Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-05-30
ECLI:NL:RBAMS:2023:5365
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,814 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/123066-23 (AB II)
Datum uitspraak: 30 mei 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid (Uitvoeringswet) juncto artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank.
Deze vordering dateert van 16 mei 2023 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Aanhoudingsbevel (AB) als bedoeld in artikel 598 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (HSO).
Dit AB is uitgevaardigd op 6 februari 2023 door the Boyd Lancashire Magistrates Court sitting at Blackburn (Verenigd Koninkrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk) op [geboortedag] 1987
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in het Justitieel Centrum [naam PI]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 mei 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.W.J. van Galen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Engelse taal.
Op grond van artikel 3 Uitvoeringswet jo. artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de nationaliteit heeft van het Verenigd Koninkrijk.
3Standpunt raadsman
De raadsman heeft opgemerkt dat er geen sprake is van weigeringsgronden of andere beletselen voor de overlevering.
4Grondslag en inhoud van het AB
In het AB wordt melding gemaakt van een Warrant of arrest at first instance dated 25/01/2023 issued at Lancashire Magistrates Court sitting at Blackburn.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van het Verenigde Koninkrijk ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van het Verenigd Koninkrijk strafbare feiten.
Feiten
5Strafbaarheid: Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
Het Verenigd Koninkrijk heeft de kennisgeving als bedoeld in artikel 599, vierde lid, van de HSO niet gedaan. Toetsing van de dubbele strafbaarheid conform artikel 599, tweede lid, HSO kan dus niet achterwege blijven.
Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 599, eerste en tweede lid, HSO zijn opgenomen.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder b van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder b van de Opiumwet gegeven verbod
6Detentieomstandigheden in het Verenigd Koninkrijk
In het midden kan blijven of de rechtbank moet toetsen aan de criteria uit de rechtspraak van het Hof van Justitie in EAB-zaken of aan de rechtspraak van het EHRM.
Door HM Prison & Probation Service is bij e-mail van 2 mei 2023 het navolgende meegedeeld met betrekking tot de penitentiaire inrichting waar de opgeëiste persoon zal worden geplaatst na overlevering aan het Verenigd Koninkrijk:
“You have asked for a guarantee that Mr [opgeëiste persoon] will not be incarcerated in HMP Bedford.
The EAW for Mr. [opgeëiste persoon] was issued by Lancashire Magistrates’Court and it is likely that a trial would take place at a nearby court in the area. It is usual practice to make efforts to accommodate suspects close to the location of their trial and it is therefore most likely that Mr. [opgeëiste persoon] would be held at HMP Preston. HMP Bedford is outside this region of the United Kingdom and so the likelihood of Mr. [opgeëiste persoon] being located there is remote. This cannot be discounted entirely in case operational requirements, or the behaviour of the individual, necessitates transfer to another prison. There is always a possibility that an individual may be located outside the geographical region in which they are being tried.”
Dit betekent dat het eerder vastgestelde reële gevaar dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting HMP Bedford het risico lopen te worden onderworpen aan een onmenselijke en vernederende ervaring, niet in de weg staat aan de overlevering van de opgeëiste persoon
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het AB voldoet aan de eisen van artikel 606 HSO en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, alsmede een garantie is verstrekt op grond van artikel 604, aanhef en onder c, HSO, dient de overlevering te worden toegestaan.
8Toepasselijke wetsartikelen
Artikel 47 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 Opiumwet en de artikelen
1 en 3 Uitvoeringswet en de artikelen 599, 604 en 606 HSO.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Boyd Lancasthire Magistrates Court sitting at Blackburn (Verenigd Koninkrijk).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,
mrs. P. van Kesteren en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 mei 2023.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, Uitvoeringswet juncto artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie rechtbank Amsterdam, 2 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6353
Vergelijk rechtbank Amsterdam, 18 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6074.