Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-22
ECLI:NL:HR:2026:794
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,463 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:794 text/xml public 2026-05-22T10:30:31 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-22 25/01811 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:253 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:126 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:794 text/html public 2026-05-22T08:39:29 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:794 Hoge Raad , 22-05-2026 / 25/01811 Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 22 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1276. Goed werkgeverschap (art. 7:611 BW), informatie over wijziging belastingverdrag. Vordering tot vergoeding in verband met naheffing inkomstenbelasting van in buitenland woonachtige vliegers. Feit van algemene bekendheid. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01811 Datum 22 mei 2026 ARREST In de zaak van 1. [eiser 1], wonende te [woonplaats], Griekenland, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], Griekenland, EISERS tot cassatie, hierna: de vliegers, advocaat: J.P. van den Berg, tegen KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ KLM N.V., gevestigd te Amstelveen, VERWEERSTER in cassatie, hierna: KLM, advocaat: W.H. van Hemel. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar: a. het arrest in de zaak ECLI:NL:HR:2023:1276 van de Hoge Raad der Nederlanden van 22 september 2023; b. het arrest in de zaak 200.333.425/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 februari 2025. De vliegers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. KLM heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor KLM toegelicht door haar advocaat en mede door P.G. Vestering. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vliegers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt de vliegers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KLM begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de vliegers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:794 text/xml public 2026-05-22T10:30:31 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-22 25/01811 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:253 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2025:126 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:794 text/html public 2026-05-22T08:39:29 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:794 Hoge Raad , 22-05-2026 / 25/01811 Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 22 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1276. Goed werkgeverschap (art. 7:611 BW), informatie over wijziging belastingverdrag. Vordering tot vergoeding in verband met naheffing inkomstenbelasting van in buitenland woonachtige vliegers. Feit van algemene bekendheid. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01811 Datum 22 mei 2026 ARREST In de zaak van 1. [eiser 1], wonende te [woonplaats], Griekenland, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], Griekenland, EISERS tot cassatie, hierna: de vliegers, advocaat: J.P. van den Berg, tegen KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ KLM N.V., gevestigd te Amstelveen, VERWEERSTER in cassatie, hierna: KLM, advocaat: W.H. van Hemel. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar: a. het arrest in de zaak ECLI:NL:HR:2023:1276 van de Hoge Raad der Nederlanden van 22 september 2023; b. het arrest in de zaak 200.333.425/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 februari 2025. De vliegers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. KLM heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor KLM toegelicht door haar advocaat en mede door P.G. Vestering. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vliegers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt de vliegers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KLM begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de vliegers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 mei 2026 .