Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2015-04-16
ECLI:NL:RBGEL:2015:2562
Bestuursrecht
Bodemzaak
10,125 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/220
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard te Bemmel, verweerder.
Procesverloop
Bij verkeersbesluit van 12 juni 2012 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder het volgende besloten:
- het gedeelte van de Blauwe Hoek, tussen de inritten van de woningen nummers 5 en
7, gesloten te verklaren voor het verkeer met uitzondering van fietsers door middel van het plaatsen van borden overeenkomstig model C1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en ondersteund door uitneembare palen (hierna aangeduid met: de geslotenverklaring);
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Clara van Delwigstraat op de rijbaan aan de zijde van de basisscholen met uitzondering van de parkeervakken (stilstaan verbod 1) en in het gedeelte van de Blauwe Hoek aan beide zijden van de rijbaan, tussen de inrit van woning nummer 5 en de toegangsweg tot de appartementencomplexen (plan Merlijn) en aan beide zijden van deze toegangsweg tot en met het parkeerterrein (stilstaan verbod 2).
Hiertegen heeft eiser bezwaar ingediend.
Bij verkeersbesluit van 1 oktober 2013 (hierna: het bestreden besluit), gepubliceerd op verweerders website op 22 oktober 2013 en in de Staatscourant van 23 oktober 2013, heeft verweerder het besluit van 12 juni 2012 herroepen en het volgende besloten:
- het besluit van 12 juni 2012 in te trekken;
- de geslotenverklaring is gehandhaafd, met dien verstande dat dit geldt gedurende werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur, aan te geven door middel van onderborden, en zonder fysieke afsluiting door uitneembare palen;
- stilstaan verbod 1 is gehandhaafd;
- stilstaan verbod 2 is gehandhaafd;
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Duisterestraat op de rijbaan aan de zijde van het perceel met huisnummer 52 (bakkerij Van Kol), over een lengte van 10 meter, gerekend van de Pannerdenseweg (stilstaan verbod 3)
- het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de
Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de oversteekplaats ter hoogte
van de bushalte.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit bezwaar bij verweerder ingediend. Verweerder heeft dit bezwaar doorgezonden naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2015. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 14/222, 14/223, 14/224, 14/225, 14/226, 14/245, 14/1435, 14/3321, 14/3494 en 13/8233. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door C. op de Haar en H. Noordman, beiden werkzaam bij verweerders gemeente.
Na de behandeling is de onderhavige zaak gesplitst van de hiervoor vermelde zaken.
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Verweerder heeft de verkeersbesluiten genomen in het kader van de veiligheid van de schoolkinderen van basisschool De Doornick aan de Blauwe Hoek in Doornenburg (hierna: de basisschool). De verkeersmaatregelen zijn tot stand gekomen na overleg met vertegenwoordigers van het Platform Doornenburg, de basisschooldirectie, verkeersouders, verkeersadviseur en de politie.
2. Het bestreden besluit voorziet onder meer in verboden tot stilstaan door het aanbrengen van doorgetrokken gele strepen op verscheidene weggedeelten in de buurt van de basisschool.
3. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het besluit van 1 oktober 2013, voor zover het de geslotenverklaring en de stilstaan verboden 1, 2 en 3 betreft, moet worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar naar aanleiding van de bezwaren tegen het primaire besluit van 12 juni 2012. Dat in het besluit van 1 oktober 2013 het besluit van 12 juni 2012 is ingetrokken en dat de geslotenverklaring is gewijzigd, neemt niet weg dat het besluit van 1 oktober 2013 heeft te gelden als een besluit na heroverweging naar aanleiding van de ingediende bezwaren.
Voor zover het bestreden besluit het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de
oversteekplaats ter hoogte van de bushalte betreft, is het besluit van 1 oktober 2013 een primair besluit. Ook die omstandigheid doet er niet aan af dat het besluit voor het overige een beslissing op bezwaar is. Verweerder heeft eisers bezwaar tegen het bestreden besluit daarom terecht doorgezonden aan de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Wettelijk kader
4. Artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 bepaalt dat de bestuurder zijn voertuig niet mag laten stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.
