00, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; de wettelijke rente over het onder a. en b. gevorderde vanaf 28 april 2025 tot aan de dag van volledige betaling; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. meer subsidiair: voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd door het ontslag op staande voet, Delco te veroordelen tot: betaling aan [de verzoeker] van een transitievergoeding van € 27.148,51; te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2025; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek heeft [de verzoeker] , samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Delco heeft [de verzoeker] op 28 april 2025 op staande voet ontslagen. [de verzoeker] is het niet eens met dit ontslag op staande voet. Volgens [de verzoeker] zijn de aangevoerde redenen niet te kwalificeren als een dringende reden in de zin van artikel 7:679 BW, er is geen hoor en wederhoor toegepast, het ontslag is niet onverwijld gegeven, er is geen dan wel onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en er is sprake van een opzegverbod tijdens ziekte ex artikel 7:670 lid I BW. 3.3. Delco verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe aan dat zij [de verzoeker] terecht op staande voet heeft ontslagen, dat het ontslag onverwijld is gegeven, hoor en wederhoor is toegepast, het opzegverbod tijdens ziekte niet geldt en voldoende rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] . 3.4. Verder verzoekt Delco bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, na vermindering van verzoek, de volgende tegenverzoeken toe te wijzen: Voor zover het ontslag op staande voet vernietigd wordt de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden primair op grond van artikel 7:686 BW, subsidiair als gevolg van een verschil van inzicht in het te voeren beleid als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub h BW en uiterst subsidiair als gevolg van een combinatie van omstandigheden die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub i BW. voor het geval in beide procedures niet gelijktijdig wordt beslist, voordat uitspraak wordt gedaan in de vernietigingsprocedure de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden voor het geval de opzegging later wordt vernietigd op grond van artikel 7:671b lid 1 BW jo. artikel 7:669 lid 3 BW. indien ontbinding op grond van artikel 7:686 BW wordt toegewezen, verzoekt Delco de rechtbank om [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van het aan [de verzoeker] vanaf 28 april 2025 tot einddatum verschuldigde loon als ongedaanmakingsverbintenis. indien de ongedaanmakingsverbintenis niet wordt toegewezen, voor recht te verklaren dat Delco het vanaf 28 april 2025 tot einddatum verschuldigde loon tot aan het geldende wettelijk minimumloon kan verrekenen met het haar vordering uit hoofde van de onterecht aan Delco onttrokken gelden van € 838.281,47 en de schade van € 24.984,00 en € 19.640,00 uit hoofde van het niet betalen van belastingen. Zelfstandig tegenverzoek [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 800.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot aan de dag van algemene voldoening; [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van € 24.984,00 en € 19.640,00, de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 april 2025 tot de dag der algehele voldoening. In de verzoeken van [de verzoeker] en in de tegenverzoeken van Delco i. [de verzoeker] te veroordelen in de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van deze beschikking en - voor het geval voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [de verzoeker] in de nakosten. 3.5. Op de standpunten van partijen wordt hierna, waar nodig voor de behandeling van de zaak nader ingegaan. 4 De beoordeling Statutair bestuurder 4.1. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of [de verzoeker] statutair bestuurder van Delco is, hetgeen Delco stelt en [de verzoeker] betwist. De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking in het incidentele verzoek van 30 oktober 2025 voldoende aannemelijk geacht dat [de verzoeker] statutair bestuurder van Delco is en de zaak verwezen naar de handelsrechter van de Rechtbank Gelderland. Ingevolge artikel 71 Rv bepaalt de rechter de vraag of verwijzing nodig is aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De rechtbank is na verwijzing niet gebonden aan dit voorlopig oordeel en dient hier aldus nog definitief op te beslissen. 4.2. Volgens artikel 2:242 BW wordt een (statutair) bestuurder van een vennootschap, afgezien van de eerste maal bij de akte van oprichting, benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Delco stelt dat, hoewel zij niet beschikt over een schriftelijk benoemingsbesluit, dit besluit wel degelijk is genomen. In artikel 2:132 BW is niet bepaald dat schriftelijkheid een constitutief vereiste is voor het tot stand komen van benoeming van bestuurders. Gesteld noch gebleken is dat dit is bepaald in de statuten van Delco. Het besluit zelf is dus vormvrij. Dit brengt mee dat Delco in deze procedure feiten en omstandigheden kan aanvoeren waardoor voldoende aannemelijk is dat een benoemingsbesluit door de AvA is genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is Delco daarin geslaagd. 4.3. Vast staat dat [de verzoeker] op 13 juli 2015 in dienst is getreden bij Delco als medewerker Finance & Control. Op 1 mei 2023 is de arbeidsovereenkomst tussen Delco en [de verzoeker] gewijzigd. In de gewijzigde arbeidsovereenkomst is de functie Managing Director opgenomen. Delco heeft verder een verklaring van [medebestuurder] (hierna te noemen: [medebestuurder] ), zijnde de middellijk aandeelhouder van Delco, in het geding gebracht waaruit blijkt dat [medebestuurder] [de verzoeker] op 23 maart 2023 tot statutair bestuurder heeft benoemd. Daarnaast is het feit dat [de verzoeker] bij de Kamer van Hoophandel als statutair bestuurder is ingeschreven een sterke aanwijzing dat hij in die functie is benoemd en dat hij deze benoeming heeft aanvaard. De inschrijving van [de verzoeker] als statutair bestuurder heeft plaatsgevonden door [medebestuurder] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Delco. [medebestuurder] was echter - naast bestuurder - ook (middellijk) aandeelhouder van Delco.
Volledig
gevorderde vanaf 28 april 2025 tot aan de dag van algehele voldoening; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. subsidiair: voor zover de primaire vordering niet kan worden toegewezen, verzoekt [de verzoeker] de rechtbank om Delco te veroordelen tot betaling aan hem binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van: de transitievergoeding, vast te stellen op € 27.148,51, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; de vergoeding in het kader van de onregelmatige opzegging van € 33.264,00, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag; de wettelijke rente over het onder a. en b. gevorderde vanaf 28 april 2025 tot aan de dag van volledige betaling; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. meer subsidiair: voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd door het ontslag op staande voet, Delco te veroordelen tot: betaling aan [de verzoeker] van een transitievergoeding van € 27.148,51; te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2025; alles onder overlegging binnen tien dagen na betekening van deze beschikking van (een) deugdelijke specificatie(s) onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Delco nalatig is om aan deze veroordeling uitvoering te geven; met veroordeling van Delco in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek heeft [de verzoeker] , samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Delco heeft [de verzoeker] op 28 april 2025 op staande voet ontslagen. [de verzoeker] is het niet eens met dit ontslag op staande voet. Volgens [de verzoeker] zijn de aangevoerde redenen niet te kwalificeren als een dringende reden in de zin van artikel 7:679 BW, er is geen hoor en wederhoor toegepast, het ontslag is niet onverwijld gegeven, er is geen dan wel onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en er is sprake van een opzegverbod tijdens ziekte ex artikel 7:670 lid I BW. 3.3. Delco verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe aan dat zij [de verzoeker] terecht op staande voet heeft ontslagen, dat het ontslag onverwijld is gegeven, hoor en wederhoor is toegepast, het opzegverbod tijdens ziekte niet geldt en voldoende rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] . 3.4. Verder verzoekt Delco bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, na vermindering van verzoek, de volgende tegenverzoeken toe te wijzen: Voor zover het ontslag op staande voet vernietigd wordt de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden primair op grond van artikel 7:686 BW, subsidiair als gevolg van een verschil van inzicht in het te voeren beleid als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub h BW en uiterst subsidiair als gevolg van een combinatie van omstandigheden die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub i BW. voor het geval in beide procedures niet gelijktijdig wordt beslist, voordat uitspraak wordt gedaan in de vernietigingsprocedure de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden voor het geval de opzegging later wordt vernietigd op grond van artikel 7:671b lid 1 BW jo. artikel 7:669 lid 3 BW. indien ontbinding op grond van artikel 7:686 BW wordt toegewezen, verzoekt Delco de rechtbank om [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van het aan [de verzoeker] vanaf 28 april 2025 tot einddatum verschuldigde loon als ongedaanmakingsverbintenis. indien de ongedaanmakingsverbintenis niet wordt toegewezen, voor recht te verklaren dat Delco het vanaf 28 april 2025 tot einddatum verschuldigde loon tot aan het geldende wettelijk minimumloon kan verrekenen met het haar vordering uit hoofde van de onterecht aan Delco onttrokken gelden van € 838.281,47 en de schade van € 24.984,00 en € 19.640,00 uit hoofde van het niet betalen van belastingen. Zelfstandig tegenverzoek [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 800.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot aan de dag van algemene voldoening; [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van € 24.984,00 en € 19.640,00, de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 april 2025 tot de dag der algehele voldoening. In de verzoeken van [de verzoeker] en in de tegenverzoeken van Delco i. [de verzoeker] te veroordelen in de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van deze beschikking en - voor het geval voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [de verzoeker] in de nakosten. 3.5. Op de standpunten van partijen wordt hierna, waar nodig voor de behandeling van de zaak nader ingegaan. 4 De beoordeling Statutair bestuurder 4.1. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of [de verzoeker] statutair bestuurder van Delco is, hetgeen Delco stelt en [de verzoeker] betwist. De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking in het incidentele verzoek van 30 oktober 2025 voldoende aannemelijk geacht dat [de verzoeker] statutair bestuurder van Delco is en de zaak verwezen naar de handelsrechter van de Rechtbank Gelderland. Ingevolge artikel 71 Rv bepaalt de rechter de vraag of verwijzing nodig is aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De rechtbank is na verwijzing niet gebonden aan dit voorlopig oordeel en dient hier aldus nog definitief op te beslissen. 4.2. Volgens artikel 2:242 BW wordt een (statutair) bestuurder van een vennootschap, afgezien van de eerste maal bij de akte van oprichting, benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Delco stelt dat, hoewel zij niet beschikt over een schriftelijk benoemingsbesluit, dit besluit wel degelijk is genomen. In artikel 2:132 BW is niet bepaald dat schriftelijkheid een constitutief vereiste is voor het tot stand komen van benoeming van bestuurders. Gesteld noch gebleken is dat dit is bepaald in de statuten van Delco. Het besluit zelf is dus vormvrij. Dit brengt mee dat Delco in deze procedure feiten en omstandigheden kan aanvoeren waardoor voldoende aannemelijk is dat een benoemingsbesluit door de AvA is genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is Delco daarin geslaagd. 4.3. Vast staat dat [de verzoeker] op 13 juli 2015 in dienst is getreden bij Delco als medewerker Finance & Control. Op 1 mei 2023 is de arbeidsovereenkomst tussen Delco en [de verzoeker] gewijzigd. In de gewijzigde arbeidsovereenkomst is de functie Managing Director opgenomen. Delco heeft verder een verklaring van [medebestuurder] (hierna te noemen: [medebestuurder] ), zijnde de middellijk aandeelhouder van Delco, in het geding gebracht waaruit blijkt dat [medebestuurder] [de verzoeker] op 23 maart 2023 tot statutair bestuurder heeft benoemd. Daarnaast is het feit dat [de verzoeker] bij de Kamer van Hoophandel als statutair bestuurder is ingeschreven een sterke aanwijzing dat hij in die functie is benoemd en dat hij deze benoeming heeft aanvaard. De inschrijving van [de verzoeker] als statutair bestuurder heeft plaatsgevonden door [medebestuurder] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Delco. [medebestuurder] was echter - naast bestuurder - ook (middellijk) aandeelhouder van Delco.
Volledig
