Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-12
ECLI:NL:RBAMS:2026:3247
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,623 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3247 text/xml public 2026-04-08T11:43:30 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-12 13-001060-26 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3247 text/html public 2026-04-03T11:29:31 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3247 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2026 / 13-001060-26 Vervolgings-EAB Spanje. Overlevering toegestaan. Artikel 6, eerste lid, OLW. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Terugkeergarantie gegeven en voldoende bevonden. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-001060-26 Datum uitspraak: 12 maart 2026 UITSPRAAK op de vordering van 5 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 23 juli 2025 door the Criminal Court number 2 Figueres , Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 februari 2026 in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB – in samenhang gelezen met het A-formulier – vermeldt een aanhoudingsbevel van 21 februari 2025 dat is uitgevaardigd door de Juzgado Penal 2 Figueres. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. Het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie (IRC) heeft in een e-mail van 27 januari 2026 de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit: “ [de opgeëiste persoon] is a Dutch national. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3, of the Framework Decision on the European Arrest Warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1, of the Dutch Surrender Act, the surrender may only be authorized after it can be guaranteed that, in case [de opgeëiste persoon] after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Spain, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). I kindly ask you to provide us with the requested information (with a translation in either English or Dutch) as soon as possible, no later than 09 February 2026.” De Criminal Section of Examining Court of Figueres heeft op 6 februari 2026 de volgende garantie gegeven: "I inform you that the Judge of this Court does not object to [de opgeëiste persoon] , born on the [geboortedag] 1996 in Venlo, once the oral trial has been held and if he is convicted by this Judge, serving his sentence in the Netherlands, in accordance with European Framework Decision 2008/909/JHA." Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie, gelezen in samenhang met de door het IRC gestelde vraag, voldoende. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Criminal Court number 2 Figueres , Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter, mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 maart 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. ( Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers ), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.