Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2021-01-08
ECLI:NL:GHARL:2021:141
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
5,360 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.246.955/01
CJIB-nummer
: 213298330
Uitspraak d.d.
: 8 januari 2021
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 28 augustus 2018, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft voor wat betreft de proceskostenvergoeding verwezen naar de samenhangende zaak met CJIB-nummer 213174584.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 17 juli 2020 de gronden van het beroep aangevuld.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan de door hem aangevoerde grond dat het kenteken van het voertuig op één van de twee foto’s niet (goed) leesbaar is en onvoldoende is ingegaan op de grond aangaande de onjuiste tijdsaanduiding op de foto. Hierdoor is geen sprake geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
Dictum
3. Door de kantonrechter zijn voornoemde gronden expliciet benoemd in de beslissing. Ten aanzien van de leesbaarheid van het kenteken heeft de kantonrechter overwogen dat ter zitting door de zittingsvertegenwoordiger een leesbare foto is getoond. Mede op basis van de aanwezige foto’s heeft de kantonrechter vastgesteld dat de gedraging is begaan. Voor wat betreft de tijdsaanduiding wordt verwezen naar de uitleg die de zittingsvertegenwoordiger ter zitting heeft gegeven en wordt deze uitleg in de beslissing (deels) herhaald. Het hof is van oordeel dat hiermee afdoende op de door de gemachtigde aangevoerde gronden is gereageerd en dat duidelijk is waarom het verweer niet slaagt. De klacht wordt daarom verworpen.
4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 102,- voor: “Overschrijding van de maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 december 2017 om 05:36 uur op de Weg naar de Poort in Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
5. De gemachtigde voert aan dat de aanwezige foto’s van dusdanig slechte kwaliteit zijn dat slechts de kentekenplaat zichtbaar is, zodat geen sprake is van een juiste meting. Ook is het kenteken van het voertuig niet op beide foto’s zichtbaar, terwijl dat op grond van de jurisprudentie van het hof is vereist. Hierdoor is niet komen vast te staan dat op beide foto’s hetzelfde voertuig zichtbaar is. Daarnaast hebben de foto’s dezelfde tijdsaanduiding, terwijl dit gelet op de intervaltijd van meer dan een seconde onmogelijk is. Verder vermeldt het zaakoverzicht dat het gaat om een radarmeting, maar uit de foto’s volgt dat het een lusmeting betreft. Het betreft namelijk een roodlicht installatie en dit is te zien aan de lussen in het wegdek. Ter onderbouwing hiervan zijn foto’s van Google Maps overgelegd van de situatie ter plaatse. Hieruit blijkt volgens de gemachtigde tevens dat de minimale meetafstand van 220 meter niet in acht is genomen, nu de borden Nieuwegein slechts zo’n 50 meter voor de flitspaal staan, waarbij de snelheid van 80 naar 50 km/h gaat. Tot slot wordt de juistheid van de bebording betwist, nu de betrokkene zich niet kan heugen dat hij langs een ‘binnen de bebouwde kom’ of ‘50 km/h’ bord is gereden. Evenmin is er een schouwrapport aanwezig waaruit blijkt dat de bebording is gecontroleerd.
6. Het hof stelt voorop dat een foto niet in alle gevallen noodzakelijk is voor de vaststelling van de onderhavige gedraging. De verklaring van de ambtenaar, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, kan volstaan. Of van de juistheid van de gegevens in het zaakoverzicht kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding werd langs elektronische weg geconstateerd en vastgelegd. (…)
De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 65 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 62 km per uur.
Toegestane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 12 km per uur. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
8. Verder bevat het dossier foto’s van de gedraging. Op de eerste foto zijn de contouren en de kleur van het voertuig zichtbaar en is een deel van het kenteken af te lezen. De zichtbare kenmerken van het voertuig stemmen overeen met de in het zaakoverzicht opgenomen gegevens. Hoewel de tweede foto erg donker is, is hierop een deel van de achterzijde van het voertuig te zien en is het kenteken leesbaar en wordt dit rechts onderin vergroot weergegeven. Het hof is van oordeel dat op basis hiervan genoegzaam is komen vast te staan dat op beide foto’s hetzelfde voertuig is te zien. De omstandigheid dat op foto 2 het gehele kenteken van het voertuig en op foto 1 slechts een deel daarvan zichtbaar is, doet daaraan niet af en maakt niet dat sprake is van een onjuiste meting. Dat op beide foto’s dezelfde tijd is vermeld, heeft een technische oorzaak (vlg. het arrest van het hof van
27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1901) en doet evenmin af aan de betrouwbaarheid van de meting. Voorondersteld wordt dat de gemachtigde hiermee inmiddels bekend is.
9. De stelling dat in deze zaak sprake zou zijn van een lusmeting in plaats van een radarmeting, kan het hof niet volgen. Anders dan in het door de gemachtigde genoemde arrest van het hof van
16 januari 2020 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2020:384) blijkt uit de foto's van de gedraging en de door de gemachtigde overgelegde foto's van Google Maps niet dat sprake is van een lusmeting.