Ingevolge artikel 12, aanhef en onderdeel b, punt V, van het Besluit administratieve bepalingen voor het wegverkeer (Babw) moet voor de plaatsing van een gele doorgetrokken streep op het wegdek een verkeersbesluit worden genomen.
Ingevolge artikel 21 van het Babw vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de WVW 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
5. De rechtbank stelt voorop dat verweerder, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling), bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan verweerder om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of de afweging van de betrokken belangen niet zodanig onevenwichtig is, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen (zie onder meer de uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2597).
6. De rechtbank stelt vast dat de geslotenverklaring op zichzelf niet in geschil is, behoudens de aanduiding op de onderborden.
Eiser heeft hierover aangevoerd dat de tekst op de onderborden moet worden gewijzigd van “werkdagen” in “schooldagen”, zodat de afsluiting niet van kracht is tijdens schoolvakanties.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat “werkdagen” moet worden opgevat als “schooldagen”. Verder heeft verweerder ter zitting toegezegd dat verweerder tijdens schoolvakanties van langer dan één week de afsluiting zal opheffen door de onderborden af te dekken. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hiermee voldoende tegemoet gekomen aan de beroepsgrond van eiser.
7. Eiser heeft primair in zijn beroepschrift en ter zitting aangevoerd dat hij het niet eens is met de stilstaan verboden, omdat hij vreest dat de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich zal verplaatsen naar het deel van de Blauwe Hoek / Kloosterhof waar hij woont.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht waarom hij van mening is dat de stilstaan verboden nodig zijn in het belang van de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de basisschool. Volgens verweerder komen de stilstaan verboden tegemoet aan de belangen van aanwonenden, omdat ouders en verzorgers die hun kinderen naar school brengen hun auto’s niet meer kunnen parkeren langs de rijbanen van de Blauwe Hoek en de Clara van Delwigstraat. Zij worden gedwongen hun auto’s te parkeren op de aangelegde parkeerplaatsen. Ook het parkeren voor de uitritten wordt zoveel mogelijk beperkt.
Verder is in overleg met de school en de politie tot het huidige gebied gekomen, waardoor de stilstaan verboden in plaats zijn beperkt.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op deze toelichting in redelijkheid in het belang van de verkeersveiligheid tot de stilstaan verboden, op de thans voorziene weggedeelten, mogen besluiten. De rechtbank acht daarbij van belang dat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat na een periode van drie maanden bekeken zal worden of de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich heeft verplaatst naar de Kloosterhof en dat, indien dat inderdaad het geval is, zal worden onderzocht of er aanleiding bestaat om ook daar een stilstaan verbod in te stellen. De beroepsgrond faalt.
8. Eiser heeft ter zitting verder toegelicht dat de stilstaan verboden, doordat langs de betreffende wegen een gele streep wordt aangebracht, een absoluut karakter hebben, aangezien zij niet in tijd beperkt zijn. Volgens eiser gaat dit erg ver.
Verweerder heeft dit ter zitting beaamd en tevens ingezien dat dit voor bewoners nadelig kan zijn. Verweerder is echter van mening dat de huidige stilstaan verboden te verkiezen zijn boven een andere wijze van het invoeren van stopverboden door middel van verkeersborden, waarbij wél een beperking in tijd kan worden opgenomen. Verweerder heeft hierbij gewezen op het aanzien van de wijk dat aangetast kan worden indien er een groot aantal borden zou worden geplaatst.
De rechtbank stelt vast dat de stilstaan verboden inhouden dat aanwonenden ook ’s avonds, in de weekeinden en in de schoolvakanties niet in het desbetreffende weggedeelte mogen stoppen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de door hem aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde belangen, de verkeersveiligheid en het belang van voorkoming van aantasting van het aanzien van de wijk, niet in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het nadeel dat bewoners kunnen ondervinden van het absolute karakter van de stilstaan verboden en het voordeel dat het voor bewoners oplevert als de stilstaan verboden worden beperkt tot de schooltijden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de stilstaan verboden 1, 2 en 3 door het aldaar aanbrengen van een doorgetrokken gele streep;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot € 160 aan hem vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 20,92.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Linde, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Bolzoni, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/220
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard te Bemmel, verweerder.