Het formulier voor de inschrijving van [de verzoeker] bij de Kamer van Koophandel is bovendien door [de verzoeker] zelf ingevuld en ondertekend. [de verzoeker] heeft erkend dat hij zelf de inschrijving heeft geregeld. [de verzoeker] was aldus bekend met zijn benoeming tot statutair bestuurder en heeft die benoeming ook aanvaard. [de verzoeker] heeft ook zelf op het formulier aangegeven dat zijn functie ‘executive director' (uitvoerend statutair bestuurder) is. Dat [de verzoeker] onder 4.3 van het KvK formulier expliciet ‘nee’ heeft aangekruist bij de vraag of [de verzoeker] als functionaris een ‘statutaire titel' heeft doet daaraan niet af. Onder 4.3 van het formulier wordt immers enkel gevraagd of de desbetreffende functionaris, [de verzoeker] , nog een nadere statutaire titel, zoals bijvoorbeeld voorzitter, penningmeester of secretaris heeft. Daar komt nog bij dat [de verzoeker] zich ook als statutair bestuurder heeft gedragen. Onbetwist staat vast dat [de verzoeker] arbeidsovereenkomsten tekende namens Delco, (andere) contracten sloot met leveranciers, een UBO-verklaring heeft ondertekend die door een bestuurder ondertekend dient te worden, zichzelf op het organogram van de organisatie aan het hoofd plaatste en betrokken was bij het opstellen van de jaarrekeningen. Weliswaar heeft [de verzoeker] aangevoerd dat hij ook al in 2021 en 2022, dus voor zijn benoeming tot bestuurder, dergelijke werkzaamheden uitvoerde, maar Delco heeft daartegenover gesteld dat [de verzoeker] in 2021 en 2022 deze werkzaamheden enkel uitvoerde met een autorisatie van zijn meerdere en [de verzoeker] heeft dat niet weersproken. Dat [de verzoeker] , zoals hij heeft aangevoerd, alleen contact had met de accountant in zijn rol als titulair directeur, blijkt nergens uit. De functie van statutair bestuurder sluit ook aan bij functie van Managing Director, zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst en op de loonstrook van [de verzoeker] . Dat, zoals [de verzoeker] nog heeft aangevoerd a) in de arbeidsovereenkomst geen melding wordt gemaakt van het statutair bestuurderschap en dat de arbeidsovereenkomst alle kenmerken van een reguliere arbeidsovereenkomst bevat, b) er geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is afgesloten, en c) [de verzoeker] geen bestuursvergaderingen of vergaderingen van de algemene vergadering van aandeelhouders heeft bijgewoond, is onvoldoende om te oordelen dat [de verzoeker] geen statutair bestuurder was. Dit betreffen immers geen vereisten voor statutair bestuurderschap. Vernietiging ontslag op staande voet 4.4. [de verzoeker] verzoekt primair om vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet en de verplichting van Delco tot nakoming van de arbeidsovereenkomst. Aangezien [de verzoeker] statutair bestuurder was en door een besluit van de AvA is ontslagen, heeft dit vennootschapsrechtelijk ontslag(besluit) in beginsel ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg (zie: Hoge Raad, 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2713 en NJ 2005/838 ( Bartelink/Ciris ) en Hoge Raad, 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2030 en NJ 2005/484 ( Eggenhuizen/Unidek )). Volgens die rechtspraak is voor een uitzondering op deze regel alleen plaats als een wettelijk opzegverbod aan die beëindiging in de weg staat of als partijen anders zijn overeengekomen. Dat dit laatste is gebeurd is gesteld noch gebleken. Opzegverbod wegens ziekte 4.5. In rechtspraak is aanvaard dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is ten aanzien van een bestuurder, als de ziekte een aanvang heeft genomen nadat de bestuurder de uitnodiging heeft ontvangen voor de algemene vergadering waarbij het ontslag van die bestuurder als onderwerp is aangekondigd (zie o.a.: Gerechtshof Den Bosch, 22 augustus 2000, ECLI:NL:GHSHE:2000:AD6362 en NJ 2001/608, rechtbank Haarlem, 3 oktober 2010, JAR 2001/231, rechtbank Utrecht, 4 april 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1741 en JOR 2012/211). Daarbij is de gedachte dat moet worden voorkomen dat de bestuurder zich kort voor een algemene vergadering ‘strategisch’ ziek kan melden, om daarmee een ontslag te voorkomen. 4.6. Delco heeft [de verzoeker] op 11 april 2025 uitgenodigd voor de AvA waarop het ontslag van [de verzoeker] als statutair bestuurder was geagendeerd. Volgens Delco is zij eerst door de brief van de gemachtigde van [de verzoeker] van 26 april 2025 van de ziekte van [de verzoeker] op de hoogte gebracht. Dat Delco hiervan eerder op de hoogte was, is niet gebleken.. Gesteld noch gebleken is immers dat [de verzoeker] zich ziek heeft gemeld. Uit de correspondentie waarnaar [de verzoeker] verwijst blijkt weliswaar dat Delco, althans diverse collega’s van [de verzoeker] ervan op de hoogte waren dat [de verzoeker] door een moeilijke tijd ging en dat hij regelmatig afwezig was, maar dat er sprake was van ziekte blijkt daar niet uit. [de verzoeker] geeft immers telkens aan dat hij op korte termijn weer aan de slag gaat. Daar komt nog bij dat ook [de verzoeker] zelf erkent dat niemand op de hoogte was van zijn ziekte. Zijn partner is er eerst daags voor 28 april 2025 van op de hoogte geraakt nadat namens Delco beslag was gelegd. Pas daarna is hulp ingeschakeld. Dit kon volgens [de verzoeker] niet eerder nu niemand van zijn situatie op de hoogte was. Hij heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat Delco wel van zijn ziekte op de hoogte was. Uit de berichten uit september 2024 dat hij er even doorheen zit en daarom op vakantie is en uit januari 2025 dat er sprake is van ‘struggles’ maar hij er morgen of overmorgen weer is, kan niet worden afgeleid dat Delco ervan op de hoogte was dat [de verzoeker] was uitgevallen door ziekte. Overigens volgt uit de overgelegde stukken ook niet dat [de verzoeker] reeds op 11 april 2025 door ziekte niet in staat was om de bedongen arbeid te verrichten. Dat geldt temeer nu hij ook altijd werkzaamheden voor Delco is blijven verrichten. Aldus houdt het ontslag geen verband met de ziekte. Onmogelijkheid om vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag te vragen 4.7. [de verzoeker] kan bovendien geen vernietiging vragen van het arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet. Die mogelijkheid bestaat niet voor een werknemer die ook bestuurder is van een besloten of naamloze vennootschap, zoals [de verzoeker] . Gelet op artikel 7:681 lid 1, onder a, BW kan vernietiging van een opzegging, waaronder een ontslag op staande voet, alleen worden verzocht als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. In geval van een bestuurder kan de werkgever echter op grond van artikel 7:671 lid 1, onder e, BW de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opzeggen, zonder dat daarvoor een instemming van die bestuurder is vereist. De opzegging door de werkgever van een arbeidsovereenkomst met een bestuurder kan dus niet in strijd zijn met artikel 7:671 BW. Er kan daarom ook geen vernietiging van die opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1, onder a, BW worden verzocht (zie ook: Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 maart 2017, ECLI:NL: GHARL:2017:2283). Dat dit zo is, blijkt ook uit de wetgeschiedenis van deze bepalingen (zie: Kamerstukken II , 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 28). De reden hiervoor is dat de wetgever vindt dat het in beginsel niet aan de overheid is om te oordelen over de vraag of de arbeidsovereenkomst van een bestuurder kan worden opgezegd, als een aandeelhoudersvergadering rechtsgeldig heeft besloten dat de bestuurder niet aan kan blijven. Dat een werknemer die ook bestuurder is geen vernietiging kan vragen van een arbeidsrechtelijke opzegging, zoals een ontslag op staande voet, volgt ook uit artikel 2:244 lid 3 BW. Volgens dat artikel kan door de rechter namelijk geen veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder worden uitgesproken. Artikel 2:244 lid 3 BW staat overigens alleen in de weg aan de vernietiging van een arbeidsrechtelijke opzegging, niet aan de nietigheid of vernietiging van een vennootschapsrechtelijk ontslag(besluit) (zie: Hoge Raad, 26 oktober 1984, ECLI:NL:HR:2005:AS2713 en NJ 1985/375 ( Sjardin/Sjartec )). Dat is echter niet verzocht, zodat de rechtbank ervan uit dient te gaan dat het vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit onaantastbaar is.
Volledig
Het formulier voor de inschrijving van [de verzoeker] bij de Kamer van Koophandel is bovendien door [de verzoeker] zelf ingevuld en ondertekend. [de verzoeker] heeft erkend dat hij zelf de inschrijving heeft geregeld. [de verzoeker] was aldus bekend met zijn benoeming tot statutair bestuurder en heeft die benoeming ook aanvaard. [de verzoeker] heeft ook zelf op het formulier aangegeven dat zijn functie ‘executive director' (uitvoerend statutair bestuurder) is. Dat [de verzoeker] onder 4.3 van het KvK formulier expliciet ‘nee’ heeft aangekruist bij de vraag of [de verzoeker] als functionaris een ‘statutaire titel' heeft doet daaraan niet af. Onder 4.3 van het formulier wordt immers enkel gevraagd of de desbetreffende functionaris, [de verzoeker] , nog een nadere statutaire titel, zoals bijvoorbeeld voorzitter, penningmeester of secretaris heeft. Daar komt nog bij dat [de verzoeker] zich ook als statutair bestuurder heeft gedragen. Onbetwist staat vast dat [de verzoeker] arbeidsovereenkomsten tekende namens Delco, (andere) contracten sloot met leveranciers, een UBO-verklaring heeft ondertekend die door een bestuurder ondertekend dient te worden, zichzelf op het organogram van de organisatie aan het hoofd plaatste en betrokken was bij het opstellen van de jaarrekeningen. Weliswaar heeft [de verzoeker] aangevoerd dat hij ook al in 2021 en 2022, dus voor zijn benoeming tot bestuurder, dergelijke werkzaamheden uitvoerde, maar Delco heeft daartegenover gesteld dat [de verzoeker] in 2021 en 2022 deze werkzaamheden enkel uitvoerde met een autorisatie van zijn meerdere en [de verzoeker] heeft dat niet weersproken. Dat [de verzoeker] , zoals hij heeft aangevoerd, alleen contact had met de accountant in zijn rol als titulair directeur, blijkt nergens uit. De functie van statutair bestuurder sluit ook aan bij functie van Managing Director, zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst en op de loonstrook van [de verzoeker] . Dat, zoals [de verzoeker] nog heeft aangevoerd a) in de arbeidsovereenkomst geen melding wordt gemaakt van het statutair bestuurderschap en dat de arbeidsovereenkomst alle kenmerken van een reguliere arbeidsovereenkomst bevat, b) er geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is afgesloten, en c) [de verzoeker] geen bestuursvergaderingen of vergaderingen van de algemene vergadering van aandeelhouders heeft bijgewoond, is onvoldoende om te oordelen dat [de verzoeker] geen statutair bestuurder was. Dit betreffen immers geen vereisten voor statutair bestuurderschap. Vernietiging ontslag op staande voet 4.4. [de verzoeker] verzoekt primair om vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet en de verplichting van Delco tot nakoming van de arbeidsovereenkomst. Aangezien [de verzoeker] statutair bestuurder was en door een besluit van de AvA is ontslagen, heeft dit vennootschapsrechtelijk ontslag(besluit) in beginsel ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg (zie: Hoge Raad, 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2713 en NJ 2005/838 ( Bartelink/Ciris ) en Hoge Raad, 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2030 en NJ 2005/484 ( Eggenhuizen/Unidek )). Volgens die rechtspraak is voor een uitzondering op deze regel alleen plaats als een wettelijk opzegverbod aan die beëindiging in de weg staat of als partijen anders zijn overeengekomen. Dat dit laatste is gebeurd is gesteld noch gebleken. Opzegverbod wegens ziekte 4.5. In rechtspraak is aanvaard dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is ten aanzien van een bestuurder, als de ziekte een aanvang heeft genomen nadat de bestuurder de uitnodiging heeft ontvangen voor de algemene vergadering waarbij het ontslag van die bestuurder als onderwerp is aangekondigd (zie o.a.: Gerechtshof Den Bosch, 22 augustus 2000, ECLI:NL:GHSHE:2000:AD6362 en NJ 2001/608, rechtbank Haarlem, 3 oktober 2010, JAR 2001/231, rechtbank Utrecht, 4 april 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1741 en JOR 2012/211). Daarbij is de gedachte dat moet worden voorkomen dat de bestuurder zich kort voor een algemene vergadering ‘strategisch’ ziek kan melden, om daarmee een ontslag te voorkomen. 4.6. Delco heeft [de verzoeker] op 11 april 2025 uitgenodigd voor de AvA waarop het ontslag van [de verzoeker] als statutair bestuurder was geagendeerd. Volgens Delco is zij eerst door de brief van de gemachtigde van [de verzoeker] van 26 april 2025 van de ziekte van [de verzoeker] op de hoogte gebracht. Dat Delco hiervan eerder op de hoogte was, is niet gebleken.. Gesteld noch gebleken is immers dat [de verzoeker] zich ziek heeft gemeld. Uit de correspondentie waarnaar [de verzoeker] verwijst blijkt weliswaar dat Delco, althans diverse collega’s van [de verzoeker] ervan op de hoogte waren dat [de verzoeker] door een moeilijke tijd ging en dat hij regelmatig afwezig was, maar dat er sprake was van ziekte blijkt daar niet uit. [de verzoeker] geeft immers telkens aan dat hij op korte termijn weer aan de slag gaat. Daar komt nog bij dat ook [de verzoeker] zelf erkent dat niemand op de hoogte was van zijn ziekte. Zijn partner is er eerst daags voor 28 april 2025 van op de hoogte geraakt nadat namens Delco beslag was gelegd. Pas daarna is hulp ingeschakeld. Dit kon volgens [de verzoeker] niet eerder nu niemand van zijn situatie op de hoogte was. Hij heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat Delco wel van zijn ziekte op de hoogte was. Uit de berichten uit september 2024 dat hij er even doorheen zit en daarom op vakantie is en uit januari 2025 dat er sprake is van ‘struggles’ maar hij er morgen of overmorgen weer is, kan niet worden afgeleid dat Delco ervan op de hoogte was dat [de verzoeker] was uitgevallen door ziekte. Overigens volgt uit de overgelegde stukken ook niet dat [de verzoeker] reeds op 11 april 2025 door ziekte niet in staat was om de bedongen arbeid te verrichten. Dat geldt temeer nu hij ook altijd werkzaamheden voor Delco is blijven verrichten. Aldus houdt het ontslag geen verband met de ziekte. Onmogelijkheid om vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag te vragen 4.7. [de verzoeker] kan bovendien geen vernietiging vragen van het arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet. Die mogelijkheid bestaat niet voor een werknemer die ook bestuurder is van een besloten of naamloze vennootschap, zoals [de verzoeker] . Gelet op artikel 7:681 lid 1, onder a, BW kan vernietiging van een opzegging, waaronder een ontslag op staande voet, alleen worden verzocht als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. In geval van een bestuurder kan de werkgever echter op grond van artikel 7:671 lid 1, onder e, BW de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opzeggen, zonder dat daarvoor een instemming van die bestuurder is vereist. De opzegging door de werkgever van een arbeidsovereenkomst met een bestuurder kan dus niet in strijd zijn met artikel 7:671 BW. Er kan daarom ook geen vernietiging van die opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1, onder a, BW worden verzocht (zie ook: Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 maart 2017, ECLI:NL: GHARL:2017:2283). Dat dit zo is, blijkt ook uit de wetgeschiedenis van deze bepalingen (zie: Kamerstukken II , 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 28). De reden hiervoor is dat de wetgever vindt dat het in beginsel niet aan de overheid is om te oordelen over de vraag of de arbeidsovereenkomst van een bestuurder kan worden opgezegd, als een aandeelhoudersvergadering rechtsgeldig heeft besloten dat de bestuurder niet aan kan blijven. Dat een werknemer die ook bestuurder is geen vernietiging kan vragen van een arbeidsrechtelijke opzegging, zoals een ontslag op staande voet, volgt ook uit artikel 2:244 lid 3 BW. Volgens dat artikel kan door de rechter namelijk geen veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder worden uitgesproken. Artikel 2:244 lid 3 BW staat overigens alleen in de weg aan de vernietiging van een arbeidsrechtelijke opzegging, niet aan de nietigheid of vernietiging van een vennootschapsrechtelijk ontslag(besluit) (zie: Hoge Raad, 26 oktober 1984, ECLI:NL:HR:2005:AS2713 en NJ 1985/375 ( Sjardin/Sjartec )). Dat is echter niet verzocht, zodat de rechtbank ervan uit dient te gaan dat het vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit onaantastbaar is.
