Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-05-06
ECLI:NL:RBAMS:2026:4722
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Bodemzaak
28,226 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 text/xml public 2026-05-18T16:03:15 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-06 C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - meervoudig Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht; Ondernemingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 text/html public 2026-05-18T14:54:47 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 Rechtbank Amsterdam , 06-05-2026 / C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Overname van aandelen in bedrijf dat e-bikes verkoopt en least. Geschil over vraag of garanties uit investeringsovereenkomst zijn geschonden. Rechtbank oordeelt dat garanties zijn geschonden, omdat geen mededeling is gedaan van structurele problemen met de voorvorken van de fietsen en de daaraan verbonden veiligheidsrisico's. Gevorderde schade deels toewijsbaar, voor ander deel van schade ontbreekt causaal verband. Geen sprake van eigen schuld. Bestuurdersaansprakelijkheid. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van SUSTAINABLE FUTURE HOLDING B.V. , gevestigd te Almere, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: SFH, advocaat: mr. I.I. van Tuyll van Serooskerken, tegen 1 NP HOLDING B.V., 2. HELADOS B.V. , beide gevestigd te Amsterdam, 3. [gedaagde 3] , 4. [gedaagde 4] , beiden wonende te [woonplaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: Helados c.s., en afzonderlijk te noemen: NP Holding, Helados, [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , advocaat: mr. D.E. Liqui Lung. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 13 november 2024, met producties, - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties, - de conclusie van antwoord in reconventie tevens vermeerdering van eis in conventie, met producties, - de antwoordakte houdende bezwaar tegen eisvermeerdering in conventie, tevens verzoek nadere schriftelijke ronde, - de reactie van SFH in het rolbericht van 7 mei 2025, - de rolbeslissing van 14 mei 2025 waarbij het bezwaar tegen de eisvermeerdering in conventie is afgewezen, - het tussenvonnis van 1 oktober 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 maart 2026 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. SFH investeert in duurzame ondernemingen. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is indirect (via AIM Finance B.V. en Meursault Management B.V.) statutair bestuurder van SFH. Helados is de persoonlijke vennootschap van [gedaagde 4] , waarvan hij 100% aandeelhouder en bestuurder is. NP Holding is de persoonlijke vennootschap van [gedaagde 3] , waarvan hij 100% aandeelhouder en bestuurder is. 2.2. ConnectBike Holding B.V. (hierna: CBH), haar dochtervennootschap E-Bike2work B.V. (hierna: EB2W) en haar kleindochtervennootschap CBike Lease B.V. (hierna: CBL), hierna ook gezamenlijk aangeduid als ConnectBike, hielden zich bezig met verkoop, verhuur en lease van E-bikes aan (maaltijd)bezorgbedrijven. ConnectBike is in mei 2017 als start-up opgericht door [gedaagde 4] en [gedaagde 3] . Tot 21 juli 2023 waren (onder meer) Helados en NP Holding statutair bestuurder van CBH. NP Holding was van 21 juli 2023 tot 15 februari 2024 enig statutair bestuurder van CBH. 2.3. Aanvankelijk gebruikte ConnectBike reguliere consumentenfietsen. In 2019 en 2020 heeft Giant Benelux B.V. (hierna: Giant) speciaal voor ConnectBike een comfortabele, robuuste en eenvoudig te onderhouden ‘heavy duty’ E-Bike ontwikkeld voor de zakelijke markt. Vanaf 2022 heeft ConnectBike die E-bikes op grote schaal op de markt gebracht. EB2W kocht de E-bikes in bij Giant, plaatse deze bij klanten en voerde service- en onderhoudswerkzaamheden uit. Ook verkocht zij E-bikes aan externe leasemaatschappijen zoals De Lage Landen. CBL sloot leaseovereenkomsten voor E-bikes met klanten. De belangrijkste klanten van ConnectBike waren Just Eat Takeaway (hierna: JET), Domino’s Pizza, Getir, New York Pizza en De Beren. 2.4. SFH heeft als investeerder op 5 februari 2021 een geldlening van € 1.000.000,- verstrekt aan EB2W ter financiering van de bedrijfsuitoefening. SFH heeft daarbij het recht gekregen de leningen te converteren naar aandelen. Ingevolge artikel 6 van deze eerste converteerbare geldleningsovereenkomst was ConnectBike gehouden op maandelijkse basis een DashBoard aan SFH te verstrekken met actuele en cruciale informatie (zoals aantal fietsen, klanten, omzet etc.) en per kwartaal een volledig financieel overzicht met winst- en verliesrekening en balans. Vanaf april 2021 nam [naam 1] (namens SFH) als lid van de Raad van Advies van CBH deel aan de gecombineerde vergaderingen van de Raad van Advies en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van CBH. Op 31 mei 2022 heeft SFH een tweede converteerbare geldleningsovereenkomst verstrekt van € 350.000,- aan CBH, waarin een vergelijkbare informatieplicht is opgenomen. 2.5. CBH ontwikkelde zich van start-up naar scale-up. Eind 2023 had de groep een geconsolideerde omzet van € 4.500.000,- en 40 medewerkers in dienst. Omdat de investeringen minder snel werden terugverdiend dan verwacht, wenste CBH versneld te groeien. Daartoe bracht zij op 13 januari 2023 een informatiememorandum uit met haar doelstellingen, strategie en bedrijfsplan. 2.6. Op 1 februari 2023 hebben SFH en CBH een Intentieverklaring getekend waarin onder meer is vermeld: “Gezien de ontstane situatie welke het voortbestaan van [CBH] bedreigt hebben partijen belang bij het gezamenlijk komen tot een oplossing. Tegen deze achtergrond hebben partijen de intentie om (..) Conversie van de bestaande lening ad EUR 1.350.000 plus opgelopen rente, naar aandelen; Een overbruggingskrediet per 1 februari 2023 van EUR 600.000 welke ook wordt geconverteerd naar aandelen. Op basis van de (door SFH) goedgekeurde cashflow planning zal dit bedrag in 6 gelijke, maandelijkse termijnen worden overgeboekt naar [CBH] De som van beide bedragen, in totaal EUR 2.100.000, zal worden omgezet naar 51% van het aandelenkapitaal van [CBH] (..) Voorwaarden worden gezamenlijk uitgewerkt en vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst die uiterlijk op 1 maart 2023 door partijen zal worden ondertekend. Installatie van een raad van commissarissen voor 1 juli 2023 waar SFH een zetel in krijgt. (..) De bestaande aandeelhouders doen het voorstel gestand dat zij voor 1 juni 2023 EUR 334.000 terugstorten naar [CBH] waarna [CBH] dit doorstort naar [CBL] Het verstrekken van additionele groeifinanciering van circa EUR 2.000.000 (op basis van de daadwerkelijke financieringsbehoefte gebaseerd op een goedgekeurd business plan), waarbij geen externe financieringsronde hoeft te worden opgestart. Met als doel dat de directie (..) zich volledig kan concentreren op de groei van marktaandeel, omzet en winstgevendheid van de onderneming. Dit commitment is onder voorwaarde dat nog vast te stellen tussentijdse doelstellingen worden behaald (milestones).” 2.7. SFH heeft het in de Intentieverklaring genoemde overbruggingskrediet van € 600.000,- in drie delen, op 14 februari 2023, 18 april 2023 en 1 juni 2023, overgemaakt aan CBH. 2.8. Op 18 juli 2023 hebben SFH en NP Holding een Geldleningsovereenkomst gesloten op grond waarvan SFH een geldlening van € 160.000,- heeft verstrekt aan NP Holding tegen een rente van 12,5% per jaar. Het grootste deel van deze lening zou door NP Holding worden aangewend om haar schulden aan ConnectBike terug te betalen. Tot zekerheid van de nakoming heeft NP Holding ten behoeve van SFH een eerste pandrecht op de door haar gehouden aandelen in CBH gevestigd.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 text/xml public 2026-05-18T16:03:15 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-06 C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - meervoudig Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht; Ondernemingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 text/html public 2026-05-18T14:54:47 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 Rechtbank Amsterdam , 06-05-2026 / C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Overname van aandelen in bedrijf dat e-bikes verkoopt en least. Geschil over vraag of garanties uit investeringsovereenkomst zijn geschonden. Rechtbank oordeelt dat garanties zijn geschonden, omdat geen mededeling is gedaan van structurele problemen met de voorvorken van de fietsen en de daaraan verbonden veiligheidsrisico's. Gevorderde schade deels toewijsbaar, voor ander deel van schade ontbreekt causaal verband. Geen sprake van eigen schuld. Bestuurdersaansprakelijkheid. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/760058 / HA ZA 24-1291 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van SUSTAINABLE FUTURE HOLDING B.V. , gevestigd te Almere, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: SFH, advocaat: mr. I.I. van Tuyll van Serooskerken, tegen 1 NP HOLDING B.V., 2. HELADOS B.V. , beide gevestigd te Amsterdam, 3. [gedaagde 3] , 4. [gedaagde 4] , beiden wonende te [woonplaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: Helados c.s., en afzonderlijk te noemen: NP Holding, Helados, [gedaagde 3] en [gedaagde 4] , advocaat: mr. D.E. Liqui Lung. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 13 november 2024, met producties, - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties, - de conclusie van antwoord in reconventie tevens vermeerdering van eis in conventie, met producties, - de antwoordakte houdende bezwaar tegen eisvermeerdering in conventie, tevens verzoek nadere schriftelijke ronde, - de reactie van SFH in het rolbericht van 7 mei 2025, - de rolbeslissing van 14 mei 2025 waarbij het bezwaar tegen de eisvermeerdering in conventie is afgewezen, - het tussenvonnis van 1 oktober 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 maart 2026 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. SFH investeert in duurzame ondernemingen. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is indirect (via AIM Finance B.V. en Meursault Management B.V.) statutair bestuurder van SFH. Helados is de persoonlijke vennootschap van [gedaagde 4] , waarvan hij 100% aandeelhouder en bestuurder is. NP Holding is de persoonlijke vennootschap van [gedaagde 3] , waarvan hij 100% aandeelhouder en bestuurder is. 2.2. ConnectBike Holding B.V. (hierna: CBH), haar dochtervennootschap E-Bike2work B.V. (hierna: EB2W) en haar kleindochtervennootschap CBike Lease B.V. (hierna: CBL), hierna ook gezamenlijk aangeduid als ConnectBike, hielden zich bezig met verkoop, verhuur en lease van E-bikes aan (maaltijd)bezorgbedrijven. ConnectBike is in mei 2017 als start-up opgericht door [gedaagde 4] en [gedaagde 3] . Tot 21 juli 2023 waren (onder meer) Helados en NP Holding statutair bestuurder van CBH. NP Holding was van 21 juli 2023 tot 15 februari 2024 enig statutair bestuurder van CBH. 2.3. Aanvankelijk gebruikte ConnectBike reguliere consumentenfietsen. In 2019 en 2020 heeft Giant Benelux B.V. (hierna: Giant) speciaal voor ConnectBike een comfortabele, robuuste en eenvoudig te onderhouden ‘heavy duty’ E-Bike ontwikkeld voor de zakelijke markt. Vanaf 2022 heeft ConnectBike die E-bikes op grote schaal op de markt gebracht. EB2W kocht de E-bikes in bij Giant, plaatse deze bij klanten en voerde service- en onderhoudswerkzaamheden uit. Ook verkocht zij E-bikes aan externe leasemaatschappijen zoals De Lage Landen. CBL sloot leaseovereenkomsten voor E-bikes met klanten. De belangrijkste klanten van ConnectBike waren Just Eat Takeaway (hierna: JET), Domino’s Pizza, Getir, New York Pizza en De Beren. 2.4. SFH heeft als investeerder op 5 februari 2021 een geldlening van € 1.000.000,- verstrekt aan EB2W ter financiering van de bedrijfsuitoefening. SFH heeft daarbij het recht gekregen de leningen te converteren naar aandelen. Ingevolge artikel 6 van deze eerste converteerbare geldleningsovereenkomst was ConnectBike gehouden op maandelijkse basis een DashBoard aan SFH te verstrekken met actuele en cruciale informatie (zoals aantal fietsen, klanten, omzet etc.) en per kwartaal een volledig financieel overzicht met winst- en verliesrekening en balans. Vanaf april 2021 nam [naam 1] (namens SFH) als lid van de Raad van Advies van CBH deel aan de gecombineerde vergaderingen van de Raad van Advies en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van CBH. Op 31 mei 2022 heeft SFH een tweede converteerbare geldleningsovereenkomst verstrekt van € 350.000,- aan CBH, waarin een vergelijkbare informatieplicht is opgenomen. 2.5. CBH ontwikkelde zich van start-up naar scale-up. Eind 2023 had de groep een geconsolideerde omzet van € 4.500.000,- en 40 medewerkers in dienst. Omdat de investeringen minder snel werden terugverdiend dan verwacht, wenste CBH versneld te groeien. Daartoe bracht zij op 13 januari 2023 een informatiememorandum uit met haar doelstellingen, strategie en bedrijfsplan. 2.6. Op 1 februari 2023 hebben SFH en CBH een Intentieverklaring getekend waarin onder meer is vermeld: “Gezien de ontstane situatie welke het voortbestaan van [CBH] bedreigt hebben partijen belang bij het gezamenlijk komen tot een oplossing. Tegen deze achtergrond hebben partijen de intentie om (..) Conversie van de bestaande lening ad EUR 1.350.000 plus opgelopen rente, naar aandelen; Een overbruggingskrediet per 1 februari 2023 van EUR 600.000 welke ook wordt geconverteerd naar aandelen. Op basis van de (door SFH) goedgekeurde cashflow planning zal dit bedrag in 6 gelijke, maandelijkse termijnen worden overgeboekt naar [CBH] De som van beide bedragen, in totaal EUR 2.100.000, zal worden omgezet naar 51% van het aandelenkapitaal van [CBH] (..) Voorwaarden worden gezamenlijk uitgewerkt en vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst die uiterlijk op 1 maart 2023 door partijen zal worden ondertekend. Installatie van een raad van commissarissen voor 1 juli 2023 waar SFH een zetel in krijgt. (..) De bestaande aandeelhouders doen het voorstel gestand dat zij voor 1 juni 2023 EUR 334.000 terugstorten naar [CBH] waarna [CBH] dit doorstort naar [CBL] Het verstrekken van additionele groeifinanciering van circa EUR 2.000.000 (op basis van de daadwerkelijke financieringsbehoefte gebaseerd op een goedgekeurd business plan), waarbij geen externe financieringsronde hoeft te worden opgestart. Met als doel dat de directie (..) zich volledig kan concentreren op de groei van marktaandeel, omzet en winstgevendheid van de onderneming. Dit commitment is onder voorwaarde dat nog vast te stellen tussentijdse doelstellingen worden behaald (milestones).” 2.7. SFH heeft het in de Intentieverklaring genoemde overbruggingskrediet van € 600.000,- in drie delen, op 14 februari 2023, 18 april 2023 en 1 juni 2023, overgemaakt aan CBH. 2.8. Op 18 juli 2023 hebben SFH en NP Holding een Geldleningsovereenkomst gesloten op grond waarvan SFH een geldlening van € 160.000,- heeft verstrekt aan NP Holding tegen een rente van 12,5% per jaar. Het grootste deel van deze lening zou door NP Holding worden aangewend om haar schulden aan ConnectBike terug te betalen. Tot zekerheid van de nakoming heeft NP Holding ten behoeve van SFH een eerste pandrecht op de door haar gehouden aandelen in CBH gevestigd.
