Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-11-12
ECLI:NL:GHARL:2024:8201
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
5,302 tokens
Inleiding
P24/155
Beschikking van 12 november 2024
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op de vordering van de advocaat-generaal tot verlening van een machtiging als bedoeld in artikel 37a, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht voor het gebruik van persoonsgegevens van verdachte
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1981,
verblijvende in [PI].
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van de raadkamer van het hof van 29 augustus 2024;
- de tussenbeschikking van het hof van 12 september 2024;
- de herstelbeschikking van het hof van 22 oktober 2024.
Het hof heeft in de raadkamer van 24 oktober 2024 gehoord verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M. Rafik, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal
mr. R.J.A. Segerink. Tevens heeft het hof gehoord [naam], voorzitter van de Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi (hierna: de Adviescommissie).
Overwegingen
1De vordering
Het hof heeft kennisgenomen van een op 16 april 2024 gedateerde vordering van de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink op grond van artikel 37a lid 7 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De vordering strekt tot een schriftelijke machtiging voor het gebruik van persoonsgegevens - daaronder begrepen persoonsgegevens over de gezondheid - betreffende een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van verdachte tijdens het begaan van het feit.
Deze vordering is op 29 augustus 2024 in raadkamer behandeld. Op 12 september 2024 heeft het hof een tussenbeschikking gewezen. Het hof was van oordeel dat het onderzoek niet volledig is geweest en achtte het noodzakelijk dat in het bijzonder over hetgeen verdachte heeft verklaard de voorzitter van de Adviescommissie in raadkamer van het hof zal worden gehoord.
De vordering is op 24 oktober 2024 in raadkamer nader behandeld in het bijzijn van de voorzitter van de Adviescommissie. De voorzitter van de Adviescommissie heeft het aan de vordering ten grondslag gelegde advies toegelicht. Door en namens verdachte is verzocht de vordering af te wijzen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering. Van de behandeling in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2Het advies
Het advies van de Adviescommissie houdt onder meer in:
“Beoordeling
(…)
De commissie heeft in totaal drie unieke documenten ontvangen, waarvan zij twee documenten bruikbaar acht. Hieronder volgt een toelichting op de geselecteerde gegevens.
1. Huisartsenpraktijk [naam praktijk]
Naar het oordeel van de adviescommissie zijn er in het dossier persoonsgegevens van betrokkene aanwezig die bruikbaar kunnen zijn voor het opstellen van een nadere rapportage. De relevantie blijkt uit de benoeming van klachten, (aanwijzingen voor) een diagnose en verwijzing naar specialistische zorg.
2. Stichting [naam stichting]
Naar het oordeel van de adviescommissie zijn er in het dossier persoonsgegevens van betrokkene aanwezig die bruikbaar kunnen zijn voor het opstellen van een nadere rapportage. Deze gegevens zien kort gezegd op het volgende:
Informatie over de aard van de zorgbehoefte.
Diagnostiek:
- er is een diagnose aanwezig.
- er zijn gegevens aanwezig over de ontwikkeling van de persoonlijkheid van betrokkene, die bruikbaar kunnen zijn bij het vaststellen van een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
- er zijn diagnostische classificaties aangetroffen.
3) Context van behandeling/onderzoek/begeleiding:
- waar was sprake van: behandeling en onderzoek.
- plaats van behandeling: extramuraal.
- behandelingsniveau: tweede lijn.
- kader van behandeling: vrijwillig.
4) Aard van de behandeling/onderzoek/begeleiding:
- de aard van de verleende zorg betreft geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.
5) Type behandeling/onderzoek/begeleiding:
- psychotherapeutische behandeling.
- gedragstherapeutische behandeling.
6) Betrokken discipline(s) en eindverantwoordelijke (regiebehandelaar): psychiater, psycholoog en verpleegkundige specialist.
7) Beloop van de behandeling/onderzoek/begeleiding:
- de periode van de behandeling strekt zich uit van 10 augustus 2018 tot 30 september 2020.
- betrokkene heeft de behandeling niet afgerond; er is informatie over het voortijdig stoppen met de behandeling.
(…)
Conclusie
De adviescommissie acht bovenstaande gegevens afkomstig van Huisartsenpraktijk [naam praktijk] en Stichting [naam stichting] bruikbaar vanuit medisch en psychologisch perspectief, mede bezien in samenhang met het PBC-rapport.
Advies
(…)
er zijn wel persoonsgegevens aanwezig die bruikbaar kunnen zijn voor nader onderzoek naar de aan-, dan wel afwezigheid van een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens tijdens het begaan van het strafbare feit waarvan de weigerende observandus wordt verdacht.”
