Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2024-11-15
ECLI:NL:GHDHA:2024:2180
Strafrecht
Gerechtshof Den Haag enkelvoudige kamer voor strafzaken Rolnummer: 22-002050-23 Parketnummer: 10-220591-20 TEGENSPRAAK Uitspraak van mr. B.P. de Boer van 15 november 2024 in de zaak tegen de verdachte: naam: [achternaam verdachte], voornamen: [voornamen verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [woonadres]. Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. mr. B.P. de Boer De advocaat-generaal doet afstand van de bevoegdheid om beroep in cassatie in te stellen. Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat het ervoor moet worden gehouden dat de verdachte niet – zoals wordt voorgeschreven door artikel 17 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer - binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 16 lid 2 van dat Besluit, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, aangezien de uitslag van het laboratoriumonderzoek naar een inmiddels (voor de autoriteiten kenbaar) achterhaald (en niet door de verdachte opgegeven) adres van de verdachte is gestuurd, waardoor hij pas geruime tijd na het bloedonderzoek over de uitkomst daarvan is geïnformeerd. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (zie onder meer ECLI:NL:HR:2021:1793) blijkt dat het in artikel 17 van het Besluit neergelegde voorschrift dat de verdachte in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 is omringd. De omstandigheid dat artikel 17 van het Besluit niet is nageleefd, brengt dan ook mee dat dat resultaat van het bloedonderzoek niet voor het bewijs kan worden gebezigd. Zonder dat resultaat resteert onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken.