Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-07-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:5369
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,129 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10701583 \ CV EXPL 23-12530
Vonnis van 11 juli 2025
in de zaak van
BILLINK B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
, handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 april 2025,- de akte van Billink.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In voornoemd tussenvonnis is geoordeeld dat [gedaagde] consumentenbescherming toekomt en de kantonrechter daarom ambtshalve moet toetsen aan het consumentenrecht. Billink is in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen dat de wettelijke informatieplichten zijn nageleefd, de algemene voorwaarden in het geding te brengen, zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de uitgestelde betaling, een vorm van kredietverstrekking, en de toepasselijkheid van de bepalingen van Titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Billink diende de akte aan [gedaagde] toe te sturen, op de in het tussenvonnis bepaalde wijze.
2.2.
Gesteld noch gebleken is dat Billink heeft voldaan aan de instructie om de akte aan [gedaagde] toe te sturen en [gedaagde] in de gelegenheid te stellen op de akte te reageren. Het gevolg daarvan is dat de akte buiten beschouwing wordt gelaten, zoals reeds aangekondigd in het tussenvonnis.
2.3.
Nu Billink, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet de gevraagde informatie heeft verstrekt in verband met het ambtshalve uit te voeren onderzoek van de kantonrechter, kan niet worden getoetst aan het consumentenrecht. Billink heeft de voor de beoordeling van belang zijnde feiten dan ook niet volledig aangevoerd en daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter als volgt.
2.5.
Ook als de akte niet buiten beschouwing zou zijn gelaten, heeft Billink de gevraagde informatie en stukken niet verstrekt. Billink herhaalt slechts haar eerdere standpunt dat het voor haar niet is na te gaan wat de bedoeling is van kopers die ervoor kiezen om de goederen te bestellen in de hoedanigheid van ondernemer. [gedaagde] moet volgens Billink niet als consument worden aangemerkt, omdat zij willens en wetens heeft gekozen voor het plaatsen van een bestelling in de hoedanigheid van ondernemer. Ambtshalve toetsing is daarom niet aan de orde. Het zou ook afbreuk doen aan de feitelijke gang van zaken. Bovendien zouden ondernemers geen relatiegeschenken of interieur meer kunnen kopen, voor zover dat afwijkt van de doorsnee bedrijfsinventaris. Billink verzoekt met een beroep op artikel 24 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te beslissen op de aangevoerde grondslag en anders expliciet te motiveren dat uit de wet anders voortvloeit, aldus – steeds - Billink.
2.6.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 18 april 2025 reeds uiteengezet waarom [gedaagde] onder de gegeven omstandigheden consumentenbescherming toekomt. Kortheidshalve wordt verwezen naar overwegingen 2.4 en 2.5 van dat tussenvonnis. Daarnaast wijst de kantonrechter op het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1800), rechtsoverweging 3.4.2. Daaruit volgt (eveneens) dat het standpunt van Billink niet opgaat.
2.7.
Billink wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt Billink in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.
991