Volledig
Conclusie 4.8. Het primaire verzoek van [de verzoeker] wordt om die reden afgewezen. Nu aan de voorwaarde daarvoor niet wordt voldaan wordt ook niet toegekomen aan de voorwaardelijke verzoeken van Delco die verband houden met een eventuele vernietiging van het ontslag op staande voet (tegenverzoeken c tot en met e). Vergoedingen 4.9. Subsidiair verzoekt [de verzoeker] om toekenning van de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. [de verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen, hetgeen Delco betwist. De vraag die voorligt is dus of Delco [de verzoeker] terecht op staande voet heeft ontslagen. Omdat het ontslag op staande voet een uiterste middel is en grote gevolgen heeft voor de werknemer, stelt de wet daaraan in artikel 7:677 lid 1 BW strenge eisen. De opzegging moet onverwijld zijn en vergezeld gaan van mededeling van de reden voor ontslag die bovendien als dringende reden moet gelden. Opzegverbod 4.10. [de verzoeker] voert in de eerste plaats aan dat zijn ziekte aan het gegeven ontslag op staande voet in de weg staat. Gelet op hetgeen daarover hiervoor onder 4.6. is overwogen gaat dit niet op. Onverwijldheid 4.11. Volgens [de verzoeker] is het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven. Delco heeft gemotiveerd toegelicht dat zij het ontslag heeft gegeven zodra zij van de situatie op de hoogte is geraakt en daar onderzoek naar heeft gedaan. Vervolgens heeft er een oproeping plaats moeten vinden en is er een AvA gehouden. De rechtbank is, mede in het licht van hetgeen hiervoor onder 4.6. is overwogen, van oordeel dat daaruit volgt dat het ontslag onverwijld is gegeven. Dringende reden 4.12. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden, zijn de redenen zoals vermeld in de ontslagbrief van 28 april 2025 maatgevend: daarmee zijn de ontslaggronden gefixeerd. De dringende redenen die Delco aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd zijn: Beperkt, slecht of niet bereikbaar zijn; Creëren van een onveilige werkomgeving; Overboekingen naar privérekening; Administratieve onregelmatigheden. Deze redenen vormen tezamen, maar ook ieder voor zich, de dringende reden voor het ontslag op staande voet. Gelet op de gang van zaken in aanloop naar het ontslag op staande voet, waaronder de toelichting op het voorgenomen ontslag in de aanloop naar de AvA, moet ook voor [de verzoeker] duidelijk zijn geweest dat Delco dit aan het ontslag op staande voet ten grondslag legde. 4.13. De rechtbank oordeelt als volgt. Wat er van de overige redenen ook zij, leveren de overboekingen naar zijn privérekening naar het oordeel van de rechtbank een dringende reden op. Daarbij speelt het volgende een rol. Tussen partijen staat vast dat [de verzoeker] overboekingen van de rekening van Delco naar zijn privérekening heeft verricht. Hoewel [de verzoeker] de hoogte van het door Delco genoemde bedrag van € 838.281,47 betwist, staat wel vast dat het in ieder geval gaat om meer dan € 700.000 over de periode 2019 tot en met 2025. Gelet op de omvang van de overboekingen, het tijdsverloop en het feit dat [de verzoeker] getracht heeft de overboekingen verborgen te houden voor Delco door de boekhouding te manipuleren, neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat sprake is geweest van opzet als bedoeld in artikel 7:661 BW. 4.14. [de verzoeker] betwist dat sprake is van opzet (of bewuste roekeloosheid) als bedoeld in artikel 7:661 BW, aangezien zijn handelen in ernstige mate werd beïnvloed door zijn gokverslaving. Hij verwijst in dat verband naar verklaringen van zijn behandelaars en het UWV. 4.15. Naar het oordeel van de rechtbank kan er sprake zijn van een zodanige verslaving dat iemands denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat betrokkene zijn handelen niet meer kan worden toegerekend, omdat zijn stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst. Daarvoor is dan echter wel vereist dat de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische stoornissen, waardoor betrokkene niet meer in staat moet worden geacht zijn wil (ten aanzien van het gokken) in vrijheid te bepalen. 4.16. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat daarvan, gedurende de gehele periode dat de overboekingen hebben plaatsgevonden sprake was. Dat er bij [de verzoeker] al langere tijd sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert niet dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil met betrekking tot het gokken en meer specifiek, het om daarin te kunnen voorzien overboeken van de gelden van de rekeningen van Delco naar zijn privérekening en het in verband daarmee manipuleren van de boekhouding, in vrijheid te bepalen. In het verzoekschrift geeft [de verzoeker] zelf aan dat hij (in september 2024) al langere tijd met gokverslavingsproblematiek en depressiviteit kampte en dat de klachten zodanig waren dat hij gedurende twee jaar al niet meer vrij was om zijn eigen wil te bepalen. Zijn ziekte bepaalde zijn handelen, aldus [de verzoeker] . Krachtens de hoofdregel van bewijsrecht (artikel 150 Rv) rust op [de verzoeker] de bewijslast van de aan zijn (bevrijdende) verweer ten grondslag liggende stelling dat hij zijn wil gedurende een lengte van jaren niet in vrijheid heeft kunnen bepalen. Ter onderbouwing heeft [de verzoeker] een kopie van zijn behandelplan van het CACN van 28 april 2025, een verklaring van de heer [coach] van [coachingbedrijf] van 2 september 2025, een medisch onderzoeksverslag van het UWV van 17 december 2025 en de toekenning Ziektewet-uitkering van het UWV van 31 december 2025 in het geding gebracht. Uit het behandelplan van CACN volgt dat [de verzoeker] te kampen heeft met een ernstige gokverslaving. Ten aanzien van de depressie is in het behandelplan opgenomen: 'Depressieve stoornis: eenmalige episode - matig’. [de verzoeker] heeft volgens het behandelplan zelf aangegeven dat al ongeveer 10 jaar sprake is van een gokverslaving. Uit de verklaring van de heer [coach] blijkt dat in mei 2025 door een andere zorgverlener de diagnose gokverslaving is vastgesteld en hij die onderschrijft. Hij geeft verder aan dat een gokverslaving verregaande gevolgen kan hebben, maar geeft niet aan in hoeverre hiervan sprake is bij [de verzoeker] en, indien dat het geval zou zijn, sinds wanneer. Het UWV heeft enkel vastgesteld dat [de verzoeker] op 28 april 2025 ongeschikt was voor zijn arbeid als gevolg van ziekte of gebrek en dat zij begrepen heeft dat [de verzoeker] al langere tijd last van klachten had. Uit geen van deze verklaringen volgt aldus dat [de verzoeker] gedurende de periode van 2019 tot en met 26 april 2025 niet in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen. Daarnaast heeft [de verzoeker] tot september 2024 zijn werkzaamheden bij Delco overigens naar behoren verricht. Bovendien is hij, ondanks zijn opzegging van 30 september 2024 omdat hij geen toekomst meer in Delco zag, toch aangebleven en heeft hij zijn werkzaamheden voortgezet. Vervolgens was hij vanaf eind 2024 / begin 2025 hij regelmatig afwezig of niet bereikbaar. Dit had ook te maken met de afnemende activiteit van Delco en werd door Delco daardoor ook niet direct opgemerkt. Bovendien gaf [de verzoeker] op dat moment te kennen dat hij ‘struggles’ had maar de volgende dag of die erna weer op het werk zou zijn. Dit past niet bij het beeld van een psychisch gestoorde verslaafde wiens dagelijks denken en doen wordt beheerst door de stoornis van de verslaving waaraan hij lijdt. 4.17. Uit het voorgaande volgt dat er bij de onrechtmatige onttrekkingen van [de verzoeker] sprake was van opzet als bedoeld in artikel 7:661 BW, zodat [de verzoeker] al om die reden Delco een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet en bovendien aansprakelijk is voor de schade die Delco dientengevolge heeft geleden. Daar komt nog bij dat uit artikel 6:165 lid 1 BW volgt dat de omstandigheid dat actief is gehandeld onder invloed van een geestelijke tekortkoming geen beletsel vormt voor toerekening als onrechtmatige daad. Hoor en wederhoor 4.18. [de verzoeker] voert nog aan dat niet is voldaan aan het vereiste van hoor- en wederhoor.