3Wettelijke voorwaarden voor het verstrekken van de machtiging
3.1.
De verdenking van het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e Sr
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft verdachte op 11 september 2023 veroordeeld voor de eendaadse samenloop van poging tot verkrachting, opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, bedreiging met zware mishandeling, bedreiging met verkrachting en bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en mishandeling en ook de eendaadse samenloop van poging tot verkrachting en mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënvijftig maanden met aftrek van het voorarrest. Daarnaast zijn maatregelen als bedoeld in de artikelen 38v Sr en 38z Sr opgelegd en is de voorwaardelijke invrijheidstelling van een in 2010 opgelegde gevangenisstraf herroepen. Verdachte en het openbaar ministerie hebben op respectievelijk 20 september 2023 en 25 september 2023 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Verdachte wordt verdacht van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e Sr.
3.2.
Weigering medewerking te verlenen aan enig onderzoek als bedoeld in artikel 37a lid 4 Sr en aan de verstrekking van persoonsgegevens
In de rapportage van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) van 27 maart 2023 komt naar voren dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek heeft geweigerd. Door de weigering van verdachte had de forensisch milieuonderzoeker, die zich richt op het in kaart brengen van de levensgeschiedenis van verdachte geen inhoudelijke gesprekscontacten met verdachte. Wel werd gesproken met enkele leden van het sociaal netwerk van verdachte. Door de weigering van verdachte verkregen de rapporterend psychiater en psycholoog beperkt informatie uit eigen gesprekken. Er werd geen test- en neuropsychologisch of medisch onderzoek verricht. Aangezien verdachte toestemming weigerde voor inzage van zijn medisch dossier, kon informatie uit het contact met de zorgpsychiater slechts bij het onderzoek worden betrokken voor zover dit door hem/haar noodzakelijk werd geacht in het kader van de dagelijkse bejegening op de verblijfsafdeling en in het kader van de orde en veiligheid binnen de inrichting, aldus nog steeds de rapportage.
In raadkamer heeft verdachte verklaard dat hij op zijn manier heeft meegewerkt aan het onderzoek in het PBC en heeft hij te kennen gegeven dat hij ook thans geen toestemming verleent voor het gebruik van zijn (medische) persoonsgegevens. Aan die weigering heeft hij ten grondslag gelegd dat hij indertijd hulp heeft gezocht voor zijn ex-vriendin die werkzaam is (geweest) voor een justitiële instantie en dat haar gegevens niet thuishoren in zijn strafzaak. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij het vertrouwen in medische professionals kwijtraakt als zijn (medische) persoonsgegevens – ondanks het medisch beroepsgeheim – zullen worden verstrekt.
Naar het oordeel van het hof is voldaan aan de voorwaarde dat verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan enig onderzoek als bedoeld in artikel 37a lid 4 Sr en aan de voorwaarde dat hij niet bereid is om medewerking te verlenen aan de verstrekking van zijn persoonsgegevens betreffende een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.
3.3.
De klinische observatie
Verdachte is van 2 november 2022 tot 14 december 2022 gedurende zes weken ter observatie opgenomen geweest in het PBC, zodat ook is voldaan aan de in artikel 1.1 aanhef en onder i, sub a van het Besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (verder: Bagwo) gestelde eis dat verdachte op grond van een bevel als bedoeld in het Wetboek van Strafvordering ter observatie opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting tot klinische observatie bestemd.
Deze observatie heeft gelet op de weigering van verdachte om zijn medewerking te verlenen aan enig onderzoek niet geleid tot een concludent advies over het mogelijk aanwezig zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten en de wenselijkheid of noodzakelijkheid van het opleggen van een terbeschikkingstelling. Daarnaast is verdachte ook niet bereid gebleken om medewerking te verlenen aan de verstrekking van persoonsgegevens betreffende een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.
