Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-07-30
ECLI:NL:OGHACMB:2024:146
Civiel recht
Hoger beroep
5,172 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: AUA201803035 – AUA2022H00264 en AUA2022H00269
Uitspraak: 30 juli 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van (AUA2022H00264):
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
en in de zaak van (AUA2022H00269):
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
tegen
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters.
Partijen worden hierna IER en het Land genoemd.
1Het verloop van de procedure
1.1
Bij op 16 december 2022 ingekomen akte van appel is IER in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 9 november 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).
1.2
Bij op 20 december 2022 ingekomen akte van appel is ook het Land in hoger beroep gekomen van dat vonnis.
1.3
Bij op 26 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft IER twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en haar gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van het Land, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep, met rente.
1.4
Bij op 30 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft het Land zijnerzijds vijf grieven aangevoerd en toegelicht tegen het vonnis en tegen de tussenvonnissen die daaraan zijn voorafgegaan. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal vernietigen en de vordering van IER alsnog geheel zal afwijzen, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van een verzoek om tussentijds hoger beroep en in het hoger beroep.
1.5
Bij op 29 maart 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft het Land de grieven van IER bestreden. Aan zijn conclusie van 30 januari 2023 heeft het Land toegevoegd dat het Hof IER zal veroordelen om aan het Land terug te betalen wat het Land uit hoofde van het bestreden vonnis aan IER heeft betaald, met rente.
1.6
Bij op 11 april 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft IER de grieven van het Land bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het Land niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans het hoger beroep vervallen of ongegrond zal verklaren, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep.
1.7
Op 3 oktober 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. Het Land heeft daarbij als productie een strafvonnis in het geding gebracht.
1.8
Bij akte van 31 oktober 2023 heeft IER zich uitgelaten over de productie van het Land.
1.9
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2De beoordeling
Feiten
2.1
Het Hof gaat voorshands uit van de volgende feiten, zeer kort samengevat.
2.1.1
In 2013 heeft IER een aanvraag bij het Land ingediend ter verkrijging in erfpacht van een perceel te Palm Beach, Aruba. IER wilde een condominiumcomplex ontwikkelen op dat perceel. In verband daarmee heeft het Land in 2015 en 2016 ministeriële beschikkingen ten behoeve van IER gegeven en in augustus 2017 een overeenkomst met IER gesloten (hierna: de overeenkomst). Fungerend minister van (onder meer) Ruimtelijke Ontwikkeling was [minister] (hierna: [minister]).
2.1.2
Op 22 september 2017 zijn er verkiezingen geweest voor de Staten van Aruba. Op 17 november 2017 is het kabinet Wever-Croes aangetreden als opvolger van het kabinet Eman II.
2.1.3
Sindsdien heeft het Land geweigerd uitvoering te geven aan de overeenkomst.
2.1.4
Tegen [minister] is een strafzaak aanhangig gemaakt. Dit heeft geleid tot een strafvonnis in eerste aanleg van 14 april 2023 en een strafvonnis in hoger beroep van 12 juli 2024.
Vorderingen en beslissing van het Gerecht
2.2
In deze rechtszaak heeft IER primair nakoming van de overeenkomst gevorderd en subsidiair schadevergoeding.
2.3
Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht het Land veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van Afl. 204.066 aan schadevergoeding, met rente en kosten, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Beoordeling
2.4
Het Land heeft het in eerste aanleg tegen [minister] uitgesproken strafvonnis in het geding gebracht bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep in deze civiele zaak. IER heeft zich daarover bij akte uitgelaten.
2.5
Inmiddels is in de strafzaak tegen [minister] op 12 juli 2024 een vonnis in hoger beroep uitgesproken en op rechtspraak.nl gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:OGHACMB:2024:123. De zaak zal naar de rol worden verwezen om beide partijen in de gelegenheid te stellen zich gelijktijdig bij akte uit te laten over de betekenis van dat strafvonnis voor deze civiele zaak. Daarna zal gelegenheid worden geboden voor antwoordakten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 voor gelijktijdige akten aan beide zijden, waarna gelegenheid zal worden geboden voor antwoordakten;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: AUA201803035 – AUA2022H00264 en AUA2022H00269
Uitspraak: 30 juli 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van (AUA2022H00264):
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
en in de zaak van (AUA2022H00269):
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
tegen
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters.