Volledig
In de Geldleningsovereenkomst is bepaald: “ Artikel 3 – Opeisbaarheid Lening De Lening is van de zijde van de Geldverstrekker [SFH] opeisbaar indien en zodra Geldnemer [NP Holding] in staat van faillissement wordt verklaard, haar surseance van betaling of schuldsanering overeenkomstig de wet wordt verleend, zij onder curatele of bewind wordt gesteld, zij haar bedrijf staakt dan wel voorwerp wordt van een zuivere splitsing of afsplitsing overeenkomstig artikel 2:334a BW.” 2.9. Partijen zijn ter uitvoering van de Intentieverklaring een Investeringsovereenkomst aangegaan (zie hierna 2.10-2.12). Voorafgaand daaraan hebben vertegenwoordigers van SFH meerdere malen de vestiging c.q. werkplaats van ConnectBike bezocht. Voorts heeft SFH voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst een due diligence onderzoek uitgevoerd. Vanaf 5 juli 2023 heeft SFH ( [naam 2] , [functie 1] ) toegang gekregen tot Exact Online, waarin onder meer service- en onderhoudsgegevens konden worden ingezien. Tijdens het due diligence onderzoek is onder meer gevraagd om de volgende informatie: “Gedetailleerde informatie over enige overeenkomsten onder welke een Groepsvennootschap of de wederpartij bij deze overeenkomst, in gebreke is gebleven, met daarbij een omschrijving van het gebrek en het resultaat daarvan.” en “Alle documenten, overeenkomsten, afspraken of informatie, anders dan boven genoemd, die mogelijk van belang kunnen zijn voor een potentiële investeerder in de Groep” Op beide vragen is door de bestaande aandeelhouders (waaronder NP Holding en Helados) ‘NVT’ geantwoord. 2.10. Op 21 juli 2023 heeft SFH een Investeringsovereenkomst gesloten met CBH en haar op dat moment bestaande aandeelhouders NP Holding, Helados en [naam 3] (in de Investeringsovereenkomst aangeduid als ‘Existing Shareholders’). Op dezelfde dag hebben partijen een Aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Alle partijen zijn in dat kader bijgestaan door een advocaat. Op grond van de Investeringsovereenkomst heeft SFH 4.718 nieuw uitgegeven gewone aandelen en 7.314 nieuw uitgegeven preferente aandelen (samen 51%) in het kapitaal van CBH verkregen tegen betaling van de Subscription Price van € 2.046.690,19. SFH betaalde de Subscription Price door verrekening met hetgeen zij te vorderen had uit hoofde van de aan EB2W en CBH verstrekte geldleningen van € 1.350.000 (zie 2.4), vermeerderd met de opgelopen rente, en het aan CBH verstrekte overbruggingskrediet van € 600.000 (zie 2.7). Op grond van de Investeringsovereenkomst heeft SFH een Werkkapitaallening van in totaal € 1.200.000,- ter beschikking gesteld aan CBH. Daarnaast heeft SFH in de periode van 30 september 2023 tot en met 22 juli 2024 in totaal een bedrag van € 631.752,62 voorgeschoten voor CBH. 2.11. In de Investeringsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald: “ 1 DEFINITIONS (..) Damages means the amount necessary to put the Investor in the position it would have been in if the facts or circumstances giving rise to a claim for Damages would not have occurred or arisen, damages of the Investor, whereby the damages of the Company (to be determined in accordance with Title 1, Section 10 of Book 6 of the DCC) shall be attributed to the Investor, proportionate to its shareholdings in the Company, including any reasonable external costs; (..) Fairly Disclosed means disclosed in such a manner and with such detail that a reasonably prudent individual who is knowledgeable in the relevant field reviewing the relevant information could have assessed the relevance and reasonable consequences of such disclosure on a prima facie basis; (..) Knowledge of the Warrantors or any similar expression means, with respect to any fact or matter, the knowledge of the Warrantors, [gedaagde 4] and [gedaagde 3] (..) and any statement referring thereto is deemed to be made after due and careful consideration, and after having made full and diligent enquiry, of all persons having knowledge of the relevant matters; (..) Warrantors means the Company en the Existing Shareholders (..) 4 WARRANTIES 4.1 Warranties 4.1.1 Each of the Warrantors hereby represents and warrants to the Investor that each of the Warranties is true, accurate and not misleading on the Completion Date [21 juli 2023]. The Parties exclude the application of title 1 of Book 7 DCC. 4.1.2. Each of the Warranties is separate and independent and, except as expressly provided to the contrary in this Agreement, is not limited by reference to any other Warranty. 4.1.3. The Warrantors acknowledge that the Warranties are material and the accuracy of the Warranties is essential to the Investor’s decision to enter into the Transaction and pay the Subscription Price. The Warranties allocate between each of the Warrantors on the one hand and the Investor on the other hand the risk and costs relating to any facts and circumstances that may cause any of the Warranties to be untrue, inaccurate or misleading in a sense that such risk shall be borne by the Warrantors. 4.2 Settlement In the event of a Breach, the Warrantors shall compensate the Investor for the Damages incurred by the Investor, whereby 51% of the Damages incurred by any Group Company shall for the purpose of this Agreement also be deemed Damages of the Investor. The Warrantors shall be jointly and severally liable ( hoofdelijk aansprakelijk ), for any breach under this Agreement. (..) 4.5 Disclosure The Warrantors shall not be liable in respect of any Breach, if and to the extent that the matter of circumstance giving rise to such Breach was Fairly Disclosed in the Disclosed Information or this Agreement.” 2.12. In annex 4.1 bij de Investeringsovereenkomst zijn onder meer de volgende Warranties opgenomen: “4.12 Since the Locked Box Date (..) (ii) there has been no deterioration in the reputation, turnover, financial or trading position or the prospects of any of the Group Companies (individually or taken as a whole), and to the Knowledge to the Warrantor, no acts or circumstances have occurred which have or could reasonably be expected to have a material negative effect on the Group Companies (individually or taken as a whole); (..) 7.2. None of the Group Companies is in default with respect to the performance of contractual or non-contractual obligations under any Contract. To the Knowledge of the Warrantors, the terms of each Contract have been complied with by any other party to such agreement. (..) 7.6. The Data Room contains a true, accurate and complete overview of all obligations of the Group Companies under the Contracts with its customers and suppliers. (..) 9.1. No Group Company is engaged in any litigation, arbitration or similar proceedings, except for debt collection in the ordinary course of the Business, nor are there any claims, litigation, arbitration or similar proceedings threatened by or against a Group Company. (..) (..) 10.1 All information contained in the Agreement and the Data Room, including the answers to questions raised in the Q&A tool of the Data Room, are correct, accurate and not misleading. 10.2 No fact or matter concerning the Group which could reasonably have been expected to influence the decision of the Investor to enter into this Agreement, or on the terms and conditions therein, has been withheld or omitted by the Warrantors.” 2.13. In december 2023 hebben SFH en Helados c.s. vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten van CBH drie scenario’s besproken. De aandeelhouders hebben gezamenlijk gekozen voor het scenario waarbij hard wordt ingegrepen om de kosten in lijn met de marge te brengen en te bouwen aan winstgevendheid. Op 15 februari 2024 wordt SFH (in plaats van NP Holding) benoemd tot statutair bestuurder van CBH. 2.14. Op 22 maart 2024 ontvangt ConnectBike van JET een e-mail waarin melding wordt gemaakt van twee serieuze incidenten op één dag, waarbij het stuur abnormaal begon te bewegen/niet meer (goed) te controleren was, en één van de bezorgers gevallen is. Op 15 april 2024 ontvangt ConnectBike een aansprakelijkstelling van Nationale Nederlanden voor schade geleden bij Domino’s Pizza; een van hun bezorgers heeft ernstig letsel opgelopen toen een voorvork van een E-bike afbrak.