10. Met betrekking tot het verweer dat de minimale afstand tussen het gebod en de meetlocatie niet in acht zou zijn genomen, overweegt het hof dat - wat hier verder ook van zij - in artikel 1 van de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen staat dat bij kruisingen en in bijzondere omstandigheden van de aangegeven afstanden kan worden afgeweken. Een en ander houdt ermee verband dat ingeval van een kruising niet onverkort de gelegenheid kan worden geboden om op een rustige wijze snelheid te minderen. Immers, de ratio van de snelheidsbeperking op kruisingen als de onderhavige is er in gelegen dat bestuurders in staat worden gesteld tijdig te reageren op de verplichting te stoppen voor een rood verkeerslicht en bij groen of geel licht met gematigde snelheid de kruising op te rijden (volgens het arrest van dit hof van 21 september 2006, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5513).
11. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1. Zoals hiervoor weergegeven onder 10. is door de gemachtigde aangevoerd dat de afstand van het H1 bord, welke op de door hem overgelegde foto's van Google Maps is te zien, tot aan de meetlocatie ter plaatse te kort is. Het hof kan de gemachtigde dan ook niet volgen in zijn verweer dat niet is gebleken dat sprake was van deugdelijke bebording. Ook acht het hof de stelling dat de betrokkene zich niet kan heugen een H1 of 50 km/h bord te hebben gezien niet aannemelijk, nu in hoger beroep in eerste instantie is aangevoerd dat de betrokkene niet te hard zou hebben gereden omdat hij de buurt goed kent en weet dat daar een flitspaal staat. De gemachtigde heeft aldus geen argumenten aangevoerd die meebrengen dat aan de omstandigheid dat de aanwezigheid van bord H1 voorafgaande aan de meting niet is gecontroleerd, de betekenis moet toekomen dat twijfel bestaat dat de gedraging binnen de bebouwde kom is begaan en dat de maximumsnelheid aldaar 50 km/h bedraagt.
12. Het voorgaande betekent dat de klachten van de gemachtigde falen en dat geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de inhoud van het zaakoverzicht en de betrouwbaarheid van de meting. Op basis van de aanwezige gegevens en de foto's van de gedraging kan aldus worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
13. De gemachtigde maakt er tot slot bezwaar tegen dat de kantonrechter de onderhavige zaak voor de berekening van de proceskostenvergoeding als samenhangend heeft aangemerkt met de zaak met CJIB-nummer 213174584.
14. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.246.955/01
CJIB-nummer
: 213298330
Uitspraak d.d.
: 8 januari 2021
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 28 augustus 2018, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft voor wat betreft de proceskostenvergoeding verwezen naar de samenhangende zaak met CJIB-nummer 213174584.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 17 juli 2020 de gronden van het beroep aangevuld.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan de door hem aangevoerde grond dat het kenteken van het voertuig op één van de twee foto’s niet (goed) leesbaar is en onvoldoende is ingegaan op de grond aangaande de onjuiste tijdsaanduiding op de foto. Hierdoor is geen sprake geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
Dictum
3. Door de kantonrechter zijn voornoemde gronden expliciet benoemd in de beslissing. Ten aanzien van de leesbaarheid van het kenteken heeft de kantonrechter overwogen dat ter zitting door de zittingsvertegenwoordiger een leesbare foto is getoond. Mede op basis van de aanwezige foto’s heeft de kantonrechter vastgesteld dat de gedraging is begaan. Voor wat betreft de tijdsaanduiding wordt verwezen naar de uitleg die de zittingsvertegenwoordiger ter zitting heeft gegeven en wordt deze uitleg in de beslissing (deels) herhaald. Het hof is van oordeel dat hiermee afdoende op de door de gemachtigde aangevoerde gronden is gereageerd en dat duidelijk is waarom het verweer niet slaagt. De klacht wordt daarom verworpen.
4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 102,- voor: “Overschrijding van de maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 december 2017 om 05:36 uur op de Weg naar de Poort in Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
5. De gemachtigde voert aan dat de aanwezige foto’s van dusdanig slechte kwaliteit zijn dat slechts de kentekenplaat zichtbaar is, zodat geen sprake is van een juiste meting. Ook is het kenteken van het voertuig niet op beide foto’s zichtbaar, terwijl dat op grond van de jurisprudentie van het hof is vereist. Hierdoor is niet komen vast te staan dat op beide foto’s hetzelfde voertuig zichtbaar is. Daarnaast hebben de foto’s dezelfde tijdsaanduiding, terwijl dit gelet op de intervaltijd van meer dan een seconde onmogelijk is. Verder vermeldt het zaakoverzicht dat het gaat om een radarmeting, maar uit de foto’s volgt dat het een lusmeting betreft. Het betreft namelijk een roodlicht installatie en dit is te zien aan de lussen in het wegdek. Ter onderbouwing hiervan zijn foto’s van Google Maps overgelegd van de situatie ter plaatse. Hieruit blijkt volgens de gemachtigde tevens dat de minimale meetafstand van 220 meter niet in acht is genomen, nu de borden Nieuwegein slechts zo’n 50 meter voor de flitspaal staan, waarbij de snelheid van 80 naar 50 km/h gaat. Tot slot wordt de juistheid van de bebording betwist, nu de betrokkene zich niet kan heugen dat hij langs een ‘binnen de bebouwde kom’ of ‘50 km/h’ bord is gereden. Evenmin is er een schouwrapport aanwezig waaruit blijkt dat de bebording is gecontroleerd.