De rapportage van het PBC bevat onder ‘8. Beantwoording van de vraagstelling’ onder meer het volgende:
“Volgens betrokkene is er sprake van een weigering op basis van zijn procespositie en er worden geen aanwijzingen gezien voor een pathologische weigering.” (…)
“Op grond van de beschikbare informatie over het psychisch functioneren van betrokkene kan hoogstens worden gesteld dat er aanwijzingen zijn voor middelengebruik, maar er is onvoldoende informatie beschikbaar om vast te stellen of dit het niveau van een stoornis bereikt.” (…)
“Tijdens het verblijf in het PBC worden er geen aanwijzingen voor een stoornis op gebied van trauma waargenomen. Het wordt ondergetekenden bij gebrek aan onderzoek niet duidelijk of en in hoeverre er sprake is van traumatische gebeurtenissen bij betrokkene, zo ja, welk effect deze op het leven van betrokkene hebben of hebben gehad en in hoeverre deze het niveau van een stoornis bereiken.” (…)
“Het is daarmee voor ondergetekenden niet mogelijk om een persoonlijkheidsstoornis volledig uit te sluiten, al zijn er vanuit het huidige onderzoek onvoldoende aanwijzingen om een persoonlijkheidsstoornis nu te kunnen stellen.” (…)
“Ondergetekenden kunnen geen antwoord geven op de vraag of de ten laste gelegde handelingen, indien bewezen, betrokkene in een verminderde mate kunnen worden toegerekend.” (…)
“Er is daarnaast onvoldoende bekend over de aanwezigheid van een psychopathologische stoornis, risicofactoren, beschermende factoren en contextuele factoren om een uitspraak te kunnen doen over het risico op recidive dat voortvloeit uit eventuele pathologische gedragingen en/of handelingen van betrokkene.” (…)
3.4.
De bruikbaarheid van de gegevens
Nu in deze machtigingsprocedure de persoonsgegevens zelf niet ter beoordeling voorliggen, ligt in de wettelijke regeling besloten dat het hof behoudens contra-indicaties moet varen op het advies van de Adviescommissie (hierna: het Advies). De Adviescommissie is gelast te adviseren over de aanwezigheid en de bruikbaarheid van persoonsgegevens betreffende een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van verdachte. De Adviescommissie heeft bij de in de last genoemde behandelaren een afschrift opgevraagd van het dossier met betrekking tot de behandeling van verdachte. Volgens het advies van 25 maart 2024 heeft de Adviescommissie drie unieke documenten ontvangen.
Conclusie
Het hof zal alle omstandigheden in aanmerking genomen de vordering toewijzen omdat het van oordeel is dat de doorbreking van het medisch beroepsgeheim wordt gerechtvaardigd door een dwingende eis in het algemeen belang.
Dictum
Het hof:
- Wijst toe de vordering tot verlening van een machtiging voor het gebruik van de persoonsgegevens van [verdachte].
Aldus gedaan op 12 november 2024 door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. D. Visser en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
dr. W.J. Canton en drs. D.M.L. Versteijnen, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Conclusie
Daarvan worden twee documenten (van achtereenvolgens Huisartsenpraktijk [naam praktijk] en Stichting [naam stichting]) vanuit medisch en psychologisch perspectief bruikbaar geacht voor het opstellen van een nadere rapportage. Naar het oordeel van het hof kunnen de gegevens een beeld geven van de mogelijke ontwikkeling/aanwezigheid van een (kort gezegd) stoornis en in zoverre van belang zijn voor een oordeel over de aan- dan wel afwezigheid daarvan ten tijde van de tenlastegelegde feiten.
Naar het oordeel van het hof is voldaan aan de voorwaarde dat de in het Advies als bruikbaar aangemerkte gegevens gebruikt kunnen worden voor aanvullend onderzoek naar een mogelijke gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis.
4Afweging van belangen
4.1.
De maatstaf bij de afweging
Het hof hanteert de maatstaf die eerder is gegeven in de beschikking van het hof van 3 februari 2022, nr. P21/420. De Hoge Raad heeft het tegen die beschikking gerichte cassatieberoep verworpen in het arrest van 13 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1200, NJ 2022/384. De verwerping van het onder meer in de pleitnota gemotiveerde standpunt van de raadsman dat de vordering moet worden afgewezen, berust op een andere weging van de hierna genoemde gronden.
De bedoelde beschikking van het hof houdt onder meer in:
“Uit artikel 8 EVRM en het stelsel van de wet, zoals toegelicht in de parlementaire geschiedenis, volgt dat het hof dient te beoordelen of de doorbreking van het medisch beroepsgeheim ook in het individuele geval proportioneel is, dat wil zeggen wordt gerechtvaardigd door een dwingende eis in het algemeen belang. Naar het oordeel van het hof dienen daartoe alle omstandigheden van het geval te worden betrokken, zoals de aard en de ernst van het feit waarvan verdachte wordt verdacht (in ieder geval een zogenoemd geweldsmisdrijf), de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de voor de vordering tot verstrekking aangevoerde gronden, de reden voor de weigering tot medewerking aan het onderzoek, het advies van de commissie, de aard en beschreven inhoud van de in het advies genoemde gegevens alsmede de visie van verdachte hierop, aanwijzingen dat bij verdachte sprake is van een stoornis die nader onderzoek vergt en aanwijzingen voor het gevaar dat verdachte een strafbaar feit zal begaan.
