Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-13
ECLI:NL:RBDHA:2026:11874
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,505 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 text/xml public 2026-05-18T17:00:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-13 NL26.10152 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 text/html public 2026-05-15T09:16:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 Rechtbank Den Haag , 13-05-2026 / NL26.10152 Asiel, Turkije, beleidswijziging, politieke overtuiging, militaire dienstplicht, ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL26.10152 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.E. Muller), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. Y. Verheugt). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde problemen met de Turkse autoriteiten ongeloofwaardig zijn. Ook deelt de rechtbank het standpunt van de minister dat eisers politieke overtuiging niet sterk is. Verder is niet gebleken van een gegronde vrees voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging en/of de militaire dienstplicht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Turkse nationaliteit. Eiser is opgegroeid in een Gülenistisch gezin, waardoor hij vanaf jonge leeftijd in aanraking kwam met deze politieke overtuiging. Eiser heeft in Turkije deelgenomen aan verschillende activiteiten van de beweging, zo hielp eiser met het inzamelen van geld en was hij betrokken bij Sohbets en braderieën. Eisers ouders zijn opgepakt en vervolgd vanwege hun banden met de Gülenbeweging. Eisers moeder heeft vastgezeten en zijn vader is voorwaardelijk vrijgelaten. De veroordeling van zijn moeder is inmiddels bekrachtigd. Verder is eisers moeder bedreigd door de politie dat haar zoon zou worden lastiggevallen op het moment dat hij meerderjarig zou worden. Eiser is daarom na zijn achttiende verjaardag gevlucht uit Turkije. Eiser vreest dat hij bij terugkeer, wordt opgepakt door de Turkse autoriteiten omdat zijn naam voorkomt in het strafrechtelijke dossier van zijn moeder. Ook vreest hij voor vervolging omdat hij deserteur is. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. de militaire dienstplicht; 3. de ondervonden problemen vanwege eisers politieke overtuiging. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. De minister acht het geloofwaardig dat eiser zijn militaire dienstplicht niet heeft vervuld. De ondervonden problemen vanwege eisers politieke overtuiging acht de minister ongeloofwaardig. De geloofwaardige asielmotieven (identiteit, nationaliteit en herkomst, niet vervullen militaire dienstplicht en eisers politieke overtuiging) leveren volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging op. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Beleidswijziging 5. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft beoordeeld aan de hand van het wijzigingsbesluit vreemdelingencirculaire (WBV) 2025/10. Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 25 oktober 2023 en door het niet tijdig beslissen ondervindt eiser nadeel. Onder het vorige beleid, waren Gülenisten namelijk aangemerkt als een kwetsbare groep. 5.1. In het bestreden besluit heeft de minister het in WBV 2025/10 opgenomen beleid toegepast. Het beleid is gewijzigd en het staat de minister in beginsel vrij om beleid te wijzigen naar ander aanvaardbaar beleid. Een dergelijke beleidswijziging kan berusten op een wijziging in de feitelijke situatie, maar ook op een gewijzigde beoordeling van de veiligheidssituatie of verband houden met een beleidsmatige afweging. 5.2. Met de beleidswijziging van 1 december 2023 kwam het ruimere beoordelingskader ten aanzien van (toegedichte) Gülenaanhangers te vervallen, wat inhield dat ook bij het ontbreken van geringe indicaties al snel een risico op vervolging werd aangenomen. Met WBV 2025/10 is dit beleid gehandhaafd. De rechtbank is van oordeel dat deze beleidswijziging niet onredelijk is. Hiervoor verwijst de rechtbank naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 14 januari 2026 en de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2026. Hierin is geoordeeld dat de minister op basis van de ambtsberichten van 2023 en 2025 tot de beleidswijziging van 1 december 2023 heeft kunnen komen. De minister stelt bovendien terecht dat niet vaststaat dat wanneer eisers asielaanvraag op basis van het oude beleid zou zijn beoordeeld, hij wel een verblijfsvergunning zou hebben gekregen. Eiser heeft dit ook niet als zodanig onderbouwd. De minister stelt daarnaast terecht dat asielaanvragen beoordeeld moeten worden aan de hand van het nieuwste landenbeleid. Dat de minister de beslistermijn heeft overschreden heeft verder geen invloed op de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. De minister dient namelijk een aanvraag te toetsen aan het momenteel geldende beleid en wetgeving. Problemen vanwege eisers politieke overtuiging 6. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat eisers problemen niet zijn onderbouwd. Uit de overgelegde documenten volgt dat eisers familieleden strafrechtelijk zijn vervolgd in Turkije vanwege hun politieke overtuiging. Vele van de documenten komen uit de E-Devlet en zijn dus authentiek. De ouders van eiser hebben in Duitsland verblijfsrecht gekregen. In deze documenten wordt de naam van eiser genoemd. Eiser staat hierdoor in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten. De minister had deze factoren in samenhang moeten toetsen. 6.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser ondervonden problemen vanwege zijn politieke overtuiging niet geloofwaardig zijn. De rechtbank stelt voorop dat de minister eisers politieke overtuiging en de door hem verrichtte activiteiten geloofwaardig acht. Eiser is opgegroeid in een Gülenistisch gezin, heeft deelgenomen aan Sohbets, braderieën en heeft geld ingezameld. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met documenten die de ondervonden problemen vanwege zijn politieke overtuiging volledig onderbouwen. In een van de documenten van eisers moeder (een vonnis uit 2017) wordt weliswaar door eisers moeder eisers naam genoemd als haar zoon, maar uit dit document volgt niet dat eiser persoonlijk problemen heeft ondervonden. Ook uit de overige strafrechtelijke documenten van eisers ouders volgt niet dat eiser persoonlijk problemen heeft ondervonden. Daarbij komt dat het vonnis van eisers moeder een document afkomstig uit 2017 betreft, eiser toen 12 jaar oud was en hij tot 2023 zonder problemen in Turkije heeft verbleven en in 2023 Turkije zonder problemen legaal heeft verlaten. In de overige overgelegde documenten wordt eiser niet genoemd. Politieke overtuiging en de vrees voor vervolging 7.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 text/xml public 2026-05-18T17:00:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-13 NL26.10152 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 text/html public 2026-05-15T09:16:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11874 Rechtbank Den Haag , 13-05-2026 / NL26.10152 Asiel, Turkije, beleidswijziging, politieke overtuiging, militaire dienstplicht, ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL26.10152 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.E. Muller), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. Y. Verheugt). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde problemen met de Turkse autoriteiten ongeloofwaardig zijn. Ook deelt de rechtbank het standpunt van de minister dat eisers politieke overtuiging niet sterk is. Verder is niet gebleken van een gegronde vrees voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging en/of de militaire dienstplicht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Turkse nationaliteit. Eiser is opgegroeid in een Gülenistisch gezin, waardoor hij vanaf jonge leeftijd in aanraking kwam met deze politieke overtuiging. Eiser heeft in Turkije deelgenomen aan verschillende activiteiten van de beweging, zo hielp eiser met het inzamelen van geld en was hij betrokken bij Sohbets en braderieën. Eisers ouders zijn opgepakt en vervolgd vanwege hun banden met de Gülenbeweging. Eisers moeder heeft vastgezeten en zijn vader is voorwaardelijk vrijgelaten. De veroordeling van zijn moeder is inmiddels bekrachtigd. Verder is eisers moeder bedreigd door de politie dat haar zoon zou worden lastiggevallen op het moment dat hij meerderjarig zou worden. Eiser is daarom na zijn achttiende verjaardag gevlucht uit Turkije. Eiser vreest dat hij bij terugkeer, wordt opgepakt door de Turkse autoriteiten omdat zijn naam voorkomt in het strafrechtelijke dossier van zijn moeder. Ook vreest hij voor vervolging omdat hij deserteur is. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. de militaire dienstplicht; 3. de ondervonden problemen vanwege eisers politieke overtuiging. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. De minister acht het geloofwaardig dat eiser zijn militaire dienstplicht niet heeft vervuld. De ondervonden problemen vanwege eisers politieke overtuiging acht de minister ongeloofwaardig. De geloofwaardige asielmotieven (identiteit, nationaliteit en herkomst, niet vervullen militaire dienstplicht en eisers politieke overtuiging) leveren volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging op. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is. Beleidswijziging 5. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft beoordeeld aan de hand van het wijzigingsbesluit vreemdelingencirculaire (WBV) 2025/10. Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 25 oktober 2023 en door het niet tijdig beslissen ondervindt eiser nadeel. Onder het vorige beleid, waren Gülenisten namelijk aangemerkt als een kwetsbare groep. 5.1. In het bestreden besluit heeft de minister het in WBV 2025/10 opgenomen beleid toegepast. Het beleid is gewijzigd en het staat de minister in beginsel vrij om beleid te wijzigen naar ander aanvaardbaar beleid. Een dergelijke beleidswijziging kan berusten op een wijziging in de feitelijke situatie, maar ook op een gewijzigde beoordeling van de veiligheidssituatie of verband houden met een beleidsmatige afweging. 5.2. Met de beleidswijziging van 1 december 2023 kwam het ruimere beoordelingskader ten aanzien van (toegedichte) Gülenaanhangers te vervallen, wat inhield dat ook bij het ontbreken van geringe indicaties al snel een risico op vervolging werd aangenomen. Met WBV 2025/10 is dit beleid gehandhaafd. De rechtbank is van oordeel dat deze beleidswijziging niet onredelijk is. Hiervoor verwijst de rechtbank naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 14 januari 2026 en de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2026. Hierin is geoordeeld dat de minister op basis van de ambtsberichten van 2023 en 2025 tot de beleidswijziging van 1 december 2023 heeft kunnen komen. De minister stelt bovendien terecht dat niet vaststaat dat wanneer eisers asielaanvraag op basis van het oude beleid zou zijn beoordeeld, hij wel een verblijfsvergunning zou hebben gekregen. Eiser heeft dit ook niet als zodanig onderbouwd. De minister stelt daarnaast terecht dat asielaanvragen beoordeeld moeten worden aan de hand van het nieuwste landenbeleid. Dat de minister de beslistermijn heeft overschreden heeft verder geen invloed op de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. De minister dient namelijk een aanvraag te toetsen aan het momenteel geldende beleid en wetgeving. Problemen vanwege eisers politieke overtuiging 6. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat eisers problemen niet zijn onderbouwd. Uit de overgelegde documenten volgt dat eisers familieleden strafrechtelijk zijn vervolgd in Turkije vanwege hun politieke overtuiging. Vele van de documenten komen uit de E-Devlet en zijn dus authentiek. De ouders van eiser hebben in Duitsland verblijfsrecht gekregen. In deze documenten wordt de naam van eiser genoemd. Eiser staat hierdoor in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten. De minister had deze factoren in samenhang moeten toetsen. 6.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser ondervonden problemen vanwege zijn politieke overtuiging niet geloofwaardig zijn. De rechtbank stelt voorop dat de minister eisers politieke overtuiging en de door hem verrichtte activiteiten geloofwaardig acht. Eiser is opgegroeid in een Gülenistisch gezin, heeft deelgenomen aan Sohbets, braderieën en heeft geld ingezameld. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met documenten die de ondervonden problemen vanwege zijn politieke overtuiging volledig onderbouwen. In een van de documenten van eisers moeder (een vonnis uit 2017) wordt weliswaar door eisers moeder eisers naam genoemd als haar zoon, maar uit dit document volgt niet dat eiser persoonlijk problemen heeft ondervonden. Ook uit de overige strafrechtelijke documenten van eisers ouders volgt niet dat eiser persoonlijk problemen heeft ondervonden. Daarbij komt dat het vonnis van eisers moeder een document afkomstig uit 2017 betreft, eiser toen 12 jaar oud was en hij tot 2023 zonder problemen in Turkije heeft verbleven en in 2023 Turkije zonder problemen legaal heeft verlaten. In de overige overgelegde documenten wordt eiser niet genoemd. Politieke overtuiging en de vrees voor vervolging 7.