Partijen worden hierna IER en het Land genoemd.
1Het verloop van de procedure
1.1
Bij op 16 december 2022 ingekomen akte van appel is IER in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 9 november 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).
1.2
Bij op 20 december 2022 ingekomen akte van appel is ook het Land in hoger beroep gekomen van dat vonnis.
1.3
Bij op 26 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft IER twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en haar gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van het Land, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep, met rente.
1.4
Bij op 30 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft het Land zijnerzijds vijf grieven aangevoerd en toegelicht tegen het vonnis en tegen de tussenvonnissen die daaraan zijn voorafgegaan. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal vernietigen en de vordering van IER alsnog geheel zal afwijzen, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van een verzoek om tussentijds hoger beroep en in het hoger beroep.
1.5
Bij op 29 maart 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft het Land de grieven van IER bestreden. Aan zijn conclusie van 30 januari 2023 heeft het Land toegevoegd dat het Hof IER zal veroordelen om aan het Land terug te betalen wat het Land uit hoofde van het bestreden vonnis aan IER heeft betaald, met rente.
1.6
Bij op 11 april 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft IER de grieven van het Land bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het Land niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans het hoger beroep vervallen of ongegrond zal verklaren, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep.
1.7
Op 3 oktober 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. Het Land heeft daarbij als productie een strafvonnis in het geding gebracht.
1.8
Bij akte van 31 oktober 2023 heeft IER zich uitgelaten over de productie van het Land.
1.9
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2De beoordeling
Feiten
2.1
Het Hof gaat voorshands uit van de volgende feiten, zeer kort samengevat.
2.1.1
In 2013 heeft IER een aanvraag bij het Land ingediend ter verkrijging in erfpacht van een perceel te Palm Beach, Aruba. IER wilde een condominiumcomplex ontwikkelen op dat perceel. In verband daarmee heeft het Land in 2015 en 2016 ministeriële beschikkingen ten behoeve van IER gegeven en in augustus 2017 een overeenkomst met IER gesloten (hierna: de overeenkomst). Fungerend minister van (onder meer) Ruimtelijke Ontwikkeling was [minister] (hierna: [minister]).
2.1.2
Op 22 september 2017 zijn er verkiezingen geweest voor de Staten van Aruba. Op 17 november 2017 is het kabinet Wever-Croes aangetreden als opvolger van het kabinet Eman II.
2.1.3
Sindsdien heeft het Land geweigerd uitvoering te geven aan de overeenkomst.
2.1.4
Tegen [minister] is een strafzaak aanhangig gemaakt. Dit heeft geleid tot een strafvonnis in eerste aanleg van 14 april 2023 en een strafvonnis in hoger beroep van 12 juli 2024.
Vorderingen en beslissing van het Gerecht
2.2
In deze rechtszaak heeft IER primair nakoming van de overeenkomst gevorderd en subsidiair schadevergoeding.
2.3
Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht het Land veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van Afl. 204.066 aan schadevergoeding, met rente en kosten, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Beoordeling
2.4
Het Land heeft het in eerste aanleg tegen [minister] uitgesproken strafvonnis in het geding gebracht bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep in deze civiele zaak. IER heeft zich daarover bij akte uitgelaten.
2.5
Inmiddels is in de strafzaak tegen [minister] op 12 juli 2024 een vonnis in hoger beroep uitgesproken en op rechtspraak.nl gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:OGHACMB:2024:123. De zaak zal naar de rol worden verwezen om beide partijen in de gelegenheid te stellen zich gelijktijdig bij akte uit te laten over de betekenis van dat strafvonnis voor deze civiele zaak. Daarna zal gelegenheid worden geboden voor antwoordakten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 voor gelijktijdige akten aan beide zijden, waarna gelegenheid zal worden geboden voor antwoordakten;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: AUA201803035 – AUA2022H00264 en AUA2022H00269
Uitspraak: 30 juli 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van (AUA2022H00264):
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
en in de zaak van (AUA2022H00269):
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
tegen
de naamloze vennootschap
ISLAND ESTATES REALTY N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters.
