Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:7802
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,862 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2701
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. 't Hart).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om afgifte van een EASA medisch certificaat 3.
1.1.
Verweerder heeft dit besluit (het primaire besluit) op 7 september 2023 genomen. Met het bestreden besluit van 22 februari 2024 is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder vergezeld door [naam 1] en [naam 2] .
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is werkzaam bij Defensie en geplaatst bij de Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) in de functie van Junior Radar Controller (hierna: luchtverkeersleider). In die hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor de veilige afhandeling van het militaire vliegverkeer rondom een vliegveld. In december 2017 is de eerste stap gezet om de CLSK samen te voegen met de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), de instantie die zich bezighoudt met de luchtverkeersleiding in het Nederlandse civiele luchtruim en op de Nederlandse civiele luchthavens. Binnen het ministerie van Defensie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bestaat het voornemen om dit samenwerkingsverband verder te integreren, waarbij de nationale taak voor luchtverkeersdienstverlening door één dienst, namelijk 1ATM, wordt uitgevoerd. Door deze aanstaande samenvoeging moeten onder andere militaire luchtverkeersleiders zoals eiser op een gegeven moment hun huidige militaire medisch certificaat Klasse 3 laten vervangen door een European Aviation Safety Commission (EASA) medisch certificaat 3. 1ATM is, net als de LVNL, echter gebonden aan specifieke Europese wetgeving, die andere, striktere medische eisen stelt aan de functiegeschiktheid dan de wetgeving waar de CLSK en daarmee indirect ook eiser op dit moment nog aan is gebonden.
2.1.
In het kader van zijn verzoek om een afgifte van een EASA medisch certificaat 3, die hij heeft ingediend in opdracht van zijn werkgever, heeft eiser op 22 augustus 2023 bij het Centrum voor Mens en Luchtvaart in Soesterberg een initiële EASA keuring Klasse 3 ondergaan. Uit de bevindingen van dit onderzoek is gebleken dat eiser lijdt aan deuteranomalie, een vorm van kleurenblindheid. Daarmee voldoet hij niet aan de eis van normaal trichromatisch zicht die volgt uit de geldende regelgeving. Verweerder heeft het verzoek van eiser om afgifte van een EASA medisch certificaat 3 onder verwijzing naar de bevindingen van het onderzoek van 22 augustus 2023 afgewezen.
2.2.
Naar aanleiding van het door eiser tegen het primaire besluit ingestelde bezwaar heeft medisch beoordelaar drs. [naam 3] de zaak van eiser voorgelegd aan een onafhankelijke commissie van adviseurs (OMA’s). De OMA’s hebben in hun advies gesteld dat de van toepassing zijnde wet- en regelgeving dwingendrechtelijk van aard is en geen mogelijkheid bestaat om hiervan af te wijken. [naam 3] heeft zich ervan vergewist dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving en zag geen reden om van dit advies af te wijken. Onder verwijzing naar deze conclusie van [naam 3] heeft verweerder het primaire besluit met het bestreden besluit gehandhaafd.
2.3.
Deze zaak gaat uitsluitend over de vraag of eiser procesbelang heeft bij dit beroep. Dit betekent dat de rechtbank in deze uitspraak geen oordeel zal geven over de inhoudelijke standpunten die partijen naar voren hebben gebracht ten aanzien van de afwijzing van het verzoek van eiser.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser stelt in de eerste plaats dat de naderende samenvoeging tot 1ATM niet relevant is voor de vraag of hij procesbelang heeft bij het beroep. Door het afwijzende besluit van verweerder is het voor hem namelijk niet meer mogelijk om bij andere luchtverkeersleidinginstanties in Europa aan de slag te gaan. Alleen hierom kan er al procesbelang worden aangenomen, temeer nu eiser en zijn partner de wens hebben om in de nabije toekomst in het buitenland te gaan wonen en te werken.
