ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:RVS:2022:3352
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:RVS:2020:1560
ECLI:NL:RVS:2015:3680
Unierechtelijke implementatie van die bepaling de materie van artikel 9, tweede lid, niet helemaal zou ‘afdekken’. Voor artikel 9, derde lid, is dat het geval als de aan de orde zijnde materie niet ‘in ruime mate onder het Unierecht’ valt. Vgl. punt...
ECLI:NL:CBB:2007:BB4250
Onze Minister, 18.2, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.4, tweede lid, 18.7, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 18.9, 18.12, 18.16, 18.17, voorzover het bevoegdheden betreft van Onze Minister, 20.2, voorzover...
ECLI:NL:CBB:2004:AR6474
5.1 Het College ziet zich gesteld voor de vraag of moet worden geoordeeld dat verweerder, in het licht van de door hem in aanmerking te nemen belangen genoemd in artikel 36, eerste lid, onder b tot en met e van de Wet en met inachtneming van het (op...
ECLI:NL:CBB:2003:AF2794
tot een jaar nadat zij Onze Minister schriftelijk heeft medegedeeld dit niet langer te doen, aan eenieder aan de krachtens artikel 9.1, eerste lid, aangewezen diensten en daarmee samenhangende voorzieningen die met betrekking tot kwaliteit en prijs v...