6. Het hof stelt voorop dat een foto niet in alle gevallen noodzakelijk is voor de vaststelling van de onderhavige gedraging. De verklaring van de ambtenaar, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, kan volstaan. Of van de juistheid van de gegevens in het zaakoverzicht kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding werd langs elektronische weg geconstateerd en vastgelegd. (…)
De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 65 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 62 km per uur.
Toegestane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 12 km per uur. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
8. Verder bevat het dossier foto’s van de gedraging. Op de eerste foto zijn de contouren en de kleur van het voertuig zichtbaar en is een deel van het kenteken af te lezen. De zichtbare kenmerken van het voertuig stemmen overeen met de in het zaakoverzicht opgenomen gegevens. Hoewel de tweede foto erg donker is, is hierop een deel van de achterzijde van het voertuig te zien en is het kenteken leesbaar en wordt dit rechts onderin vergroot weergegeven. Het hof is van oordeel dat op basis hiervan genoegzaam is komen vast te staan dat op beide foto’s hetzelfde voertuig is te zien. De omstandigheid dat op foto 2 het gehele kenteken van het voertuig en op foto 1 slechts een deel daarvan zichtbaar is, doet daaraan niet af en maakt niet dat sprake is van een onjuiste meting. Dat op beide foto’s dezelfde tijd is vermeld, heeft een technische oorzaak (vlg. het arrest van het hof van
27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1901) en doet evenmin af aan de betrouwbaarheid van de meting. Voorondersteld wordt dat de gemachtigde hiermee inmiddels bekend is.
9. De stelling dat in deze zaak sprake zou zijn van een lusmeting in plaats van een radarmeting, kan het hof niet volgen. Anders dan in het door de gemachtigde genoemde arrest van het hof van
16 januari 2020 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2020:384) blijkt uit de foto's van de gedraging en de door de gemachtigde overgelegde foto's van Google Maps niet dat sprake is van een lusmeting.
10. Met betrekking tot het verweer dat de minimale afstand tussen het gebod en de meetlocatie niet in acht zou zijn genomen, overweegt het hof dat - wat hier verder ook van zij - in artikel 1 van de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen staat dat bij kruisingen en in bijzondere omstandigheden van de aangegeven afstanden kan worden afgeweken. Een en ander houdt ermee verband dat ingeval van een kruising niet onverkort de gelegenheid kan worden geboden om op een rustige wijze snelheid te minderen. Immers, de ratio van de snelheidsbeperking op kruisingen als de onderhavige is er in gelegen dat bestuurders in staat worden gesteld tijdig te reageren op de verplichting te stoppen voor een rood verkeerslicht en bij groen of geel licht met gematigde snelheid de kruising op te rijden (volgens het arrest van dit hof van 21 september 2006, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5513).
11. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1. Zoals hiervoor weergegeven onder 10. is door de gemachtigde aangevoerd dat de afstand van het H1 bord, welke op de door hem overgelegde foto's van Google Maps is te zien, tot aan de meetlocatie ter plaatse te kort is. Het hof kan de gemachtigde dan ook niet volgen in zijn verweer dat niet is gebleken dat sprake was van deugdelijke bebording. Ook acht het hof de stelling dat de betrokkene zich niet kan heugen een H1 of 50 km/h bord te hebben gezien niet aannemelijk, nu in hoger beroep in eerste instantie is aangevoerd dat de betrokkene niet te hard zou hebben gereden omdat hij de buurt goed kent en weet dat daar een flitspaal staat. De gemachtigde heeft aldus geen argumenten aangevoerd die meebrengen dat aan de omstandigheid dat de aanwezigheid van bord H1 voorafgaande aan de meting niet is gecontroleerd, de betekenis moet toekomen dat twijfel bestaat dat de gedraging binnen de bebouwde kom is begaan en dat de maximumsnelheid aldaar 50 km/h bedraagt.
12. Het voorgaande betekent dat de klachten van de gemachtigde falen en dat geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de inhoud van het zaakoverzicht en de betrouwbaarheid van de meting. Op basis van de aanwezige gegevens en de foto's van de gedraging kan aldus worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
13. De gemachtigde maakt er tot slot bezwaar tegen dat de kantonrechter de onderhavige zaak voor de berekening van de proceskostenvergoeding als samenhangend heeft aangemerkt met de zaak met CJIB-nummer 213174584.
14. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.