Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-03-28
ECLI:NL:OGEAA:2025:90
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,704 tokens
Inleiding
Parketnummer: P-2024/01476
Zaaknummer: 604 van 2024
Uitspraak: 28 maart 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het KIA in Aruba.
1Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2024 (pro forma), 9 januari 2025 (pro forma) en op 7 maart 2025 (inhoudelijke behandeling), waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia, advocaat in Aruba.
De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier [4] jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaarding. Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
3Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna vermelde redengevende feiten en omstandigheden, de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
1. dat hij op of omstreeks 9 juli 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;
2. dat hij op of omstreeks 9 juli 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk een hoeveelheid hennep heeft ingevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
5. Bewijsoverwegingen
Op 9 juli 2024 omstreeks 4:00 uur is door de politie bij de kust van de [plaats] een klein vaartuig aangetroffen. Bij de kustlijn, naast de boot, waren verschillende pakketten op elkaar gestapeld. Op de rotsen nabij de kustlijn tot aan de zandweg en de bosjes, die een aantal meter verderop voor de baai waren, lagen balen en enkele tassen, voorzien van omwikkeld touw, kennelijk om de balen te dragen. Het betrof vermoedelijk verdovende middelen.
Ter plaatse en op dat moment werd aan verbalisanten gemeld dat een persoon in oostelijke richting aan het lopen was. Verbalisanten renden in die richting en troffen daar medeverdachte [medeverdachte] aan. Hij droeg een zwarte rugtas en lag op zijn buik met zijn twee handen omhoog. In deze rugtas zat een pakket inhoudende 3 kilogram marihuana.
In verband met het voorgaande zijn door de politie (na)bij de boot 28 balen inhoudende een groot aantal pakketten (en onder medeverdachte Diaz Suarez aldus 1 pakket) met verdovende middelen aangetroffen. In totaal betreft het 693 kilogram hennep en 7 kilogram cocaïne.
Later die ochtend omstreeks 8:00 uur werden bij een zoekactie op een afstand van bijna één kilometer van de kust van Urirama drie mannen aangetroffen, waaronder de verdachte.
Uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 7 maart 2025 kan worden opgemaakt dat hij vanwege de slechte economische situatie in Venezuela als passagier met het hiervoor bedoelde vaartuig naar Aruba is gereisd. Toen de verdachte in het vaartuig stapte (het Gerecht begrijpt: vóór het vertrek naar Aruba) kreeg hij van de mensen op de plaats van vertrek als ‘veiligheidsmaatregel’ een bivakmuts op zijn hoofd. Hij mocht de gezichten van degenen die op de boot meereisden niet zien. Dat hoorde bij de voorwaarden. Anders zouden ze hem doodmaken. De verdachte wist dat de reden hiervan was dat de situatie op het vaartuig niet in orde was.
Naar aanleiding hiervan overweegt het Gerecht het volgende.
Inmiddels mag het als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat op de Caribische zee met kleine boten verdovende middelen worden gesmokkeld vanuit het Zuid-Amerikaanse continent naar Aruba. Nog los daarvan geldt dat de verdachte, door onder de hiervoor beschreven omstandigheden aan boord van het vaartuig te stappen, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aan boord stapte van – en zou meereizen op – een boot die werd gebruikt voor een drugstransport.
Op grond van het voorgaande stelt het Gerecht vast dat de verdachte er welbewust, om hem moverende redenen, voor heeft gekozen om zich in te laten met een transport dat – naast het vervoer van personen – ten doel had verdovende middelen te transporten.
Onder deze omstandigheden kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verdachte de onderhavige verdovende middelen (als medepleger) opzettelijk aanwezig heeft gehad. Deze bevonden zich immers nabij de verdachte in een kleine boot, zodat de verdachte erover kon beschikken. Dat de verdovende middelen niet daadwerkelijk aan hem toebehoorden, doet daaraan niet af (zie bijvoorbeeld HR 28 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8903 (https://www.recht.nl/rechtspraak/?ecli=ECLI:NL:HR:1985:AC8903), NJ 1985/822).
De verdachte had bovendien wetenschap van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop, zoals hiervoor overwogen.
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Niet kan worden vastgesteld dat de verdovende middelen daadwerkelijk van de verdachte waren of dat hij deze zelf in zijn bezit had. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte enige handeling heeft verricht die was gericht op de invoer van de onderhavige verdovende middelen. Dit brengt mee dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben en invoeren van de verdovende middelen. Van deze onderdelen van de tenlastelegging wordt de verdachte vrijgesproken.
6Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening;
Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
7Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de drie [3] jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.A. Lensink, bijgestaan door
mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 28 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier:
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Unit Georganiseerde Criminaliteit, d.d. 7 oktober 2024, geregistreerd onder volgnummers [volgnummer 1] tot en met [volgnummer 2] en [volgnummer 3] tot en met [volgnummer 4] en de onderzoeksnaam [plaats].
Zaaksdossier [plaats]: proces-verbaal van bevindingen, p. 1 (AMB2), proces-verbaal inbeslagname boot, verdovende middelen, gps en sateliettelefoon, p. 1 (AMB03), proces-verbaal bevinding fieldtest marihuana, p. 1 en p. 2, met bijlagen (AMB05), proces-verbaal beschrijving, wegen, testen en verzenden monsters, p. 2 (AMB07).
Proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte] (PD01).
Proces-verbaal onderzoek tassen, p. 1 t/m 3 (AMB09)
Zaaksdossier [plaats]: proces-verbaal van bevindingen, p. 1 (AMB2), proces-verbaal inbeslagname boot, verdovende middelen, gps en sateliettelefoon, p. 1 (AMB03), proces-verbaal bevinding fieldtest marihuana, p. 1 en p. 2, met bijlagen (AMB05), proces-verbaal beschrijving, wegen, testen en verzenden monsters, p. 2 (AMB07) en deskundigenrapport van 10 juli 2024 van de toxicoloog van de afdeling Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, Korps Politie Aruba, p. 2 en p. 3 (AMB08).
Zaaksdossier [plaats]: proces-verbaal bevinding [plaats], p. 1 en p. 3 (AMB04).
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal onderzoek ter terechtzitting van 7 maart 2025.