Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-24
ECLI:NL:GHARL:2025:6622
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,755 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.353.753/01
CJIB-nummer
: 251806167
Uitspraak d.d.
: 24 oktober 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 4 april 2025, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 330,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 440,- voor: “VM039a - 39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 augustus 2022 om 01.13 uur op de Rijksweg A1 in Baarn met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie met 25 procent gematigd tot € 330,-, omdat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. De vermeende gedraging vond plaats op de A1 bij hectometerpaal 35.7 rechts om 01.13 uur. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat de ambtenaar is uitgegaan van een toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. De toegestane maximumsnelheid na 19.00 uur was echter 130 kilometer per uur. De gemachtigde verwijst in zijn hoger beroepschrift naar een afbeelding van Google Maps ter onderbouwing van de bebording op de desbetreffende locatie. Van een overschrijding van toegestane snelheid met 39 kilometer per uur is dan ook geen sprake. De inleidende beschikking dient primair te worden vernietigd. Subsidiair dient de feitcode met het daarbij behorende sanctiebedrag te worden gewijzigd, aldus de gemachtigde.
4. De advocaat-generaal is met de gemachtigde van mening dat de gedraging met feitcode VM039a niet kan worden vastgesteld, omdat de toegestane maximumsnelheid op de pleeglocatie tussen 19.00 en 06.00 uur niet 100 kilometer per uur, maar 130 kilometer per uur bedroeg en onderbouwt dit standpunt met afbeeldingen van Google Street View van juni 2022 en oktober 2022. De gedraging met feitcode VM009 is verricht. De advocaat-generaal geeft het hof in overweging om de feitcode aldus te wijzigen met als bijhorende omschrijving “9 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)” en het bijbehorende sanctiebedrag van € 50,-, dat na matiging met 25 procent vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van berechting moet worden vastgesteld op € 37,50.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 150.
Snelheid volgens kalibratietabel: 144.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 139.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 39. (…)
Soort weg: autosnelweg (…)
Ter hoogte van hectometerpaal (…): 35.7 R. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
De gedraging vond plaats buiten de bebouwde kom.
Verklaring betrokkene: Lang in de rij gestaan wil snel naar huis”.
6. Op de door de advocaat-generaal en de gemachtigde overgelegde afbeeldingen van Google Street View is zichtbaar dat aan weerszijden van de rijbaan borden A1 als bedoeld in Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met “100” en onderborden met “6-19 h” zijn geplaatst.
7. De feitcode VM039a die hoort bij de gedraging waarbij de maximumsnelheid op een autosnelweg buiten de bebouwde kom met 39 kilometer per uur wordt overschreden en de feitcode VM009 die hoort bij de gedraging waarbij de maximumsnelheid op een autosnelweg buiten de bebouwde kom met 9 kilometer per uur wordt overschreden, betreffen overtredingen van artikel 62 juncto bord A1 als bedoeld in Bijlage 1 van het RVV 1990. Bord A1 geeft de geldende maximumsnelheid aan. In artikel 62 van het RVV 1990 is bepaald:
“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
8. De feitcodes VL039a en VL009 horen eveneens bij de gedraging waarbij de maximumsnelheid op een autosnelweg buiten de bebouwde kom met 39 dan wel 9 kilometer per uur wordt overschreden, maar betreffen overtredingen van onder meer artikel 21, aanhef en onder a, van het RVV 1990 waarin is bepaald dat buiten de bebouwde kom op autosnelwegen voor motorvoertuigen de maximumsnelheid van 130 kilometer per uur geldt.
9. Dat met een werkelijke (gecorrigeerde) snelheid van 139 kilometer per uur is gereden, is niet betwist. Het hof stelt, gelet op de afbeeldingen van Google Street View, vast dat op de desbetreffende locatie volgens de borden A1 met onderborden de maximumsnelheid van 100 kilometer per uur alleen geldt tussen 06.00 en 19.00 uur. De pleegtijd was volgens het zaakoverzicht 01.13 uur. Op grond van artikel 21, aanhef en onder a, van het RVV 1990 geldt op dat tijdstip de reguliere maximumsnelheid op autosnelwegen van 130 kilometer per uur.
10. De advocaat-generaal stelt zich ten onrechte op het standpunt dat de gedraging met feitcode VM009 is verricht, nu de gedraging met feitcode VL009 is begaan.
11. Het hof ziet aanleiding om de feitcode te wijzigen in feitcode VL009. Het sanctiebedrag bij feitcode VM009 en VL009 is hetzelfde en beide feitcodes zien op een overschrijding van de maximumsnelheid op een autosnelweg buiten de bebouwde kom met 9 kilometer per uur. Volgens vaste jurisprudentie van het hof is het geoorloofd om de feitcode te wijzigen indien de betrokkene daardoor niet in rechtens te respecteren belangen is geschaad. Nu het aan de gewijzigde kwalificatie ten grondslag liggende feitencomplex hetzelfde blijft, de hoogte van het bedrag van de sanctie horend bij de gedraging met feitcode VL009 lager is, te weten ten tijde van de gedraging € 50,-, dan het bedrag van de sanctie van de in de inleidende beschikking genoemde gedraging alsmede de gemachtigde subsidiair heeft verzocht om wijziging van de feitcode is het hof van oordeel dat de betrokkene door de wijziging van de feitcode niet in zijn belangen is geschaad. Het hof zal aldus de feitcode wijzigen in feitcode VL009 die hoort bij de gedraging “overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom met 9 km/h” en het sanctiebedrag - met toepassing van een matiging van 25 procent vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg - vaststellen op € 37,50. De primaire grond slaagt niet. De subsidiaire grond treft in zoverre aldus doel.
12. De advocaat-generaal stelt zich voorts op het standpunt dat de proceskosten in principe voor vergoeding in aanmerking komen, maar niet valt in te zien waarom de gemachtigde de grond ten aanzien van de onjuiste feitcode niet al in de fase van het administratief beroep had kunnen aanvoeren. De gemachtigde heeft bovendien voor de kantonfase al een proceskostenvergoeding ontvangen. De advocaat-generaal verzoekt het hof met het oog hierop een proceskostenvergoeding voor de hoger beroepsfase achterwege te laten.
13. De gemachtigde brengt tegen het standpunt van de advocaat-generaal in dat de betrokkene de verweten gedraging van meet af aan heeft ontkend en deze ontkenning in beginsel alle bestanddelen van de gedraging, en derhalve, in dit geval, ook het rijden met een snelheid die boven de geldende limiet ligt, omvat. De proceskosten voor de hoger beroepsfase komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde verzoekt het hof om de proceskostenvergoeding juist vast te stellen.
14. Het hof stelt vast dat, nu de betrokkene in het gelijk is gesteld, een grondslag bestaat voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. De grond die heeft geleid tot wijziging van de inleidende beschikking heeft de gemachtigde evenwel voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. De gemachtigde had deze grond reeds kunnen aanvoeren in administratief beroep en in beroep bij de kantonrechter, maar heeft dat niet gedaan (vgl.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond is verklaard en het bedrag van de sanctie is gematigd tot € 330,-;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat de feitcode wordt gewijzigd in VL009 met als bijbehorende omschrijving van de gedraging “overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom met 9 km/h” en het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op € 37,50;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 170,06.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.