Procesverloop
Bij verkeersbesluit van 12 juni 2012 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder het volgende besloten:
- het gedeelte van de Blauwe Hoek, tussen de inritten van de woningen nummers 5 en
7, gesloten te verklaren voor het verkeer met uitzondering van fietsers door middel van het plaatsen van borden overeenkomstig model C1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en ondersteund door uitneembare palen (hierna aangeduid met: de geslotenverklaring);
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Clara van Delwigstraat op de rijbaan aan de zijde van de basisscholen met uitzondering van de parkeervakken (stilstaan verbod 1) en in het gedeelte van de Blauwe Hoek aan beide zijden van de rijbaan, tussen de inrit van woning nummer 5 en de toegangsweg tot de appartementencomplexen (plan Merlijn) en aan beide zijden van deze toegangsweg tot en met het parkeerterrein (stilstaan verbod 2).
Hiertegen heeft eiser bezwaar ingediend.
Bij verkeersbesluit van 1 oktober 2013 (hierna: het bestreden besluit), gepubliceerd op verweerders website op 22 oktober 2013 en in de Staatscourant van 23 oktober 2013, heeft verweerder het besluit van 12 juni 2012 herroepen en het volgende besloten:
- het besluit van 12 juni 2012 in te trekken;
- de geslotenverklaring is gehandhaafd, met dien verstande dat dit geldt gedurende werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur, aan te geven door middel van onderborden, en zonder fysieke afsluiting door uitneembare palen;
- stilstaan verbod 1 is gehandhaafd;
- stilstaan verbod 2 is gehandhaafd;
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Duisterestraat op de rijbaan aan de zijde van het perceel met huisnummer 52 (bakkerij Van Kol), over een lengte van 10 meter, gerekend van de Pannerdenseweg (stilstaan verbod 3)
- het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de
Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de oversteekplaats ter hoogte
van de bushalte.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit bezwaar bij verweerder ingediend. Verweerder heeft dit bezwaar doorgezonden naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2015. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 14/222, 14/223, 14/224, 14/225, 14/226, 14/245, 14/1435, 14/3321, 14/3494 en 13/8233. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door C. op de Haar en H. Noordman, beiden werkzaam bij verweerders gemeente.
Na de behandeling is de onderhavige zaak gesplitst van de hiervoor vermelde zaken.
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Verweerder heeft de verkeersbesluiten genomen in het kader van de veiligheid van de schoolkinderen van basisschool De Doornick aan de Blauwe Hoek in Doornenburg (hierna: de basisschool). De verkeersmaatregelen zijn tot stand gekomen na overleg met vertegenwoordigers van het Platform Doornenburg, de basisschooldirectie, verkeersouders, verkeersadviseur en de politie.
2. Het bestreden besluit voorziet onder meer in verboden tot stilstaan door het aanbrengen van doorgetrokken gele strepen op verscheidene weggedeelten in de buurt van de basisschool.
3. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het besluit van 1 oktober 2013, voor zover het de geslotenverklaring en de stilstaan verboden 1, 2 en 3 betreft, moet worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar naar aanleiding van de bezwaren tegen het primaire besluit van 12 juni 2012. Dat in het besluit van 1 oktober 2013 het besluit van 12 juni 2012 is ingetrokken en dat de geslotenverklaring is gewijzigd, neemt niet weg dat het besluit van 1 oktober 2013 heeft te gelden als een besluit na heroverweging naar aanleiding van de ingediende bezwaren.
Voor zover het bestreden besluit het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de
oversteekplaats ter hoogte van de bushalte betreft, is het besluit van 1 oktober 2013 een primair besluit. Ook die omstandigheid doet er niet aan af dat het besluit voor het overige een beslissing op bezwaar is. Verweerder heeft eisers bezwaar tegen het bestreden besluit daarom terecht doorgezonden aan de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Wettelijk kader
4. Artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 bepaalt dat de bestuurder zijn voertuig niet mag laten stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.
Ingevolge artikel 12, aanhef en onderdeel b, punt V, van het Besluit administratieve bepalingen voor het wegverkeer (Babw) moet voor de plaatsing van een gele doorgetrokken streep op het wegdek een verkeersbesluit worden genomen.