Volledig
Conclusie 4.8. Het primaire verzoek van [de verzoeker] wordt om die reden afgewezen. Nu aan de voorwaarde daarvoor niet wordt voldaan wordt ook niet toegekomen aan de voorwaardelijke verzoeken van Delco die verband houden met een eventuele vernietiging van het ontslag op staande voet (tegenverzoeken c tot en met e). Vergoedingen 4.9. Subsidiair verzoekt [de verzoeker] om toekenning van de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. [de verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen, hetgeen Delco betwist. De vraag die voorligt is dus of Delco [de verzoeker] terecht op staande voet heeft ontslagen. Omdat het ontslag op staande voet een uiterste middel is en grote gevolgen heeft voor de werknemer, stelt de wet daaraan in artikel 7:677 lid 1 BW strenge eisen. De opzegging moet onverwijld zijn en vergezeld gaan van mededeling van de reden voor ontslag die bovendien als dringende reden moet gelden. Opzegverbod 4.10. [de verzoeker] voert in de eerste plaats aan dat zijn ziekte aan het gegeven ontslag op staande voet in de weg staat. Gelet op hetgeen daarover hiervoor onder 4.6. is overwogen gaat dit niet op. Onverwijldheid 4.11. Volgens [de verzoeker] is het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven. Delco heeft gemotiveerd toegelicht dat zij het ontslag heeft gegeven zodra zij van de situatie op de hoogte is geraakt en daar onderzoek naar heeft gedaan. Vervolgens heeft er een oproeping plaats moeten vinden en is er een AvA gehouden. De rechtbank is, mede in het licht van hetgeen hiervoor onder 4.6. is overwogen, van oordeel dat daaruit volgt dat het ontslag onverwijld is gegeven. Dringende reden 4.12. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden, zijn de redenen zoals vermeld in de ontslagbrief van 28 april 2025 maatgevend: daarmee zijn de ontslaggronden gefixeerd. De dringende redenen die Delco aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd zijn: Beperkt, slecht of niet bereikbaar zijn; Creëren van een onveilige werkomgeving; Overboekingen naar privérekening; Administratieve onregelmatigheden. Deze redenen vormen tezamen, maar ook ieder voor zich, de dringende reden voor het ontslag op staande voet. Gelet op de gang van zaken in aanloop naar het ontslag op staande voet, waaronder de toelichting op het voorgenomen ontslag in de aanloop naar de AvA, moet ook voor [de verzoeker] duidelijk zijn geweest dat Delco dit aan het ontslag op staande voet ten grondslag legde. 4.13. De rechtbank oordeelt als volgt. Wat er van de overige redenen ook zij, leveren de overboekingen naar zijn privérekening naar het oordeel van de rechtbank een dringende reden op. Daarbij speelt het volgende een rol. Tussen partijen staat vast dat [de verzoeker] overboekingen van de rekening van Delco naar zijn privérekening heeft verricht. Hoewel [de verzoeker] de hoogte van het door Delco genoemde bedrag van € 838.281,47 betwist, staat wel vast dat het in ieder geval gaat om meer dan € 700.000 over de periode 2019 tot en met 2025. Gelet op de omvang van de overboekingen, het tijdsverloop en het feit dat [de verzoeker] getracht heeft de overboekingen verborgen te houden voor Delco door de boekhouding te manipuleren, neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat sprake is geweest van opzet als bedoeld in artikel 7:661 BW. 4.14. [de verzoeker] betwist dat sprake is van opzet (of bewuste roekeloosheid) als bedoeld in artikel 7:661 BW, aangezien zijn handelen in ernstige mate werd beïnvloed door zijn gokverslaving. Hij verwijst in dat verband naar verklaringen van zijn behandelaars en het UWV. 4.15. Naar het oordeel van de rechtbank kan er sprake zijn van een zodanige verslaving dat iemands denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat betrokkene zijn handelen niet meer kan worden toegerekend, omdat zijn stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst. Daarvoor is dan echter wel vereist dat de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische stoornissen, waardoor betrokkene niet meer in staat moet worden geacht zijn wil (ten aanzien van het gokken) in vrijheid te bepalen. 4.16. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat daarvan, gedurende de gehele periode dat de overboekingen hebben plaatsgevonden sprake was. Dat er bij [de verzoeker] al langere tijd sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert niet dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil met betrekking tot het gokken en meer specifiek, het om daarin te kunnen voorzien overboeken van de gelden van de rekeningen van Delco naar zijn privérekening en het in verband daarmee manipuleren van de boekhouding, in vrijheid te bepalen. In het verzoekschrift geeft [de verzoeker] zelf aan dat hij (in september 2024) al langere tijd met gokverslavingsproblematiek en depressiviteit kampte en dat de klachten zodanig waren dat hij gedurende twee jaar al niet meer vrij was om zijn eigen wil te bepalen. Zijn ziekte bepaalde zijn handelen, aldus [de verzoeker] . Krachtens de hoofdregel van bewijsrecht (artikel 150 Rv) rust op [de verzoeker] de bewijslast van de aan zijn (bevrijdende) verweer ten grondslag liggende stelling dat hij zijn wil gedurende een lengte van jaren niet in vrijheid heeft kunnen bepalen. Ter onderbouwing heeft [de verzoeker] een kopie van zijn behandelplan van het CACN van 28 april 2025, een verklaring van de heer [coach] van [coachingbedrijf] van 2 september 2025, een medisch onderzoeksverslag van het UWV van 17 december 2025 en de toekenning Ziektewet-uitkering van het UWV van 31 december 2025 in het geding gebracht. Uit het behandelplan van CACN volgt dat [de verzoeker] te kampen heeft met een ernstige gokverslaving. Ten aanzien van de depressie is in het behandelplan opgenomen: 'Depressieve stoornis: eenmalige episode - matig’. [de verzoeker] heeft volgens het behandelplan zelf aangegeven dat al ongeveer 10 jaar sprake is van een gokverslaving. Uit de verklaring van de heer [coach] blijkt dat in mei 2025 door een andere zorgverlener de diagnose gokverslaving is vastgesteld en hij die onderschrijft. Hij geeft verder aan dat een gokverslaving verregaande gevolgen kan hebben, maar geeft niet aan in hoeverre hiervan sprake is bij [de verzoeker] en, indien dat het geval zou zijn, sinds wanneer. Het UWV heeft enkel vastgesteld dat [de verzoeker] op 28 april 2025 ongeschikt was voor zijn arbeid als gevolg van ziekte of gebrek en dat zij begrepen heeft dat [de verzoeker] al langere tijd last van klachten had. Uit geen van deze verklaringen volgt aldus dat [de verzoeker] gedurende de periode van 2019 tot en met 26 april 2025 niet in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen. Daarnaast heeft [de verzoeker] tot september 2024 zijn werkzaamheden bij Delco overigens naar behoren verricht. Bovendien is hij, ondanks zijn opzegging van 30 september 2024 omdat hij geen toekomst meer in Delco zag, toch aangebleven en heeft hij zijn werkzaamheden voortgezet. Vervolgens was hij vanaf eind 2024 / begin 2025 hij regelmatig afwezig of niet bereikbaar. Dit had ook te maken met de afnemende activiteit van Delco en werd door Delco daardoor ook niet direct opgemerkt. Bovendien gaf [de verzoeker] op dat moment te kennen dat hij ‘struggles’ had maar de volgende dag of die erna weer op het werk zou zijn. Dit past niet bij het beeld van een psychisch gestoorde verslaafde wiens dagelijks denken en doen wordt beheerst door de stoornis van de verslaving waaraan hij lijdt. 4.17. Uit het voorgaande volgt dat er bij de onrechtmatige onttrekkingen van [de verzoeker] sprake was van opzet als bedoeld in artikel 7:661 BW, zodat [de verzoeker] al om die reden Delco een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet en bovendien aansprakelijk is voor de schade die Delco dientengevolge heeft geleden. Daar komt nog bij dat uit artikel 6:165 lid 1 BW volgt dat de omstandigheid dat actief is gehandeld onder invloed van een geestelijke tekortkoming geen beletsel vormt voor toerekening als onrechtmatige daad. Hoor en wederhoor 4.18. [de verzoeker] voert nog aan dat niet is voldaan aan het vereiste van hoor- en wederhoor.