Volledig
Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat hij geen vrees heeft voor vervolging vanwege zijn betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Eiser stelt dat zijn politieke overtuiging sterk. Eiser heeft verklaard over wat de beweging voor hem betekent, dat hij is opgegroeid in een gezin waar de Gülenbeweging centraal stond, dat hij mee heeft gedaan aan activiteiten en dat het zijn levensovertuiging is. Ook in Nederland heeft hij activiteiten verricht. Zo is hij lid van een WhatsAppgroep en spreken zij maandelijks af. Eiser staat hierdoor in de negatieve belangstelling. Verder heeft de minister niet getoetst aan de houding van potentiële actoren van vervolging in Turkije. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is het met de minister eens dat niet is gebleken van een gegronde vrees voor vervolging vanwege eisers politieke overtuiging. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen heeft de minister de problemen die eiser vanwege zijn politieke overtuiging stelt te hebben met de Turkse autoriteiten niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een sterke politieke overtuiging heeft. Eiser heeft namelijk niet diepgaand verklaard over het Gülenisme en waarom het persoonlijk van belang is voor hem. Aangezien eiser is opgegroeid met het Gülen gedachtegoed mag de minister verwachten dat eiser meer diepgaand kan verklaren over zijn persoonlijke beweegreden om te behoren bij de Gülenbeweging. De rechtbank volgt de minister verder in zijn standpunt dat eisers activiteiten in Nederland, deelname aan lezingen en het offerfeest, het afspreken met mensen op basis van een WhatsAppgroep en lezen over de beweging, gering zijn en evenmin aantonen dat eiser een sterke politieke overtuiging heeft. 7.2. Verder is de rechtbank het met de minister eens dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat bij de Turkse autoriteiten. Hiervoor zijn ook geen concrete indicaties. Eiser heeft namelijk zonder problemen kunnen wonen in Turkije en heeft zonder problemen Turkije in 2023 legaal verlaten. Eiser heeft verklaard dat zijn ouders zijn bedreigd. Zij moesten de namen van gebruikers van ByLock noemen en als zij dat niet deden zouden de politieagenten het leven van hun zoon op zijn achttiende zuur maken. Eiser heeft deze bedreiging gelinkt aan zichzelf. Eiser heeft echter een oudere broer die eerder dan hem achttien jaar is geworden. Niet is gebleken dat waar de autoriteiten het over ‘de zoon’ hadden, zij het over eiser hadden. Eiser heeft verder ook niet verklaard dat hij naar aanleiding van deze bedreiging problemen heeft gehad. Ook eisers broer heeft toen hij meerderjarig was zonder problemen samen met zijn ouders in Turkije verbleven. Eiser heeft ook met zijn verklaring dat de autoriteiten bij zijn oma langs zijn geweest en naar hem en zijn ouders hebben gevraagd niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat. Eiser heeft verklaard dat hij via zijn vader heeft gehoord dat politieagenten in civiele kleding bij zijn oma langs zijn geweest en naar hem en zijn ouders hebben gevraagd. Niet is gebleken hoe eisers oma wist dat het agenten waren in civiele kleding. Ook de reden waarom zij aan de deur zijn geweest, wist eiser niet. Eiser heeft naar aanleiding van zijn activiteiten en de veroordeling van zijn ouders zelf geen problemen ondervonden. Eiser heeft verder verklaard dat hij zich bij terugkeer politiek wil uiten. In het verleden heeft eiser vanwege zijn verrichte activiteiten echter geen problemen ondervonden. In Nederland is eiser niet heel actief, zodat niet valt in te zien dat eiser bij terugkeer door het verrichten van dezelfde activiteiten problemen zal ondervinden. Militaire dienstplicht en de vrees voor vervolging 8. Eiser betoogt dat de minister onterecht stelt dat hij geen vrees voor vervolging heeft vanwege de militaire dienstplicht. De minister stelt ten onrechte dat eiser niet staat geregistreerd als deserteur. 