Partijen worden hierna IER en het Land genoemd.
1Het verloop van de procedure
1.1
Bij op 16 december 2022 ingekomen akte van appel is IER in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 9 november 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).
1.2
Bij op 20 december 2022 ingekomen akte van appel is ook het Land in hoger beroep gekomen van dat vonnis.
1.3
Bij op 26 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft IER twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en haar gewijzigde eis zal toewijzen, met veroordeling van het Land, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep, met rente.
1.4
Bij op 30 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft het Land zijnerzijds vijf grieven aangevoerd en toegelicht tegen het vonnis en tegen de tussenvonnissen die daaraan zijn voorafgegaan. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal vernietigen en de vordering van IER alsnog geheel zal afwijzen, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van een verzoek om tussentijds hoger beroep en in het hoger beroep.
1.5
Bij op 29 maart 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft het Land de grieven van IER bestreden. Aan zijn conclusie van 30 januari 2023 heeft het Land toegevoegd dat het Hof IER zal veroordelen om aan het Land terug te betalen wat het Land uit hoofde van het bestreden vonnis aan IER heeft betaald, met rente.
1.6
Bij op 11 april 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft IER de grieven van het Land bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het Land niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans het hoger beroep vervallen of ongegrond zal verklaren, met veroordeling van IER, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep.
1.7
Op 3 oktober 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. Het Land heeft daarbij als productie een strafvonnis in het geding gebracht.
1.8
Bij akte van 31 oktober 2023 heeft IER zich uitgelaten over de productie van het Land.
1.9
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2De beoordeling
Feiten
2.1
Het Hof gaat voorshands uit van de volgende feiten, zeer kort samengevat.
2.1.1
In 2013 heeft IER een aanvraag bij het Land ingediend ter verkrijging in erfpacht van een perceel te Palm Beach, Aruba. IER wilde een condominiumcomplex ontwikkelen op dat perceel. In verband daarmee heeft het Land in 2015 en 2016 ministeriële beschikkingen ten behoeve van IER gegeven en in augustus 2017 een overeenkomst met IER gesloten (hierna: de overeenkomst). Fungerend minister van (onder meer) Ruimtelijke Ontwikkeling was [minister] (hierna: [minister]).
2.1.2
Op 22 september 2017 zijn er verkiezingen geweest voor de Staten van Aruba. Op 17 november 2017 is het kabinet Wever-Croes aangetreden als opvolger van het kabinet Eman II.
2.1.3
Sindsdien heeft het Land geweigerd uitvoering te geven aan de overeenkomst.
2.1.4
Tegen [minister] is een strafzaak aanhangig gemaakt. Dit heeft geleid tot een strafvonnis in eerste aanleg van 14 april 2023 en een strafvonnis in hoger beroep van 12 juli 2024.
Vorderingen en beslissing van het Gerecht
2.2
In deze rechtszaak heeft IER primair nakoming van de overeenkomst gevorderd en subsidiair schadevergoeding.
2.3
Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht het Land veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van Afl. 204.066 aan schadevergoeding, met rente en kosten, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Beoordeling
2.4
Het Land heeft het in eerste aanleg tegen [minister] uitgesproken strafvonnis in het geding gebracht bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep in deze civiele zaak. IER heeft zich daarover bij akte uitgelaten.
2.5
Inmiddels is in de strafzaak tegen [minister] op 12 juli 2024 een vonnis in hoger beroep uitgesproken en op rechtspraak.nl gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:OGHACMB:2024:123. De zaak zal naar de rol worden verwezen om beide partijen in de gelegenheid te stellen zich gelijktijdig bij akte uit te laten over de betekenis van dat strafvonnis voor deze civiele zaak. Daarna zal gelegenheid worden geboden voor antwoordakten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 voor gelijktijdige akten aan beide zijden, waarna gelegenheid zal worden geboden voor antwoordakten;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.