Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-05-22
ECLI:NL:RBAMS:2024:2925
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,703 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 81/045118-22
Datum uitspraak: 22 mei 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
wonende op het adres [woonadres] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2024. Op 22 mei 2024 is het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.P. Hopman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.J.E. Hogewind, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in Amsterdam en/of Assendelft heeft schuldig gemaakt aan
1. gewoontewitwassen van 297,7 Bitcoins in de periode van 2 januari 2016 tot en met 8 maart 2022;
2. feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen van 297,7 Bitcoins in de periode van 12 december 2016 tot en met 20 november 2017.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Vrijspraak
3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat sprake is van een vermoeden van een criminele herkomst van de Bitcoins op grond van de witwastypologie ‘de bitcoinhandelaar’. De verdachte heeft dit vermoeden van witwassen onvoldoende weerlegd. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de Bitcoins van misdrijf afkomstig waren. Gelet op de hoeveelheid Bitcoins, de frequentie van het handelen hierin, de lange periode en de waarde van de Bitcoins is sprake van gewoontewitwassen. Subsidiair is er in ieder geval sprake geweest schuldwitwassen.
De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf van 10 maanden op te leggen, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte een geldboete van € 16.000,- op te leggen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de Bitcoins van misdrijf afkomstig waren, omdat niet vastgesteld kan worden dat de Bitcoins afkomstig waren van het zogeheten darknet. De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte niet wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Bitcoins van het darknet afkomstig waren.
3.3.
Beoordeling
De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De criminele herkomst van de Bitcoins van [B.V. ]
Door middel van het blockchainanalyseprogramma Reactor van Chainalysis is gebleken dat een deel van de Bitcoins uit de Wallet van [B.V. ] , dat toebehoorde aan verdachte, direct of indirect afkomstig waren van het darknet.
Uit onderzoek is gebleken dat 90% van de producten en diensten die worden aangeboden op het darknet illegale producten zijn. Voor de overige 10% van de producten die op darknet markets worden aangeboden die ogenschijnlijk geen illegale herkomst hebben, geldt dat zij zijn vermengd met vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van een illegale herkomst. Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat het vermengde vermogen van uit misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen en vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van legale activiteiten, kan worden aangemerkt als mede of deels uit misdrijf afkomstig.
Op grond van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat alle Bitcoins die van darknet markets afkomstig zijn, een criminele herkomst hebben.
De wetenschap van de criminele herkomst
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat een deel van de Bitcoins uit zijn wallet van het darknet afkomstig was. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij bij het aankopen van Bitcoins niet kon zien waar de Bitcoins vandaan kwamen.
Uit het dossier blijkt dat de Bitcoins die van het darknet afkomstig waren en in de wallet van verdachte zaten, overwegend indirect van het darknet afkomstig waren. Daarmee wordt bedoeld dat de Bitcoins via een of meerdere andere wallets of een cluster van wallets bij verdachte terecht zijn gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte wist dat de Bitcoins direct of indirect van het darknet afkomstig waren. Het standpunt dat verdachte reeds had kunnen weten dat de Bitcoins afkomstig waren uit enig misdrijf, omdat een deel van de handel van verdachte met cash is betaald, volgt de rechtbank niet. Uit het dossier blijkt namelijk niet op welke wijze de 297,7 ten laste gelegde Bitcoins zijn verkregen en of juist deze Bitcoins met cash zijn betaald. Verdachte heeft immers aanmerkelijk meer Bitcoins verhandeld dan de ten laste gelegde hoeveelheid. De rechtbank kan onder deze omstandigheden evenmin vaststellen dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Bitcoins van misdrijf afkomstig waren. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Buiskool, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 mei 2024.
[--]
.
Rechtbank Midden-Nederland d.d. 14 november 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:5716.
Hoge Raad d.d. 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578.