8.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt voorop dat de verklaringen van eiser over de militaire dienstplicht en dat hij de militaire dienstplicht niet heeft vervuld geloofwaardig zijn. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser niet als deserteur of dienstplichtweigeraar kan worden aangemerkt en dat er dan ook geen vrees voor vervolging is. Eiser is in 2023 Turkije legaal uitgereisd. Hij had toen niet de leeftijd om de militaire dienstplicht te vervullen. De autoriteiten zijn op de hoogte dat eiser niet in Turkije is en de dienstplicht daarom niet kan vervullen. Eiser had toen hij in Turkije verbleef nog niet de dienstplichtige leeftijd en heeft daarom geen oproep gekregen. Dat eiser vreest opgepakt te worden omdat hij niet heeft gediend, wordt niet gevolgd. Als eiser bij terugkeer naar Turkije wordt gecontroleerd, is hij niet aan te merken als dienstplichtweigeraar of deserteur. Eiser vertelde dat hij in E-Devlet geregistreerd stond als deserteur. Hier zijn echter geen documenten van overgelegd. Verder stelt de minister terecht dat uit eisers verklaringen niet volgt dat hij bezwaar heeft om de dienstplicht te vervullen. Conclusie en gevolgen 9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. WBV 2023/24. ECLI:NL:RBDHA:2026:643. Algemeen ambtsbericht Turkije van het ministerie van Binnenlandse zaken van augustus 2023 en februari 2025. ECLI:NL:RVS:2026:1607. ECLI:NL: RVS:2019:433 en ECLI:NL:RBDHA:2024:17067. E-devlet is een elektronisch systeem dat door de Turkse overheid is opgericht. Het fungeert als een digitale toegangspoort voor overheidsdiensten. EUAA Practical Guide on Political Opinion (paragraaf 3.6.2 e.v.), Hierbij wordt verwezen naar Informatiebericht (IB) 2024/10. Pagina 19 nader gehoor.
Volledig
Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat hij geen vrees heeft voor vervolging vanwege zijn betrokkenheid bij de Gülenbeweging. Eiser stelt dat zijn politieke overtuiging sterk. Eiser heeft verklaard over wat de beweging voor hem betekent, dat hij is opgegroeid in een gezin waar de Gülenbeweging centraal stond, dat hij mee heeft gedaan aan activiteiten en dat het zijn levensovertuiging is. Ook in Nederland heeft hij activiteiten verricht. Zo is hij lid van een WhatsAppgroep en spreken zij maandelijks af. Eiser staat hierdoor in de negatieve belangstelling. Verder heeft de minister niet getoetst aan de houding van potentiële actoren van vervolging in Turkije. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is het met de minister eens dat niet is gebleken van een gegronde vrees voor vervolging vanwege eisers politieke overtuiging. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen heeft de minister de problemen die eiser vanwege zijn politieke overtuiging stelt te hebben met de Turkse autoriteiten niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een sterke politieke overtuiging heeft. Eiser heeft namelijk niet diepgaand verklaard over het Gülenisme en waarom het persoonlijk van belang is voor hem. Aangezien eiser is opgegroeid met het Gülen gedachtegoed mag de minister verwachten dat eiser meer diepgaand kan verklaren over zijn persoonlijke beweegreden om te behoren bij de Gülenbeweging. De rechtbank volgt de minister verder in zijn standpunt dat eisers activiteiten in Nederland, deelname aan lezingen en het offerfeest, het afspreken met mensen op basis van een WhatsAppgroep en lezen over de beweging, gering zijn en evenmin aantonen dat eiser een sterke politieke overtuiging heeft. 