Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:19134
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,019 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44352
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 3 augustus 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Eiser heeft dat niet gedaan.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 18 november 2024 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1993 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 20 augustus 2024. Vervolgens is al eerder een vervolgberoep beoordeeld. Uit de uitspraak van de deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 25 september 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (25 september 2024) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds 25 september 2024 de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden van beroep heeft ingediend. De rechtbank zal daarom ambtshalve toetsen of het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is. De rechtbank stelt vast dat uit het voortgangsrapport volgt dat eiser op 3 oktober 2024 is gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van de Algerijnse autoriteiten. Op basis van de kopie van het identiteitsdocument van eiser heeft de diplomatieke vertegenwoordiging de Algerijnse nationaliteit van eiser mondeling bevestigd. Verweerder heeft verder op 22 oktober 2024 een rappel gestuurd aan de Algerijnse autoriteiten in verband met de aanvraag voor een laissez-passer voor eiser. Daarnaast is op 14 oktober 2024 met eiser een vertrekgesprek gevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank werkt verweerder hiermee voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Ook volgt hieruit dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat in het geval van eiser het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt.
5. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2024:13347.
ECLI:NL:RBDHA:2024:15340.