Rechtspraak
Hoge Raad
2021-03-05
ECLI:NL:HR:2021:348
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht, Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,129 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03377
Datum 5 maart 2021
ARREST
In de zaak van
LIDL NEDERLAND GMBH,statutair gevestigd te Neckarsulm, Duitsland,
kantoorhoudende te Huizen,
EISERES tot cassatie,
hierna: Lidl,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [het gebouw]
,gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/10/499860 / HA ZA 16-402 van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2017;
het arrest in de zaak 200.214.283/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2019.
Lidl heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de VvE is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Lidl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021.
Volledig
ECLI:NL:HR:2021:348 text/xml public 2026-05-14T10:02:57 2021-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2021-03-05 19/03377 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Civiel recht; Verbintenissenrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:563, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2019:752, Bekrachtiging/bevestiging Rechtspraak.nl RvdW 2021/274 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:348 text/html public 2021-03-05T12:58:21 2021-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2021:348 Hoge Raad , 05-03-2021 / 19/03377 Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vordering VvE tot ongedaanmaking van wijzigingen aan appartementsgebouw. Procesvolmacht VvE. Uitleg splitsingsakte. Dwangsom. Uitleg dictum. Samenhang met HR 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1851. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 19/03377 Datum 5 maart 2021 ARREST In de zaak van LIDL NEDERLAND GMBH, statutair gevestigd te Neckarsulm, Duitsland, kantoorhoudende te Huizen, EISERES tot cassatie, hierna: Lidl, advocaat: H.J.W. Alt, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [het gebouw] , gevestigd te [plaats], VERWEERSTER in cassatie, hierna: de VvE, niet verschenen. 1. Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: het vonnis in de zaak C/10/499860 / HA ZA 16-402 van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2017; het arrest in de zaak 200.214.283/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 april 2019. Lidl heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Tegen de VvE is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Lidl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021 .