Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2017-11-02
ECLI:NL:RBDHA:2017:14590
Bestuursrecht
Bodemzaak
2,521 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL17.10263 en NL 17.60264
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2017 in de zaken tussen
1. [eiser]ook genoemd: , eiser,
2. [eiseres], eiseres,mede namens hun minderjarige zoon [zoon],
hierna tezamen ‘eisers’
(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voorheen: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Procesverloop
Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eisers hebben allen de Iraanse nationaliteit. Eiser is geboren op [geboortedatum], eiseres op [geboortedatum] en hun zoon op [geboortedatum]. Op 8 augustus 2017 hebben eisers aanvragen ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
2. Eisers hebben aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd dat eiser vanwege de verdwijning van de vrouw met wie hij oorspronkelijk wilde trouwen, genaamd [naam], oppositionele activiteiten is gaan verrichten. Na haar verdwijning is eiser getrouwd met eiseres. Eiseres hangt het christelijk geloof aan, waarvan alleen haar zussen, haar oom en eiser op de hoogte waren. In verband met eisers activiteiten is er een inval bij eiser thuis geweest, waarbij een bijbel en pamfletten zijn aangetroffen. Eiser is vervolgens gedetineerd door de Iraanse geheime dienst. Hij is twee maanden later vrijgelaten onder voorwaarde dat hij als informant voor hen zou werken. Eisers zijn vervolgens met een Schengenvisum naar Nederland gereisd. In Nederland vernamen zij dat de oom van eiser, met wie hij samenwerkte, is vermoord in verband met zijn oppositionele activiteiten en dat eisers vader is gearresteerd. Ook zijn de autoriteiten ervan op de hoogte geraakt dat eiseres is bekeerd tot het christendom. Eisers hebben daarop een reisagent benaderd om hen naar het Verenigd Koninkrijk te brengen. Toen dat niet lukte hebben eisers hier te lande asiel aangevraagd.
3. Verweerder heeft de aanvraag van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de nationaliteit, identiteit en herkomst van eisers geloofwaardig. De gestelde gebeurtenissen en problemen van eisers in Iran worden echter niet geloofwaardig geacht. Daarbij hebben eisers zich niet onverwijld gemeld en komt hun verklaring omtrent het doel van hun reis naar Nederland niet overeen met het doel als vermeld bij de visumaanvraag, wat volgens verweerder eveneens afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van hun asielrelaas.
4. Op wat eisers daartegen hebben aangevoerd wordt hierna ingegaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
5. Allereerst moet worden beoordeeld of verweerder het relaas van eisers niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.
6. Verweerder heeft uitgebreid gemotiveerd waarom volgens hem het asielrelaas van eisers niet geloofwaardig is, en daarbij onder meer gewezen op het volgende.
Ten eerste is eisers visum op andere gronden aangevraagd dan eisers hebben verklaard. Volgens de visumaanvraag was het hoofddoel van het vierdaags verblijf in Nederland ‘professional reasons’ en werkte eiser als ‘cultural artist’. Eiser heeft echter verklaard hier niets van te weten, te hebben gewerkt als taxichauffeur en naar Nederland te zijn gekomen vanwege zijn gezondheid, vakantie en familiebezoek. Dat eisers hier te lande een ander relaas over de visumaanvraag naar voren hebben gebracht, doet afbreuk aan de oprechtheid van hun verklaringen en daarmee aan hun asielrelaas.