Volledig
Nog daargelaten dat hoor en wederhoor geen vereiste is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet heeft het volgende te gelden. [de verzoeker] is ook reeds op 11 april 2025 op de hoogte gesteld van het voorgenomen ontslag en de redenen daarvoor. Delco heeft [de verzoeker] herhaaldelijk uitgenodigd bij de AvA dan wel schriftelijk voorafgaand daaraan hierop te reageren. Voorafgaande aan het ontslag is daarop ook door de gemachtigde van [de verzoeker] (herhaald) uiteengezet wat de reden van de onttrekkingen is, wat de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] zijn en dat sprake is van een gegronde reden om niet aanwezig te zijn bij de AvA op 28 april 2025. Uit het ontslagbesluit van 28 april 2025 blijkt dat Delco deze redenen wel degelijk heeft meegenomen in het besluit, maar dit niet tot een andere uitkomst heeft geleid. Aldus heeft wel degelijk hoor en wederhoor plaatsgevonden. Dat Delco niet bereid was de AvA te verplaatsen en [de verzoeker] daarbij niet in persoon aanwezig kon zijn doet daar niet aan af. Persoonlijke omstandigheden 4.19. [de verzoeker] meent dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. Er is aan de zijde van [de verzoeker] uitgebreid gewezen op zijn mentale toestand, zijn gokverslaving en de gevolgen van het volledig verstookt raken van inkomen. Daarmee heeft Delco geen rekening gehouden, evenmin als met de duur van het dienstverband van [de verzoeker] . 4.20. De rechtbank stelt vast dat in de ontslagbrief is opgenomen dat rekening is gehouden met de inhoud van de e-mailberichten van de gemachtigde van [de verzoeker] bij de besluitvorming, maar dat de ernst van de gedragingen van [de verzoeker] zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] en dat daarom het dienstverband met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. Daarmee heeft Delco naar het oordeel van de rechtbank er voldoende blijk van gegeven dat zij rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] . Conclusie 4.21. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het door Delco gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De subsidiair door [de verzoeker] verzochte vergoedingen worden daarom afgewezen. transitievergoeding 4.22. Meer subsidiair verzoekt [de verzoeker] om toekenning van de transitievergoeding, omdat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, althans dit handelen hem niet kan worden toegerekend gelet op de medische stoornissen dan wel dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 4.23. Vooropgesteld wordt dat niet is uitgesloten dat een werknemer die rechtsgeldig op staande voet is ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet werk en zekerheid als geheel gelezen, kan worden afgeleid dat de wetgever de verschuldigdheid van een transitievergoeding heeft willen laten afhangen van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer, en dat de wetgever – indien ernstige verwijtbaarheid ontbreekt – ook bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet toekenning van een transitievergoeding mogelijk heeft geacht. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.15. en 4.16. is overwogen kan het handelen [de verzoeker] , ondanks de medische stoornis, echter wel degelijk ernstig worden verweten en hem worden toegerekend en is evenmin sprake van een situatie waarin het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook dit verzoek wordt daarom afgewezen. Zelfstandig tegenverzoek 4.24. Delco verzocht de rechtbank in eerste instantie om [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 838.281,47 in verband met ten onrechte door [de verzoeker] aan haar onttrokken gelden. Tijdens de mondelinge behandeling van 6 maart 2026 heeft Delco haar verzoek verminderd tot een bedrag van € 800.000,00. [de verzoeker] heeft aangegeven dat zij zich niet meer verweert tegen de omvang van dat bedrag, hetgeen niet betekent dat sprake is van een gerechtelijke erkentenis, maar om ervoor te zorgen dat in eerste aanleg geen nadere bewijslevering nodig is om vast te stellen wat in eerste aanleg de omvang van een eventuele betalingsverbintenis is. 4.25. Op grond van artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Naar het oordeel van de rechtbank kan er sprake zijn van een zodanige verslaving dat iemands denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo ingrijpend wordt beïnvloed, dat betrokkene zijn handelen niet kan worden toegerekend, omdat zijn stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst. Daarvoor is echter wel vereist dat de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische stoornissen, waardoor betrokkene niet meer in staat moet worden geacht zijn wil in vrijheid te bepalen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4789). Dat er bij [de verzoeker] de afgelopen jaren sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert niet, althans niet zonder meer, dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil in vrijheid te bepalen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.15. tot en met 4.17. is overwogen en nu het onrechtmatig handelen voor het overige niet wordt betwist, wordt het verzochte bedrag van € 800.000,00 toegewezen. De verzochte wettelijke rente wordt eveneens toegewezen. 4.26. Delco verzoekt verder om de veroordeling van [de verzoeker] tot betaling aan haar van € 24.984,00 en € 19.640,00 in verband met de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen. Deze verzoeken, alsmede de daarover gevorderde rente zijn door [de verzoeker] niet, althans onvoldoende, gemotiveerd weersproken en worden daarom toegewezen. proceskosten 4.27. [de verzoeker] is zowel in het verzoek als in het zelfstandig tegenverzoek in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Delco worden in het verzoek begroot op: - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.766,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.950,00 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.28. De proceskosten van Delco in het zelfstandig tegenverzoek worden begroot op: - salaris advocaat € 883,00 (factor 0,5 × 1.766,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.072,00 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De rechtbank in het verzoek 5.1. wijst de verzoeken af; 5.2. veroordeelt [de verzoeker] in de proceskosten van € 4.950,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, en verder te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.3. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, in het zelfstandig tegenverzoek 5.4. veroordeelt [de verzoeker] tot betaling aan Delco van een bedrag van € 800.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling, 5.5. veroordeelt [de verzoeker] tot betaling aan Delco van € 24.984,00 en € 19.640,00 inzake de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 april 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.6. veroordeelt [de verzoeker] in de proceskosten van € 1.072,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.7.
