Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-04-29
ECLI:NL:RBDHA:2021:15711
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,631 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4607
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.W.M. Toemen), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Procesverloop
Bij besluit van 22 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Walmand-Baraki. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1988. Hij heeft op 15 januari 2020 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij zich heeft afgewend van de islam. Vervolgens heeft eiser zich bekeerd tot het christendom nadat hij was genezen van oorsuizen en zijn vrouw een droom heeft gehad over Jezus. De directe aanleiding van zijn vertrek zijn problemen die zijn ontstaan vanwege zijn bekering en doordat hij evangeliseerde. Eiser heeft van een oom vernomen dat de autoriteiten naar hem op zoek zijn en dat zij spullen en documenten van hem hebben meegenomen. De autoriteiten hebben vervolgens zijn huis verzegeld. Eiser is met de hulp van zijn oom vervolgens uit Iran vertrokken.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet (Vw). Het asielrelaas van
eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser, het afstand nemen van de islam, bekering tot het christendom en problemen die voortvloeien uit de bekering. Verweerder heeft in het bestreden besluit de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en het afstand nemen van de islam geloofwaardig geacht. De overige relevante elementen heeft verweerder ongeloofwaardig geacht.
3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat het geloofwaardig bevonden
tot vluchtelingschap dan wel een reëel risico op ernstige schade oplevert omdat hij de afwending van de islam niet actief uitdraagt en eiser een lange tijd in Iran heeft verbleven zonder dat hij hierdoor problemen heeft ondervonden.
Relevante element bekering tot het christendom
4. Eiser voert aan dat hij consistent is in zijn verklaringen over waarom hij wilde deelnemen aan de huiskerkbijeenkomst. Omdat [naam] een vriend was van een van zijn beste vrienden wist hij dat hij eiser kon vertrouwen. Eiser en [naam] wilden elkaar overtuigen en [naam] vond de huiskerkbijeenkomst de beste manier om dat te doen. [naam] kon als voorganger bepalen wie er deelnam. Eiser vertrouwde [naam] en zag geen risico voor hemzelf, omdat hij niet bekeerd was toen hij voor de eerste keer naar deze bijeenkomst ging. Als hij zou worden opgepakt zou hij zeggen dat hij daar was om anderen te overtuigen dat ze fout waren. Omdat het een flat was, was het bovendien niet opvallend dat er meerdere mensen naar binnen gingen. Eiser handhaaft verder dat hem niet is gevraagd waarom het lezen in de bijbel in het algemeen voor hem belangrijk is, er is alleen gevraagd naar een bepaald stuk in de bijbel. Bovendien is zijn uitleg in de correcties en aanvullingen niet algemeen en oppervlakkig. Het is voor hem belangrijk om de bijbel te lezen omdat hij daarin steun vond om tot rust en dichter bij god te komen. Hij maakte kennis met een andere god die lief had en werd geconfronteerd met de fouten in zijn eigen gedag. Eiser kon niemand vergeven, maar door het lezen van de bijbel vond hij een manier om zijn familie te vergeven. Tijdens het gehoor wilde hij hierover vertellen, maar toen werd hij afgebroken. Over de genezing en de droom legt eiser uit dat hij was overtuigd omdat de droom van zijn vrouw kort volgde op zijn genezing en er indirect werd gerefereerd aan de genezing. Eiser is zijn oorsuizingen door het gebed kwijtgeraakt en daarmee ook zijn agressie. Over de doop wilde eiser laten zien dat hij een ander mens was geworden, het betekende voor hem de start van een nieuw leven. Eiser was verder voorzichtig als hij evangeliseerde. Mensen op het goede pad leiden zag hij als een verantwoordelijkheid naar god toe en hoopte hiermee een kleine verandering teweeg te brengen bij mensen. Eiser voert tot slot aan dat het ongepast is dat hem is gevraagd om bondig te verklaren. Eiser is hierdoor niet volledig gaan antwoorden. Verweerder had eiser meer ruimte moeten geven om zijn verhaal te doen. Nu dit niet is gebeurd is sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit. De correcties en aanvullingen zijn niet de plek om af te maken wat verweerder heeft laten liggen.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)1 volgt dat verweerder bij de beoordeling van de geloofwaardigheid een bekering doorslaggevend gewicht kan toekennen
1. Bijvoorbeeld de uitspraak van 15 juli 2014, (ECLI:NL:RVS:2014:2801), van 23 maart 2016, (ECLI:NL:RVS:2016:888) en van 1 juli 2019, (ECLI:NL:RVS:2019:2072).