Ingevolge artikel 21 van het Babw vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de WVW 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
5. De rechtbank stelt voorop dat verweerder, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling), bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan verweerder om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of de afweging van de betrokken belangen niet zodanig onevenwichtig is, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen (zie onder meer de uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2597).
6. De rechtbank stelt vast dat de geslotenverklaring op zichzelf niet in geschil is, behoudens de aanduiding op de onderborden.
Eiser heeft hierover aangevoerd dat de tekst op de onderborden moet worden gewijzigd van “werkdagen” in “schooldagen”, zodat de afsluiting niet van kracht is tijdens schoolvakanties.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat “werkdagen” moet worden opgevat als “schooldagen”. Verder heeft verweerder ter zitting toegezegd dat verweerder tijdens schoolvakanties van langer dan één week de afsluiting zal opheffen door de onderborden af te dekken. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hiermee voldoende tegemoet gekomen aan de beroepsgrond van eiser.
7. Eiser heeft primair in zijn beroepschrift en ter zitting aangevoerd dat hij het niet eens is met de stilstaan verboden, omdat hij vreest dat de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich zal verplaatsen naar het deel van de Blauwe Hoek / Kloosterhof waar hij woont.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht waarom hij van mening is dat de stilstaan verboden nodig zijn in het belang van de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de basisschool. Volgens verweerder komen de stilstaan verboden tegemoet aan de belangen van aanwonenden, omdat ouders en verzorgers die hun kinderen naar school brengen hun auto’s niet meer kunnen parkeren langs de rijbanen van de Blauwe Hoek en de Clara van Delwigstraat. Zij worden gedwongen hun auto’s te parkeren op de aangelegde parkeerplaatsen. Ook het parkeren voor de uitritten wordt zoveel mogelijk beperkt.
Verder is in overleg met de school en de politie tot het huidige gebied gekomen, waardoor de stilstaan verboden in plaats zijn beperkt.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op deze toelichting in redelijkheid in het belang van de verkeersveiligheid tot de stilstaan verboden, op de thans voorziene weggedeelten, mogen besluiten. De rechtbank acht daarbij van belang dat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat na een periode van drie maanden bekeken zal worden of de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich heeft verplaatst naar de Kloosterhof en dat, indien dat inderdaad het geval is, zal worden onderzocht of er aanleiding bestaat om ook daar een stilstaan verbod in te stellen. De beroepsgrond faalt.
8. Eiser heeft ter zitting verder toegelicht dat de stilstaan verboden, doordat langs de betreffende wegen een gele streep wordt aangebracht, een absoluut karakter hebben, aangezien zij niet in tijd beperkt zijn. Volgens eiser gaat dit erg ver.
Verweerder heeft dit ter zitting beaamd en tevens ingezien dat dit voor bewoners nadelig kan zijn. Verweerder is echter van mening dat de huidige stilstaan verboden te verkiezen zijn boven een andere wijze van het invoeren van stopverboden door middel van verkeersborden, waarbij wél een beperking in tijd kan worden opgenomen. Verweerder heeft hierbij gewezen op het aanzien van de wijk dat aangetast kan worden indien er een groot aantal borden zou worden geplaatst.
De rechtbank stelt vast dat de stilstaan verboden inhouden dat aanwonenden ook ’s avonds, in de weekeinden en in de schoolvakanties niet in het desbetreffende weggedeelte mogen stoppen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de door hem aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde belangen, de verkeersveiligheid en het belang van voorkoming van aantasting van het aanzien van de wijk, niet in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het nadeel dat bewoners kunnen ondervinden van het absolute karakter van de stilstaan verboden en het voordeel dat het voor bewoners oplevert als de stilstaan verboden worden beperkt tot de schooltijden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de stilstaan verboden 1, 2 en 3 door het aldaar aanbrengen van een doorgetrokken gele streep;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot € 160 aan hem vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 20,92.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Linde, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Bolzoni, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/220
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiser], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard te Bemmel, verweerder.
