Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-05
ECLI:NL:HR:2025:1854
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,051 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/02815
Datum 5 december 2025
ARREST
op het door V.J. DE GROOT ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2025, nr. BK-ARN 24/68.
Beoordeling
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X].
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift daarop verzocht binnen zes weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat de indiener is gemachtigd om het beroepschrift in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene van wie de indiener van het beroepschrift stelt dat hij namens hem beroep in cassatie heeft ingesteld dat deze daarmee instemt. Dat verzoek is bij aangetekende brief van 3 september 2025 aan de indiener van het beroepschrift verzonden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft de gevraagde machtiging of verklaring echter niet overgelegd. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens [X] beroep in cassatie in te stellen en zal de Hoge Raad op die grond het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
ECLI:NL:GHARL:2025:4338.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1854 text/xml public 2025-12-17T10:05:42 2025-12-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-05 25/02815 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:4338 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025120505 FutD 2025-2404 V-N Vandaag 2025/2434 V-N 2025/56.26.10 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1854 text/html public 2025-12-04T16:09:14 2025-12-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1854 Hoge Raad , 05-12-2025 / 25/02815 HR verklaart het beroep in cassatie n-o. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02815 Datum 5 december 2025 ARREST op het door V.J. DE GROOT ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2025, nr. BK-ARN 24/68 . 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X]. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift daarop verzocht binnen zes weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat de indiener is gemachtigd om het beroepschrift in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene van wie de indiener van het beroepschrift stelt dat hij namens hem beroep in cassatie heeft ingesteld dat deze daarmee instemt. Dat verzoek is bij aangetekende brief van 3 september 2025 aan de indiener van het beroepschrift verzonden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft de gevraagde machtiging of verklaring echter niet overgelegd. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens [X] beroep in cassatie in te stellen en zal de Hoge Raad op die grond het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025. ECLI:NL:GHARL:2025:4338.