aan de motieven en het proces daarvan. Juist van de vreemdeling die uit Iran komt, mag worden verwacht dat hij toereikende verklaringen kan afleggen over het proces van en de redenen voor de bekering. Het voorgaande geldt verder in het bijzonder wanneer een vreemdeling - zoals eiser - afkomstig is uit een land waar een bekering tot een andere dan de daar gangbare geloofsovertuiging strafbaar en maatschappelijk onacceptabel is en verstrekkende gevolgen kan hebben.
6. Verweerder mag dan ook van eiser verwachten dat hij helder, gedetailleerd en uitgebreid kan verklaren over de gestelde bekering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser met zijn verklaringen niet overtuigend heeft verklaard wat inhoudelijk heeft geleid tot zijn bekering tot het christendom of hoe deze nieuwe religie hem persoonlijk heeft geraakt. Verweerder heeft daarbij gelet op de aangehaalde passages uit het Algemeen ambtsbericht Iran van 2021 terecht betrokken dat huiskerken in het diepste geheim opereren. Het ligt daarom niet in de rede dat eiser het risico heeft genomen om naar een huiskerk te gaan om juist daar de discussie aan te gaan. De uitleg van eiser dat hij voor zichzelf geen risico zag omdat hij niet bekeerd was toen hij voor de eerste keer naar deze bijeenkomst ging en dat hij als hij zou worden opgepakt zou zeggen dat hij daar was om anderen te overtuigen dat ze fout waren, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bezien in het licht van de door verweerder aangehaalde passages van het Algemeen ambtsbericht Iran van 2021 over de situatie van huiskerken in Iran. Ook dat eiser juist als criticus uitgenodigd zou worden in de huiskerk, heeft verweerder bevreemdend mogen achten, bezien in het licht van de algemeen bekende informatie uit het ambtsbericht. om te kunnen bestaan, maakt dat nog niet anders, te meer omdat eiser ook heeft verklaard niet op zoek te zijn naar een religie. Dat hij door de huiskerk daadwerkelijk met het christendom in aanraking kwam, heeft verweerder dan ook niet aannemelijk hoeven achten.
7. Verder heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank kunnen oordelen dat eiser van een diepgewortelde innerlijke overtuiging onvoldoende blijk geeft. Dat hij door gebed van zijn oorsuizen is genezen en dat een droom van zijn vrouw de doorslag gaf, getuigt op zichzelf nog niet van motieven voor bekering, gebaseerd op een innerlijke overtuiging. Eiser heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat het lezen van de bijbel voor hem persoonlijk betekende. Verweerder heeft in het nader gehoor aan eiser gevraagd waarom het door hem genoemde stuk uit de bijbel voor hem belangrijk is, waarop eiser onder andere heeft geantwoord dat de aanwijzingen aangenaam zijn, de woorden en de zinnen goed en positief zijn, dat alles diep uit het hart moet komen en dat een vijand moet worden vergeven en voor hem moet worden gebeden. Verweerder heeft hierover niet ten onrechte overwogen dat eiser algemeen heeft verklaard en er niet in is geslaagd om voldoende inzichtelijk te maken waarom het lezen in de bijbel eraan heeft bijgedragen dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom. Dat eiser niet in het algemeen is gevraagd wat het lezen van de bijbel voor hem betekent, maakt niet dat verweerder de verklaringen van eiser over de bijbel niet kan tegenwerpen.
Conclusie
12. Gelet op de hiervoor besproken tegenwerpingen heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd waarom het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig wordt geacht. Eiser komt
niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw.
13. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.