Volledig
In de Geldleningsovereenkomst is bepaald: “ Artikel 3 – Opeisbaarheid Lening De Lening is van de zijde van de Geldverstrekker [SFH] opeisbaar indien en zodra Geldnemer [NP Holding] in staat van faillissement wordt verklaard, haar surseance van betaling of schuldsanering overeenkomstig de wet wordt verleend, zij onder curatele of bewind wordt gesteld, zij haar bedrijf staakt dan wel voorwerp wordt van een zuivere splitsing of afsplitsing overeenkomstig artikel 2:334a BW.” 2.9. Partijen zijn ter uitvoering van de Intentieverklaring een Investeringsovereenkomst aangegaan (zie hierna 2.10-2.12). Voorafgaand daaraan hebben vertegenwoordigers van SFH meerdere malen de vestiging c.q. werkplaats van ConnectBike bezocht. Voorts heeft SFH voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst een due diligence onderzoek uitgevoerd. Vanaf 5 juli 2023 heeft SFH ( [naam 2] , [functie 1] ) toegang gekregen tot Exact Online, waarin onder meer service- en onderhoudsgegevens konden worden ingezien. Tijdens het due diligence onderzoek is onder meer gevraagd om de volgende informatie: “Gedetailleerde informatie over enige overeenkomsten onder welke een Groepsvennootschap of de wederpartij bij deze overeenkomst, in gebreke is gebleven, met daarbij een omschrijving van het gebrek en het resultaat daarvan.” en “Alle documenten, overeenkomsten, afspraken of informatie, anders dan boven genoemd, die mogelijk van belang kunnen zijn voor een potentiële investeerder in de Groep” Op beide vragen is door de bestaande aandeelhouders (waaronder NP Holding en Helados) ‘NVT’ geantwoord. 2.10. Op 21 juli 2023 heeft SFH een Investeringsovereenkomst gesloten met CBH en haar op dat moment bestaande aandeelhouders NP Holding, Helados en [naam 3] (in de Investeringsovereenkomst aangeduid als ‘Existing Shareholders’). Op dezelfde dag hebben partijen een Aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Alle partijen zijn in dat kader bijgestaan door een advocaat. Op grond van de Investeringsovereenkomst heeft SFH 4.718 nieuw uitgegeven gewone aandelen en 7.314 nieuw uitgegeven preferente aandelen (samen 51%) in het kapitaal van CBH verkregen tegen betaling van de Subscription Price van € 2.046.690,19. SFH betaalde de Subscription Price door verrekening met hetgeen zij te vorderen had uit hoofde van de aan EB2W en CBH verstrekte geldleningen van € 1.350.000 (zie 2.4), vermeerderd met de opgelopen rente, en het aan CBH verstrekte overbruggingskrediet van € 600.000 (zie 2.7). Op grond van de Investeringsovereenkomst heeft SFH een Werkkapitaallening van in totaal € 1.200.000,- ter beschikking gesteld aan CBH. Daarnaast heeft SFH in de periode van 30 september 2023 tot en met 22 juli 2024 in totaal een bedrag van € 631.752,62 voorgeschoten voor CBH. 2.11. In de Investeringsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald: “ 1 DEFINITIONS (..) Damages means the amount necessary to put the Investor in the position it would have been in if the facts or circumstances giving rise to a claim for Damages would not have occurred or arisen, damages of the Investor, whereby the damages of the Company (to be determined in accordance with Title 1, Section 10 of Book 6 of the DCC) shall be attributed to the Investor, proportionate to its shareholdings in the Company, including any reasonable external costs; (..) Fairly Disclosed means disclosed in such a manner and with such detail that a reasonably prudent individual who is knowledgeable in the relevant field reviewing the relevant information could have assessed the relevance and reasonable consequences of such disclosure on a prima facie basis; (..) Knowledge of the Warrantors or any similar expression means, with respect to any fact or matter, the knowledge of the Warrantors, [gedaagde 4] and [gedaagde 3] (..) and any statement referring thereto is deemed to be made after due and careful consideration, and after having made full and diligent enquiry, of all persons having knowledge of the relevant matters; (..) Warrantors means the Company en the Existing Shareholders (..) 4 WARRANTIES 4.1 Warranties 4.1.1 Each of the Warrantors hereby represents and warrants to the Investor that each of the Warranties is true, accurate and not misleading on the Completion Date [21 juli 2023]. The Parties exclude the application of title 1 of Book 7 DCC. 4.1.2. Each of the Warranties is separate and independent and, except as expressly provided to the contrary in this Agreement, is not limited by reference to any other Warranty. 4.1.3. The Warrantors acknowledge that the Warranties are material and the accuracy of the Warranties is essential to the Investor’s decision to enter into the Transaction and pay the Subscription Price. The Warranties allocate between each of the Warrantors on the one hand and the Investor on the other hand the risk and costs relating to any facts and circumstances that may cause any of the Warranties to be untrue, inaccurate or misleading in a sense that such risk shall be borne by the Warrantors. 4.2 Settlement In the event of a Breach, the Warrantors shall compensate the Investor for the Damages incurred by the Investor, whereby 51% of the Damages incurred by any Group Company shall for the purpose of this Agreement also be deemed Damages of the Investor. The Warrantors shall be jointly and severally liable ( hoofdelijk aansprakelijk ), for any breach under this Agreement. (..) 4.5 Disclosure The Warrantors shall not be liable in respect of any Breach, if and to the extent that the matter of circumstance giving rise to such Breach was Fairly Disclosed in the Disclosed Information or this Agreement.” 2.12. In annex 4.1 bij de Investeringsovereenkomst zijn onder meer de volgende Warranties opgenomen: “4.12 Since the Locked Box Date (..) (ii) there has been no deterioration in the reputation, turnover, financial or trading position or the prospects of any of the Group Companies (individually or taken as a whole), and to the Knowledge to the Warrantor, no acts or circumstances have occurred which have or could reasonably be expected to have a material negative effect on the Group Companies (individually or taken as a whole); (..) 7.2. None of the Group Companies is in default with respect to the performance of contractual or non-contractual obligations under any Contract. To the Knowledge of the Warrantors, the terms of each Contract have been complied with by any other party to such agreement. (..) 7.6. The Data Room contains a true, accurate and complete overview of all obligations of the Group Companies under the Contracts with its customers and suppliers. (..) 9.1. No Group Company is engaged in any litigation, arbitration or similar proceedings, except for debt collection in the ordinary course of the Business, nor are there any claims, litigation, arbitration or similar proceedings threatened by or against a Group Company. (..) (..) 10.1 All information contained in the Agreement and the Data Room, including the answers to questions raised in the Q&A tool of the Data Room, are correct, accurate and not misleading. 10.2 No fact or matter concerning the Group which could reasonably have been expected to influence the decision of the Investor to enter into this Agreement, or on the terms and conditions therein, has been withheld or omitted by the Warrantors.” 2.13. In december 2023 hebben SFH en Helados c.s. vanwege tegenvallende bedrijfsresultaten van CBH drie scenario’s besproken. De aandeelhouders hebben gezamenlijk gekozen voor het scenario waarbij hard wordt ingegrepen om de kosten in lijn met de marge te brengen en te bouwen aan winstgevendheid. Op 15 februari 2024 wordt SFH (in plaats van NP Holding) benoemd tot statutair bestuurder van CBH. 2.14. Op 22 maart 2024 ontvangt ConnectBike van JET een e-mail waarin melding wordt gemaakt van twee serieuze incidenten op één dag, waarbij het stuur abnormaal begon te bewegen/niet meer (goed) te controleren was, en één van de bezorgers gevallen is. Op 15 april 2024 ontvangt ConnectBike een aansprakelijkstelling van Nationale Nederlanden voor schade geleden bij Domino’s Pizza; een van hun bezorgers heeft ernstig letsel opgelopen toen een voorvork van een E-bike afbrak.
Volledig
[naam 3] heeft bij e-mail van 25 april 2024 met onderwerp ‘breuk voorvorken / binnen balhoofdpijp urgent’ aan [naam 1] bericht: “Een binnen balhoofdpijp breuk is de gevaarlijkste breuk die je met een fiets kunt krijgen met ernstig berijders letsel als gevolg. Dit is een zaak die zeer serieus genomen moet worden en van Giant onmiddellijk actie verlangd. Stuur alle gegevens, framenummers, foto’s en alle gebroken vorken zsm door naar Giant. Ik bel morgenochtend weer met Giant om te overleggen wat vervolg acties moeten zijn.” 2.15. In het dossier bevinden zich de volgende e-mails: een e-mail van CBH ( [naam 4] , destijds [functie 2] ) van 16 mei 2022 aan Giant waarin wordt gemeld dat er verontrustende signalen van klanten zijn ontvangen over het ‘spontaan’ afbreken van voorvorken. Giant wordt verzocht grondig onderzoek te doen naar een aantal opgehaalde voorvorken, zodat klanten gerust gesteld kunnen worden met betrekking tot veiligheid, omdat het onderwerp veiligheid nu gaat opspelen bij een aantal klanten. De voorvorken zijn allemaal op dezelfde plek gebroken, in het midden van het onderste en bovenste balhoofd. een e-mail van JET van 13 juli 2023, die is doorgestuurd aan ConnectBike, waarin het volgende is vermeld: “Firstly, I would like to bring to your attention a recurring problem we have been experiencing with our bike frames/forks. Unfortunately, one of our bikes recently suffered a fork failure without any apparent reason (see photo attached). This marks the fourth occurrence of such incidents in Switzerland. (..) I will also inform ConnectBike about this problem, as they might have additional insights or be able to provide us with information on whether this is a known issue.” een e-mail van CBH ( [naam 4] ) aan Giant, met [gedaagde 3] en [gedaagde 4] in de cc, van 13 juli 2023, waarin - onder verwijzing naar voormelde e-mail van JET - wordt gemeld dat wederom in Zwitserland sprake is van hetzelfde probleem met betrekking tot een spontaan gebroken voorvork, dat dit geen toeval lijkt te zijn, en wellicht gerelateerd is aan de gebruiksduur, met het verzoek aan Giant om dit te onderzoeken. Ook wordt aan Giant gevraagd de test criteria voor de voorvorken met CBH te delen en wordt aangegeven dat dit momenteel een zeer hoge prioriteit heeft binnen CBH; wanneer dit namelijk een structureel probleem is bij (oudere) fietsen kan dit een flinke impact hebben op de business, met als ergste scenario klantverlies van bijvoorbeeld JET. een e-mail van CBH ( [naam 4] ) aan Giant van 4 augustus 2023, in reactie op het door Giant toegezonden testrapport, waarin wordt gevraagd of het klopt dat de voorvorken niet dynamisch getest worden op langdurige trillingen maar enkel op een val/impact van een bepaalde hoogte en waarin, gelet op het intensieve gebruik door klanten van 11-20 uur per dag met constante belasting en trillingen, wordt voorgesteld de test uit te breiden om deze intensiteit te simuleren. 2.16. Vanaf eind april 2024 vinden meerdere besprekingen plaats tussen ConnectBike en Giant, waarbij Giant zich op het standpunt stelt dat de voorvorken zijn ontwikkeld/geproduceerd conform de geldende ISO- en NEN-normen en dat niet kan worden uitgesloten dat de voorvorken breken door oorzaken zoals ongelukken, misbruik en overbelasting. Giant heeft wel voorgesteld een nieuw design te hanteren met een sterkere voorbuis. SFH heeft daarop aangegeven zich zorgen te maken over de veiligheid van de berijders en Giant gevraagd aan te geven of het verantwoord is de fietsen met de huidige voorvorken te blijven gebruiken. Giant heeft daar niet op gereageerd. 2.17. Bij brief van 24 mei 2024 heeft de advocaat van ConnectBike aan Giant gevraagd te bevestigen dat Giant een melding van een onveilig product heeft gedaan/zal doen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA), bij gebreke waarvan ConnectBike zelf een dergelijke melding zal doen. Daarbij is voorgesteld gezamenlijk een waarschuwingsbrief te sturen aan alle kopers/huurders/afnemers, en is Giant gesommeerd om een kortetermijnoplossing te bieden voor alle kopers/huurders/afnemers van de E-bikes die zowel de veiligheid garandeert als ervoor zorgt dat de E-bikes in gebruik kunnen blijven. 2.18. Op 30 mei 2024 heeft Giant een melding gedaan bij de NVWA. Op 31 mei 2024 heeft ConnectBike de (in overleg met Giant opgestelde) waarschuwingsbrief aan haar klanten gezonden, waarin is verzocht de E-bikes tijdelijk niet te gebruiken totdat (binnen 3 werkdagen) nadere informatie wordt verstrekt. Dezelfde dag ontvangt ConnectBike een ingebrekestelling van Domino Pizza’s waarin is vermeld dat indien er die dag geen oplossing komt, de contracten per direct worden opgezegd. Op 2 juni 2024 stelt JET ConnectBike aansprakelijk voor de schade die zij lijdt door het niet kunnen gebruiken van de E-bikes. JET heeft vervolgens haar betalingsverplichtingen jegens ConnectBike opgeschort. 2.19. De advocaat van SFH heeft op 4 juni 2024 Helados c.s. aansprakelijk gesteld op grond van een schending van de Warranties in de Investeringsovereenkomst. Op dezelfde dag heeft SFH Helados c.s. op de hoogte gesteld van de cashproblematiek van ConnectBike en gevraagd of er bereidheid is om ConnectBike verder te financieren. 2.20. JET heeft op 5 juni 2024 aan ConnectBike bericht voornemens te zijn de overeenkomsten per direct te beëindigen als ConnectBike niet binnen 5 dagen met een oplossing komt. Op 8 juni 2024 heeft SFH haar mede-aandeelhouders NP Holding, Helados en [naam 3] tevergeefs gevraagd om op korte termijn additionele financiering ter beschikking te stellen in verband met de liquiditeitsbehoefte van ConnectBike. Op 10 juni 2024 heeft De Lage Landen aan ConnectBike bericht dat meerdere klanten betalingen hebben gestorneerd in verband met de veiligheidswaarschuwing. Op 11 juni 2024 heeft SFH aan Helados c.s. bericht dat er gelet op de cashpositie van ConnectBike op zeer korte termijn financiering moet komen omdat een faillissement anders onafwendbaar is. Op 14 juni 2024 heeft SFH de aandeelhouders van CBH opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders op 22 juni 2024 met op de agenda het aanvragen van het faillissement van ConnectBike. Op 17 juni 2024 heeft SFH aan Helados c.s. voorgesteld om terug te treden als bestuurder indien Helados c.s. het bestuur van CBH wil overnemen. 2.21. Op 25 juni 2024 zijn CBH, EB2W en CBL op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard. 2.22. Op verzoek van SFH heeft [gedaagde 3] namens NP Holding bij e-mail van 5 juli 2024 een voorstel gedaan voor aflossing van de hiervoor in 2.8 genoemde geldlening, inhoudende een rente- en aflossingsvrije periode tot en met eind augustus 2024, vanaf september 2024 een maandelijkse betaling van € 1.000,- en uiterlijk 31 december 2027 gehele aflossing van de resterende hoofdsom/rente. SFH heeft bij e-mail van 12 juli 2024 gereageerd dat de payment holiday tot en met augustus 2024 akkoord is, evenals volledige aflossing voor 1 januari 2028, maar dat het voorgestelde maandelijkse bedrag van € 1.000,- niet afdoende is. SFH schrijft dat volgens de bijgevoegde berekening de maandelijkse termijn voor aflossing en rente € 5.625,53 bedraagt, welk bedrag maandelijks achteraf kan worden voldaan, voor het eerst op 30 september 2024. Op die e-mail heeft NP Holding niet gereageerd. 2.23. Op 30 september 2024 heeft [gedaagde 3] namens NP Holding aan SFH bericht dat bij gebrek aan inkomsten geen invulling kan worden gegeven aan het eerder gedane aflossingsvoorstel. Bij e-mail van 7 november 2024 heeft SFH NP Holding gesommeerd tot betaling van aflossingstermijnen. Daarop is geen reactie gekomen. Bij brief van 28 november 2024 heeft SFH de Geldleningsovereenkomst in zijn geheel opgeëist en voor zover nodig de Geldleningsovereenkomst ontbonden. 3 Het geschil in conventie 3.1. SFH vordert - na vermeerdering van eis - dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis aan SFH te betalen a. € 2.046.690,19 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 23 juli 2023, althans vanaf de datum van dagvaarding, betreffende de Subscription Price, b.