Procesverloop
Bij verkeersbesluit van 12 juni 2012 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder het volgende besloten:
- het gedeelte van de Blauwe Hoek, tussen de inritten van de woningen nummers 5 en
7, gesloten te verklaren voor het verkeer met uitzondering van fietsers door middel van het plaatsen van borden overeenkomstig model C1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en ondersteund door uitneembare palen (hierna aangeduid met: de geslotenverklaring);
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Clara van Delwigstraat op de rijbaan aan de zijde van de basisscholen met uitzondering van de parkeervakken (stilstaan verbod 1) en in het gedeelte van de Blauwe Hoek aan beide zijden van de rijbaan, tussen de inrit van woning nummer 5 en de toegangsweg tot de appartementencomplexen (plan Merlijn) en aan beide zijden van deze toegangsweg tot en met het parkeerterrein (stilstaan verbod 2).
Hiertegen heeft eiser bezwaar ingediend.
Bij verkeersbesluit van 1 oktober 2013 (hierna: het bestreden besluit), gepubliceerd op verweerders website op 22 oktober 2013 en in de Staatscourant van 23 oktober 2013, heeft verweerder het besluit van 12 juni 2012 herroepen en het volgende besloten:
- het besluit van 12 juni 2012 in te trekken;
- de geslotenverklaring is gehandhaafd, met dien verstande dat dit geldt gedurende werkdagen van 8.00 tot 16.00 uur, aan te geven door middel van onderborden, en zonder fysieke afsluiting door uitneembare palen;
- stilstaan verbod 1 is gehandhaafd;
- stilstaan verbod 2 is gehandhaafd;
- het instellen van een verbod tot stilstaan door het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep in de Duisterestraat op de rijbaan aan de zijde van het perceel met huisnummer 52 (bakkerij Van Kol), over een lengte van 10 meter, gerekend van de Pannerdenseweg (stilstaan verbod 3)
- het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de
Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de oversteekplaats ter hoogte
van de bushalte.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit bezwaar bij verweerder ingediend. Verweerder heeft dit bezwaar doorgezonden naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2015. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 14/222, 14/223, 14/224, 14/225, 14/226, 14/245, 14/1435, 14/3321, 14/3494 en 13/8233. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door C. op de Haar en H. Noordman, beiden werkzaam bij verweerders gemeente.
Na de behandeling is de onderhavige zaak gesplitst van de hiervoor vermelde zaken.
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Verweerder heeft de verkeersbesluiten genomen in het kader van de veiligheid van de schoolkinderen van basisschool De Doornick aan de Blauwe Hoek in Doornenburg (hierna: de basisschool). De verkeersmaatregelen zijn tot stand gekomen na overleg met vertegenwoordigers van het Platform Doornenburg, de basisschooldirectie, verkeersouders, verkeersadviseur en de politie.
2. Het bestreden besluit voorziet onder meer in verboden tot stilstaan door het aanbrengen van doorgetrokken gele strepen op verscheidene weggedeelten in de buurt van de basisschool.
3. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het besluit van 1 oktober 2013, voor zover het de geslotenverklaring en de stilstaan verboden 1, 2 en 3 betreft, moet worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar naar aanleiding van de bezwaren tegen het primaire besluit van 12 juni 2012. Dat in het besluit van 1 oktober 2013 het besluit van 12 juni 2012 is ingetrokken en dat de geslotenverklaring is gewijzigd, neemt niet weg dat het besluit van 1 oktober 2013 heeft te gelden als een besluit na heroverweging naar aanleiding van de ingediende bezwaren.
Voor zover het bestreden besluit het instellen van een voorrangsregeling op de kruising Pannerdenseweg met de Duisterestraat en het aanbrengen van een zebrapad op de
oversteekplaats ter hoogte van de bushalte betreft, is het besluit van 1 oktober 2013 een primair besluit. Ook die omstandigheid doet er niet aan af dat het besluit voor het overige een beslissing op bezwaar is. Verweerder heeft eisers bezwaar tegen het bestreden besluit daarom terecht doorgezonden aan de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.
Wettelijk kader
4. Artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 bepaalt dat de bestuurder zijn voertuig niet mag laten stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.
Ingevolge artikel 12, aanhef en onderdeel b, punt V, van het Besluit administratieve bepalingen voor het wegverkeer (Babw) moet voor de plaatsing van een gele doorgetrokken streep op het wegdek een verkeersbesluit worden genomen.
