Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2025-04-15
ECLI:NL:GHSHE:2025:1582
Strafrecht
Hoger beroep
2,293 tokens
Inleiding
Parketnummer : 20-002089-24
Uitspraak : 15 april 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 6 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-195167-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (feit 1),
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen (feit 2), en
opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten (feit 3),
de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewijsbeslissing gerefereerd aan het oordeel van het hof en een strafmaatverweer gevoerd..
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de bewijsmiddelen, met uitzondering van de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 1 en de opgelegde straf.
Aanvulling van de bewijsmiddelen
De politierechter heeft in het vonnis waarvan beroep volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, zonder de inhoud daarvan weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, lid 3, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en zal daarom – indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld – de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde onder 1
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij in Nederland heeft verbleven terwijl hij wist dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd en hij als zodanig niet in Nederland mocht verblijven. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een ruit van een woning. Hiermee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander en de benadeelde overlast en financiële schade berokkend. Ook is bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk geen gevolg heeft gegeven aan het bevel om medewerking te verlenen aan een voorlopig ademonderzoek. Dit gedrag van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag in het algemeen en voor de politie in het bijzonder. Dit zijn kwalijke feiten en het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen onherroepelijk is veroordeeld doch niet voor soortgelijke strafbare feiten.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Daaruit volgt dat de verdachte schulden heeft, dat hij bij zijn moeder woont, dat hij geen werk heeft en dat de bezwaarprocedure tegen het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod nog loopt. De raadsman heeft gevraagd om begrip voor de situatie van zijn cliënt die in Nederland is geboren en bijna geen binding heeft met Marokko maar wel geacht wordt naar dat land te vertrekken.
Ten aanzien van het onder feit 1 bewezenverklaarde: toepassing van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
Uit de arresten van de Hoge Raad van 21 mei 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY3151) en 12 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1143) volgt dat de rechter bij de strafoplegging ter zake van het overtreden van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht zich ervan moet vergewissen dat ten aanzien van de verdachte tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen zoals die zijn voorgeschreven in de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 (hierna: de Terugkeerrichtlijn). Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is strijdig met de Terugkeerrichtlijn indien de stappen van de in die richtlijn vastgelegde terugkeerprocedure nog niet zijn doorlopen, nu die strafoplegging de verwezenlijking van de met deze richtlijn nagestreefde doelstelling, te weten de invoering van een doeltreffend beleid van verwijdering en terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, in gevaar kan brengen.
Uit het dossier volgt dat de verblijfsvergunning van de verdachte bij beschikking van 26 januari 2023 met ingang van 6 oktober 2013 is ingetrokken en dat aan hem is medegedeeld dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Tevens is hem bij ditzelfde besluit een zwaar inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van 10 jaren. De beschikking is op 7 februari 2023 in persoon aan de verdachte uitgereikt en is aan te merken als een terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Terugkeerrichtlijn.
Uit het dossier volgt verder dat aan de verdachte op 3 april 2024 een wekelijkse meldplicht is opgelegd bij het politiebureau te Eindhoven, zodat de verdachte de voortgang van zijn zelfstandige vertrek uit Nederland kon aantonen. Aan de verdachte is bij het uitreiken van de meldplicht medegedeeld dat de mogelijkheid bestaat om met tussenkomst van Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) of het International Organisation for Migration (IOM) vrijwillig terug te keren. Een vreemdelingenbewaring om de verdachte gedwongen te verwijderen heeft (nog) niet plaatsgevonden.
Het hof is van oordeel dat het dossier onvoldoende informatie bevat om te kunnen vaststellen dat de hiervoor bedoelde stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen.
Dictum
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde en ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd;
veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. J.J. Peters, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. van der Valk, griffier,
en op 15 april 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Beaujean is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.