Volledig
[naam 3] heeft bij e-mail van 25 april 2024 met onderwerp ‘breuk voorvorken / binnen balhoofdpijp urgent’ aan [naam 1] bericht: “Een binnen balhoofdpijp breuk is de gevaarlijkste breuk die je met een fiets kunt krijgen met ernstig berijders letsel als gevolg. Dit is een zaak die zeer serieus genomen moet worden en van Giant onmiddellijk actie verlangd. Stuur alle gegevens, framenummers, foto’s en alle gebroken vorken zsm door naar Giant. Ik bel morgenochtend weer met Giant om te overleggen wat vervolg acties moeten zijn.” 2.15. In het dossier bevinden zich de volgende e-mails: een e-mail van CBH ( [naam 4] , destijds [functie 2] ) van 16 mei 2022 aan Giant waarin wordt gemeld dat er verontrustende signalen van klanten zijn ontvangen over het ‘spontaan’ afbreken van voorvorken. Giant wordt verzocht grondig onderzoek te doen naar een aantal opgehaalde voorvorken, zodat klanten gerust gesteld kunnen worden met betrekking tot veiligheid, omdat het onderwerp veiligheid nu gaat opspelen bij een aantal klanten. De voorvorken zijn allemaal op dezelfde plek gebroken, in het midden van het onderste en bovenste balhoofd. een e-mail van JET van 13 juli 2023, die is doorgestuurd aan ConnectBike, waarin het volgende is vermeld: “Firstly, I would like to bring to your attention a recurring problem we have been experiencing with our bike frames/forks. Unfortunately, one of our bikes recently suffered a fork failure without any apparent reason (see photo attached). This marks the fourth occurrence of such incidents in Switzerland. (..) I will also inform ConnectBike about this problem, as they might have additional insights or be able to provide us with information on whether this is a known issue.” een e-mail van CBH ( [naam 4] ) aan Giant, met [gedaagde 3] en [gedaagde 4] in de cc, van 13 juli 2023, waarin - onder verwijzing naar voormelde e-mail van JET - wordt gemeld dat wederom in Zwitserland sprake is van hetzelfde probleem met betrekking tot een spontaan gebroken voorvork, dat dit geen toeval lijkt te zijn, en wellicht gerelateerd is aan de gebruiksduur, met het verzoek aan Giant om dit te onderzoeken. Ook wordt aan Giant gevraagd de test criteria voor de voorvorken met CBH te delen en wordt aangegeven dat dit momenteel een zeer hoge prioriteit heeft binnen CBH; wanneer dit namelijk een structureel probleem is bij (oudere) fietsen kan dit een flinke impact hebben op de business, met als ergste scenario klantverlies van bijvoorbeeld JET. een e-mail van CBH ( [naam 4] ) aan Giant van 4 augustus 2023, in reactie op het door Giant toegezonden testrapport, waarin wordt gevraagd of het klopt dat de voorvorken niet dynamisch getest worden op langdurige trillingen maar enkel op een val/impact van een bepaalde hoogte en waarin, gelet op het intensieve gebruik door klanten van 11-20 uur per dag met constante belasting en trillingen, wordt voorgesteld de test uit te breiden om deze intensiteit te simuleren. 2.16. Vanaf eind april 2024 vinden meerdere besprekingen plaats tussen ConnectBike en Giant, waarbij Giant zich op het standpunt stelt dat de voorvorken zijn ontwikkeld/geproduceerd conform de geldende ISO- en NEN-normen en dat niet kan worden uitgesloten dat de voorvorken breken door oorzaken zoals ongelukken, misbruik en overbelasting. Giant heeft wel voorgesteld een nieuw design te hanteren met een sterkere voorbuis. SFH heeft daarop aangegeven zich zorgen te maken over de veiligheid van de berijders en Giant gevraagd aan te geven of het verantwoord is de fietsen met de huidige voorvorken te blijven gebruiken. Giant heeft daar niet op gereageerd. 2.17. Bij brief van 24 mei 2024 heeft de advocaat van ConnectBike aan Giant gevraagd te bevestigen dat Giant een melding van een onveilig product heeft gedaan/zal doen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA), bij gebreke waarvan ConnectBike zelf een dergelijke melding zal doen. Daarbij is voorgesteld gezamenlijk een waarschuwingsbrief te sturen aan alle kopers/huurders/afnemers, en is Giant gesommeerd om een kortetermijnoplossing te bieden voor alle kopers/huurders/afnemers van de E-bikes die zowel de veiligheid garandeert als ervoor zorgt dat de E-bikes in gebruik kunnen blijven. 2.18. Op 30 mei 2024 heeft Giant een melding gedaan bij de NVWA. Op 31 mei 2024 heeft ConnectBike de (in overleg met Giant opgestelde) waarschuwingsbrief aan haar klanten gezonden, waarin is verzocht de E-bikes tijdelijk niet te gebruiken totdat (binnen 3 werkdagen) nadere informatie wordt verstrekt. Dezelfde dag ontvangt ConnectBike een ingebrekestelling van Domino Pizza’s waarin is vermeld dat indien er die dag geen oplossing komt, de contracten per direct worden opgezegd. Op 2 juni 2024 stelt JET ConnectBike aansprakelijk voor de schade die zij lijdt door het niet kunnen gebruiken van de E-bikes. JET heeft vervolgens haar betalingsverplichtingen jegens ConnectBike opgeschort. 2.19. De advocaat van SFH heeft op 4 juni 2024 Helados c.s. aansprakelijk gesteld op grond van een schending van de Warranties in de Investeringsovereenkomst. Op dezelfde dag heeft SFH Helados c.s. op de hoogte gesteld van de cashproblematiek van ConnectBike en gevraagd of er bereidheid is om ConnectBike verder te financieren. 2.20. JET heeft op 5 juni 2024 aan ConnectBike bericht voornemens te zijn de overeenkomsten per direct te beëindigen als ConnectBike niet binnen 5 dagen met een oplossing komt. Op 8 juni 2024 heeft SFH haar mede-aandeelhouders NP Holding, Helados en [naam 3] tevergeefs gevraagd om op korte termijn additionele financiering ter beschikking te stellen in verband met de liquiditeitsbehoefte van ConnectBike. Op 10 juni 2024 heeft De Lage Landen aan ConnectBike bericht dat meerdere klanten betalingen hebben gestorneerd in verband met de veiligheidswaarschuwing. Op 11 juni 2024 heeft SFH aan Helados c.s. bericht dat er gelet op de cashpositie van ConnectBike op zeer korte termijn financiering moet komen omdat een faillissement anders onafwendbaar is. Op 14 juni 2024 heeft SFH de aandeelhouders van CBH opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders op 22 juni 2024 met op de agenda het aanvragen van het faillissement van ConnectBike. Op 17 juni 2024 heeft SFH aan Helados c.s. voorgesteld om terug te treden als bestuurder indien Helados c.s. het bestuur van CBH wil overnemen. 2.21. Op 25 juni 2024 zijn CBH, EB2W en CBL op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard. 2.22. Op verzoek van SFH heeft [gedaagde 3] namens NP Holding bij e-mail van 5 juli 2024 een voorstel gedaan voor aflossing van de hiervoor in 2.8 genoemde geldlening, inhoudende een rente- en aflossingsvrije periode tot en met eind augustus 2024, vanaf september 2024 een maandelijkse betaling van € 1.000,- en uiterlijk 31 december 2027 gehele aflossing van de resterende hoofdsom/rente. SFH heeft bij e-mail van 12 juli 2024 gereageerd dat de payment holiday tot en met augustus 2024 akkoord is, evenals volledige aflossing voor 1 januari 2028, maar dat het voorgestelde maandelijkse bedrag van € 1.000,- niet afdoende is. SFH schrijft dat volgens de bijgevoegde berekening de maandelijkse termijn voor aflossing en rente € 5.625,53 bedraagt, welk bedrag maandelijks achteraf kan worden voldaan, voor het eerst op 30 september 2024. Op die e-mail heeft NP Holding niet gereageerd. 2.23. Op 30 september 2024 heeft [gedaagde 3] namens NP Holding aan SFH bericht dat bij gebrek aan inkomsten geen invulling kan worden gegeven aan het eerder gedane aflossingsvoorstel. Bij e-mail van 7 november 2024 heeft SFH NP Holding gesommeerd tot betaling van aflossingstermijnen. Daarop is geen reactie gekomen. Bij brief van 28 november 2024 heeft SFH de Geldleningsovereenkomst in zijn geheel opgeëist en voor zover nodig de Geldleningsovereenkomst ontbonden. 3 Het geschil in conventie 3.1. SFH vordert - na vermeerdering van eis - dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis aan SFH te betalen a. € 2.046.690,19 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 23 juli 2023, althans vanaf de datum van dagvaarding, betreffende de Subscription Price, b.
Volledig
€ 1.831.752,62 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de datum waarop elk bedrag afzonderlijk is betaald door SFH, althans vanaf 23 juli 2023, althans vanaf de datum van dagvaarding, betreffende de Werkkapitaallening en voorfinancieringen, II. NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 160.000,-, te vermeerderen met de contractueel overeengekomen rente van 12,5% per jaar tot de einddatum van de Afbetalingsregeling, althans tot het moment van algehele afbetaling van de geldlening, althans tot de ontbinding van de Geldleningsovereenkomst, althans te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, III. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis € 6.775,- te betalen voor buitengerechtelijke kosten, IV. NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis € 2.783,68 te betalen voor buitengerechtelijke kosten, V. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten. 3.2. SFH legt aan de vordering onder I primair ten grondslag dat Helados en NP Holding tekort zijn geschoten in de nakoming van de Investeringsovereenkomst door schending van de in artikel 4.1 van die overeenkomst vermelde garanties en daarom gehouden zijn de door SFH daardoor geleden schade te vergoeden. Volgens SFH waren Helados en NP Holding (als bestuurders van CBH) vanaf mei 2022 op de hoogte van de structurele en ernstige problemen met de voorvorken, die mogelijk een wezenlijk risico voor de bedrijfsvoering vormden. In ieder geval waren Helados en NP Holding vanaf 13 juli 2023 op de hoogte zoals blijkt uit de hiervoor in 2.15 vermelde e-mail aan Giant. Helados en NP Holding hebben daarover niets gemeld aan SFH voorafgaand aan of bij het sluiten van de Investeringsovereenkomst. Subsidiair stelt SFH dat Helados en NP Holding onrechtmatig hebben gehandeld door schending van de (precontractuele) maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm door de incidenten met de voorvorken niet te melden aan SFH. SFH stelt dat [gedaagde 4] en [gedaagde 3] in hoedanigheid van bestuurders van Helados en NP Holding aansprakelijk zijn omdat zij deze vennootschappen garanties hebben laten verstrekken terwijl zij wisten of behoorden te weten dat deze onjuist waren en dat de vennootschappen geen verhaal zouden bieden voor de daardoor veroorzaakte schade. SFH legt aan de vordering onder II ten grondslag dat NP Holding tekort is geschoten in de nakoming van de Geldleningsovereenkomst, althans Afbetalingsregeling. SFH stelt dat [gedaagde 3] persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die SFH lijdt doordat NP Holding niet aan haar verplichtingen onder de Geldleningsovereenkomst voldoet, primair omdat [gedaagde 3] zich persoonlijk verbonden heeft voor de geldlening, subsidiair uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. 3.3. Helados c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van SFH, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van SFH in de proceskosten. Tegen vordering I voert Helados c.s. aan dat NP Holding en Helados de garanties niet hebben geschonden en dat op hen geen mededelingsplicht rustte. Er was geen serieus probleem met de voorvorken, want het ging om regulier onderhoud. Het is algemeen bekend dat alle onderdelen van een fiets, inclusief voorvorken, kunnen slijten of defect raken door normaal gebruik of misbruik van klanten. In de Investeringsovereenkomst is ook geen specifieke garantie met betrekking tot de staat van de E-bikes opgenomen. Verder had SFH toegang tot alle relevante informatie en had SFH zelf een technisch due diligence onderzoek kunnen uitvoeren. Volgens Helados c.s. heeft SFH niet aangetoond dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden en ontbreekt causaal verband tussen de gestelde tekortkoming en de gevorderde schade. Voor bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde 3] en [gedaagde 4] is geen grond. Verder beroept Helados c.s. zich op matiging, eigen schuld en de redelijkheid en billijkheid. Tegen vordering II voeren NP Holding en [gedaagde 3] onder meer aan dat de Geldleningsovereenkomst alleen met NP Holding is gesloten en dat de vordering tot terugbetaling nog niet opeisbaar is. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.5. Helados c.s. vordert dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat SFH onzorgvuldig en daarom onrechtmatig heeft gehandeld jegens Helados c.s., althans een of meerderen van hen, II. voor recht verklaart dat SFH aansprakelijk is voor de schade die Helados c.s. als gevolg van dit onrechtmatig handelen heeft geleden en nog zal lijden, III. veroordeling van SFH tot vergoeding van de door Helados c.s. geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, IV. veroordeling van SFH in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.6. SFH voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Helados c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Helados c.s. in de proceskosten. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie Schending garanties 4.1. SFH stelt dat sprake is van schending van de hiervoor in 2.12 geciteerde garanties omdat de problemen met de voorvorken en de verontrustende signalen van klanten daarover niet aan SFH zijn gemeld voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst. 4.2. Vast staat dat de in 2.15 vermelde e-mails niet waren opgenomen in de data room ten tijde van het due diligence onderzoek. Evenmin zijn deze e-mails voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst ter kennis gebracht van SFH. Helados c.s. was (als bestuurders van CBH) wél op de hoogte van deze e-mails, die [gedaagde 3] nota bene in april 2024 zelf aan SFH heeft toegezonden. In één van de e-mails stonden [gedaagde 3] en [gedaagde 4] bovendien in de cc. Alleen al om die reden falen de stellingen van Helados c.s. dat partijen ten tijde van het aangaan van de Investeringsovereenkomst over exact dezelfde informatie beschikten en dat SFH onbeperkt toegang had tot en op de hoogte werd gehouden van alle informatie betreffende ConnectBike. 4.3. Uit de e-mails blijkt dat er al in mei 2022 verontrustende signalen van meerdere klanten zijn ontvangen over het breken van voorvorken zonder direct aanwijsbare reden. Van belang is dat de voorvorken allemaal op dezelfde plek braken, in het midden van het onderste en bovenste balhoofd. Volgens [naam 3] (tevens voormalig [functie 3] van Giant) is dit één van de gevaarlijkste breuken die je met een fiets kunt krijgen, met mogelijk ernstig berijders letsel als gevolg. Een aantal klanten was in mei 2022 al bezorgd over de veiligheid. Uit de e-mails van juli 2023 blijkt dat hetzelfde probleem met betrekking tot spontaan gebroken voorvorken nog steeds speelde en dat dit zeer hoge prioriteit had binnen ConnectBike omdat dit een flinke impact kan hebben op de business, met als ergste scenario klantverlies van bijvoorbeeld JET. De inhoud van deze e-mails en de in het dossier aanwezige foto’s weerspreken het standpunt van Helados c.s. dat het slechts ging om deukjes/kneuzingen (in plaats van breuken). 4.4. Helados c.s. voert verder in het kader van haar standpunt dat er geen serieus probleem was met de voorvorken aan dat de e-mails uit de context zijn getrokken en dat de woorden ‘spontaan afbreken’ alleen dienden om het onderwerp op de agenda van Giant te houden. Verder voert zij aan dat de e-mail aan Giant van 13 juli 2023 moet worden gelezen in een commerciële context met als doel om druk uit te oefenen op Giant om snel en kosteloos onderdelen te krijgen. De rechtbank volgt Helados c.s. daarin niet. Daargelaten dat deze lezing niet wordt ondersteund door bijvoorbeeld interne e-mails of aantekeningen, wordt in de e-mails van 16 mei 2022 en 13 juli 2023 aan Giant helemaal niet gesproken over het snel of kosteloos verkrijgen van onderdelen. Juist het feit dat ConnectBike het onderwerp op de agenda van Giant wilde houden, druk wilde uitoefenen en dergelijke e-mails stuurde, onderstreept de urgentie van de problemen met de voorvorken.