7.2. Verder is de rechtbank het met de minister eens dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat bij de Turkse autoriteiten. Hiervoor zijn ook geen concrete indicaties. Eiser heeft namelijk zonder problemen kunnen wonen in Turkije en heeft zonder problemen Turkije in 2023 legaal verlaten. Eiser heeft verklaard dat zijn ouders zijn bedreigd. Zij moesten de namen van gebruikers van ByLock noemen en als zij dat niet deden zouden de politieagenten het leven van hun zoon op zijn achttiende zuur maken. Eiser heeft deze bedreiging gelinkt aan zichzelf. Eiser heeft echter een oudere broer die eerder dan hem achttien jaar is geworden. Niet is gebleken dat waar de autoriteiten het over ‘de zoon’ hadden, zij het over eiser hadden. Eiser heeft verder ook niet verklaard dat hij naar aanleiding van deze bedreiging problemen heeft gehad. Ook eisers broer heeft toen hij meerderjarig was zonder problemen samen met zijn ouders in Turkije verbleven. Eiser heeft ook met zijn verklaring dat de autoriteiten bij zijn oma langs zijn geweest en naar hem en zijn ouders hebben gevraagd niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat. Eiser heeft verklaard dat hij via zijn vader heeft gehoord dat politieagenten in civiele kleding bij zijn oma langs zijn geweest en naar hem en zijn ouders hebben gevraagd. Niet is gebleken hoe eisers oma wist dat het agenten waren in civiele kleding. Ook de reden waarom zij aan de deur zijn geweest, wist eiser niet. Eiser heeft naar aanleiding van zijn activiteiten en de veroordeling van zijn ouders zelf geen problemen ondervonden. Eiser heeft verder verklaard dat hij zich bij terugkeer politiek wil uiten. In het verleden heeft eiser vanwege zijn verrichte activiteiten echter geen problemen ondervonden. In Nederland is eiser niet heel actief, zodat niet valt in te zien dat eiser bij terugkeer door het verrichten van dezelfde activiteiten problemen zal ondervinden. Militaire dienstplicht en de vrees voor vervolging 8. Eiser betoogt dat de minister onterecht stelt dat hij geen vrees voor vervolging heeft vanwege de militaire dienstplicht. De minister stelt ten onrechte dat eiser niet staat geregistreerd als deserteur. 8.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt voorop dat de verklaringen van eiser over de militaire dienstplicht en dat hij de militaire dienstplicht niet heeft vervuld geloofwaardig zijn. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser niet als deserteur of dienstplichtweigeraar kan worden aangemerkt en dat er dan ook geen vrees voor vervolging is. Eiser is in 2023 Turkije legaal uitgereisd. Hij had toen niet de leeftijd om de militaire dienstplicht te vervullen. De autoriteiten zijn op de hoogte dat eiser niet in Turkije is en de dienstplicht daarom niet kan vervullen. Eiser had toen hij in Turkije verbleef nog niet de dienstplichtige leeftijd en heeft daarom geen oproep gekregen. Dat eiser vreest opgepakt te worden omdat hij niet heeft gediend, wordt niet gevolgd. Als eiser bij terugkeer naar Turkije wordt gecontroleerd, is hij niet aan te merken als dienstplichtweigeraar of deserteur. Eiser vertelde dat hij in E-Devlet geregistreerd stond als deserteur. Hier zijn echter geen documenten van overgelegd. Verder stelt de minister terecht dat uit eisers verklaringen niet volgt dat hij bezwaar heeft om de dienstplicht te vervullen. Conclusie en gevolgen 9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. WBV 2023/24. ECLI:NL:RBDHA:2026:643. Algemeen ambtsbericht Turkije van het ministerie van Binnenlandse zaken van augustus 2023 en februari 2025. ECLI:NL:RVS:2026:1607. ECLI:NL: RVS:2019:433 en ECLI:NL:RBDHA:2024:17067. E-devlet is een elektronisch systeem dat door de Turkse overheid is opgericht. Het fungeert als een digitale toegangspoort voor overheidsdiensten. EUAA Practical Guide on Political Opinion (paragraaf 3.6.2 e.v.), Hierbij wordt verwezen naar Informatiebericht (IB) 2024/10. Pagina 19 nader gehoor.