Ook als het oordeel van de rechtbank zou zijn dat de naderende samenvoeging tot 1ATM wél relevant is, meent eiser dat er sprake is van procesbelang. Hij wijst erop dat generaal [naam 4] , de plaatsvervangend commandant luchtstrijdkrachten, tijdens een gesprek op 19 februari 2025 heeft aangegeven dat de integratie voor wat betreft de radarverkeersleiding op 1 oktober 2025 zal worden volbracht. Dit betekent dat eiser vanaf dat moment geen werkzaamheden meer mag verrichten als luchtverkeersleider zonder een EASA medisch certificaat 3. Als hij voor een periode van meer dan 90 dagen geen werkzaamheden verricht, worden bovendien zijn behaalde brevetten ongeldig verklaard. Verder heeft verweerder hem opgedragen om vanwege de naderende integratiedatum een EASA keuring Klasse 3 te ondergaan. Als eiser geen rechtsmiddelen had aangewend tegen de daaropvolgende afwijzing van zijn verzoek, dan had dit besluit in rechte vastgestaan en was er voor hem geen mogelijkheid meer geweest om nog een EASA medisch certificaat 3 te verkrijgen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij dit beroep. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
4.1.
Zoals de hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld in haar uitspraak van 28 mei 2021, hoeft de bestuursrechter een bij hem ingediend beroep alleen inhoudelijk te beoordelen als dit van betekenis is voor de beslechting van het geschil over het voorliggende besluit. Daarbij geldt dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis moet zijn. Met andere woorden, de indiener dient een actueel en reëel belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Anders dan verweerder in het verweerschrift heeft gesteld, moet de vraag of sprake is van procesbelang worden beantwoord naar de stand van zaken op het moment waarop het beroep wordt beoordeeld.
4.2.
Ten aanzien van het betoog van eiser dat alleen al procesbelang kan worden aangenomen vanwege het feit dat hij door het afwijzende besluit niet kan gaan werken voor andere luchtverkeersleidinginstanties binnen Europa, overweegt de rechtbank als volgt. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat een voornemen zonder begin van uitvoering onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van een voldoende concreet belang dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Op de zitting heeft eiser aangegeven dat zijn plan om te gaan wonen en werken bij een luchtverkeersleidinginstantie elders in Europa in afwachting van de uitkomst van deze procedure nog in de ijskast staat. Van een begin van uitvoering van dit voornemen is dus nog geen sprake. Dat betekent dat eiser aan deze omstandigheid geen procesbelang bij dit beroep kan ontlenen.
4.3.
Verder heeft verweerder op de zitting toegelicht dat de integratie van de CLSK en de LVNL tot 1ATM momenteel met onbepaalde tijd is verlengd en het zeker nog 3 tot 5 jaar zal duren voordat deze plaats zal vinden. Daardoor is het nog niet bekend op welke wijze de samenvoeging concreet zal plaatsvinden en daarmee ook niet op welke wijze militaire medewerkers van Defensie overgaan en of er overgangsregels voor hen gaan gelden. Dat de integratie van het onderdeel van de radarverkeersleiding in afwijking van deze uitleg al op 1 oktober 2025 zal worden volbracht, zoals eiser in beroep heeft betoogd, heeft hij niet met concrete stukken aannemelijk gemaakt. Verder heeft verweerder onweersproken gesteld dat de geldigheid van de keuring die hij op 22 augustus 2023 heeft ondergaan, op 22 augustus 2025 verloopt en hij vanaf dat moment weer een nieuw verzoek om afgifte van een EASA medisch certificaat 3 kan indienen. Tegen die achtergrond ziet de rechtbank niet in waarom eiser geen nieuw verzoek kan indienen op het moment dat de uitwerking van de samenvoeging tot 1ATM concreter wordt en de gevolgen hiervan in zijn situatie bekend zijn. Eiser kan namelijk voorlopig nog werkzaam blijven als luchtverkeersleider bij het CLSK, in welke hoedanigheid hij beschikt over een geldig militair medisch certificaat Klasse 3. Daarbij volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling dat hij gedurende een langere periode geen werkzaamheden zal kunnen verrichten als de samenvoeging eenmaal plaatsvindt.
Conclusie
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
In dit geval de Verordening (EU) nr. 2015/340 en de Verordening (EU) nr. 2017//373.
Zie in dit verband de voorschriften ATCO.MED.B.075, AMC1 ATCO.MED.B.075 en GM1 ATCO.MED.B.075 uit de Acceptable Means of Compliance (AMC) and Guidance Material (GM) to Part ATCO.MED van de European Aviation Safety Commission (EASA), behorende bij het voorschrift ATCO.MED.B.005 uit Bijlage IV subdeel A van de Verordening (EU) 2015/340.
ECLI:NL:RVS:2021:1145.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2074.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3757.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 november 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU5846.