Volledig
€ 1.831.752,62 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de datum waarop elk bedrag afzonderlijk is betaald door SFH, althans vanaf 23 juli 2023, althans vanaf de datum van dagvaarding, betreffende de Werkkapitaallening en voorfinancieringen, II. NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 160.000,-, te vermeerderen met de contractueel overeengekomen rente van 12,5% per jaar tot de einddatum van de Afbetalingsregeling, althans tot het moment van algehele afbetaling van de geldlening, althans tot de ontbinding van de Geldleningsovereenkomst, althans te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, III. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis € 6.775,- te betalen voor buitengerechtelijke kosten, IV. NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt om binnen 14 dagen na het vonnis € 2.783,68 te betalen voor buitengerechtelijke kosten, V. Helados c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten. 3.2. SFH legt aan de vordering onder I primair ten grondslag dat Helados en NP Holding tekort zijn geschoten in de nakoming van de Investeringsovereenkomst door schending van de in artikel 4.1 van die overeenkomst vermelde garanties en daarom gehouden zijn de door SFH daardoor geleden schade te vergoeden. Volgens SFH waren Helados en NP Holding (als bestuurders van CBH) vanaf mei 2022 op de hoogte van de structurele en ernstige problemen met de voorvorken, die mogelijk een wezenlijk risico voor de bedrijfsvoering vormden. In ieder geval waren Helados en NP Holding vanaf 13 juli 2023 op de hoogte zoals blijkt uit de hiervoor in 2.15 vermelde e-mail aan Giant. Helados en NP Holding hebben daarover niets gemeld aan SFH voorafgaand aan of bij het sluiten van de Investeringsovereenkomst. Subsidiair stelt SFH dat Helados en NP Holding onrechtmatig hebben gehandeld door schending van de (precontractuele) maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm door de incidenten met de voorvorken niet te melden aan SFH. SFH stelt dat [gedaagde 4] en [gedaagde 3] in hoedanigheid van bestuurders van Helados en NP Holding aansprakelijk zijn omdat zij deze vennootschappen garanties hebben laten verstrekken terwijl zij wisten of behoorden te weten dat deze onjuist waren en dat de vennootschappen geen verhaal zouden bieden voor de daardoor veroorzaakte schade. SFH legt aan de vordering onder II ten grondslag dat NP Holding tekort is geschoten in de nakoming van de Geldleningsovereenkomst, althans Afbetalingsregeling. SFH stelt dat [gedaagde 3] persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die SFH lijdt doordat NP Holding niet aan haar verplichtingen onder de Geldleningsovereenkomst voldoet, primair omdat [gedaagde 3] zich persoonlijk verbonden heeft voor de geldlening, subsidiair uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. 3.3. Helados c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van SFH, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van SFH in de proceskosten. Tegen vordering I voert Helados c.s. aan dat NP Holding en Helados de garanties niet hebben geschonden en dat op hen geen mededelingsplicht rustte. Er was geen serieus probleem met de voorvorken, want het ging om regulier onderhoud. Het is algemeen bekend dat alle onderdelen van een fiets, inclusief voorvorken, kunnen slijten of defect raken door normaal gebruik of misbruik van klanten. In de Investeringsovereenkomst is ook geen specifieke garantie met betrekking tot de staat van de E-bikes opgenomen. Verder had SFH toegang tot alle relevante informatie en had SFH zelf een technisch due diligence onderzoek kunnen uitvoeren. Volgens Helados c.s. heeft SFH niet aangetoond dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden en ontbreekt causaal verband tussen de gestelde tekortkoming en de gevorderde schade. Voor bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde 3] en [gedaagde 4] is geen grond. Verder beroept Helados c.s. zich op matiging, eigen schuld en de redelijkheid en billijkheid. Tegen vordering II voeren NP Holding en [gedaagde 3] onder meer aan dat de Geldleningsovereenkomst alleen met NP Holding is gesloten en dat de vordering tot terugbetaling nog niet opeisbaar is. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.5. Helados c.s. vordert dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat SFH onzorgvuldig en daarom onrechtmatig heeft gehandeld jegens Helados c.s., althans een of meerderen van hen, II. voor recht verklaart dat SFH aansprakelijk is voor de schade die Helados c.s. als gevolg van dit onrechtmatig handelen heeft geleden en nog zal lijden, III. veroordeling van SFH tot vergoeding van de door Helados c.s. geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, IV. veroordeling van SFH in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.6. SFH voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Helados c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Helados c.s. in de proceskosten. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie Schending garanties 4.1. SFH stelt dat sprake is van schending van de hiervoor in 2.12 geciteerde garanties omdat de problemen met de voorvorken en de verontrustende signalen van klanten daarover niet aan SFH zijn gemeld voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst. 4.2. Vast staat dat de in 2.15 vermelde e-mails niet waren opgenomen in de data room ten tijde van het due diligence onderzoek. Evenmin zijn deze e-mails voorafgaand aan het sluiten van de Investeringsovereenkomst ter kennis gebracht van SFH. Helados c.s. was (als bestuurders van CBH) wél op de hoogte van deze e-mails, die [gedaagde 3] nota bene in april 2024 zelf aan SFH heeft toegezonden. In één van de e-mails stonden [gedaagde 3] en [gedaagde 4] bovendien in de cc. Alleen al om die reden falen de stellingen van Helados c.s. dat partijen ten tijde van het aangaan van de Investeringsovereenkomst over exact dezelfde informatie beschikten en dat SFH onbeperkt toegang had tot en op de hoogte werd gehouden van alle informatie betreffende ConnectBike. 4.3. Uit de e-mails blijkt dat er al in mei 2022 verontrustende signalen van meerdere klanten zijn ontvangen over het breken van voorvorken zonder direct aanwijsbare reden. Van belang is dat de voorvorken allemaal op dezelfde plek braken, in het midden van het onderste en bovenste balhoofd. Volgens [naam 3] (tevens voormalig [functie 3] van Giant) is dit één van de gevaarlijkste breuken die je met een fiets kunt krijgen, met mogelijk ernstig berijders letsel als gevolg. Een aantal klanten was in mei 2022 al bezorgd over de veiligheid. Uit de e-mails van juli 2023 blijkt dat hetzelfde probleem met betrekking tot spontaan gebroken voorvorken nog steeds speelde en dat dit zeer hoge prioriteit had binnen ConnectBike omdat dit een flinke impact kan hebben op de business, met als ergste scenario klantverlies van bijvoorbeeld JET. De inhoud van deze e-mails en de in het dossier aanwezige foto’s weerspreken het standpunt van Helados c.s. dat het slechts ging om deukjes/kneuzingen (in plaats van breuken). 4.4. Helados c.s. voert verder in het kader van haar standpunt dat er geen serieus probleem was met de voorvorken aan dat de e-mails uit de context zijn getrokken en dat de woorden ‘spontaan afbreken’ alleen dienden om het onderwerp op de agenda van Giant te houden. Verder voert zij aan dat de e-mail aan Giant van 13 juli 2023 moet worden gelezen in een commerciële context met als doel om druk uit te oefenen op Giant om snel en kosteloos onderdelen te krijgen. De rechtbank volgt Helados c.s. daarin niet. Daargelaten dat deze lezing niet wordt ondersteund door bijvoorbeeld interne e-mails of aantekeningen, wordt in de e-mails van 16 mei 2022 en 13 juli 2023 aan Giant helemaal niet gesproken over het snel of kosteloos verkrijgen van onderdelen. Juist het feit dat ConnectBike het onderwerp op de agenda van Giant wilde houden, druk wilde uitoefenen en dergelijke e-mails stuurde, onderstreept de urgentie van de problemen met de voorvorken.
