Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-16
ECLI:NL:RBDHA:2026:5465
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,058 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5465 text/xml public 2026-03-24T09:24:06 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-16 NL25.52369 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5465 text/html public 2026-03-24T09:23:42 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5465 Rechtbank Den Haag , 16-02-2026 / NL25.52369 Asiel; Westelijke Jordaanoever; artikel 1D Vluchtelingenverdrag niet van toepassing; nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling; de minister heeft alle documenten bij de besluitvorming betrokken; asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden; zonder verschoonbare reden te laat gemeld voor asielaanvraag; beroep ongegrond. uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.52369 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedag] 1967, van onbekende nationaliteit (Palestijns), eiseres (gemachtigde: mr. I.M. van Kuilenburg), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder, hierna: de minister (gemachtigde: mr. G.L. Wischhoff). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat het asielrelaas van eiseres. Onder 4 staat het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het besluit van 21 oktober 2025 (hierna: het bestreden besluit) deze aanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft de minister verzocht om voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling op zitting een schriftelijk standpunt in te nemen over een van de beroepsgronden van eiseres. De minister heeft aan dit verzoek voldaan. De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, H. Ball-Ponne als tolk in de taal Syrisch-Libanees en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig van de Westelijke Jordaanoever. Sinds lange tijd woont zij daar in een vluchtelingenkamp. Eiseres werkt in Israël als verpleger en kan zodoende vrij heen-en-weer reizen tussen de Westelijke Jordaanoever en Israël. In november 2023 is eiseres naar Nederland gereisd om haar ouders en broer te bezoeken. Voorafgaand aan haar vertrek naar Nederland is zij een keer aangehouden en meegenomen voor ondervraging. De schoonzoon van eiseres is ook meerdere keren benaderd met vragen over eiseres. Daarnaast kreeg eiseres meerdere oproepen om zich te melden bij de autoriteiten, welke zij heeft genegeerd. Volgens eiseres gebeurde dit allemaal omdat zij wordt verdacht van spionage voor Israël. Tijdens haar bezoek in Nederland werd eiseres gebeld door haar dochter, met wie zij samen in het vluchtelingenkamp woont. De dochter van eiseres vertelde dat de auto van eiseres in brand was gestoken en dat er mensen hun huis waren binnengevallen die op zoek waren naar eiseres. De dochter van eiseres heeft ook tegen eiseres gezegd dat ze niet terug moest komen. Eiseres heeft daarop asiel aangevraagd. Volgens eiseres kan zij niet terugkeren naar de Westelijke Jordaanoever omdat zij daar levensgevaar loopt vanwege de verdenkingen van spionage die tegen haar bestaan. Het bestreden besluit 4. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag1 niet van toepassing is op eiseres. De minister heeft vervolgens getoetst of eiseres op grond van haar asielrelaas kan worden aangemerkt als vluchteling onder artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante motieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst. 2. Problemen door werk in Israël. De minister heeft asielmotief 1 geloofwaardig geacht. De minister heeft asielmotief 2 ongeloofwaardig geacht. Daartoe heeft de minister overwogen dat eiseres haar asielrelaas niet met authentieke documenten heeft onderbouwd. Verder zijn de verklaringen van eiseres enkel gebaseerd op haar eigen vermoedens. Eiseres heeft daarnaast summier verklaard over de ondervraging van haar schoonzoon en tegenstrijdig verklaard over de oproepen die zij heeft ontvangen om zich te melden. Bovendien heeft de minister het bevreemdend geacht dat eiseres zonder problemen de Westelijke Jordaanoever is uitgereisd en dat de Palestijnse autoriteiten pas na haar vertrek naar haar op zoek zijn gegaan. Omdat eiseres zich niet binnen 48 uur heeft gemeld voor het indienen van haar asielaanvraag nadat zij door haar dochter is gebeld, heeft de minister haar aanvraag kennelijk ongegrond verklaard. 1. Verdrag betreffende de status van vluchtelingen. Valt eiseres onder artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag? Stanpunten van partijen 5. Eiseres stelt dat haar de vluchtelingenstatus toekomt op grond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag. Eiseres valt namelijk onder het mandaat van UNRWA2. Zij heeft het UNRWA-gebied door redenen buiten haar wil om verlaten, in die zin dat zij niet kan terugkeren van haar familiebezoek door een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid. Daarnaast is de bescherming van UNRWA in de praktijk opgehouden te bestaan. Zij valt daarom onder de insluitingsgrond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag. 5.1. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet onder het mandaat van UNRWA valt. Hieronder vallen alleen personen die ontheemd zijn geraakt ten gevolge van de conflicten die in 1948, in 1967 of daarna hebben plaatsgevonden, dan wel afstammelingen van deze personen. Eiseres is niet een dergelijke persoon of afstammeling daarvan, omdat zij nooit ontheemd is geraakt. Eiseres heeft bovendien verklaard dat zij UNRWA ook nooit om hulp of bijstand heeft verzocht. Daarmee is artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag in zijn geheel niet op haar van toepassing en valt eiseres dus ook niet onder de in dat artikel opgenomen insluitingsgrond. Juridisch kader 5.2. Uit artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag volgt dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is op personen die al bescherming of bijstand genieten van andere organen of instellingen dan de Hoge Commissaris van de VN (hierna: de uitsluitingsgrond). Wanneer deze bescherming of bijstand echter om welke reden dan ook is opgehouden, zonder dat de positie van zodanige personen definitief is geregeld in overeenstemming met de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN, vallen deze personen van rechtswege onder het Vluchtelingenverdrag (hierna: de insluitingsgrond). 5.3. Uit paragraaf C2/3.2.2.1 van de Vc 20003 volgt dat artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag in de praktijk van toepassing is op (stateloze) Palestijnse vreemdelingen die onder het mandaat van UNRWA vallen. Als een dergelijke vreemdeling daadwerkelijk bescherming of bijstand ontving van UNRWA kort voor of direct voorafgaand aan de indiening van zijn asielaanvraag, wordt deze op grond van de uitsluitingsgrond uitgesloten van het Vluchtelingenverdrag. De insluitingsgrond is in de praktijk van toepassing als een (stateloze) Palestijnse vreemdeling door redenen buiten zijn invloed en onafhankelijk van zijn wil het UNRWA-gebied heeft verlaten.
Volledig
Dit is het geval als UNRWA is opgehouden te bestaan, als het voor UNRWA onmogelijk is om ten aanzien van de vreemdeling in kwestie de levensomstandigheden te bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, of als er sprake is van een persoonlijk situatie van ernstige onveiligheid. 5.4. Uit een brief van UNRWA aan de Hoge Commissaris van de VN die eiseres op zitting heeft overgelegd volgt dat: 2 United Nations Relief and Works Agency. 3 Vreemdelingencirculaire 2000. “UNRWA is mandated by the UN General Assembly to serve ‘Palestine refugees’. This term was defined in 1952 as any person whose ‘normal place of residence was Palestine during the period 1 June 1946 to 15 May 1948 and who lost both home and means of livelihood as a result of the 1948 conflict.’ (…). In addition to Palestine refugees, the UN General Assembly has also mandated UNRWA to offer services to certain other persons who require humanitarian assistance, on an emergency basis as and when required, in UNRWA fields of operations. Notably, the General Assembly has mandated the Agency to provide services to persons in the region who are currently displaced and in serious need of continued assistance as a result of the 1967 and subsequent hostilities. These persons are not registered as Palestine refugees. Only the UN General Assembly can change the mandate of UNRWA, the definition of a Palestine refugee and whom the Agency is mandated to serve.” 5.5. Het Hof4 heeft in het arrest Bolbol5 geoordeeld dat een persoon bescherming of bijstand geniet van een andere instelling dan de Hoge Commissaris van de VN, wanneer die persoon daadwerkelijk deze bescherming of bijstand heeft ingeroepen.6 Beoordeling van de grond 5.6. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de Westelijke Jordaanoever een UNRWA-mandaatgebied is. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of eiseres daadwerkelijk onder het mandaat van UNRWA valt. 5.7. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting namens eiseres verklaard dat zij en haar familie, in tegenstelling tot wat de minister stelt, wel ontheemd zijn geraakt door conflicten van na 1967. In de jaren negentig is haar familiehuis namelijk verwoest door aanvallen vanuit Israël. Dat is de reden dat zij nu al jarenlang in een vluchtelingenkamp woont. De rechtbank overweegt dat de gemachtigde van de minister deze stelling van eiseres tijdens de zitting niet heeft bestreden. Daarmee valt zij in beginsel onder het mandaat van UNRWA. 5.8. De rechtbank overweegt echter dat eiseres gedurende de procedure meermaals heeft verklaard dat zij nooit de bescherming of bijstand van de UNRWA heeft ingeroepen. Gelet op het hierboven (met name onder 5.5) geschetste juridische kader kan niet gezegd worden dat eiseres bescherming of bijstand geniet van de UNRWA. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres niet onder artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag valt. 5.9. De beroepsgrond slaagt niet. Is de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd met het Unierecht? 