Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-24
ECLI:NL:GHARL:2026:1052
Strafrecht
Hoger beroep
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1052 text/xml public 2026-03-06T15:41:44 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-24 Wahv 200.353.299/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1052 text/html public 2026-03-06T15:41:08 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1052 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-02-2026 / Wahv 200.353.299/01 Roodlichtgedraging. De detectielussen in de weg voor het betreffende verkeerslicht registreerden de scooter van de betrokkene niet, zodat het verkeerslicht niet op groen sprong. Gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht is het opleggen van een sanctie niet billijk. De sanctiebeschikking wordt vernietigd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.353.299/01 CJIB-nummer : 256835961 Uitspraak d.d. : 24 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2025, betreffende [Betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 190,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2023 om 02:06 uur op de Overtoom in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De gemachtigde erkent dat de betrokkene door rood is gereden, maar doet een beroep op overmacht. De detectielussen in de weg voor het betreffende verkeerslicht reageerden niet op de bromscooter van de betrokkene, zodat het verkeerslicht niet op groen sprong. Dit is een bekend probleem onder bestuurders van motoren, bromfietsen en snorfietsen. Eerder in de procedure heeft de betrokkene hierover onder meer verklaard dat hij ongeveer 3 minuten gewacht heeft op het verkeerslicht. In die 3 minuten waren er geen auto’s die rechtdoor moesten en de gewichtsplaat konden laten afgaan. Het verkeerslicht naar rechts was al door 4 cyclussen gegaan en het fietsverkeerslicht was al door 3 cyclussen gegaan. Hierdoor werd het de betrokkene duidelijk dat hij niet herkend werd door de gewichtsplaat. Toen het fietsverkeerslicht voor rechtdoor weer op groen ging, besloot de betrokkene om door rood te rijden. Aangezien het fietsverkeerslicht op groen stond, kon er geen auto zijn rijstrook op rijden. Er was geen verkeer in de buurt. Ver achter de betrokkene reed de politie. Nadat de betrokkene aan de verbalisant had uitgelegd dat hij 3 minuten had gewacht, zei de verbalisant dat hij een minuut langer had moeten wachten en dan wel door rood had moeten rijden. De betrokkene heeft zijn standpunt reeds uitgebreid toegelicht. De verklaring van de verbalisant is summier en standaardmatig. De verbalisant heeft niet waargenomen dat het verkeerslicht reeds minutenlang op rood stond omdat zij net kwamen aanrijden. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 4,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde.” 5. De advocaat-generaal heeft de ambtenaar gevraagd om op de gronden van de betrokkene te reageren, maar heeft geen reactie van de ambtenaar ontvangen. 6. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging erkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. 7. Op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 20d, eerste lid, van de Wahv kan de rechter een beschikking waarbij een administratieve sanctie is opgelegd, vernietigen of wijzigen indien naar zijn oordeel de officier van justitie had moeten beslissen dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel aanleiding geven de sanctie te matigen. 8. Namens de betrokkene is gedurende de procedure uitgebreid uitgelegd hoe de situatie ter plekke ten tijde van de gedraging was. Het hof wil aannemen dat de detectielussen in de weg voor het betreffende verkeerslicht de scooter van de betrokkene niet registreerden en dat het verkeerslicht daardoor niet op groen sprong. Dit is door de advocaat-generaal ook niet weersproken. De betrokkene geeft een niet onaannemelijke verklaring voor de omstandigheid dat de ambtenaar heeft verklaard dat het verkeerslicht ongeveer 4 seconden op rood stond, namelijk dat de politie ver achter hem reed en net aan kwam rijden toen de betrokkene door rood reed. Tegenover de uitgebreide verklaring van de betrokkene staat een zeer summiere verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht. De ambtenaar heeft niet verklaard over eventueel ander verkeer en over het al dan niet groen licht uitstralen van het voor fietsers bestemde verkeerslicht voor rechtdoor. De advocaat-generaal heeft aan de ambtenaar gevraagd om te reageren op hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd, maar de ambtenaar heeft niet op dit verzoek gereageerd. Nu niet weersproken is dat de betrokkene rechtdoor is gereden toen het voor fietsers bestemde verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer groen licht uitstraalde en dat er geen ander verkeer aanwezig was, is het hof van oordeel dat de betrokkene het rode licht heeft genegeerd en de kruising is overgestoken op een moment en op een wijze waarop hij het overige verkeer niet in gevaar heeft gebracht of gehinderd. Het hof is dan ook van oordeel dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een sanctie in dit geval niet billijken. 9. Het vorenstaande leidt tot de navolgende beslissing. 10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt en gelet op hetgeen is overwogen in het arrest van het hof van 11 september 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5551), wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25.