Volledig
Helados c.s. erkent bovendien dat de schades aan de voorvorken van de fietsen een structureel karakter hadden en dat de kwestie van de voorvorken herhaaldelijk is besproken in diverse MT-meetings. 4.5. Uit het voorgaande volgt dat - anders dan Helados c.s. betoogt - geen sprake was van normale operationele slijtage van voorvorken, maar van terugkerende, ernstige schades aan de voorvorken zonder dat de oorzaak daarvan duidelijk was. 4.6. Helados c.s. heeft niet gemotiveerd betwist dat zij de structurele problemen met de voorvorken en de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s niet heeft medegedeeld aan SFH. In de door Helados c.s. geciteerde/overgelegde notulen van gecombineerde vergaderingen van de Raad van Advies en de algemene vergadering van aandeelhouders van CBH is een dergelijke mededeling niet te lezen. Helados c.s. heeft aangevoerd dat [naam 1] een presentatie heeft gekregen omtrent alle service-, reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden die de afgelopen jaren door ConnectBike zijn uitgevoerd maar deze presentatie is in deze procedure niet overgelegd, noch is gesteld of gebleken dat hierin de kwestie rondom de voorvorken is besproken. Onbetwist is dat SFH pas op 17 november 2023 (dus ná het sluiten van de Investeringsovereenkomst) toegang kreeg tot PowerBI waarmee zij service- en onderhoudscijfers kon inzien, namelijk de bezoeken per monteur per dag, maar waaruit bovendien niet kon worden afgeleid dat zich incidenten met voorvorken hadden voorgedaan. Ook verder zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat SFH voorafgaand aan het aangaan van de Investeringsovereenkomst van de problemen op de hoogte is gesteld. Ter zitting is duidelijk geworden dat in de (drie)maandelijkse financiële rapportages die werden gedeeld met SFH alleen een bulk-post voor onderdelen was opgenomen. Dat een medewerker van SFH toegang had tot Exact Online waarin ConnectBike de aanschaf van onderdelen boekte, brengt evenmin mee dat SFH is gewezen op het structurele karakter en de aard (veiligheidsrisico’s) van de problemen met de voorvorken. Nog daargelaten dat dit nooit het doel is geweest van de verleende toegang tot Exact Online. 4.7. Nu de problemen met de voorvorken intern bij ConnectBike blijkens de e-mails als serieus en verontrustend zijn aangemerkt en die problemen (blijkens de e-mail van 13 juli 2023) een flinke impact konden hebben op de bedrijfsvoering van ConnectBike, met als ergste scenario verlies van belangrijke klanten, is sprake van een omstandigheid die redelijkerwijs verwacht kan worden een wezenlijk negatief effect te hebben op ConnectBike en daarmee redelijkerwijs van invloed is op de beslissing van SFH om de Investeringsovereenkomst aan te gaan. De rechtbank is van oordeel dat Helados en NP Holding door het niet mededelen van deze problemen in ieder geval de garanties onder 4.12, 10.1 en 10.2 hebben geschonden. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van Helados c.s. dat deze garanties onvoldoende specifiek zouden zijn om een mededelingsplicht ten aanzien van technische of operationele zaken af te leiden. Hoewel de garanties wellicht niet zo uitgelegd kunnen worden dat elke technische of operationele kwestie had moeten worden gemeld, gaat het hier immers niet om ‘normale’ operationele zaken maar om technische zaken die direct raken aan de kern van de bedrijfsvoering. 4.8. SFH stelt terecht dat de overeengekomen informatiegaranties moeten worden gezien als een contractueel vastgelegde mededelingsplicht van Helados en NP Holding. Deze mededelingsplicht gaat vóór een eventuele onderzoeksplicht van SFH. Nu Helados en NP Holding niet hebben voldaan aan hun contractuele mededelingsplicht bestond er voor SFH geen aanleiding om nader onderzoek te doen. De verweren van Helados c.s. dat SFH niet heeft gevraagd om specifieke vrijwaringen omtrent de technische staat van de door Giant ontwikkelde E-bikes en dat SFH geen technische due diligence heeft gedaan, wordt dus verworpen. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid? 4.9. Helados c.s. voert aan dat een beroep op verzuim van de mededelingsplicht (de rechtbank begrijpt: een beroep op schending van de garanties) in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Vooropgesteld geldt dat bij toepassing van deze rechtsgrond terughoudendheid is geboden. De rechtbank is - met SFH - van oordeel dat partijen, met bijstand van advocaten, in de Investeringsovereenkomst bewust een risicoverdeling zijn overeengekomen. Dat SFH geen aanvullende technische waarborgen heeft verlangd, Helados c.s. niet opzettelijk informatie zou hebben verzwegen en zelf geen financieel voordeel zou hebben gehad door het schenden van de mededelingsplicht (hetgeen SFH overigens betwist) maakt nog niet dat een beroep op de contractuele garanties naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Andere omstandigheden die maken dat een beroep op de garanties naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zijn niet gesteld of gebleken. Schade 4.10. SFH vordert op grond van artikel 4.2 van de Investeringsovereenkomst hoofdelijke veroordeling van Helados en NP Holding tot vergoeding van het bedrag dat nodig is om haar in de positie te brengen waarin zij zou verkeren als de garanties niet zouden zijn geschonden. SFH stelt dat zij in dat geval de Investeringsovereenkomst niet zou hebben gesloten. Helados c.s. betwist dat en voert aan dat de Investeringsovereenkomst wel degelijk zou zijn gesloten maar met een voorwaardelijke koopprijsaanpassing. De rechtbank is van oordeel dat SFH voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij, als zij op de hoogte zou zijn gesteld van de problemen met de voorvorken, de Investeringsovereenkomst niet zou zijn aangegaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat Van den Born dit destijds (in 2022 en 2023) al als een uiterst serieuze kwestie had bestempeld. Niet aannemelijk is dat in dat geval een (voorwaardelijke) koopprijsaanpassing zou zijn overeengekomen. Daarbij is ook van belang dat de prijs voor de aandelen niet gerelateerd was aan de waarde van de onderneming maar uitsluitend gebaseerd is op het bedrag dat SFH in 2021 en 2022 als geldlening had verstrekt met verschenen rente en het bedrag van het overbruggingskrediet. 4.11. De schade moet worden vastgesteld door vergelijking van de huidige situatie (waarin SFH de Investeringsovereenkomst wel is aangegaan) en de hypothetische situatie dat zij de Investeringsovereenkomst niet zou zijn aangegaan. In de huidige situatie heeft SFH aandelen in CBH verkregen die waardeloos zijn geworden door het faillissement en zullen de Werkkapitaallening (€ 1.200.000,-) en de voorgefinancierde bedragen (€ 631.752,62) niet worden terugbetaald. SFH zou in de hypothetische situatie niet de Subscription Price van € 2.046.690,19 hebben betaald (door middel van verrekening met de in 2021 en 2022 verstrekte leningen met rente en het in de eerste helft van 2023 verstrekte overbruggingskrediet), geen aandelen hebben verkregen en geen Werkkapitaallening hebben verstrekt. Helados c.s. heeft niet betwist dat SFH in dat geval evenmin zou zijn overgegaan tot voorfinanciering van € 631.172,62. Niet in geschil is echter dat de financiële situatie van ConnectBike in juli 2023 zodanig slecht was dat, zonder conversie van de in 2021 en 2022 verstrekte geldleningen en zonder conversie van het in de eerste helft van 2023 verstrekte overbruggingskrediet, in juli 2023 reeds het faillissement van ConnectBike zou zijn gevolgd. In dat geval zou SFH naar verwachting slechts een verwaarloosbaar deel van de door haar in 2021 en 2022 verstrekte geldleningen (zie 2.4) en het begin 2023 op grond van de Intentieverklaring verstrekte overbruggingskrediet hebben ontvangen uit de failliete boedel. Een bedrag gelijk aan de Subscription Price zou zij dus ook in dat geval kwijt zijn geweest, zodat dit niet kan worden aangemerkt als schade. De schade bestaat daarom uit het bedrag van de Werkkapitaallening en de voorgefinancierde bedragen, in totaal € 1.831.752,62. Matiging? 4.12.
Volledig
Helados c.s. erkent bovendien dat de schades aan de voorvorken van de fietsen een structureel karakter hadden en dat de kwestie van de voorvorken herhaaldelijk is besproken in diverse MT-meetings. 4.5. Uit het voorgaande volgt dat - anders dan Helados c.s. betoogt - geen sprake was van normale operationele slijtage van voorvorken, maar van terugkerende, ernstige schades aan de voorvorken zonder dat de oorzaak daarvan duidelijk was. 4.6. Helados c.s. heeft niet gemotiveerd betwist dat zij de structurele problemen met de voorvorken en de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s niet heeft medegedeeld aan SFH. In de door Helados c.s. geciteerde/overgelegde notulen van gecombineerde vergaderingen van de Raad van Advies en de algemene vergadering van aandeelhouders van CBH is een dergelijke mededeling niet te lezen. Helados c.s. heeft aangevoerd dat [naam 1] een presentatie heeft gekregen omtrent alle service-, reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden die de afgelopen jaren door ConnectBike zijn uitgevoerd maar deze presentatie is in deze procedure niet overgelegd, noch is gesteld of gebleken dat hierin de kwestie rondom de voorvorken is besproken. Onbetwist is dat SFH pas op 17 november 2023 (dus ná het sluiten van de Investeringsovereenkomst) toegang kreeg tot PowerBI waarmee zij service- en onderhoudscijfers kon inzien, namelijk de bezoeken per monteur per dag, maar waaruit bovendien niet kon worden afgeleid dat zich incidenten met voorvorken hadden voorgedaan. Ook verder zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat SFH voorafgaand aan het aangaan van de Investeringsovereenkomst van de problemen op de hoogte is gesteld. Ter zitting is duidelijk geworden dat in de (drie)maandelijkse financiële rapportages die werden gedeeld met SFH alleen een bulk-post voor onderdelen was opgenomen. Dat een medewerker van SFH toegang had tot Exact Online waarin ConnectBike de aanschaf van onderdelen boekte, brengt evenmin mee dat SFH is gewezen op het structurele karakter en de aard (veiligheidsrisico’s) van de problemen met de voorvorken. Nog daargelaten dat dit nooit het doel is geweest van de verleende toegang tot Exact Online. 4.7. Nu de problemen met de voorvorken intern bij ConnectBike blijkens de e-mails als serieus en verontrustend zijn aangemerkt en die problemen (blijkens de e-mail van 13 juli 2023) een flinke impact konden hebben op de bedrijfsvoering van ConnectBike, met als ergste scenario verlies van belangrijke klanten, is sprake van een omstandigheid die redelijkerwijs verwacht kan worden een wezenlijk negatief effect te hebben op ConnectBike en daarmee redelijkerwijs van invloed is op de beslissing van SFH om de Investeringsovereenkomst aan te gaan. De rechtbank is van oordeel dat Helados en NP Holding door het niet mededelen van deze problemen in ieder geval de garanties onder 4.12, 10.1 en 10.2 hebben geschonden. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van Helados c.s. dat deze garanties onvoldoende specifiek zouden zijn om een mededelingsplicht ten aanzien van technische of operationele zaken af te leiden. Hoewel de garanties wellicht niet zo uitgelegd kunnen worden dat elke technische of operationele kwestie had moeten worden gemeld, gaat het hier immers niet om ‘normale’ operationele zaken maar om technische zaken die direct raken aan de kern van de bedrijfsvoering. 4.8. SFH stelt terecht dat de overeengekomen informatiegaranties moeten worden gezien als een contractueel vastgelegde mededelingsplicht van Helados en NP Holding. Deze mededelingsplicht gaat vóór een eventuele onderzoeksplicht van SFH. Nu Helados en NP Holding niet hebben voldaan aan hun contractuele mededelingsplicht bestond er voor SFH geen aanleiding om nader onderzoek te doen. De verweren van Helados c.s. dat SFH niet heeft gevraagd om specifieke vrijwaringen omtrent de technische staat van de door Giant ontwikkelde E-bikes en dat SFH geen technische due diligence heeft gedaan, wordt dus verworpen. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid? 4.9. Helados c.s. voert aan dat een beroep op verzuim van de mededelingsplicht (de rechtbank begrijpt: een beroep op schending van de garanties) in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Vooropgesteld geldt dat bij toepassing van deze rechtsgrond terughoudendheid is geboden. De rechtbank is - met SFH - van oordeel dat partijen, met bijstand van advocaten, in de Investeringsovereenkomst bewust een risicoverdeling zijn overeengekomen. Dat SFH geen aanvullende technische waarborgen heeft verlangd, Helados c.s. niet opzettelijk informatie zou hebben verzwegen en zelf geen financieel voordeel zou hebben gehad door het schenden van de mededelingsplicht (hetgeen SFH overigens betwist) maakt nog niet dat een beroep op de contractuele garanties naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Andere omstandigheden die maken dat een beroep op de garanties naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zijn niet gesteld of gebleken. Schade 4.10. SFH vordert op grond van artikel 4.2 van de Investeringsovereenkomst hoofdelijke veroordeling van Helados en NP Holding tot vergoeding van het bedrag dat nodig is om haar in de positie te brengen waarin zij zou verkeren als de garanties niet zouden zijn geschonden. SFH stelt dat zij in dat geval de Investeringsovereenkomst niet zou hebben gesloten. Helados c.s. betwist dat en voert aan dat de Investeringsovereenkomst wel degelijk zou zijn gesloten maar met een voorwaardelijke koopprijsaanpassing. De rechtbank is van oordeel dat SFH voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij, als zij op de hoogte zou zijn gesteld van de problemen met de voorvorken, de Investeringsovereenkomst niet zou zijn aangegaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat Van den Born dit destijds (in 2022 en 2023) al als een uiterst serieuze kwestie had bestempeld. Niet aannemelijk is dat in dat geval een (voorwaardelijke) koopprijsaanpassing zou zijn overeengekomen. Daarbij is ook van belang dat de prijs voor de aandelen niet gerelateerd was aan de waarde van de onderneming maar uitsluitend gebaseerd is op het bedrag dat SFH in 2021 en 2022 als geldlening had verstrekt met verschenen rente en het bedrag van het overbruggingskrediet. 4.11. De schade moet worden vastgesteld door vergelijking van de huidige situatie (waarin SFH de Investeringsovereenkomst wel is aangegaan) en de hypothetische situatie dat zij de Investeringsovereenkomst niet zou zijn aangegaan. In de huidige situatie heeft SFH aandelen in CBH verkregen die waardeloos zijn geworden door het faillissement en zullen de Werkkapitaallening (€ 1.200.000,-) en de voorgefinancierde bedragen (€ 631.752,62) niet worden terugbetaald. SFH zou in de hypothetische situatie niet de Subscription Price van € 2.046.690,19 hebben betaald (door middel van verrekening met de in 2021 en 2022 verstrekte leningen met rente en het in de eerste helft van 2023 verstrekte overbruggingskrediet), geen aandelen hebben verkregen en geen Werkkapitaallening hebben verstrekt. Helados c.s. heeft niet betwist dat SFH in dat geval evenmin zou zijn overgegaan tot voorfinanciering van € 631.172,62. Niet in geschil is echter dat de financiële situatie van ConnectBike in juli 2023 zodanig slecht was dat, zonder conversie van de in 2021 en 2022 verstrekte geldleningen en zonder conversie van het in de eerste helft van 2023 verstrekte overbruggingskrediet, in juli 2023 reeds het faillissement van ConnectBike zou zijn gevolgd. In dat geval zou SFH naar verwachting slechts een verwaarloosbaar deel van de door haar in 2021 en 2022 verstrekte geldleningen (zie 2.4) en het begin 2023 op grond van de Intentieverklaring verstrekte overbruggingskrediet hebben ontvangen uit de failliete boedel. Een bedrag gelijk aan de Subscription Price zou zij dus ook in dat geval kwijt zijn geweest, zodat dit niet kan worden aangemerkt als schade. De schade bestaat daarom uit het bedrag van de Werkkapitaallening en de voorgefinancierde bedragen, in totaal € 1.831.752,62. Matiging? 4.12.