Verder heeft eiser met betrekking tot het lot van [naam] verklaringen afgelegd die zowel tegenstrijdig zijn met wat eiseres heeft verklaard, als met wat hijzelf heeft verklaard. Eiser heeft namelijk herhaaldelijk verklaard dat [naam] sinds 2014 spoorloos was en dat haar lot onbekend was (rapport nader gehoor, p. 5, 8 en 10). Eiseres heeft echter verklaard dat het lichaam van [naam] een paar maanden na haar arrestatie aan de familie is teruggeven (rapport nader gehoor, p. 5). Daarmee geconfronteerd heeft eiser verklaard dat het lichaam van [naam] na twee of drie jaar aan de familie is teruggegeven (rapport nader gehoor, p. 10). Vervolgens heeft eiseres in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor haar verklaring gecorrigeerd en verklaard dat [naam] pas na een paar jaar was teruggegeven aan de familie. Een toelichting voor deze correctie is echter niet gegeven. De tegenstrijdige verklaringen op dit punt doen afbreuk aan de oprechtheid van het asielrelaas. Dit werkt ook door in de geloofwaardigheid van eisers gestelde oppositionele activiteiten. Daarbij is het vreemd dat eiser, die naar eigen zeggen geen geloof aanhangt en agnost is, in een land als Iran als niet-christen in het openbaar ballonnen en pamfletten verspreidt met daarop christelijke boodschappen, omdat hij het volk bewust wil maken van het christelijke geloof. Bovendien is het ongerijmd dat eiser ruim negen maanden hiermee heeft kunnen doorgaan zonder daardoor problemen te ondervinden, terwijl eiser heeft gesteld dat hij in de gaten werd gehouden door de veiligheidsdienst. Tegen deze achtergrond is het eveneens ongerijmd dat eiser, die naar eigen zeggen als informant van de veiligheidsdienst fungeerde, legaal heeft kunnen uitreizen, samen met eiseres en hun kind.
Verder heeft eiseres haar beweegredenen en proces van bekering tot het christendom niet inzichtelijk gemaakt, terwijl dit, zeker nu zij afkomstig is uit Iran, een land waar die bekering strafbaar en maatschappelijk gezien onacceptabel is, wel van haar verwacht mocht worden. Eiseres heeft geen inzicht verschaft over hoe zij zichzelf praktisch gezien christen voelde en hoe zij praktisch gezien als christen leefde. Verder blijkt zij enkel over zeer minimale kennis van het christendom te beschikken, terwijl eiseres stelt al 12 jaar bekeerd te zijn. Eiseres heeft in al die jaren slechts negen keer een christelijke bijeenkomst bijgewoond en zich tot op heden niet laten dopen. Ook heeft zij verklaard dat zij het te druk heeft om mensen te evangeliseren, terwijl dit een belangrijk onderdeel is van het christelijke geloof. De bekering is daarom niet geloofwaardig. Als gevolg hiervan zijn de uit de gestelde bekering voortvloeiende problemen evenmin geloofwaardig, aldus verweerder.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de hierboven genoemde argumenten in het bestreden besluit, en het voornemen waarnaar dit verwijst, voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas van eisers niet geloofwaardig wordt geacht.
8. Wat eisers daartegen aangevoerd hebben, leidt niet tot een ander oordeel. Het betoog van eisers dat zij geen weet hadden van het vermelde reisdoel op de visumaanvraag omdat dit is geregeld door een reisbureau, volgt de rechtbank niet. De aanvraag is immers ondertekend door eiser. Tevens mag worden aangenomen dat eiser wist met welke documenten hij zijn visumaanvraag heeft onderbouwd. Dat eisers hier te lande een ander relaas aangaande de visumaanvraag naar voren brengen, doet, zoals verweerder terecht opmerkt, afbreuk aan de oprechtheid van hun verklaringen en daarmee aan hun asielrelaas. De overgelegde overlijdensakte van de oom van eiser maakt evenmin dat van de geloofwaardigheid van het asielrelaas zou moeten worden uitgegaan. Daaruit kan immers niet de toedracht van de dood van de oom worden afgeleid, zodat het asielrelaas hierdoor niet wordt onderbouwd.
9. Ook het betoog van eisers dat de bekering van eiseres wel geloofwaardig is, omdat geen gedetailleerde verklaringen van haar mogen worden verwacht, nu zij zelf heeft verklaard dat zij een beperkte kennis heeft van het christendom en het geloof op haar eigen manier belijdt, slaagt niet. Verweerder past bij het onderzoek naar de door een vreemdeling aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegde geloofsovertuiging een vaste gedragslijn toe, waarnaar in het bestreden besluit wordt verwezen. Deze vaste gedragslijn houdt in dat verweerder een vreemdeling vragen stelt die grofweg worden onderverdeeld in vragen over motieven voor en het proces van bekering, waaronder de persoonlijke betekenis van de bekering of de geloofsovertuiging voor een vreemdeling, algemene, basale kennis van de geloofsleer en geloofspraktijk en kerkgang (indien de vreemdeling stelt dat dat onderdeel is van zijn geloofsovertuiging). Deze gedragslijn is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) rechtmatig bevonden, onder meer in de uitspraak van 24 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0955).
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.