Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-09-16
ECLI:NL:GHSHE:2025:2545
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Hoger beroep
1,524 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2025:2545 text/xml public 2026-05-13T12:22:23 2025-09-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2025-09-16 200.346.579_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:4754 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2545 text/html public 2026-05-13T12:15:05 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2025:2545 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 16-09-2025 / 200.346.579_01 afwijzen vrijwaringsincident, niet mogelijk om iemand voor het eerst in hoger beroep in vrijwaring op te roepen GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.346.579/01 arrest van 16 september 2025 gewezen in het incident ex artikel 210 Rv in de zaak van 1 LeNroy Beheer B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [appellant sub 2] , wonende te [woonplaats] , appellanten in principaal appel, geïntimeerden in incidenteel appel, eiseressen in het incident, advocaat: mr. J. Slager te Rotterdam, tegen mr. Johannes Lambertus de Crom, handelend in zijn hoedanigheid van curator van The Flex Company B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [A] , geïntimeerde in principaal appel, appellant in incidenteel appel, verweerder in het incident, advocaat: mr. S. Lagidse te Oosterhout, op het bij exploot van dagvaarding van 5 september 2024 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 5 juli 2023 en 12 juni 2024, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen appellanten – LeNroy c.s. – en F&C Beheer B.V. en [YY] (hierna: F&C en [YY] ) als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en geïntimeerde – de curator – als eiser in conventie, verweerder in reconventie. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/395275 / HA ZA 22-109) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. 2 Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met twee bijlagen; de memorie van grieven met producties, genummerd 20 en 21; de memorie antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel met producties, genummerd 40 tot en met 43; de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens memorie van antwoord in incidenteel appel met producties, genummerd 22 tot en met 30; de antwoordconclusie in het incident tot oproeping in vrijwaring. Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald. 3 De beoordeling In het incident 3.1. Volgens LeNroy c.s. heeft de curator in de procedure in eerste aanleg onder meer gesteld dat The Flex Company paulianeus heeft gehandeld in het zicht van het faillissement. De curator stelt dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid aan de zijde van LeNroy en F&C. Deze aansprakelijkheid rust ook hoofdelijk op Brinkman en [YY] . Het incidenteel appel van de curator richt zich tegen de afwijzingen in de bestreden vonnissen. De curator heeft F&C en [YY] om haar moverende redenen niet in de procedure in hoger beroep betrokken. LeNroy c.s. stelt dat indien de vorderingen van de curator alsnog (gedeeltelijk) worden toegewezen, die situatie tot gevolg heeft dat de betreffende toewijzing alleen LeNroy c.s. raakt en niet F&C en [YY] . Zij zijn echter wel in het geval van een veroordeling medeaansprakelijk. Daarom heeft LeNroy c.s. recht en belang bij het betrekken van F&C en [YY] in de procedure in incidenteel appel. Daarom vordert LeNroy c.s. in het incident tot oproeping in vrijwaring dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, LeNroy c.s. toestaat zowel F&C als [YY] te dagvaarden tegen een door het hof te bepalen terechtzitting, teneinde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, kosten rechtens. 3.2. De curator voert verweer. De curator verzoekt het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de incidentele vordering ex artikel 210 Rv van LeNroy c.s. af te wijzen en LeNroy c.s. te veroordelen in de kosten van het incident. 3.3. Het hof oordeelt als volgt. 3.4. Het hof stelt vast dat in eerste aanleg de procedure is gevoerd tussen de curator als eisende partij en LeNroy, F & C, Brinkman en [YY] als gedaagde partijen. In die procedure heeft geen oproeping tot vrijwaring plaatsgevonden. Gezien het gesloten stelsel van rechtsmiddelen is het niet mogelijk om nu voor het eerst in hoger beroep een incidentele vordering in te stellen om F & C en [YY] in vrijwaring op te roepen (zie HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007: BB7189 en HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7496). In feite wordt daarmee immers aan die partij, de waarborg, een instantie ontnomen. De omstandigheid dat F&C en [YY] medegedaagden in eerste aanleg waren doet daaraan niet af. Dat had LeNroy c.s. niet hoeven te beletten om hen voor alle weren in vrijwaring op te roepen. Nu LeNroy c.s. voor het eerst in hoger beroep een vordering tot oproeping in vrijwaring heeft ingesteld, zal het hof LeNroy c.s. in haar vordering in het vrijwaringsincident niet-ontvankelijk verklaren. 3.5. LeNroy c.s. zal gelet op het vorenstaande als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident als in het dictum bepaald. In de hoofdzaak 3.6. De zaak wordt naar de rol verwezen voor dagbepaling mondelinge behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4 De beslissing Het hof: in het incident : verklaart LeNroy c.s. niet-ontvankelijk in haar vordering om F&C en [YY] in vrijwaring te mogen oproepen; veroordeelt LeNroy c.s. in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van de curator tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 1.214,00 (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat; verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2025 voor dagbepaling mondelinge behandeling; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.M. Rousseau, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2025. griffier rolraadsheer