Bij die beoordeling dient te worden betrokken dat, zoals hiervoor uiteengezet en anders dan in de parlementaire geschiedenis is betoogd, de aan de rapporteurs verstrekte gegevens ook buiten de kring van de Adviescommissie en de rapporteurs openbaar kunnen worden. Zodra deze gegevens in een rapport voor de strafrechter worden verwerkt zijn de gegevens immers kenbaar. Dit is een verschil met het aangehaalde arrest van het EHRM van 25 februari 1997 (Z. tegen Finland) waarin belang werd gehecht aan waarborgen om de medische gegevens geheim te houden (ro. 103 en 107). Verder is in deze zaak de noodzaak voor de doorbreking van het medisch beroepsgeheim gevonden in het onderzoek naar gepleegde strafbare feiten en de vervolging van de daders (ro. 97). Doorbreking van het beroepsgeheim op grond van artikel 37a Sr vindt zijn reden in het minder concrete en minder acute belang van het voorkomen van een toekomstig strafbaar feit door oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling, terwijl nog niet is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor oplegging is voldaan. Dat wordt juist onderzocht. Dit dient te worden meegewogen in het oordeel of verstrekking van de persoonsgegevens ook in het individuele geval proportioneel is.
Bij het antwoord op de vraag of een dwingende eis in het algemeen belang bestaat, komt daarom ook betekenis toe aan omstandigheden die tot het oordeel kunnen leiden dat een zodanige noodzaak bestaat tot het onderzoeken van het bestaan van een stoornis, met het oog op het opleggen van een maatregel ter bescherming van anderen en ter vermindering van recidive, dat doorbreking van het medisch beroepsgeheim gerechtvaardigd is. Het hof wijst er in dit verband op dat artikel 1.1, onder i, aanhef, Bagwo onder een weigerende observandus de verdachte verstaat ten aanzien van wie de rechter al oplegging van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege overweegt.”
4.2.
Afweging in het kader van de onderhavige vordering
Het misdrijf en de omstandigheden van het geval
Verdachte wordt onder meer verdacht van ernstige (gewelds)delicten. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor een eendaadse samenloop van poging tot verkrachting, opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, bedreiging met zware mishandeling, bedreiging met verkrachting en bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en mishandeling en ook de eendaadse samenloop van poging tot verkrachting en mishandeling. De ten laste gelegde pogingen tot verkrachting wegen in dit geval zwaar. Daarbij valt in het strafdossier het volgende op: de twee incidenten zijn begaan in de vroege ochtend op plekken waar (nagenoeg) niemand was; de twee slachtoffers lijken willekeurig gekozen; verdachte is in een tijdsbestek van nog geen anderhalf uur achter meerdere vrouwen aangegaan, waarbij hij een van die vrouwen onverhoeds heeft aangeraakt en twee vrouwen heeft hij, na een achtervolging, van achteren aangevallen en geprobeerd te overmeesteren door op hen te gaan zitten en liggen. Aan beide situaties kwam een einde nadat voorbijgangers ingrepen.
Aanwijzingen voor een stoornis en voor gevaar voor herhaling in de toekomst
In het PBC rapport wordt geconcludeerd dat op grond van de beschikbare informatie over het psychisch functioneren van verdachte hoogstens kan worden gesteld dat er aanwijzingen zijn voor middelengebruik, maar er is onvoldoende informatie beschikbaar om vast te stellen of dit het niveau van een stoornis bereikt. Er zijn geen aanwijzingen dat er naast cannabis sprake is van gebruik van andere middelen, maar dit kan ook niet worden uitgesloten.
In de vroege levensloop van verdachte zijn er verschillende gebeurtenissen die als traumatisch en/of problematisch voor de ontwikkeling kunnen worden beschouwd. Tijdens
het verblijf in het PBC worden er geen aanwijzingen voor een stoornis op gebied van trauma
waargenomen. Het wordt bij gebrek aan onderzoek niet duidelijk of en in hoeverre er sprake is van traumatische gebeurtenissen bij verdachte, zo ja, welk effect deze op het leven van verdachte hebben of hebben gehad en in hoeverre deze het niveau van een stoornis bereiken.
Traumatische gebeurtenissen op jonge leeftijd kunnen daarnaast leiden tot een verstoorde
ontwikkeling van de persoonlijkheid. Vanuit het milieurapport komt vooral een beeld naar
voren van een man met aanwijzingen voor gedragsproblemen in zijn intieme relaties. Er
zijn verschillende aangiften tegen hem gedaan door verschillende partners.
Gedurende zijn verblijf in het PBC worden er ook geen aanwijzingen gezien voor gedrag passend bij een persoonlijkheidsstoornis. Het is echter door de weigering van verdachte niet mogelijk geweest om zicht te krijgen op de gedachten en gevoelens van verdachte over verschillende belangrijke levensthema’s.