Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:6021
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,110 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11470530 MB VERZ 24-8672
Uitspraakdatum : 7 april 2025
Dictum
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: Adviesbureau Skandara.
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. De gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd, vernietigd en het verzoek van de gemachtigde tot vergoeding van de proceskosten toegewezen. Tegen de beslissing tot het toekennen van de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting 24 maart 2025 de standpunten nader toe te lichten. De gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen. Ter zitting heeft gemachtigde gepersisteerd bij het beroepschrift.
Overwegingen
In deze zaak is alleen nog in geschil of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding heeft toegekend met toepassing van de extra factor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.
Blijkens de beslissing van 2 juli 2024 heeft de officier van justitie het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toegewezen ter hoogte van € 156,00.
Op grond van artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is de kantonrechter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Anders dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ziet de kantonrechter geen aanleiding om artikel 13a, tweede lid, van de Wahv vanwege (mogelijke) schending van het in verdragen neergelegde discriminatieverbod buiten toepassing te laten. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke en objectieve rechtvaardiging – en daarmee van een legitiem doel – om de hoogte van de proceskostenvergoeding in Wahv-zaken te verlagen ten opzichte van andere bestuursrechtelijke zaken (niet zijnde zaken op grond van de Wet WOZ en de Wet bpm). De kantonrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:1658).
De kantonrechter overweegt verder dat uit de tekst van artikel 13a, tweede lid, onder a van de Wahv blijkt dat deze factor dient te worden toegepast in alle fasen van het geding (“in verband met de behandeling van het administratief beroep dan wel het beroep bij de rechtbank”) bij vernietiging van de boete dan wel wijziging van het sanctiebedrag. Gelet op de inhoud van de zaak en de waardering heeft de officier van justitie terecht een bedrag van € 156,00 aan de gemachtigde toegekend.
Het verzoek om wijziging van de proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.A. Sturm, kantonrechter, bijgestaan door J.S Hagenaar, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.