6. Volgens eiseres is de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling van de minister in strijd met het Unierecht. Onder de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling wordt namelijk, bij gebrek aan objectieve en authentieke documenten die het asielrelaas onderbouwen, een asielrelaas getoetst aan vijf cumulatieve voorwaarden. Zodra aan één van deze voorwaarden niet wordt voldaan, wordt het asielrelaas beoordeeld als niet geloofwaardig. Dit terwijl op 4 Hof van Justitie van de Europese Unie. 5 Arrest van het Hof van 17 juni 2010, zaaknummer C‑31/09. 6 Onder 53. grond van het Unierecht altijd een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moet plaatsvinden waarbij alle documenten, dus ook niet-objectieve en niet-authentieke documenten, in samenhang met de verklaringen van de vreemdeling moeten worden beoordeeld. Eiseres wijst op de prejudiciële vragen die aan het Hof zijn gesteld door deze rechtbank, zittingsplaats Roermond op 7 januari 20257. 6.1. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling per definitie in strijd is met het Unierecht. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 november 20258, waarin zij al eerder tot dit oordeel kwam. De gemachtigde van de minister heeft op de zitting ook toegelicht dat de vijf voorwaarden niet zo streng worden gehanteerd als eiseres stelt en dat er nog steeds altijd een integrale eindbeoordeling wordt gemaakt. Ook in deze zaak is dat het geval geweest. Nadat door de minister was vastgesteld dat eiseres geen objectieve en authentieke documenten had overgelegd, zijn namelijk alsnog de door eiseres overgelegde (niet-objectieve en niet-authentieke) documenten en de verklaringen van eiseres in samenhang beoordeeld. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister ten onrechte de door eiseres overgelegde documenten niet bij het onderzoek betrokken? 7. Volgens eiseres heeft de minister ten onrechte de door haar overgelegde kopieën van getuigenverklaringen niet betrokken bij de besluitvorming. De minister had er rekening mee moeten houden dat het niet mogelijk is om de originelen op te laten sturen, nu postverkeer van en naar de Westelijke Jordaanoever niet mogelijk is. 7.1. De rechtbank overweegt dat de minister de kopieën van de getuigenverklaringen wel bij de besluitvorming heeft betrokken. De minister heeft zich in het voornemen op het standpunt gesteld dat getuigenverklaringen van vrienden en buren niet-verifieerbare documenten uit niet-objectieve bronnen zijn. Er kan niet worden vastgesteld of de getuigenverklaringen echt afkomstig zijn van de personen die deze hebben ondertekend en of deze ook op waarheid berusten. In het bestreden besluit is de minister bij dit standpunt gebleven. De rechtbank kan dit standpunt van de minister volgen, zowel voor wat betreft de originele verklaringen als de kopieën daarvan. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister de verklaringen van eiseres mogen beoordelen als ongeloofwaardig? 8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister haar verklaringen ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Eiseres betwist dat haar verklaringen enkel op vermoedens zijn gebaseerd. Zij heeft zich gebaseerd op haar eigen ervaringen en de verklaringen van betrouwbare derden, te weten haar dochter en haar schoonzoon. De verklaringen van eiseres komen bovendien overeen met de algemeen bekende modus operandi van Hamas. Uit de foto’s en video’s van de autobrand blijkt daarnaast dat deze brandstichting een doelgerichte actie was. Dat eiseres tot slot niet volledig kon verklaren over de ondervraging van haar schoonzoon komt voort uit bewijsnood en de persoonlijke situatie van eiseres. 7 ECLI:NL:RBDHA:2025:136. 8 ECLI:NL:RBDHA:2025:27281, onder 7.1. 8.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister de verklaringen van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat de verklaringen van eiseres, dat Hamas het op haar gemunt heeft en dat de autobrand een doelgerichte actie was die daarop duidt, uitsluitend zijn gebaseerd op haar eigen vermoedens. Voor de stelling dat de verklaringen van eiseres overeenkomen met de algemeen bekende modus operandi van Hamas heeft eiseres geen onderbouwing gegeven. Hetzelfde geldt voor de stelling dat uit het beeldmateriaal van de autobrand zou blijken dat het gaat om een doelgerichte actie. Verder heeft de minister ook mogen betrekken dat eiseres zeer summier heeft verklaard over de oproepen die zij stelt te hebben ontvangen. Hetzelfde geldt voor de verklaringen van eiseres over de ondervragingen van haar schoonzoon. Eiseres heeft niet toegelicht in welke zin bewijsnood en haar persoonlijke situatie haar hebben belemmerd om volledig over de ondervragingen van haar schoonzoon te verklaren. De beroepsgrond slaagt niet. Mocht de minister aan eiseres tegenwerpen dat zij zich te laat heeft gemeld voor haar asielaanvraag? 9. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte aan haar tegenwerpt dat zij zich niet binnen 48 uur heeft gemeld voor haar asielaanvraag vanaf het moment dat zij wist dat zij asiel wilde gaan aanvragen.