Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-02-16
ECLI:NL:RBDHA:2023:5134
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,602 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/4527
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. M.P. de Witte),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
verweerder
(gemachtigde: T. Eversteijn).
Procesverloop
Bij besluit van 20 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015) afgewezen.
Bij besluit van 2 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep tegen het bestreden besluit ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2023. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser, geboren op [geboortedag] 1980, heeft op 8 oktober 2019 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wajong 2015.
2. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. De besluiten berusten op het standpunt dat onvoldoende objectiveerbare medische gegevens beschikbaar zijn om de belastbaarheid van eiser te bepalen op [geboortedag] 1998, de dag waarop eiser 18 jaar is geworden.
3. Eiser stelt dat hij recht heeft op een Wajong-uitkering omdat hij al op zijn achttiende verjaardag volledig arbeidsongeschikt was. Hij voert aan dat hij vanaf de vijfde klas van de middelbare school last heeft van straatvrees en depressieve klachten die gepaard gaan met angst en paniek. De depressieve klachten zijn vastgesteld door het Riagg, en leiden volgens eiser tot klachten zoals vermoeidheid, slaapproblemen, concentratieproblemen en woede-uitbarstingen. Eiser is onder behandeling geweest bij Parnasssia. Eiser woont sinds 2018 weer bij zijn ouders omdat hij niet zelfstandig kan wonen. Hij heeft geen schooldiploma behaald en nauwelijks gewerkt omdat hij daartoe niet in staat is. Eiser is in het kader van zijn bijstandsuitkering vrijgesteld van arbeidsverplichtingen.
4. De rechtbank oordeelt als volgt.
4.1
De vraag die voorligt is of eiser op zijn achttiende verjaardag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had.
4.2
Verweerder heeft de aanvraag van eiser ter beoordeling voorgelegd aan een verzekeringsarts (de primaire verzekeringsarts). De primaire verzekeringsarts heeft eiser gezien tijdens een spreekuur, de informatie in het dossier beoordeeld en medische informatie opgevraagd bij de huisarts van eiser. De primaire verzekeringsarts concludeert in de rapportage van 8 november 2019 dat hij, gelet op zijn bevindingen tijdens het spreekuur en de beschikbare medische informatie, geen professioneel aanvaardbare en onderbouwde conclusie kan trekken ten aanzien van de belastbaarheid van eiser op zijn achttiende verjaardag.
4.3
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier van eiser bestudeerd en aanvullende informatie van de huisarts ontvangen. Uit de rapportage van 30 juni 2021 blijkt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding ziet om af te wijken van de bevindingen van de primaire verzekeringsarts. Ook volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan op basis van de beschikbare medische informatie niet meer worden vastgesteld wat de belastbaarheid van eiser was op zijn achttiende verjaardag. De overgelegde medische informatie werpt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen nieuw licht op de zaak, nu deze dateert van ruimschoots na de achttiende verjaardag van eiser en geen informatie bevat over diens belastbaarheid op die datum.
4.4
In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden tot twijfel aan de zorgvuldige totstandkoming en inhoudelijke juistheid van de medische adviezen. De adviezen zijn tot stand gekomen op basis van een gesprek van eiser met de primaire verzekeringsarts en na beoordeling van de beschikbare medische stukken. Zoals de beide verzekeringsartsen concluderen, bevatten deze medische stukken geen informatie over de door eiser gestelde psychische klachten op het moment dat hij achttien jaar werd.
4.5
De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat door tijdsverloop de medische situatie niet meer verantwoord is vast te stellen, voor risico van degene komt die (alsnog) de aanvraag doet. Hoewel eiser hiertoe door verweerder in de gelegenheid is gesteld, heeft hij geen nadere medische informatie verstrekt over behandelingen of behandelaars die ziet op de periode vóór [geboortedag] 1998.
4.6
Gelet op het voorgaande heeft verweerder het bestreden besluit mogen baseren op de adviezen van de verzekeringsartsen. Gezien die adviezen heeft verweerder terecht geconcludeerd dat onvoldoende objectiveerbare medische gegevens beschikbaar zijn om de belastbaarheid van eiser te bepalen op [geboortedag] 1998. Verweerder heeft daarom terecht vastgesteld dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.B. Brandwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wajong 2015.
CRvB 4 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1528.