Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:8437
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,296 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11427964 MB VERZ 24-7817
Uitspraakdatum : 2 april 2025
Dictum
in de zaak van
[betrokkene] B.V.
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 april 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene en gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 119,00 (inclusief administratiekosten) wegens stilstaan op het trottoir niet de rijbaan gebruiken) op 14 oktober 2023.
Beroepsgronden en standpunten
De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht.
Standpunt openbaar ministerie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de inleidende beschikking inmiddels is vernietigd. De reden hiervoor is een beleidsbeslissing, nu de interne termijnen niet zijn gehaald. Voorts merkt de zittingsvertegenwoordiger op dat de niet-ontvankelijkverklaring niet in de weg staat aan de toekenning van een proceskostenvergoeding.
Oordeel
Het beroep is niet-ontvankelijk.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
Vastgesteld wordt dat de initiële beschikking gelet op artikel 6:19 Awb is vernietigd door de officier van justitie. Er is derhalve geen sprake meer van een procesbelang.
Proceskosten
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt t.w.v. € 647,00;
beroepschrift kantonrechter: 1 punt t.w.v. € 907,00.
Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Anders dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ziet de kantonrechter geen aanleiding om artikel 13a, tweede lid, van de Wahv vanwege (mogelijke) schending van het in verdragen neergelegde discriminatieverbod buiten toepassing te laten en verwijst hierbij naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 22 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:1658). De kantonrechter zal daarom het bedrag in de kantonfase vermenigvuldigen met een extra factor van 0,25. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van (1 x 647,00 x 0,5) + (1 x 907,00 x 0,5 x 0,25) = 323,50 + 113,38 = € 436,88.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene, ter hoogte van € 436,88.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, kantonrechter, bijgestaan door D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11427964 MB VERZ 24-7817
Uitspraakdatum : 2 april 2025
Dictum
in de zaak van
[betrokkene] B.V.
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema (Bezwaartegenverkeersboetes.nl)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 april 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene en gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 119,00 (inclusief administratiekosten) wegens stilstaan op het trottoir niet de rijbaan gebruiken) op 14 oktober 2023.
Beroepsgronden en standpunten
De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht.
Standpunt openbaar ministerie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de inleidende beschikking inmiddels is vernietigd. De reden hiervoor is een beleidsbeslissing, nu de interne termijnen niet zijn gehaald. Voorts merkt de zittingsvertegenwoordiger op dat de niet-ontvankelijkverklaring niet in de weg staat aan de toekenning van een proceskostenvergoeding.
Oordeel
Het beroep is niet-ontvankelijk.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
Vastgesteld wordt dat de initiële beschikking gelet op artikel 6:19 Awb is vernietigd door de officier van justitie. Er is derhalve geen sprake meer van een procesbelang.
Proceskosten
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt t.w.v. € 647,00;
beroepschrift kantonrechter: 1 punt t.w.v. € 907,00.
Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Anders dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ziet de kantonrechter geen aanleiding om artikel 13a, tweede lid, van de Wahv vanwege (mogelijke) schending van het in verdragen neergelegde discriminatieverbod buiten toepassing te laten en verwijst hierbij naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 22 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:1658). De kantonrechter zal daarom het bedrag in de kantonfase vermenigvuldigen met een extra factor van 0,25. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van (1 x 647,00 x 0,5) + (1 x 907,00 x 0,5 x 0,25) = 323,50 + 113,38 = € 436,88.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene, ter hoogte van € 436,88.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, kantonrechter, bijgestaan door D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.