Ingevolge artikel 21 van het Babw vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de WVW 1994 kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
5. De rechtbank stelt voorop dat verweerder, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling), bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan verweerder om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van een dergelijk besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of de afweging van de betrokken belangen niet zodanig onevenwichtig is, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen (zie onder meer de uitspraak van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2597).
6. De rechtbank stelt vast dat de geslotenverklaring op zichzelf niet in geschil is, behoudens de aanduiding op de onderborden.
Eiser heeft hierover aangevoerd dat de tekst op de onderborden moet worden gewijzigd van “werkdagen” in “schooldagen”, zodat de afsluiting niet van kracht is tijdens schoolvakanties.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat “werkdagen” moet worden opgevat als “schooldagen”. Verder heeft verweerder ter zitting toegezegd dat verweerder tijdens schoolvakanties van langer dan één week de afsluiting zal opheffen door de onderborden af te dekken. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hiermee voldoende tegemoet gekomen aan de beroepsgrond van eiser.
7. Eiser heeft primair in zijn beroepschrift en ter zitting aangevoerd dat hij het niet eens is met de stilstaan verboden, omdat hij vreest dat de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich zal verplaatsen naar het deel van de Blauwe Hoek / Kloosterhof waar hij woont.
Verweerder heeft ter zitting toegelicht waarom hij van mening is dat de stilstaan verboden nodig zijn in het belang van de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de basisschool. Volgens verweerder komen de stilstaan verboden tegemoet aan de belangen van aanwonenden, omdat ouders en verzorgers die hun kinderen naar school brengen hun auto’s niet meer kunnen parkeren langs de rijbanen van de Blauwe Hoek en de Clara van Delwigstraat. Zij worden gedwongen hun auto’s te parkeren op de aangelegde parkeerplaatsen. Ook het parkeren voor de uitritten wordt zoveel mogelijk beperkt.
Verder is in overleg met de school en de politie tot het huidige gebied gekomen, waardoor de stilstaan verboden in plaats zijn beperkt.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder gelet op deze toelichting in redelijkheid in het belang van de verkeersveiligheid tot de stilstaan verboden, op de thans voorziene weggedeelten, mogen besluiten. De rechtbank acht daarbij van belang dat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat na een periode van drie maanden bekeken zal worden of de overlast van geparkeerde en kerende auto’s zich heeft verplaatst naar de Kloosterhof en dat, indien dat inderdaad het geval is, zal worden onderzocht of er aanleiding bestaat om ook daar een stilstaan verbod in te stellen. De beroepsgrond faalt.
8. Eiser heeft ter zitting verder toegelicht dat de stilstaan verboden, doordat langs de betreffende wegen een gele streep wordt aangebracht, een absoluut karakter hebben, aangezien zij niet in tijd beperkt zijn. Volgens eiser gaat dit erg ver.
Verweerder heeft dit ter zitting beaamd en tevens ingezien dat dit voor bewoners nadelig kan zijn. Verweerder is echter van mening dat de huidige stilstaan verboden te verkiezen zijn boven een andere wijze van het invoeren van stopverboden door middel van verkeersborden, waarbij wél een beperking in tijd kan worden opgenomen. Verweerder heeft hierbij gewezen op het aanzien van de wijk dat aangetast kan worden indien er een groot aantal borden zou worden geplaatst.
De rechtbank stelt vast dat de stilstaan verboden inhouden dat aanwonenden ook ’s avonds, in de weekeinden en in de schoolvakanties niet in het desbetreffende weggedeelte mogen stoppen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de door hem aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde belangen, de verkeersveiligheid en het belang van voorkoming van aantasting van het aanzien van de wijk, niet in redelijkheid zwaarder heeft mogen laten wegen dan het nadeel dat bewoners kunnen ondervinden van het absolute karakter van de stilstaan verboden en het voordeel dat het voor bewoners oplevert als de stilstaan verboden worden beperkt tot de schooltijden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de stilstaan verboden 1, 2 en 3 door het aldaar aanbrengen van een doorgetrokken gele streep;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht groot € 160 aan hem vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 20,92.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Linde, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Bolzoni, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.