Volledig
De rechtbank kan een wettelijke schadevergoedingsplicht alleen matigen indien toekenning van volledige schadevergoeding in de omstandigheden van het geval tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden (artikel 6:109 BW). Dit artikel is een bijzondere toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, zodat terughoudendheid geboden is. De aard van de aansprakelijkheid, namelijk schending van contractuele garanties die (met bijstand van advocaten) zijn overeengekomen tussen professionele partijen, noopt niet tot matiging. Verder zijn er onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd door Helados c.s. die maken dat toewijzing van de gevorderde schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Eigen schuld? 4.13. Helados c.s. voert aan dat de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan de benadeelde (SFH) zijn toe te rekenen, zodat de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd naar evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (artikel 6:101 BW). Volgens Helados c.s. is de schade voornamelijk het gevolg van het eigen handelen van SFH, namelijk de communicatie richting Giant, het aanschrijven van klanten om de fietsen niet meer te gebruiken en de beslissing om het faillissement van ConnectBike aan te vragen, terwijl er alternatieven waren. 4.14. Vast staat dat SFH als bestuurder van CBH na de aansprakelijkstelling door Nationale Nederlanden (zie 2.14) meerdere besprekingen heeft gehad met Giant en Giant heeft gevraagd of de E-bikes veilig gebruikt konden worden. Omdat Giant de veiligheid niet kon garanderen, heeft CBH Giant aangespoord een melding te doen bij de NVWA. Dat Giant die melding vervolgens heeft gedaan, bevestigt het standpunt van SFH dat de E-bikes niet voldeden aan de wettelijke kwaliteits- en veiligheidsnormen. SFH heeft onbetwist gesteld dat de veiligheidswaarschuwing nog steeds op de website van Giant vermeld staat en dat Giant na april 2024 aanleiding heeft gezien om de voorvorken te verdikken. SFH heeft er verder op gewezen dat zij op 5 juni 2024 op instructie van Giant van 38 E-bikes de voorvorken heeft gecontroleerd, waarbij er maar liefst 11 zijn afgekeurd. Helados c.s. heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat de E-bikes wél zouden voldoen aan alle geldende kwaliteits- en veiligheidsnormen. Dit geldt temeer nu SFH onweersproken heeft gesteld dat een andere ISO-norm van toepassing is op delivery E-bikes dan vermeld in de rapporten van Giant die door Helados c.s. worden aangehaald. Ook uit het feit dat de fietsen door de curator in het faillissement (voor € 100,- per stuk) zijn verkocht, blijkt niet dat deze aan de geldende normen voldoen, nu de voorwaarden van die verkoop niet verder zijn toegelicht. Gelet op de veiligheidswaarschuwing kon ConnectBike redelijkerwijs niet anders dan haar klanten vragen de fietsen tot nader order niet te gebruiken. Daarom faalt het verwijt van Helados c.s. dat SFH zelf verantwoordelijk is voor het faillissement omdat zij zelf haar klanten heeft aangeschreven om de fietsen niet langer te gebruiken. Niet in geschil is dat klanten vervolgens zijn gestopt met betalen, dat Giant niet onmiddellijk een oplossing heeft geboden en dat de financiële situatie (met name de cashflowpositie) van ConnectBike hierdoor nog verder is verslechterd. Helados c.s. heeft nog aangevoerd dat er alternatieven waren voor het aanvragen van het eigen faillissement zoals bijvoorbeeld een overname door een derde partij. SFH betwist dit en voert aan dat de problemen met de voorvorken de kern van het bedrijf raakten waardoor op dat moment geen enkele partij geïnteresseerd zou zijn in een overname. De rechtbank is van oordeel dat Helados c.s. onvoldoende heeft toegelicht dat in juni 2024 een reëel alternatief bestond om het faillissement van ConnectBike te voorkomen. De stelling van Helados c.s. dat mogelijk ook andere factoren hebben bijgedragen aan het faillissement doet (zoals SFH terecht stelt) niet af aan het causaal verband tussen de schending van de garanties en de schade van SFH (de tekortkoming van Helados c.s. is condicio sine qua non voor de schade). Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten 4.15. De door SFH gevorderde wettelijke handelsrente zal worden afgewezen, omdat de toegewezen schadevergoeding geen verplichting tot betaling uit een handelsovereenkomst is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over het toewijsbare bedrag aan hoofdsom van € 1.831.752,62 worden toegewezen vanaf de respectievelijke data waarop elk afzonderlijk bedrag door SFH is betaald, zoals vermeld in paragraaf 105 (onder a t/m j) en 106 (onder b t/m f) van de dagvaarding. 4.16. De onder III gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden afgewezen, omdat SFH niet heeft gesteld dat (in verband met haar schadevergoedingsvordering) buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Bestuurdersaansprakelijkheid 4.17. Wanneer een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan echter behalve de vennootschap ook een bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn voor de schade. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de rechtspersoon gelden hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de rechtspersoon en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade. Dat kan anders zijn indien de bestuurder omstandigheden aanvoert op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. 4.18. SFH stelt dat [gedaagde 3] en [gedaagde 4] in hoedanigheid van bestuurder van NP Holding respectievelijk Helados aansprakelijk zijn omdat zij deze vennootschappen verschillende garanties hebben laten geven waarvan zij wisten of behoorden te weten dat deze onjuist waren. Volgens SFH bieden deze vennootschappen vermoedelijk geen verhaal voor de hierdoor veroorzaakte schade. 4.19. Ten aanzien van Helados staat op dit moment nog niet vast dat zij de bij dit vonnis toegewezen schadevergoedingsvordering van SFH niet zal kunnen betalen en geen verhaal zal bieden. SFH heeft daarvoor onvoldoende gesteld en heeft op zitting zelfs (bij monde van de heer [naam 1] ) naar voren gebracht dat Helados wellicht over vermogensbestanddelen beschikt. Een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid tegen [gedaagde 4] , als [functie 4] van Helados, is daarom prematuur en wordt afgewezen. 4.20. Ter zitting is gebleken dat NP Holding geen activa of inkomsten heeft of zal krijgen. NP Holding zal de bij dit vonnis toegewezen schadevergoedingsvordering van SFH daarom niet kunnen betalen en evenmin verhaal bieden. De rechtbank zal dan ook hierna beoordelen of [gedaagde 3] als bestuurder van NP Holding aansprakelijk kan worden gehouden voor de benadeling van SFH als schuldeiser van NP Holding. 4.21. Vast staat dat NP Holding ook ten tijde van het aangaan van de Investeringsovereenkomst (bij van het verstrekken van de garanties) geen activa en geen (te verwachten) inkomsten had. Voor [gedaagde 3] was daarom voorzienbaar dat NP Holding in geval van schending van de garanties geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan door SFH geleden schade.
Volledig
De rechtbank kan een wettelijke schadevergoedingsplicht alleen matigen indien toekenning van volledige schadevergoeding in de omstandigheden van het geval tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden (artikel 6:109 BW). Dit artikel is een bijzondere toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, zodat terughoudendheid geboden is. De aard van de aansprakelijkheid, namelijk schending van contractuele garanties die (met bijstand van advocaten) zijn overeengekomen tussen professionele partijen, noopt niet tot matiging. Verder zijn er onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd door Helados c.s. die maken dat toewijzing van de gevorderde schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Eigen schuld? 4.13. Helados c.s. voert aan dat de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan de benadeelde (SFH) zijn toe te rekenen, zodat de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd naar evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (artikel 6:101 BW). Volgens Helados c.s. is de schade voornamelijk het gevolg van het eigen handelen van SFH, namelijk de communicatie richting Giant, het aanschrijven van klanten om de fietsen niet meer te gebruiken en de beslissing om het faillissement van ConnectBike aan te vragen, terwijl er alternatieven waren. 4.14. Vast staat dat SFH als bestuurder van CBH na de aansprakelijkstelling door Nationale Nederlanden (zie 2.14) meerdere besprekingen heeft gehad met Giant en Giant heeft gevraagd of de E-bikes veilig gebruikt konden worden. Omdat Giant de veiligheid niet kon garanderen, heeft CBH Giant aangespoord een melding te doen bij de NVWA. Dat Giant die melding vervolgens heeft gedaan, bevestigt het standpunt van SFH dat de E-bikes niet voldeden aan de wettelijke kwaliteits- en veiligheidsnormen. SFH heeft onbetwist gesteld dat de veiligheidswaarschuwing nog steeds op de website van Giant vermeld staat en dat Giant na april 2024 aanleiding heeft gezien om de voorvorken te verdikken. SFH heeft er verder op gewezen dat zij op 5 juni 2024 op instructie van Giant van 38 E-bikes de voorvorken heeft gecontroleerd, waarbij er maar liefst 11 zijn afgekeurd. Helados c.s. heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat de E-bikes wél zouden voldoen aan alle geldende kwaliteits- en veiligheidsnormen. Dit geldt temeer nu SFH onweersproken heeft gesteld dat een andere ISO-norm van toepassing is op delivery E-bikes dan vermeld in de rapporten van Giant die door Helados c.s. worden aangehaald. Ook uit het feit dat de fietsen door de curator in het faillissement (voor € 100,- per stuk) zijn verkocht, blijkt niet dat deze aan de geldende normen voldoen, nu de voorwaarden van die verkoop niet verder zijn toegelicht. Gelet op de veiligheidswaarschuwing kon ConnectBike redelijkerwijs niet anders dan haar klanten vragen de fietsen tot nader order niet te gebruiken. Daarom faalt het verwijt van Helados c.s. dat SFH zelf verantwoordelijk is voor het faillissement omdat zij zelf haar klanten heeft aangeschreven om de fietsen niet langer te gebruiken. Niet in geschil is dat klanten vervolgens zijn gestopt met betalen, dat Giant niet onmiddellijk een oplossing heeft geboden en dat de financiële situatie (met name de cashflowpositie) van ConnectBike hierdoor nog verder is verslechterd. Helados c.s. heeft nog aangevoerd dat er alternatieven waren voor het aanvragen van het eigen faillissement zoals bijvoorbeeld een overname door een derde partij. SFH betwist dit en voert aan dat de problemen met de voorvorken de kern van het bedrijf raakten waardoor op dat moment geen enkele partij geïnteresseerd zou zijn in een overname. De rechtbank is van oordeel dat Helados c.s. onvoldoende heeft toegelicht dat in juni 2024 een reëel alternatief bestond om het faillissement van ConnectBike te voorkomen. De stelling van Helados c.s. dat mogelijk ook andere factoren hebben bijgedragen aan het faillissement doet (zoals SFH terecht stelt) niet af aan het causaal verband tussen de schending van de garanties en de schade van SFH (de tekortkoming van Helados c.s. is condicio sine qua non voor de schade). Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten 4.15. De door SFH gevorderde wettelijke handelsrente zal worden afgewezen, omdat de toegewezen schadevergoeding geen verplichting tot betaling uit een handelsovereenkomst is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over het toewijsbare bedrag aan hoofdsom van € 1.831.752,62 worden toegewezen vanaf de respectievelijke data waarop elk afzonderlijk bedrag door SFH is betaald, zoals vermeld in paragraaf 105 (onder a t/m j) en 106 (onder b t/m f) van de dagvaarding. 4.16. De onder III gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moeten worden afgewezen, omdat SFH niet heeft gesteld dat (in verband met haar schadevergoedingsvordering) buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Bestuurdersaansprakelijkheid 4.17. Wanneer een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan echter behalve de vennootschap ook een bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn voor de schade. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de rechtspersoon gelden hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de rechtspersoon en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade. Dat kan anders zijn indien de bestuurder omstandigheden aanvoert op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. 4.18. SFH stelt dat [gedaagde 3] en [gedaagde 4] in hoedanigheid van bestuurder van NP Holding respectievelijk Helados aansprakelijk zijn omdat zij deze vennootschappen verschillende garanties hebben laten geven waarvan zij wisten of behoorden te weten dat deze onjuist waren. Volgens SFH bieden deze vennootschappen vermoedelijk geen verhaal voor de hierdoor veroorzaakte schade. 4.19. Ten aanzien van Helados staat op dit moment nog niet vast dat zij de bij dit vonnis toegewezen schadevergoedingsvordering van SFH niet zal kunnen betalen en geen verhaal zal bieden. SFH heeft daarvoor onvoldoende gesteld en heeft op zitting zelfs (bij monde van de heer [naam 1] ) naar voren gebracht dat Helados wellicht over vermogensbestanddelen beschikt. Een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid tegen [gedaagde 4] , als [functie 4] van Helados, is daarom prematuur en wordt afgewezen. 4.20. Ter zitting is gebleken dat NP Holding geen activa of inkomsten heeft of zal krijgen. NP Holding zal de bij dit vonnis toegewezen schadevergoedingsvordering van SFH daarom niet kunnen betalen en evenmin verhaal bieden. De rechtbank zal dan ook hierna beoordelen of [gedaagde 3] als bestuurder van NP Holding aansprakelijk kan worden gehouden voor de benadeling van SFH als schuldeiser van NP Holding. 4.21. Vast staat dat NP Holding ook ten tijde van het aangaan van de Investeringsovereenkomst (bij van het verstrekken van de garanties) geen activa en geen (te verwachten) inkomsten had. Voor [gedaagde 3] was daarom voorzienbaar dat NP Holding in geval van schending van de garanties geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan door SFH geleden schade.
Volledig
Met SFH is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde 3] bij de afgifte van de garanties namens NP Holding een verplichting is aangegaan terwijl hij redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat NP Holding deze garanties zou schenden. [gedaagde 3] had immers kennis van de incidenten met de voorvorken, die herhaaldelijk op dezelfde plek braken. Mede gelet op zijn ervaring in de E-bike sector had hij redelijkerwijs moeten begrijpen dat het daaraan verbonden veiligheidsrisico een aanzienlijke impact op de bedrijfsvoering van ConnectBike kon hebben. Het verstrekken van garanties, waaronder de informatiegarantie, bevestigt bovendien dat hij zich bewust was van het belang van SFH om volledig geïnformeerd te worden over dergelijke omstandigheden. [gedaagde 3] heeft een en ander onvoldoende gemotiveerd betwist. Ook heeft hij geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hem geen persoonlijk verwijt treft. Dit brengt mee dat [gedaagde 3] als bestuurder van NP Holding redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat NP Holding de garanties zou schenden en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade, zodat hij jegens SFH aansprakelijk is op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. [gedaagde 3] zal daarom (samen met NP Holding en Helados) hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade van SFH. Geldlening aan NP Holding is niet opeisbaar 4.22. De rechtbank stelt voorop dat een geldnemer op grond van artikel 7:129e BW verplicht is het op grond van de geldleningsovereenkomst verschuldigde terug te betalen binnen zes weken nadat de uitlener heeft medegedeeld tot opeising over te gaan, tenzij een ander tijdstip voor de terugbetaling uit de overeenkomst voortvloeit. In dit geval is in artikel 3 van de Geldleningsovereenkomst uitdrukkelijk bepaald dat de geldlening opeisbaar is zodra NP Holding (kort gezegd) failliet gaat. Anders dan SFH stelt, blijkt uit de Geldleningsovereenkomst niet dat partijen beoogd hebben de geldlening ook in andere gevallen opeisbaar te maken. Gelet op het doel van deze Geldleningsovereenkomst, namelijk de terugbetaling door NP Holding van gelden aan ConnectBike en de verstrekte zekerheid, volgt de rechtbank SFH ook niet in haar betoog dat het geen logische uitleg is om pas tot opeisbaarheid te komen als NP Holding failliet gaat. 4.23. SFH stelt dat partijen de Geldleningsovereenkomst hebben gewijzigd door een Afbetalingsregeling overeen te komen. Volgens haar is het aflossingsvoorstel van NP Holding van 5 juli 2024 door SFH aanvaard bij e-mail van 12 juli 2024 (zie 2.22). Ter zitting heeft [gedaagde 3] betwist dat partijen overeenstemming hebben bereikt; hij heeft toegelicht dat hij maximaal € 1.000,- per maand zou kunnen missen. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van aanbod en aanvaarding. De aanvaarding in de e-mail van 12 juli 2024 wijkt immers op een cruciaal punt (de maandelijkse annuïteit) af van het aanbod, zoals sprake is van een nieuw aanbod van SFH dat geldt als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod van NP Holding (artikel 6:225 lid 1 en 2 BW). Gesteld noch gebleken is dat dit nieuwe aanbod van SFH vervolgens door NP Holding is geaccepteerd. 4.24. Nu de geldlening niet opeisbaar is en er geen afbetalingsregeling is overeengekomen, is niet relevant in hoeverre [gedaagde 3] zich in privé zou hebben verbonden tot nakoming van de Geldleningsovereenkomst (of de gestelde Afbetalingsregeling). De geldlening is niet opeisbaar en NP Holding is niet tekort geschoten in de nakoming van haar terugbetalingsverplichting, zodat er geen grond bestond voor ontbinding van de Geldleningsovereenkomst. De vordering onder II zal worden afgewezen, evenals de in dit verband (onder IV) gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Conclusie 4.25. De vordering onder I sub b wordt toegewezen tegen NP Holding, Helados en [gedaagde 3] . De overige vorderingen worden afgewezen. 4.26. NP Holding, Helados en [gedaagde 3] zijn in overwegende mate in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SFH worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,37 - griffierecht € 6.617,00 - salaris advocaat € 9.262,00 (2 punten × € 4.631,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 16.180,37 4.27. De betalingsveroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 4.28. SFH is in het ongelijk gesteld in de zaak tegen [gedaagde 4] en moet daarom zijn proceskosten betalen. De rechtbank gaat ervan uit dat zijn proceskosten ten laste van Helados komen en begroot zijn kosten daarom op nihil. in reconventie 4.29. Helados c.s. stelt dat SFH onzorgvuldig en daarom onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door op onzorgvuldige wijze klanten aan te schrijven om de fietsen niet langer te gebruiken en te lichtvaardig het faillissement van ConnectBike aan te vragen, zonder Helados c.s. in de gelegenheid te stellen financiering te regelen voor overname van de aandelen dan wel anderszins een reddingsplan uit te werken. Helados c.s. hebben hierdoor schade geleden, bestaande uit de waardevermindering van hun aandelen in ConnectBike, reputatieschade en de door hen gemaakte kosten in verband met de juridische procedures die SFH heeft aangespannen. 4.30. Gelet op hetgeen hiervoor in conventie onder 4.13 en 4.14 is overwogen, treft SFH als bestuurder van CBH geen verwijt terzake het aanschrijven van klanten en het aanvragen van het eigen faillissement. Ook de verwijten dat Helados c.s. niet in de gelegenheid is gesteld om financiering te regelen of een reddingsplan uit te werken, falen gelet op de feiten vermeld onder 2.19 en 2.20. Reeds om die reden worden de vorderingen in reconventie afgewezen. 4.31. Helados c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Vanwege de verwevenheid met de beoordeling in conventie past de rechtbank op het salaris advocaat een factor 0,5 toe. De proceskosten van SFH worden begroot op: - salaris advocaat € 653,00 (2 punten × 0,5 × € 653,00) - nakosten € 107,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 760,00 5. De beslissing De rechtbank in conventie 5.1. veroordeelt Helados, NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk om aan SFH te betalen een bedrag van € 1.831.752,62 betreffende de Werkkapitaallening en voorfinancieringen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectievelijke data waarop elk afzonderlijk bedrag door SFH is betaald (zoals vermeld in paragraaf 105 onder a t/m j en 106 onder b t/m f van de dagvaarding) tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt Helados, NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk in de proceskosten van € 16.180,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt SFH in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 4] , tot op heden begroot op nihil, 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.6. wijst de vorderingen van Helados c.s. af, 5.7. veroordeelt Helados c.s. in de proceskosten van € 760,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Helados c.s. niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.8. verklaart de veroordeling in 5.7 uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, mr. M.E.M. James-Pater en mr. I.M.G. Bakker en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. ECLI:NL:HR:2013:40, r.o. 3.2. HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger/Roelofsen en HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, Beklamel
Volledig
Met SFH is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde 3] bij de afgifte van de garanties namens NP Holding een verplichting is aangegaan terwijl hij redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat NP Holding deze garanties zou schenden. [gedaagde 3] had immers kennis van de incidenten met de voorvorken, die herhaaldelijk op dezelfde plek braken. Mede gelet op zijn ervaring in de E-bike sector had hij redelijkerwijs moeten begrijpen dat het daaraan verbonden veiligheidsrisico een aanzienlijke impact op de bedrijfsvoering van ConnectBike kon hebben. Het verstrekken van garanties, waaronder de informatiegarantie, bevestigt bovendien dat hij zich bewust was van het belang van SFH om volledig geïnformeerd te worden over dergelijke omstandigheden. [gedaagde 3] heeft een en ander onvoldoende gemotiveerd betwist. Ook heeft hij geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hem geen persoonlijk verwijt treft. Dit brengt mee dat [gedaagde 3] als bestuurder van NP Holding redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat NP Holding de garanties zou schenden en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade, zodat hij jegens SFH aansprakelijk is op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. [gedaagde 3] zal daarom (samen met NP Holding en Helados) hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade van SFH. Geldlening aan NP Holding is niet opeisbaar 4.22. De rechtbank stelt voorop dat een geldnemer op grond van artikel 7:129e BW verplicht is het op grond van de geldleningsovereenkomst verschuldigde terug te betalen binnen zes weken nadat de uitlener heeft medegedeeld tot opeising over te gaan, tenzij een ander tijdstip voor de terugbetaling uit de overeenkomst voortvloeit. In dit geval is in artikel 3 van de Geldleningsovereenkomst uitdrukkelijk bepaald dat de geldlening opeisbaar is zodra NP Holding (kort gezegd) failliet gaat. Anders dan SFH stelt, blijkt uit de Geldleningsovereenkomst niet dat partijen beoogd hebben de geldlening ook in andere gevallen opeisbaar te maken. Gelet op het doel van deze Geldleningsovereenkomst, namelijk de terugbetaling door NP Holding van gelden aan ConnectBike en de verstrekte zekerheid, volgt de rechtbank SFH ook niet in haar betoog dat het geen logische uitleg is om pas tot opeisbaarheid te komen als NP Holding failliet gaat. 4.23. SFH stelt dat partijen de Geldleningsovereenkomst hebben gewijzigd door een Afbetalingsregeling overeen te komen. Volgens haar is het aflossingsvoorstel van NP Holding van 5 juli 2024 door SFH aanvaard bij e-mail van 12 juli 2024 (zie 2.22). Ter zitting heeft [gedaagde 3] betwist dat partijen overeenstemming hebben bereikt; hij heeft toegelicht dat hij maximaal € 1.000,- per maand zou kunnen missen. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van aanbod en aanvaarding. De aanvaarding in de e-mail van 12 juli 2024 wijkt immers op een cruciaal punt (de maandelijkse annuïteit) af van het aanbod, zoals sprake is van een nieuw aanbod van SFH dat geldt als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod van NP Holding (artikel 6:225 lid 1 en 2 BW). Gesteld noch gebleken is dat dit nieuwe aanbod van SFH vervolgens door NP Holding is geaccepteerd. 4.24. Nu de geldlening niet opeisbaar is en er geen afbetalingsregeling is overeengekomen, is niet relevant in hoeverre [gedaagde 3] zich in privé zou hebben verbonden tot nakoming van de Geldleningsovereenkomst (of de gestelde Afbetalingsregeling). De geldlening is niet opeisbaar en NP Holding is niet tekort geschoten in de nakoming van haar terugbetalingsverplichting, zodat er geen grond bestond voor ontbinding van de Geldleningsovereenkomst. De vordering onder II zal worden afgewezen, evenals de in dit verband (onder IV) gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Conclusie 4.25. De vordering onder I sub b wordt toegewezen tegen NP Holding, Helados en [gedaagde 3] . De overige vorderingen worden afgewezen. 4.26. NP Holding, Helados en [gedaagde 3] zijn in overwegende mate in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SFH worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 112,37 - griffierecht € 6.617,00 - salaris advocaat € 9.262,00 (2 punten × € 4.631,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 16.180,37 4.27. De betalingsveroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 4.28. SFH is in het ongelijk gesteld in de zaak tegen [gedaagde 4] en moet daarom zijn proceskosten betalen. De rechtbank gaat ervan uit dat zijn proceskosten ten laste van Helados komen en begroot zijn kosten daarom op nihil. in reconventie 4.29. Helados c.s. stelt dat SFH onzorgvuldig en daarom onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door op onzorgvuldige wijze klanten aan te schrijven om de fietsen niet langer te gebruiken en te lichtvaardig het faillissement van ConnectBike aan te vragen, zonder Helados c.s. in de gelegenheid te stellen financiering te regelen voor overname van de aandelen dan wel anderszins een reddingsplan uit te werken. Helados c.s. hebben hierdoor schade geleden, bestaande uit de waardevermindering van hun aandelen in ConnectBike, reputatieschade en de door hen gemaakte kosten in verband met de juridische procedures die SFH heeft aangespannen. 4.30. Gelet op hetgeen hiervoor in conventie onder 4.13 en 4.14 is overwogen, treft SFH als bestuurder van CBH geen verwijt terzake het aanschrijven van klanten en het aanvragen van het eigen faillissement. Ook de verwijten dat Helados c.s. niet in de gelegenheid is gesteld om financiering te regelen of een reddingsplan uit te werken, falen gelet op de feiten vermeld onder 2.19 en 2.20. Reeds om die reden worden de vorderingen in reconventie afgewezen. 4.31. Helados c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Vanwege de verwevenheid met de beoordeling in conventie past de rechtbank op het salaris advocaat een factor 0,5 toe. De proceskosten van SFH worden begroot op: - salaris advocaat € 653,00 (2 punten × 0,5 × € 653,00) - nakosten € 107,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 760,00 5. De beslissing De rechtbank in conventie 5.1. veroordeelt Helados, NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk om aan SFH te betalen een bedrag van € 1.831.752,62 betreffende de Werkkapitaallening en voorfinancieringen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectievelijke data waarop elk afzonderlijk bedrag door SFH is betaald (zoals vermeld in paragraaf 105 onder a t/m j en 106 onder b t/m f van de dagvaarding) tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt Helados, NP Holding en [gedaagde 3] hoofdelijk in de proceskosten van € 16.180,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt SFH in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 4] , tot op heden begroot op nihil, 5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.6. wijst de vorderingen van Helados c.s. af, 5.7. veroordeelt Helados c.s. in de proceskosten van € 760,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Helados c.s. niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.8. verklaart de veroordeling in 5.7 uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, mr. M.E.M. James-Pater en mr. I.M.G. Bakker en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. ECLI:NL:HR:2013:40, r.o. 3.2. HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger/Roelofsen en HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, Beklamel