Volledig
Nog daargelaten dat hoor en wederhoor geen vereiste is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet heeft het volgende te gelden. [de verzoeker] is ook reeds op 11 april 2025 op de hoogte gesteld van het voorgenomen ontslag en de redenen daarvoor. Delco heeft [de verzoeker] herhaaldelijk uitgenodigd bij de AvA dan wel schriftelijk voorafgaand daaraan hierop te reageren. Voorafgaande aan het ontslag is daarop ook door de gemachtigde van [de verzoeker] (herhaald) uiteengezet wat de reden van de onttrekkingen is, wat de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] zijn en dat sprake is van een gegronde reden om niet aanwezig te zijn bij de AvA op 28 april 2025. Uit het ontslagbesluit van 28 april 2025 blijkt dat Delco deze redenen wel degelijk heeft meegenomen in het besluit, maar dit niet tot een andere uitkomst heeft geleid. Aldus heeft wel degelijk hoor en wederhoor plaatsgevonden. Dat Delco niet bereid was de AvA te verplaatsen en [de verzoeker] daarbij niet in persoon aanwezig kon zijn doet daar niet aan af. Persoonlijke omstandigheden 4.19. [de verzoeker] meent dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. Er is aan de zijde van [de verzoeker] uitgebreid gewezen op zijn mentale toestand, zijn gokverslaving en de gevolgen van het volledig verstookt raken van inkomen. Daarmee heeft Delco geen rekening gehouden, evenmin als met de duur van het dienstverband van [de verzoeker] . 4.20. De rechtbank stelt vast dat in de ontslagbrief is opgenomen dat rekening is gehouden met de inhoud van de e-mailberichten van de gemachtigde van [de verzoeker] bij de besluitvorming, maar dat de ernst van de gedragingen van [de verzoeker] zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] en dat daarom het dienstverband met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. Daarmee heeft Delco naar het oordeel van de rechtbank er voldoende blijk van gegeven dat zij rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [de verzoeker] . Conclusie 4.21. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het door Delco gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De subsidiair door [de verzoeker] verzochte vergoedingen worden daarom afgewezen. transitievergoeding 4.22. Meer subsidiair verzoekt [de verzoeker] om toekenning van de transitievergoeding, omdat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, althans dit handelen hem niet kan worden toegerekend gelet op de medische stoornissen dan wel dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 4.23. Vooropgesteld wordt dat niet is uitgesloten dat een werknemer die rechtsgeldig op staande voet is ontslagen, recht heeft op een transitievergoeding. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet werk en zekerheid als geheel gelezen, kan worden afgeleid dat de wetgever de verschuldigdheid van een transitievergoeding heeft willen laten afhangen van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer, en dat de wetgever – indien ernstige verwijtbaarheid ontbreekt – ook bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet toekenning van een transitievergoeding mogelijk heeft geacht. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.15. en 4.16. is overwogen kan het handelen [de verzoeker] , ondanks de medische stoornis, echter wel degelijk ernstig worden verweten en hem worden toegerekend en is evenmin sprake van een situatie waarin het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook dit verzoek wordt daarom afgewezen. Zelfstandig tegenverzoek 4.24. Delco verzocht de rechtbank in eerste instantie om [de verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 838.281,47 in verband met ten onrechte door [de verzoeker] aan haar onttrokken gelden. Tijdens de mondelinge behandeling van 6 maart 2026 heeft Delco haar verzoek verminderd tot een bedrag van € 800.000,00. [de verzoeker] heeft aangegeven dat zij zich niet meer verweert tegen de omvang van dat bedrag, hetgeen niet betekent dat sprake is van een gerechtelijke erkentenis, maar om ervoor te zorgen dat in eerste aanleg geen nadere bewijslevering nodig is om vast te stellen wat in eerste aanleg de omvang van een eventuele betalingsverbintenis is. 4.25. Op grond van artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Naar het oordeel van de rechtbank kan er sprake zijn van een zodanige verslaving dat iemands denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zo ingrijpend wordt beïnvloed, dat betrokkene zijn handelen niet kan worden toegerekend, omdat zijn stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst. Daarvoor is echter wel vereist dat de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische stoornissen, waardoor betrokkene niet meer in staat moet worden geacht zijn wil in vrijheid te bepalen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4789). Dat er bij [de verzoeker] de afgelopen jaren sprake is geweest van een ernstige vorm van gokverslaving impliceert niet, althans niet zonder meer, dat hij niet in staat zou zijn geweest om zijn wil in vrijheid te bepalen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.15. tot en met 4.17. is overwogen en nu het onrechtmatig handelen voor het overige niet wordt betwist, wordt het verzochte bedrag van € 800.000,00 toegewezen. De verzochte wettelijke rente wordt eveneens toegewezen. 4.26. Delco verzoekt verder om de veroordeling van [de verzoeker] tot betaling aan haar van € 24.984,00 en € 19.640,00 in verband met de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen. Deze verzoeken, alsmede de daarover gevorderde rente zijn door [de verzoeker] niet, althans onvoldoende, gemotiveerd weersproken en worden daarom toegewezen. proceskosten 4.27. [de verzoeker] is zowel in het verzoek als in het zelfstandig tegenverzoek in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Delco worden in het verzoek begroot op: - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 1.766,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.950,00 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.28. De proceskosten van Delco in het zelfstandig tegenverzoek worden begroot op: - salaris advocaat € 883,00 (factor 0,5 × 1.766,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.072,00 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De rechtbank in het verzoek 5.1. wijst de verzoeken af; 5.2. veroordeelt [de verzoeker] in de proceskosten van € 4.950,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, en verder te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.3. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, in het zelfstandig tegenverzoek 5.4. veroordeelt [de verzoeker] tot betaling aan Delco van een bedrag van € 800.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling, 5.5. veroordeelt [de verzoeker] tot betaling aan Delco van € 24.984,00 en € 19.640,00 inzake de door Delco geleden schade uit hoofde van het niet betalen van belastingen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 april 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.6. veroordeelt [de verzoeker] in de proceskosten van € 1.072,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.7.